Door redactie op woensdag 14 oktober 2015
Alex Rosaria, partijleider van Pais wil het Curaçaose witstaarthert tot het nationaal symbool van Curaçao maken. Naar aanleiding van Dierendag heeft Rosaria een brief geschreven aan minister Dick van Onderwijs. In de brief vraagt hij welke dieren op Curaçao bij wet beschermd zijn. Ook vraagt hij om het hert tot een nationaal symbool te maken. Zo heeft Amerika een arend en Nederland een leeuw als nationaal symbool. Arthur Donker pleit in zijn ingezonden stuk voor de geit in plaats van het witstaart hert. Maar waarom kiezen we niet voor de leguaan? Zes redenen om van de leguaan een nationaal symbool te maken. 1. De leguaan is zie je overal De Antilliaanse Groene Leguaan (Iguana delicatissima) is een hagedis uit de familie leguanen (Iguanidae). De leguaan is een van de oorspronkelijke bewoners van het eiland en je ziet hem overal. De leguaan voelt zich thuis op Curaçao. Het Curaçaose witstaarthert is een solitair levend mini-hertje, waarvan er nog maar 100 exemplaren in het Christoffel Park leven. 2. De leguaan is bekend Iedereen op het eiland kent de leguaan en weet hoe het dier eruit ziet. Veel eilandbewoners hebben het hert nog nooit gezien. 3. De toerist kent de leguaan Toeristen kennen allemaal de leguaan. In Punda zie je veel toeristen op de foto gaan met leguanen. Als je op Facebook kijkt naar foto’s genomen op Curaçao dan zie je altijd een foto van een leguaan in de natuur, op het strand, en zelfs in hotels. Het lijkt alsof voor de toerist de leguaan al het symbool van Curaçao. Er zijn nauwelijks foto’s van het hert. 4. De leguaan heeft een makkelijke Latijnse naam De naam van de leguaan in het Latijn is makkelijk: Iguana. Iedereen kan dit onthouden. Het hert heet in het Latijn Odocoileus Vigirianus Curassavicus (zie het ingezonden stuk van Arthur Donker). Een dergelijke naam kun je amper uitspreken laat staan onthouden.   5. De leguaan kost geen geld Doordat de leguaan in binnen- en buitenland bekend is, kost het niet veel geld om het beest tot nationaal symbool te maken. Je hoeft geen informatiecampagne op te starten voor de leguaan. Ook zijn er genoeg volksverhalen over de leguaan onder de bewoners van Curaçao. Kies je voor het hert dan kost het veel geld aan op te richten werkgroepen, campagnes etc. En ook aanpassingen in het Christoffelpark nodig om het dier te kunnen zien. In deze financiële moeilijke tijden voor Curaçao kun je beter kiezen voor de leguaan. 6. De leguaan past beter op de vlag Wil je het nationaal symbool ook op de vlag plaatsen dan gaat het makkelijker met een leguaan. Een leguaan past midden op de vlag maar kan ook in de hoeken. Omdat een leguaan een schutkleur heeft kun je een kleur kiezen die bij de vlag past. Een hert kun je niet makkelijk op de vlag plaatsen. Tot slot Steeds mensen op het eiland houden een pleidooi voor de leguaan. De leguaan krijgt dus steeds meer steun dan het hert.
Door redactie op donderdag 24 september 2015
Het Papiaments, sinds 2007 een officiële taal op de Nederlandse Antillen, is rijk aan kleurrijke en grappige uitdrukkingen en zegswijzen waar je zowel vrolijk als verdrietig van kunt worden. Veel daarvan stammen nog van vroeger en worden tegenwoordig minder gebruikt. Maar gelukkig zijn er steeds meer jongeren die er belangstelling voor hebben en ze ook meer gebruiken in het dagelijks leven. Daarom besteedt BAAT013 geregeld aandacht aan deze vanuit het leven gegrepen spreekwoorden en gezegden. Hieronder een paar voorbeelden waarbij de Papiamentse uitdrukking vetgedrukt wordt weergeven met daaronder het Nederlandse equivalent of omschrijving. Hoewel het Papiaments maar in een klein taalgebied wordt gesproken is aan onderstaande spreekwoorden en gezegden te zien met hoeveel creativiteit, humor en liefde deze taal zich heeft weten te ontwikkelen en handhaven. Er bestaan twee hoofdvormen van het Papiaments, die vooral in spelling van elkaar verschillen. Het Papiamento dat wordt gesproken op Aruba heeft een etymologisch georiënteerde spelling, terwijl Papiamentu, dat gesproken wordt op Curaçao en Bonaire, fonetisch gespeld wordt. Chupòn no ta yena un yu su barika: Blijf iets dat hoe dan ook moet gebeuren niet steeds maar uitstellen. Mihó mitar glas yen ku henter un glas bashí: Beter een half ei dan een lege dop. Beter iets dan helemaal niets. No ta tur dia ta Pasku. Tur dia no ta lechi dushi: Het is niet altijd rozegeur en maneschijn. Bo no meste pone pushi kwida piská: Je moet de kat niet op het spek binden. Gladys ta bas di redu. Henter ora e ta kana bati bleki: Gladys is een eerste klas roddelaar. Zij doet als maar roddelen Gai ta kanta ora galinya kaba di pone webu: Met andermans kleren pronken. Doctor da Costa Gomez a yega di bisa: “Mi ta un yagdó ku konose mondi”: Doctor da Costa Gomez heeft ooit gezegd: “Ik ken mijn papenheimers wel”. Anzwé chikitu tambe ta kwe piská: Je moet niemand onderschatten. Wilfrido ta moneda di dos kara: Wilfrido is onbetrouwbaar. Hij schaakt op twee borden. Danki di mundu ta pishi di yewa: Dank voor stank krijgen. Riba mi dia di kasamentu mi tabata sintimi manera un puta den misa: Op mijn trouwdag was ik als een kind zo zenuwachtig. Kada kachó tin ku lembe su mes webu: Een ieder moet zijn eigen boontjes doppen. Ora buriku muri, warawara ta hasi fiesta: De een zijn dood is de ander zijn brood. Pa skapa di kachó, konènchi ta drenta den infrou: Een kat in nood maakt rare sprongen. Kargadó di saku largu no ta konfia su kambrada : Zo als de waard is vertrouwt hij zijn gasten. Muhé por pone diabel su boka keda baba: Je moet vrouwen niet onderschatten. Kada pakiko tin su pasobra: Geen oorzaak zonder gevolg. Na tera di galiña, kakalaka no tin palabra: Waar een meerdere komt, moet een mindere wijken. Sende un bela na Dios i un otro na diabel: Twee heren tegelijk dienen. Kachó tin kwater pia ma e no por kana den dos kaminda: Men kan geen twee dingen tegelijk doen. Ook wel: Men kan niet overal tegelijk zijn. Giambo bieuw a bolbe na weya: Een oude vlam is weer opgelaaid, E ta sintá ey pa res i mantek’ibela: Hij zit daar voor spek en bonen. Manchi ta bashí manera ratón di kèrki, E ta kana ku sanka na man: Manchi is zo arm als Job. Hij heeft helemaal niks te makken. Mi no ke ta un pruga den su karson: Ik zou niet graag in zijn schoenen willen staan. Kanaster sin kuminda no ta kue piská: Kosten gaan voor de baat. Blachi bèrdè tin ku seka p’e kai: Alles op z’n tijd. Loke nochi tapa, di dia ta saka: Een leugen komt op den duur altijd uit. Ter afsluiting Weet u wat het Nederlandse equivalent is van deze Papiamentse uitdrukkingen? Plaats dan uw reactie achteraan dit bericht! · Kaminda djente ranka, lenga ta pasa. · E no a rèkè ni mèkè. · Meste grawatá kaminda ta kishikí. Zie ook: Oude uitdrukkingen en gezegden in het Papiaments deel 1
Door redactie op donderdag 17 september 2015
De vakantieperiode is voorbij. Wie in deze periode naar de Antillen is gegaan, deed dit per vliegtuig. Het is een verre vliegtuigreis en je doorkruist een aantal tijdszones. ‘Heb jij last van een jetlag?’ is een vraag die je dan vaak hoort. Maar wanneer heb je er het meeste last van? Als je aankomt op Curaçao of als je aankomt in Nederland? Een jetlag is de verstoring van het natuurlijke slaap/waakritme die optreedt wanneer iemand in korte tijd, bijvoorbeeld per vliegtuig, naar een plaats op aarde gaat waar het volgens de plaatselijke tijd aanzienlijk vroeger of later is dan op de plaats van vertrek. Doordat je op korte tijd een groot aantal tijdszones doorkruist, raakt je biologische klok (of bioritme) soms ontregeld. En dit kan voor onaangename neveneffecten zorgen. Wat is een jetlag? Ons 24 uur ritme van slaap en activiteiten wordt beheerst en gereguleerd door onze biologische klok in de hersenen. Dat is geen zichtbare tikker maar een gevoelsklok. Deze biologische klok wordt elke dag op tijd gezet door het daglicht en is aangesloten op het eind van je oogzenuw. Daar komen de signalen van licht en donker binnen waardoor je hersenen weten of het al tijd is om te gaan slapen of dat je nog wel een filmpje kunt kijken. Biologische klok raakt in de war Zo’n klok kan het moeilijk krijgen wanneer je naar een verre tijdzone vliegt. Je biologische klok verwacht duisternis maar krijgt een portie extra licht of andersom. Hierdoor raakt die klok in de war en dat kan soms een paar dagen duren. Daarnaast moeten ook je organen zich aanpassen aan de nieuwe situatie en tijd. Je al bijna slapende nieren en lever moeten ineens langer doorwerken. Dat zou jij waarschijnlijk ook niet leuk vinden en daarom gaan ze klagen bij je hersenen met als gevolg hoofdpijn, klachten in de maagstreek of somberheid. Jetlag symptomen en signalen Een jetlag kan je herkennen aan verschillende symptomen na een vliegreis. Het belangrijkste symptoom is extreme vermoeidheid. Dit kan zelf zo erg zijn dat je er ziek van wordt. Daarnaast kan je last krijgen van verschillende lichamelijk en psychische klachten zoals vermoeidheid, hoofdpijn, maagklachten, slechte concentratie, pijnlijke gewrichten en zelfs geheugenverlies. Hoe meer tijdzones je passeert, hoe meer last je kunt krijgen van jetlag symptomen. Niet iedereen heeft evenveel last van een jetlag Ongeveer driekwart van de reizigers heeft last van een jetlag, maar niet iedereen is even gevoelig voor de effecten daarvan. De ene persoon heeft het er moeilijker mee dan de andere. Er zijn mensen die na een goede nachtrust snel zijn aangepast aan het nieuwe ritme. Anderen hebben na een lange vliegreis soms wel dagenlang last van een jetlag. Over het algemeen geldt: hoe ouder, hoe minder last. Vrouwen hebben doorgaans iets meer last van een jetlag dan mannen. Je vliegt naar Nederland Mensen die naar het noorden of zuiden reizen, krijgen geen jetlag omdat ze geen tijdzones doorkruisen. Als je naar het oosten (bijvoorbeeld van de Antillen naar Nederland) reist heb je het meest last van een jetlag, dit omdat je bij elke doorkruiste tijdzone een uur verliest. Je vliegt naar de Antillen Bij het reizen naar het westen (bijvoorbeeld van Nederland naar de Antillen) krijg je wel een jetlag, maar omdat je bij elke doorkruiste tijdzone een uur er bij krijgt wen je meestal makkelijker aan het tijdsverschil. Maar een jetlag wordt ook veroorzaakt door een andere omgeving, andere gebruiken en door de opwinding van vakantie. De vliegreis om op een bepaalde bestemming te komen is bovendien een aanslag op het menselijk lichaam. Een paar dingen die je tegen een jetlag kunt doen · Geef zo min mogelijk gehoor aan je biologische klok. Kruip dus niet bij aankomst direct onder de wol als het nog middag is, maar probeer zo lang mogelijk wakker te blijven. Is het op de plaats van bestemming al avond, maar ben je nog niet moe? Ga dan toch gewoon naar bed. Je lichaam past zich op deze manier het snelst aan. · Blijf overdag zoveel mogelijk in daglicht, liefst in de felle zon. Je lichaam krijgt zo meer signalen dat het dag is, en zal minder snel in de slaapstand schieten. · Zorg ’s avonds voor een hele donkere kamer. Gebrek aan licht stimuleert het slaapproces in je hersenen. · Kun je ’s avonds de slaap echt niet vatten, dan kun je melatonine slikken. Dit stofje wordt door de pijnappelklier aangemaakt in de hersenen en zorgt ervoor dat je slaperig wordt. Melatonine in een pilletje heeft datzelfde effect. Slik melatonine ongeveer een half uur voor het naar bed gaan.
Door redactie op woensdag 26 augustus 2015
Regisseur Angela Roe is in Nederland. Haar documentaire Sombra di Koló draait in verschillende steden in Nederland. Op 30 augustus draait de film in Cinecitta in Tilburg. Een interview. Angela Roe is in Nederland (Amsterdam) geboren en heeft een Surinaamse moeder (opgegroeid op Curaçao) en een Nederlandse vader. Ze heeft 13 jaar in Castricum gewoond, 5 jaar in Tilburg en 13 jaar in Amsterdam. Maar zoals ze zelf zegt: “Ik ben geen kind uit de klei”. Want op jonge leeftijd al heeft Angela een passie met de wereld buiten Nederland. En voor ‘bruine’ mensen. “Als we naar het Tropenmuseum gingen, fantaseerde ik dat ik daar woonde”. Passie voor Curaçao Op jonge leeftijd gaat Angela op vakantie naar Curaçao. “Ik voelde me meteen thuis.” Het bleef niet bij deze ene keer. Een paar jaar later ging ze weer op vakantie. Ze vond het geweldig. Ze identificeerde zich met Curaçao; er was een klik. “Deze klik had ik niet met Suriname” vertelt ze. Na haar studie Antropologie besluit Angela op Curaçao te gaan wonen. Racisme Tijdens een vakantie op Curaçao krijgt Angela van haar tante te horen dat ze geen partner met donkere huidskleur mag meenemen naar huis. “Dat was uitermate schokkend voor me, om zoiets racistisch te horen.” Angela beseft dat huidskleur op Curaçao een belangrijke rol speelt in het dagelijks leven. Maar niemand praat er openlijk over. Angela besluit om er onderzoek naar te doen. Wat betekenen huidskleur en ras vandaag de dag? En wat is de relatie tussen ras en sociaal economische klasse? Racisme is gebaseerd op niks Angela stoort zich enorm aan racisme. “Het is eigenlijk gebaseerd op niks, op een willekeurig gekozen lichamelijk kenmerk. We maken onderscheid op huidskleur, maar dat had net zo goed op de kleur van onze ogen of de grootte van onze voeten kunnen zijn. Maar dat willekeurige onderscheid veroorzaakt zoveel onrecht, en zoveel pijn bij mensen… ”. Angela heeft in Nederland, Miami en op Curaçao gewoond. “In Nederland was ik de “Ander,” in Amerika was ik zwart (mixed race) en op Curaçao ben ik wit. Dus ras betekent overal iets anders. Als gemengd kind snapte ik nooit goed waar ik bij hoorde; ik was niet wit maar ook niet echt Caribisch. Het Amerikaanse label ‘mixed race’ gaf mij uiteindelijk wel rust. Ik wist nu wie ik was, een beetje van twee werelden, altijd er tussenin”. Voor iedereen Angela is nu bezig met haar PhD (doctorstitel) in Miami over hedendaags racisme op Curaçao. Naast haar dissertatie besloot Angela iets te maken wat voor iedereen (‘pa e pueblo’) toegankelijk is. Daarom koos ze voor een film. Omdat ze niks van filmmaken wist, nam ze contact op met de succesvolle Curaçaose filmmaker en producent Selwyn de Wind om haar te helpen. Selwyn besloot om het hele project te draaien. Later is ook filmmaakster Hester Jonkhout – ook van Curaçao - erbij gekomen; zij filmde ook, en editte de film. Zeg iets over kleur Voor het maken van de film ging Angela op zoek naar 30 mensen, afkomstig uit vijf hele verschillende wijken; plattelandswijk Barber, de beruchte onderstandswijk Seru Fortuna, volksklassewijk Otrobanda, middenklassewijk Janwé en bovenklassewijk Spaanse Water. De mensen die Angela koos, vertegenwoordigen de raciale meerderheid in deze wijken. Om zo spontaan mogelijke antwoorden te krijgen stelde ze eigenlijk maar één vraag: “vertel me iets over kleur”. Opluchting Inmiddels zijn er 34 voorstellingen in theater Luna Blou op Curaçao gedraaid, en 9 voorstellingen in o.a. de VS, Mexico, Suriname en Nederland. Na iedere voorstelling vond een nabespreking plaats. “De mensen waren heel enthousiast. Er kwamen vragen over de film. Waarom gekozen voor bepaalde wijken en waarom juist deze mensen? Maar de bezoekers vertelden vooral hun eigen verhaal. Mensen waren vaak opgelucht, merkten we. Eindelijk konden ze hun verhaal kwijt”. Mensen gingen ondanks het zware onderwerp toch met een glimlach naar huis. Blijven praten en luisteren Met de film hoopte Angela een discussie op gang te brengen om het taboe op kleur en ras te doorbreken. Dat is gelukt. “Dit is een belangrijk deel van de oplossing voor racisme denk ik; blijven praten en luisteren. Verhalen uitwisselen. Empathie en begrip krijgen en hebben. En vooral het onrecht zien. Dan komt de oplossing vanzelf”. Racisme staat niet op de politieke agenda Angela wil graag meer reikwijdte in de discussie. Bijvoorbeeld racisme en wetgeving. “Er is geen enkele politicus naar de film komen kijken. Ik wil de film graag aan het parlement tonen, dus daar werken we nog hard aan. Racisme staat momenteel niet op de politieke agenda op Curaçao. Men doet niets om het racisme te verminderen. Er is zelfs geen meldpunt discriminatie. Politici nemen racisme niet serieus”. Scholen en schrijvers Ook voor scholen valt er nog wat halen. “Ik heb subsidie geregeld om ruim 30 middelbare scholen uit te nodigen voor de film. Slechts 8 zijn er geweest. We werken eraan om meer interactie met scholen te krijgen. De 8 scholen deden ook mee met een prijsvraag over racisme. De opdracht was: “Verzin een constructieve oplossing tegen racisme.” Bijna honderd jongeren deden mee. Het zou geweldig zijn om jaarlijks zo’n prijsvraag te organiseren”. Ook wil Angela schrijvers van Curaçao uitdagen om iets met kleur te doen. Wat heeft de film met Angela gedaan Op de vraag wat de film met Angela heeft gedaan antwoordt zij: “De film heeft mij nederig gemaakt, dat ik zoveel mensen heb geraakt had ik nooit verwacht. Het is een cadeau dat mij aanspoort om verder te gaan. Want racisme bestaat op Curaçao. Dat blijkt des te meer uit de reacties van de mensen en de ervaringen die ze deelden. ‘Drecha rasa’ mag dan nog steeds normaal zijn op Curaçao, ik vind het niet normaal. Ik ga door”. Cinecitta presenteert een filmspecial met twee films. Wanneer Zondag 30 augustus om 11:00 uur Programma:  10:30 uur Ontvangst 11:00 uur Sombra di Koló (72 minuten) 12:12 uur O&A met de regisseur 12:45 uur Lunch met Caribische hapjes 13:30 uur Sensei Redenshon (119 minuten) 15:30 uur Einde Waar Cinecitta, Willem II straat 29, 5038 BA Tilburg Entree: € 19,50 all-in
Door redactie op woensdag 3 juni 2015
Op 1 juni 2012 is baat013.nl live gegaan. Drie jaar later heeft baat013.nl een solide positie verworven als informatiebron voor iedereen die op een andere manier met de Antillen of Aruba te maken heeft. De uitgangspunten van de site zijn de afgelopen jaren wel wat gewijzigd. Eerst was de rol en functie van Baat013 die van ‘beraad’. Later ging Baat013 door als communicatie- en mediaplatform. Ook de doelstelling werd aangescherpt: door een Antilliaanse bril mensen informeren over nieuws, cultuur en politiek. Over mensen De lezers van de website zagen in die drie jaar artikelen verschijnen over politiek, cultuur, nieuws, sport en verhalen van de eilanden. Maar in het laatste jaar verschijnen er meer artikelen over mensen. Wat doen zij en wat houdt hun bezig? Hieronder een overzicht van het laatste jaar: Delilah Eugenio weet alles over Food of Slavery Mildred Straker vertelt haar verhaal Maristella Martes portretteert ouderen Marjan van Wijngaarden houdt van Curacao Marvin Madera gaat terug naar Curaçao John Bernabela actief in het rolstoelbasketbal Elmus Da Costa Gomez en Tumbafestival 2015 Hermien Visscher en Marc Oldeman hebben een wijngaard op Curaçao Ireno Baranco en zijn gedachten Rose-Marie van Abeelen en Mariëta Emers krijgen een Koninklijke onderscheiding Gabi Ras en Chandni Dwarkasing doen aan slacklinen We horen graag jouw verhaal Heb jij ook je eigen verhaal of een onderwerp dat je met baat013.nl wilt delen? Neem contact met ons op!
Door Carmon op woensdag 20 mei 2015
In 2009 werd de Lionfish voor het eerst in de zee rond Curaçao gespot. Sindsdien is hij niet meer weg te denken. De vis heeft hier geen natuurlijke vijanden en eet de zee leeg. Hoe staat het nu mee en richt de vis nog steeds grote schade aan? De Lionfish is een prachtige vis om te zien. Het zijn gewilde aquariumvissen. Het verhaal gaat dat in 1992 tijdens een orkaan in Florida een aquarium werd verwoest en zes vissen in zee zijn beland. Deze zes zouden zich hebben voortgeplant tot de huidige plaag in de Caribische Zee. Want de Lionfish komt normaal helemaal niet voor in de Caribische wateren. Ze komen oorspronkelijk uit de South Pacific en de Indische Oceaan. Wat zijn de kenmerken van de Lionfish? het is één van de meest giftige vissen in de oceaan een steek bij een mens zorgt voor flink wat pijn, overgeven en moeite met ademen (over het algemeen niet dodelijk) ze planten zich voort als konijnen ze eten bijna alles dat in hun mond past (dus ook andere vissen) ze zijn nieuwkomers rondom Curaçao, dus andere vissen hebben geen idee dat de vis gevaarlijk is ze hebben geen echte natuurlijke vijanden Uitroeien gaat niet Echt uitroeien van de Lionfish lukt niet. Dus heeft men op Curaçao gekozen om op de vis te jagen. Duikers begonnen met het vangen van de Lionfish om het aantal te verminderen. Dagelijks gaan duikers van onder andere het Lionfish Elimination Team en Lionfish Scuba Dive Experience erop uit en vangen er soms wel meer dan 200 per dag. Per eind april zijn er 38.279 vissen gevangen. Vangen helpt Het vangen van de Lionfish werkt goed. Er zijn minder vissen rond Curaçao dan een paar jaar geleden. Op de plekken waar niet wordt gedoken zoals de Noordkust en op grotere diepte zit nog wel Lionfish, maar in ondiepe wateren zijn de meeste gevangen. Blijven vangen Toch kunnen de duikers niet stoppen met vangen. Door het vangen daalt de populatie maar verdwijnt de vis niet. Dus blijft het vangen noodzakelijk. Stoppen met vangen betekent dat de zee binnen enkele maanden weer vol zit. Een andere oplossing: opeten Een andere oplossing is dat we de vis opeten. De vis smaakt heerlijk en staat al bij veel restaurants op Curaçao op de menukaart. De vangst wordt niet weggegooid maar verkocht aan restaurants. Dus: hoe meer Lionfish we eten, hoe meer er wordt gevangen...
Door redactie op woensdag 13 mei 2015
In april presenteerde het Centraal Bureau voor de statistiek (CBS) nieuwe cijfers voor Caribisch Nederland. Met Caribisch Nederland worden Bonaire, Saba en Sint Eustatius bedoeld. Deze eilanden zijn sinds 10 oktober 2010 een deelgemeente van Nederland. De cijfers gaan onder meer over de leeftijd waarop moeders kinderen krijgen, het aantal tienergeboorten en de samenstelling van het huishouden. Leeftijd van de moeder bij geboorte Vrouwen in Caribisch Nederland worden met gemiddeld 25,2 jaar moeder. Vrouwen van Antilliaans/Arubaanse herkomst in Nederland worden met gemiddeld 25,9 jaar voor het eerst moeder. Vrouwen in Europees Nederland zijn gemiddeld 29,4 jaar wanneer ze voor het eerst moeder worden. Aantal tienergeboorten Het aantal tienergeboorten in Caribisch Nederland bedraagt 10 procent. Dat wijkt flink af van de rest van Nederland (1,3 procent). Vrouwen van Antilliaanse/Arubaanse herkomst in Nederland (6,8 procent ) zitten daar tussenin. Het aantal tienergeboorten onder vrouwen van Antilliaanse/Arubaanse herkomst in Nederland past zich geleidelijk aan, aan dat van alle vrouwen in Nederland. Eenoudergezin 38 procent van de kinderen die in 2012 in Caribisch Nederland werden geboren, kwam terecht in een eenoudergezinnen, vaak een alleenstaande moeder. Van de geboren kinderen in Nederland met een moeder van Antilliaanse/Arubaanse herkomst groeit 37 procent in een eenoudergezin op. Voor Nederland in totaal is dit aandeel veel lager namelijk 8 procent. Ongehuwd paar Verder valt op dat ongehuwd ouderschap voor vrouwen van Antilliaanse/Arubaanse herkomst (in Nederland) en voor alle vrouwen in Nederland nagenoeg overeenkomt, met ongeveer 30 procent. In Caribisch Nederland wordt slechts 15 procent van de kinderen geboren bij een ongehuwd stel. Gehuwd paar 38 procent van de kinderen in Caribisch Nederland groeit op bij een gehuwd paar. Van de baby’s in Nederland met een moeder van Antilliaanse/Arubaanse herkomst groeit 24 procent bij een gehuwd paar. Bij alle vrouwen in Nederland is het aandeel het hoogst: 56 procent. Overige huishouden Onder vrouwen in Caribisch Nederland komen andere vormen van huishoudens vaker voor dan onder vrouwen in Nederland totaal. Dat is ook zo onder vrouwen van Antilliaanse/Arubaanse herkomst. Het gaat dan vaak om een moeder en haar pasgeborene die inwonen bij de ouders (of de moeder) van de moeder.
Door Carmine Palm op woensdag 6 mei 2015
Prinses Beatrix heeft op Curaçao op 2 mei de tentoonstelling ‘Guera na Kòrsou’, oorlog op Curaçao, geopend. Met de expositie wil het eiland aandacht vragen voor haar rol tijdens de Tweede Wereldoorlog. Curaçao was vooral van belang door de levering van brandstof aan de geallieerden. De rol van Curaçao in de Tweede Wereldoorlog is niet bekend bij iedereen. Zelf weet ik van mijn moeder dat haar vader stuurman was op een olietanker. De tanker voer van Venezuela naar Curaçao. Mijn oma was altijd heel blij als opa weer thuis was want de tocht was heel gevaarlijk. En mijn vader vertelde dat ’s nachts de ramen geblindeerd werden zodat de Duitse onderzeeërs het eiland niet konden lokaliseren. Olie uit Venezuela Voor de olie, die uit het Venezolaanse meer van Maracaibo werd gewonnen, hadden de oliemaatschappijen havens en opslagplaatsen nodig. Venezuela en de oliemaatschappijen kozen voor Aruba en Curaçao vanwege de goede havens en politieke rust. En zo vestigde zich in 1918 De Koninklijke Olie Petroleum Maatschappij(KNPM)/Shell op Curaçao. Het kreeg de naam van de plek, het schiereiland Isla aan de haven van Willemstad. Olie en de geallieerde troepen Doordat Curaçao deze olieraffinaderij had, speelde het een speciale rol tijdens de oorlog. De raffinaderij voorzag in de olie- en kerosinebehoeften van de Engelse, de Franse en de Amerikaanse vliegtuigen. De raffinaderij leverde een groot aandeel in de brandstofvoorziening voor de legers van de geallieerden en was daarom strategisch van grote waarde. Gevaar op het water Er werd op Curaçao en op Aruba niet gevochten, maar de wateren rondom de eilanden waren zeer gevaarlijk. Duitse onderzeeërs loerden met hun torpedo's op olietankers op zee. Ze hielden de haven van Willemstad ook goed in de gaten. Stoppen olieproductie De Nederlandse regering was tijdens de oorlog in ballingschap. De overzeese eilanden moesten zich tot de bevrijding zelf redden. Daarom werd Curaçao eerst door de Engelsen en later door de Amerikanen bezet om het eiland te verdedigen tegen de Duitsers. De Amerikanen hadden in die tijd 1400 man op Curaçao gestationeerd om de raffinaderij en het eiland te bewaken. Niet onnodig want de Duitsers probeerden met van duikboten gelanceerde torpedo's de olieproductie te stoppen. Schutters Curaçao zelf had onder de eigen bevolking 3000 'schutters' gerekruteerd. Mannen die met veel animo en toewijding het eiland veilig hebben weten te houden. Curaçao is in de oorlogsjaren door zijn bewoners met succes verdedigd en de raffinaderij draaide op volle toeren, waardoor brandstof kon worden geleverd aan de geallieerden. Curaçao in het donker Ruim drie jaar lang moesten de inwoners van Curaçao tussen 18.00 uur en 06.00 uur hun lichten uit laten of hun huis lichtdicht blinderen. Na 21:00 uur mocht er geen lampje meer branden. Overal hingen zwarte kleden voor de ramen en zelfs voor de autolampen werden zwarte doeken geplakt. Je zag helemaal niets meer en hoorde vaak urenlang het geluid van de laagvliegende gevechtsvliegtuigen. Het is de Duitsers nooit gelukt om Curaçao, of buureiland Aruba waar ook een raffinaderij was, te benaderen of te beschadigen. Meer weten? In Het Curaçaos Museum in Willemstad is tot en met 12 juli de tentoonstelling te zien. Voor meer informatie klik hier. Carmine Palm
Door redactie op woensdag 25 maart 2015
Maar liefst 38 pianocomposities uit het rijke muzikale erfgoed van Curaçao, Cuba en Venezuela. Die vind je op de cd ‘Danzas Caribeñas’, uitgegeven door de Palm Music Foundation. De cd staat deze maand op nummer 7 in de Libris top 10. De cd bevat een grote variatie aan klassieke salonmuziek uit de 19e eeuw en de eerste helft van de 20e eeuw. Het gaat om composities van maar liefst negen Curaçaose componisten, één Cubaanse componist (Ignacio Cervantes) en één Venezolaanse componiste (Maria Teresa Carreño). Alle composities worden gespeeld door Marcel Worms. De danza: tweekwartsmaat De Caribische danza is een dans in tweekwartsmaat die is opgebouwd uit twee, drie of vier delen. De danza dateert van 1804 en is afkomstig van Cuba. Vanuit Cuba waaierde de danza uit naar de salons van andere eilanden in de regio, waaronder Curaçao. Als dans beleefde de danza haar meest glorievolle periode van de tweede helft van de 19e eeuw tot aan het begin van de jaren 40 van de 20e eeuw. De cd bevat diverse danza’s van Curaçaose componisten zoals Jan Gerard Palm, Jules Blasini, Jacobo Palm en de dichter-musicus Joseph Sickman Corsen. Ook van de Cubaanse componist Ignacio Cervantes (1847-1905) speelt Marcel Worms een viertal danza’s uit zijn 41 wereldbekende Danzas Cubanas . Curacaose Wals: driekwartsmaat De Curaçaose wals staat in driekwartsmaat. Maar in tegenstelling tot het strakke driekwartsritme van de meeste Europese walsen, is de Curaçaose wals opvallend rijk aan syncopen, zowel in de melodie als de ritmische begeleiding. Dat betekent dat het accent in de muziek op een andere plek in de muziek valt dan je zou verwachten. De Curaçaose wals is doorgaans opgebouwd uit twee of drie delen van elk 16 maten. Een verliefde Palm Verschillende van de Curaçaose walsen zijn geschreven om een moment van verdriet of juist van geluk in muziek tot uitdrukking te brengen of om een persoon die de componist liefhad te eren. Zo inspireerde Amalia Elodia Perez, Jan Gerard Palm in 1886 tot het schrijven van de wals ‘El 18 de Febrero’ en de danza ‘La Trigueña’. In de periode na het overlijden van zijn echtgenote, brak Jan Gerard Palm ten gevolge van een ongeval bij het zwemmen op het Rif in Otrobanda zijn been. De familie liet uit Venezuela een verpleegster - Amalia Elodia Perez - overkomen om hem te verzorgen. Gevolg hiervan was een verliefde Palm. Wals op een tafelservet De bekende wals ‘Para que Amar’ (Het waarom van het liefhebben) schreef Albert Palm spontaan neer op een tafelservet tijdens een galadiner in de loge Igualdad. Dit als antwoord op een filosofische vraag van een tafelgenoot wat nu toch de zin van het liefhebben van het vrouwelijke geslacht was. Albert Palm meende dat je zo’n vraag alleen met muziek zou kunnen beantwoorden. Met het tafelservet in de hand liep hij vervolgens naar de vleugel en speelde zijn net gecomponeerde wals voor een enthousiast gehoor. Een wals en een huwelijksbootje Ook de wals ‘Primero de Octubre’ van Jacobo Palm ontstond spontaan. Dat gebeurde toen Archimedes Salas op straat Jacobo Palm ontmoette. Salas vroeg hem om mee te gaan naar het huis van zijn vriendin Chatica Capriles aan het Brionplein. Archimedes wilde haar namelijk ter gelegenheid van haar verjaardag een wals aanbieden. Spontaan componeerde Jacobo aan de vleugel de wals ‘Primero de Octubre’. Op het oorspronkelijke manuscript staat de aantekening ‘La compuse, viendo a Chatica Capriles’ (ik heb dit gecomponeerd terwijl ik keek naar Chatica Capriles). De wals bleef niet zonder het beoogde effect: Archimedes en Chatica stapten niet lang daarna in het huwelijksbootje. De pasillo: voor virtuoze pianisten De pasillo is een karakteristieke adaptatie in Latijns-Amerika van de Europese wals. De pasillo ontstond in de eerste helft van de 19e eeuw in Colombia waar ze pasillo de paso werd genoemd, een dans met kleine stappen. De populariteit van de pasillo verspreidde zich van Colombia naar Ecuador, Peru, Venezuela, Midden-Amerika, maar ook naar Curaçao. Kenmerkend voor de Curaçaose pasillo is de zangerige en melodieuze stem vertolkt door de rechterhand op de piano. De partij voor de linkerhand kenmerkt zich door strikte ritmen die worden afgewisseld met talrijke vrije passages als tegenmelodie van de rechterhand. Van de pianist vereist dit een grote mate van virtuositeit. Jacobo Palm, Rudolf Palm, Charles Maduro en José Maria Emirto de Lima zijn bekend geworden door de mooie pasillo’s die zij hebben geschreven. De cd bevat drie pasillo’s: van Rudolf Palm zijn ‘Como tú lo quieres’ en van Jacobo Palm zijn ‘Ecos del Alma’ en ‘La Inocencia’. Naast de verschillende danza’s, Curaçaose walsen en pasillo’s, bevat de cd ook een danzón van Rudolf Palm, een polka van Joseph Sickman Corsen, een tango van Jacobo Palm, een calypso van Wim Statius Muller en een mazurka van de Venezolaanse componiste Teresa Carreño. CD bestellen? Geïnteresseerden in Nederland kunnen de CD ‘Danzas Caribeñas’ bestellen door het overmaken van 18 euro (15 euro voor de CD en 3 euro aan verzendkosten) naar rekeningnummer NL58INGB0005384222 van de ING Bank ten name van de stichting Palm Music Foundation, onder vermelding van ‘Danzas Caribenas’. Vergeet niet om ook het adres te vermelden waar u de CD bezorgd wilt hebben.
Door redactie op donderdag 26 februari 2015
De Antilliaanse zangeres Shirma Rouse is dit jaar Maria in The Passion, de muzikale vertolking van het lijdensverhaal van Christus. Ze is vooral bekend als achtergrondzangeres en van haar optreden in The Voice of Holland. Maar ze heeft nog veel meer in haar mars. Shirma Rouse is op 13 maart 1980 geboren op het Bovenwindse eiland Sint-Eustatius. Ze komt uit een muzikale familie. Haar oma zong in de kerk en ook haar vader is muzikaal. Eerst scheikunde, dan conservatorium Tijdens haar middelbare school woont ze drie jaar op Curaçao. Op haar negentiende komt ze naar Nederland. Na een studie scheikunde besluit ze zich op de muziek te storten. Ze studeerde af als jazz-zangeres aan het conservatorium. Achtergrondzangeres Shirma treedt veel op als achtergrondzangeres, onder andere bij de Curaçaose zangeres Izaline Calister, Anouk, Alain Clark en Candy Dulfer. Maar ook bij Chaka Khan en het Metropole Orkest. Ook zingt Rouse in het Antilliaans bigband Tumbábo van Randal Corsen en is ze te horen op zijn cd ‘Dulsura di Korsou’. Eigen sound Shirma vindt het nu tijd om zelf in de spotlights te gaan staan en haar eigen 'sound' te laten horen. In 2010 brengt ze een cd uit met voornamelijk soulnummers, genaamd ‘Chocolate Coated Dreams’. In 2012 komt er een tweede cd uit,’ Shirma Rouse sings Aretha’, waarmee ze een theatertournee doet. In november 2014 volgt het album ‘Shout It Out Loud’. The Voice Of Holland In 2013 doet Rouse mee aan The Voice Of Holland. Ze ziet haar deelname als een uitgelezen kans om een visitekaartje af te geven als solozangeres. Alle stoelen draaien tijdens haar auditie om en ze kiest Trijntje Oosterhuis als haar coach. Rouse strandt in de halve finale, als ze het op moet nemen tegen Jill Helena. Beste achtergrondzangeres In mei 2014 gaat ze bij hoge uitzondering mee naar het Songfestival, waar ze meedoet in het achtergrondkoor van Anouk. Maar daar blijft het wat achtergrondwerk betreft bij. Ze wordt door The Eurovision Times wel uitgeroepen tot beste achtergrondzangeres van het festival. Maria in The Passion Nu dan dus een hoofdrol in The Passion, als Maria. De Nederlandse musical over het Paasverhaal wordt sinds 2011 jaarlijks door de EO op Witte Donderdag opgevoerd, ieder jaar in een andere stad. Dit keer in Enschede. Jim de Groot speelt de rol van Jezus, Jeroen van Koningsbrugge is Judas en Jeroen van der Boom vertolkt de rol van Petrus. Robert ten Brink is de verteller. The Passion wordt op 2 april uitgezonden op NPO1. Kijken dus!