terug

De zin en de onzin van een participatiecontract volgens Antillianen en Arubanen

Door redactie op donderdag 28 februari 2013

partp De huidige vicepremier en minister van sociale zaken en werkgelegenheid Lodewijk Asscher, ook verantwoordelijk voor het integratiebeleid, stelt deze week in een interview met de Volkskrant dat voortaan iedere nieuwkomer uit een ander land die zich in een Nederlandse gemeente inschrijft een zogeheten participatiecontract moet tekenen.

De minister wil een norm stellen en streeft ernaar dat migranten zich beter bewust worden van de normen en waarden die gelden in het land waar zij wonen en werken. Hij gaat ervan uit dat de nieuwkomer door het tekenen van het participatiecontract de Nederlandse grondrechten en de rechtsstaat onderschrijft en belooft zich aan de regels van de Nederlandse samenleving te houden.

Ook nieuwkomers uit de Antillen en Aruba moeten een participatiecontract tekenen
Het participatiecontract moet een aanvulling worden op het inburgeringsexamen. Het moet ook gaan gelden voor mensen uit de EU, Turkije en ook voor de mensen die uit Aruba en de voormalige Antillen. Deze groep valt niet onder de Wet inburgering en hoeft daarom geen inburgeringscursus te doen, maar volgens de minister is het wel belangrijk dat ook zij zich snel de basisbeginselen van de Nederlandse samenleving eigen maken.
Bij de inburgeringscursus gaat het vooral om taal en praktische kennis. Met het participatiecontract geven de nieuwkomers te kennen dat ze de Nederlandse normen en waarden accepteren.

Niet toegestaan volgens Europees recht
Jorrit Rijpma, universitair docent Europees Recht aan de Universiteit Leiden, is van mening dat het vragen van het ondertekenen van een participatiecontract gewoon niet toegestaan is onder het Europees recht.
Rijpma bij BNR: "We hebben in Europa afgesproken wat de voorwaarden zijn, we hebben het vrije verkeer van EU-burgers. Je mag als lidstaat weliswaar vragen dat iemand zich inschrijft bij de gemeente, maar dat is eigenlijk alleen maar ter bevestiging van een recht dat iemand heeft om naar een andere EU-lidstaat te gaan. Dan mag je eigenlijk niets anders vragen dan een paspoort en een bewijs dat iemand werknemer, student of zelfstandige is."

Meningen van Antillianen en Arubanen
BAAT legde het idee van het tekenen van een participatiecontract voor bij een aantal Antillianen en Arubanen en vroeg hen wat zij er van vinden. Dit zijn de reacties.

Eelco is een gepensioneerde en woont 45 jaar in Tilburg. Hij vindt dat je mensen niet moet opleggen wat ze moeten vinden. Je moet daarom een nieuwkomer uit de Antillen en Aruba niet verplichten om een participatiecontract te ondertekenen waarin de Nederlandse normen en waarden worden onderschreven.
Bovendien is het een vorm van misplaatst wantrouwen als je zonder enige onderbouwing er van uitgaat dat de nieuwkomer uit Antillen en Aruba zich niet aan de grondbeginselen van de Nederlandse samenleving houdt en uit voorzorg een participatiecontract moet tekenen.

Angelica is een Arubaanse studente. Zij doet er luchtig over en vindt dat we ons niet al te druk moeten maken om het idee. Het is een van de bekende proefballonnetjes die bij tijd in wijle in Den Haag wordt opgelaten om te zien hoe anderen op een plan of idee reageren.

Volgens haar is het ondertekenen van een participatiecontract symboolpolitiek. De minister gelooft toch niet dat een dergelijke papieren contract waarin bepaalde waarden wordt onderschreven de oplossing van de integratieproblemen betekend.

Martins is woonachtig op Bonaire stelt dat het niet zo kan zijn dat een Nederlander uit Groningen geen participatiecontract ter tekening voorgelegd krijgt maar een Nederlander die uit Bonaire komt wel. En als dat wel zo is zou dat betekenen dat er een onderscheid wordt gemaakt tussen de Nederlandse burgers. Nederlanders die uit Bonaire die je wantrouwt en daarom een contract wil laten tekenen en anderen.

Magda woont op Curaçao maar is op dit moment in Nederland op vakantie. Zij vindt het maar heel normaal dat diegenen die zich in Nederland (willen) vestigen zich moeten voegen en richten naar de waarden en gewoonten die in Nederlandse samenleving gelden. Als iemand in mijn huis op kamer wil komen wonen, zal hij zich ook moeten richten naar de regels die ik stel. Alleen vindt Magda het hele idee van het tekenen van een participatiecontract als voorzorg en garantie een grote farce en volkomen zinloos.


Reacties zijn gesloten