terug

Regisseur Angela Roe over de film ‘Sombra di Koló’ in Tilburg

Door redactie op woensdag 9 september 2015

AngelaRoe_Sombra_di_koloTilburg was bijzonder voor me omdat ik zoveel mensen kende, voornamelijk via het netwerk van mijn moeder en stiefvader. Mijn oude klasgenoten of andere leeftijdsgenoten heb ik er niet echt gezien. Behalve dan mijn beste vriendin Charlotte Cartigny natuurlijk, en mijn oude kennis Milangelo Martis. En ik was erg blij dat Junet Martina er was, een vriendin van me die in de loop van de jaren als familie is gaan voelen.

Maar vooral de groep die mijn ouders meegenomen hadden, waaronder bijna mijn hele stief-familie, kennen mij niet echt op deze manier, als antiracisme-activist. Dus dat was heel leuk, om zo naar voren te mogen stappen en gehoord te worden.

Witte privilege
De reacties waren heel mooi. Het publiek was relatief erg wit, dus wat men zag en hoorde was best een beetje een ver-van-mijn-bed-show. Daarom vond ik het absoluut indrukwekkend hoe mensen me achteraf zeiden hoe de film ze geraakt hadden. Dat ze geen idee hadden dat racisme zo'n impact kan hebben op het alledaagse leven. Mensen waren verdrietig, aangeslagen, maar ook vol, bruisend, enthousiast. Ik merkte dat veel van deze kijkers, die toch wel behoren tot een (gepensioneerd) midden/bovenklasse publiek, hun eigen witte privilege gevoeld hadden, en accepteerden dat het er is en dat het werkt, in plaats van te doen alsof het niet bestaat. Dat vond ik heel bijzonder.

Veel emotie
En er zaten natuurlijk ook aardig wat Caribische mensen in de zaal, sommigen al heel lang woonachtig in Nederland. Ook daar zag ik veel emotie, veel heftigheid, enthousiasme, opluchting, om erover te praten, om elkaar te ontmoeten en wellicht ‘kindred spirits’ te vinden om mee samen te werken. Een mevrouw had haar broodje ingepakt en ging met tranen in haar ogen naar huis. Ze had er zo lang niet over nagedacht, ze had nu een ander leven, zei ze. Maar al die pijn van het verleden, van de discriminatie die ze in haar eigen familie had meegemaakt, en als jonge vrouw in Nederland kwam weer boven. Dat moest ze even een plek geven.

Antilliaanse gemeenschap niet bereikt
Wat ik wel jammer vind, is dat we de grote Antilliaanse gemeenschap die in Tilburg woont toch niet echt hebben bereikt. Misschien is deze locatie niet de beste plek, en zou de film beter bezocht worden wanneer hij tijdens een evenement of speciale avond in een buurthuis wordt gedraaid, of iets dergelijks. Op Curaçao zagen we dat ook: het publiek dat naar een filmhuis komt (Teatro Luna Blou in dat geval) is select. We bereiken veel mensen, maar nog veel meer mensen niet. Zulke locaties zijn relatief duur, verder weg vaak, en hebben een stigma van ‘wit’ en ’elite’. Daarom zijn we bezig met een bario tour, waarmee we naar 20 arme wijken gaan om de film te vertonen. Met beamer en scherm onder de arm. Dat wordt superleuk. Misschien is dat ook iets voor Tilburg.

Het kost tijd
Ik merk op Curaçao en ook in Nederland dat het even tijd nodig heeft. Misschien kan er eerst iets worden georganiseerd voor de kernpersonen in de community, mensen die veel bereik hebben. Die gaan erover praten, en dan, voor je het weet heb je volle zalen.

En het moet ontstaan
Je zou het ook moeten inkaderen denk ik, het thema echt presenteren als iets dat voor iedereen belangrijk is. Het maakt voor mij niet uit of ik de film één keer of honderd keer vertoon, I'm not in this for money or fame. Het is meer dat ik merk dat het mensen raakt, dat het iets positiefs brengt, een opluchting. Daarom zou ik het fijn vinden als de film verder doorsijpelt. Maar there is no rush, dat is het belangrijkste. Het moet ontstaan.


Reacties zijn gesloten