Door redactie op woensdag 8 augustus 2012
Eén op de tien kinderen in Nederland groeit op in een huishouden dat rond komt van een inkomen om en nabij het wettelijk sociaal minimum. Dat houdt in dat 327.000 kinderen volgens kinderombudsman Marc Dullaert niet de ‘lichamelijke, geestelijke, intellectuele, zedelijke en maatschappelijke ontwikkeling’ krijgen die nodig is. Door de economische crisis zal het aantal alleen maar stijgen. Van de ruim 1.100 Tilburgse kinderen met een Antilliaanse/Arubaanse afkomst leven 401 kinderen in een huishouden met een minimum inkomen. Dit is bijna 40%. Vergeleken met het stadsgemiddelde van iets meer dan 12%, vallen de Tilburgse AA-kinderen drie keer vaker onder de armoedegrens. Antilliaanse/Arubaans probleem of sociaal maatschappelijk probleem Waarom scoren Antilliaanse en Arubaanse Tilburgers en hun kinderen zo hoog in de armoedestatistieken? Uit verschillende onderzoeken blijkt dat kinderen die in eenoudergezinnen opgroeien vaker in armoede leven. In Antilliaanse en Arubaanse kringen komen veel eenoudergezinnen voor. Is er hier dus sprake van een typisch Antilliaans probleem, of is er een oorzakelijk verband met het grote aantal eenoudergezinnen? Dit moet eerst worden onderzocht als men het probleem wil aanpakken en oplossen. Effecten van armoede op kinderen Stichting De Vonk, instelling voor Katholiek Maatschappelijk Activeringswerk in Brabant en Zeeland , doet al tien jaar onderzoek naar de gevolgen van armoede voor kinderen. Volgens De Vonk heeft armoede invloed op vier onderling samenhangende aspecten van de ontwikkeling van het kind: a. De gezondheid b. De maatschappelijke participatie c. De sociaal emotionele ontwikkeling d. De toekomstmogelijkheden. Kinderen die opgroeien in armoede worden beperkt in de sfeer van sociale participatie. Dit kan doorwerken in hun volwassen leven en leiden tot meer sociale uitsluiting, een lager opleidingsniveau en minder kansen op de arbeidsmarkt. Daarnaast zijn arme kinderen vaker ongezonder dan kinderen uit welvarende gezinnen. Ook als volwassene zijn zij vaker ongezond. De gezondheidsproblemen belemmeren opleidings- en werkkansen en leiden daarom tot een hogere armoede. Het ene aspect houdt nauw verband met het andere. Zorg of optimisme Volgens een onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) hebben kinderen die in armoede leven twee keer meer kans om ook als volwassene onder de armoedegrens te komen. Hoe langer kinderen in armoede leven, hoe meer risico’s ze hebben om later ook arm te zijn. Maar er is ook een reden voor optimisme. Zo’n 93% van de kinderen die in armoede opgroeit, behoort op volwassen leeftijd zelf niet meer tot de minima. De meeste kinderen die opgroeien in armoede weten zich daar op latere leeftijd aan te ontworstelen.