terug

Mijn eigen Sombra di Koló

Door redactie op woensdag 2 september 2015

Deze dagen draait in Nederland de documentaire ‘Sombra di Koló’ van Angela Roe. Ik mocht een interview met haar doen en heb de documentaire twee keer gezien. De film gaat over de betekenis van huidskleur en ras vandaag de dag en de relatie tussen kleur en sociale klasse. In de film stelt Angela de vraag ‘vertel me iets over kleur’. Ik werd geraakt door deze vraag en vroeg me af of mijn kleur ook een rol speelt in mijn leven.

Nee, mijn kleur speelde geen rol bij mijn studie, bij het vinden van een baan en in mijn sociale leven. Ik heb er geen hinder van ondervonden. Maar omdat ik anders uitzie heb ik wel gevallen meegemaakt waarbij mijn kleur er aan te pas kwam.

Naar Parijs
Ik ben geboren op Curaçao en in 1978 in Nederland komen studeren. Ik kwam in Tilburg terecht om bedrijfseconomie te studeren aan de Katholieke Hogeschool Tilburg, tegenwoordig Tilburg University. Ik woonde op de studentenflat en we gingen met een groep naar Parijs.
We liepen daar op straat en je zag heleboel zwarte mensen. Op een gegeven moment zei één van de medestudenten tegen mij: “je bent eigenlijk helemaal niet zwart”. Voor mij was dit de eerste keer dat over mijn kleur werd gesproken.

Schoonmaakploeg
Rijksoverheid BelastingdientNa mijn studie ging ik werken bij de Belastingdienst. Als je het gebouw binnenkwam moest je langs een portier. Een hele vriendelijke man. Een van de eerste keren dat ik binnenkwam zei hij tegen mij dat mijn collega’s net weg waren. Als ik hard rende kon ik ze nog inhalen. Met mijn collega’s bedoelde hij de schoonmaakploeg.

Hoogste verdieping
Een ander keer vroeg hij mij wat ik te zoeken had op de vierde verdieping. Het was een oud gebouw met vier verdiepingen. Hoe hoger je functie hoe hoger de verdieping. Ik werkte als Rijksaccountant en die zaten op de vierde verdieping. Ik moest in het begin mijn identiteitspapieren laten zien om de lift te kunnen pakken.

Nadruk op het anders zijn.
In die tijd dat ik bij de Rijksoverheid werkte hadden ze een beleid om allochtonen in dienst te nemen. En ze hadden allerlei faciliteiten voor de allochtoon. Als in mijn rapportages een woord of zin verkeerd was, werd ik meteen naar een cursus Nederlands gestuurd. Mijn leidinggevende moest ook naar een cursus ‘hoe om te gaan met allochtonen’ en mijn team kreeg ook een workshop want er was een allochtoon in hun midden. We kregen uitleg van een duo, een zwarte en een witte meneer. Ze noemden zich Sjors en Sjimmie. Ik vond ze heel eng. Ik had totaal geen moeite met mijn leidinggevende en teamleden. Maar door het constant de nadruk te leggen dat ik anders was werd je ook anders behandeld.

Uitblinker
Na de Belastingdienst kwam ik bij Interpolis terecht, een verzekeringsmaatschappij. Wat een opluchting was dat. Ik werd niet onder een vergrootglas gelegd. Ik was een collega. Maakte ik een taalfout, dan werd deze gewoon verbeterd want iedereen maakt fouten. Bij Interpolis was ik een specialist op het gebied van levensverzekeringen. En zo werd ik ook behandeld. Natuurlijk werden er grappen gemaakt over mijn accent. Vooral de vette ‘W’ was erg populair. Maar omdat ik ervoor zorgde om uit te blinken in mijn vak werden dit soort grappen niet meer gemaakt.

Mijn kleur?
Als ik op vakantie ben op Curaçao ga ik veel naar het strand en krijg dan een hele bruine kleur.
IMijn eigen Sombra di Koló - Carmine Palmn het begin bij mijn terugkeer in Nederland kreeg ik steevast verbaasde opmerkingen hierover. “Goh ik wist niet dat je bruiner kon worden.” Laatst kwam ik de eerste dag dat ik op Curaçao was een vriendin van mijn moeder tegen. Ik vertelde haar wie ik was. Ze keek me aan en zei: ”Hoe kom jij zo wit, je was toch vroeger bruin”?

Carmine Palm


Reacties (1) -

Rudy
Rudy
6-9-2015 12:09:35 #

Leuk stuk Carmine. Héél herkenbaar bij mij was het een stuk erger.
Toen ik in '79 aankwam was ik opeens 'zwart' met alle consequenties van dien inclusief het regelmatig niet worden toegelaten tot de disco. Over de rest zal ik maar zwijgen.

Reacties zijn gesloten