Door redactie op woensdag 29 mei 2013
De transport en logistiek sector in Tilburg is ‘booming’. Dit ondanks de moeilijke tijden die de transport en logistiek sector op dit moment doormaakt. In Tilburg, het Transport en Logistieke ‘kruispunt’ van Nederland, blijft de sector komende jaren groeien met toenemende werkgelegenheid en ontplooiingskansen. Florent Claassen, geen Antilliaan maar wel fan van Bonaire, is directeur van Claassen Transport en Logistiek en tevens voorzitter van de Platform Transport en Logistiek regio Tilburg. Hij leidt ons rond door zijn bedrijf en de op- en overslagruimten. In dit nieuwe complex is veel aandacht besteed aan leefklimaat, energieconsumptie en duurzaamheid. Mooie toekomstperspectieven Claassen praat vol vuur over zijn sector en is positief over de toekomstperspectieven voor de Transport en Logistiek (T&L)-sector in Tilburg. Hij wijst op de innovatieve kracht en professionalisering van de sector. Het beeld van noeste arbeid en slechte arbeidsomstandigheden ligt volgens hem ver in het verleden. Werk van chauffeurs aangenaam Moderne vrachtwagens met luxe cabines vol met moderne en slimme instrumenten maken het werk van de chauffeurs aangenaam. Innovatieve hulpmiddelen maken het laden en lossen van vrachtwagens snel en gemakkelijk. De op- en overslagruimten zijn tegenwoordig aangenaam en schoon. Discipline en motivatie De Transport en Logistieke sector is een tijdkritische sector. ‘Tijd is geld’ geldt in deze sector meer dan in andere sectoren. Alles moet goed op elkaar worden afgestemd. Werken in de T&L-sector betekent dan ook veel discipline en motivatie. Werkmentaliteit Over de werkmentaliteit van de huidige generatie is Claassen gematigd positief. Hij maakt vaak mee dat jongeren te laat op het werk verschijnen of soms helemaal niet meer komen opdagen. Daarnaast zegt hij, zonder te willen generaliseren, dat sommige een laag arbeidsethos hebben. Hij zegt: “Ik ben zelf ook jong geweest en besef dat deze jongeren af en toe verzuimen hun verantwoordelijkheid te nemen. Daar kan ik mee leven. Maar te vaak zie ik dat het volledig uit te hand loopt. Ze claimen hun rechten maar vergeten dat ze plichten hebben naar hun werkgever en collega’s. Maar als je serieus wil werken in een van de mooiste sectoren in Tilburg zijn er volop kansen”. Platform Transport & Logistiek Florent Claassen is naast directeur van zijn bedrijf ook voorzitter van het Platform Transport & Logistiek Tilburg. Een initiatief van onderwijs, overheid, kenniscentrum VTL en logistieke ondernemers uit de regio Tilburg. Zij hebben hun krachten gebundeld om een aantal doelen te bereiken: · Verbeteren van het imago van Transport & Logistiek sector; · Regio Tilburg als logistiek hotspot op de kaart houden; · Het jaarlijks organiseren van een Logistieke dag; · Transport & Logistiek onder de aandacht brengen van jongeren. 2 juni open dag Wil je de transport en logistieke bedrijven in Tilburg met eigen ogen zien en ervaren wat het is om hier te werken? Op 2 juni wordt de dag van Transport en Logistiek in Tilburg georganiseerd. 52 bedrijven presenteren zich van 11:00 – 16:00 op industrieterrein de Katsbogten. Meer informatie Meer weten over de T&L-sector? Kijk voor leuke filmpjes op de site van Transport en Logistiek Tilburg. ROC Tilburg biedt ook een MBO opleiding Transport en Logistiek.
Door redactie op zondag 12 mei 2013
Het bestrijden van overgewicht bij jongeren is één van de speerpunten in het Tilburgse gezondheidsbeleid. Dat zegt wethouder Marjo Frenk in de Tilburgse Koerier van 2 mei. Daarom wil zij gezond gewicht onder jongeren stimuleren en de aanpak van overgewicht versterken. Dat doet ze door aan te sluiten bij het landelijk initiatief Jongeren Op Gezond Gewicht (JOGG). De wethouder wil overgewicht bij jongeren wijkgericht aanpakken. Want de ene wijk is de andere niet. Verschillen in typen bewoners of inrichting van de wijk vragen om een verschillende aanpak. Daarbij zijn altijd meerdere partijen betrokken: GGD, scholen, ouders, Centra voor Jeugd en Gezin, en sportverenigingen. De kunst is om tot een vorm van samenwerking te komen die tot synergie leidt. Overgewicht is belangrijk volksgezondheidsprobleem De afgelopen twintig jaar is het aantal kinderen met overgewicht verdubbeld. Intussen is ruim 14 procent van de jongens en 17 procent van de meisjes tussen 4 en 15 jaar te zwaar. De verwachting is dat dit aantal de komende jaren zal toenemen. Ongeveer 3 procent van de kinderen en jongeren heeft ernstig overgewicht (obesitas). Landelijk zijn er dus meer dan 360.000 kinderen te zwaar, en zijn er bijna 75.000 kinderen met ernstig overgewicht. Daarom is preventie belangrijk. Meerdere oorzaken voor overgewicht De belangrijkste oorzaken van overgewicht en zwaarlijvigheid bij kinderen zijn niet eenduidig. Het gaat vaak om een combinatie van een aantal aspecten, zoals voeding en slechte eetgewoonte, gebrek aan lichaamsbeweging, genetische aanleg en negatieve invloeden van de sociaal-economische omgeving. Overgewicht bij kinderen nu leidt later tot gezondheidsproblemen Overgewicht en obesitas op jonge leeftijd heeft niet alleen gevolgen voor het uiterlijk. Bijna 80 procent van de kinderen met overgewicht heeft er op volwassen leeftijd nog steeds last van. Dit kan leiden tot gezondheidsproblemen zoals een te hoog cholesterol gehalte of hart- en vaatziekten. Maar ook op jonge leeftijd kan een kind met overgewicht al te maken krijgen met diabetes en gewrichtsklachten. De gezondheidsrisico’s lopen op naarmate iemand langer te dik is. Antilliaanse en Arubaanse kinderen vaak te dik Uit onderzoek blijkt dat overgewicht en obesitas onder allochtone kinderen veel meer voorkomt dan bij autochtone kinderen. Vooral bij kinderen van Turkse en Marokkaanse afkomst. Antilliaanse en Arubaanse kinderen zijn ook vaak te dik. Maar dat is nooit specifiek gemeten zodat er geen cijfermateriaal beschikbaar is. Obesitas en overgewicht bij kinderen op Aruba en Bonaire De Arubaanse minister van gezondheidzorg en sport, Richard Visser, is een van de voortrekkers in de wereld als het gaat om obesitas bij kinderen. Hij deed onderzoek naar obesitas onder kinderen op Aruba en Bonaire. Hij constateerde dat obesitas onder Arubaanse kinderen hoger was dan onder Bonairiaanse kinderen. Een van de redenen is dat Aruba relatief meer fasfoodrestaurants heeft dan Bonaire. Richard Visser: “Maar het onderzoek bewijst dat overgewicht niet alleen met fastfoodketens te maken heeft. De ketens versnellen het wel, maar het zijn vooral de lifestyle-ideeën die geïmporteerd worden door reclame die voor overgewicht zorgen.” Richard Visser is vastbesloten om de overgewichtproblematiek in de wereld en op Aruba in het bijzonder aan te pakken. Dit heeft geleid tot de ‘Aruba Declaration on Obesity.’
Door redactie op zondag 12 mei 2013
De Gemeente Tilburg heeft verschillende regelingen voor mensen met een minimuminkomen. Veel Tilburgers met een laag inkomen laten echter nog veel geld liggen doordat ze geen gebruik maken van de minima-regelingen. Dat is jammer. Het kan ze net een zetje geven om zich prettiger of beter te voelen. Volgens wethouder Auke Blaauwbroek van Armoedebeleid laten ook Antilliaanse en Arubaanse Tilburgers met een minimum inkomen geld liggen. Ze doen om uiteenlopende redenen geen beroep op het geld dat de gemeente voor hen heeft gereserveerd. Gevolg hiervan is dat veel financiële mogelijkheden onbenut blijven voor hen die het juist hard nodig hebben. Denk aan mensen met een uitkering of laag inkomen, alleenstaande ouders met schoolgaande kinderen, ouderen met een klein pensioentje of alleen AOW, etc. Redenen waarom minima geen gebruik maken van de minimaregelingen In november hield BAAT een bijeenkomst met een deel van de achterban waarbij de vraag centraal stond waarom Antilliaanse en Arubaanse minima geen gebruik maken van de inkomenondersteunende regelingen. Tijdens deze bijeenkomst kwamen een aantal redenen naar voren. 1. Veel mensen weten niet waar ze recht op hebben. Ze kennen die regelingen niet en kunnen slecht de weg vinden in het oerwoud van gemeentelijke regelingen om hun inkomen aan te vullen.     2. Er is een grote groep die denkt niet voor de regelingen in aanmerking te komen. 3. Mensen willen niet afhankelijk zijn van de gemeente. 4. Mensen laten zich afschrikken door de verwachte papieren rompslomp bij de aanvraag.     5. Mensen schamen zich en zijn te trots om zich publiekelijk aan te melden voor gemeentelijke voorzieningen. Gebruikersvriendelijke website ’Bereken uw recht’ De gemeente Tilburg heeft een gebruikersvriendelijke website ‘berekenuwrecht.nl’. Daarop kunnen Tilburgers kijken of ze in aanmerking komen voor een gemeentelijke vergoeding. De website is vooral bedoeld voor Tilburgers die op basis van hun lage inkomen en vermogen in aanmerking komen voor een financiële vergoeding van de gemeente. Uiteraard kunnen ook familieleden, kennissen en medewerkers van hulpverleningsorganisaties op de site testen of iemand in aanmerking komt voor een vergoeding. Laat geen geld liggen BAAT roept Antilliaanse en Arubaanse minima op om geen geld te laten liggen waar ze recht op hebben. Maak gebruik van de inkomensondersteunende regelingen, en wees geen dief van je eigen portemonnee. Laat geen geld liggen dat voor jou gereserveerd is.
Door redactie op dinsdag 7 mei 2013
Op Bonaire wordt in het dorp Rincon ieder jaar ‘Dia di Rincon’ gevierd. Het dorp wordt dan omgetoverd tot één grote dansvloer. Ook in Nederland komen Bonairianen uit alle windstreken op Hemelvaartsdag naar Tilburg om ‘Dia de Rincon’ te vieren. Dit jaar organiseert Stichting Rincolanda op donderdag 9 mei (Hemelvaartsdag) voor de tiende keer de ‘Dia di Rincon’. Uit Bonaire komt de topformatie Foyan Boyz. Verder treden op: Cache Royale, Morotin en Rundan. En uiteraard ontbreekt het lekkere eten niet. Het feest is van 15.00 tot 24,00 uur in Bosvreugd, Reeshofdijk 12, 5044 VB Tilburg. De entree bedraagt € 15,00 voor volwassenen en € 5,00 voor kinderen tot 12 jaar. De Koninginnedag van Bonaire Op Bonaire wordt ‘Dia di Rincon’ op 30 april gevierd. Het wordt daarom de Koninginnedag van Bonaire genoemd. Dit jaar vierde Bonaire het feest al voor de vijfentwintigste keer. Op deze dag laten de bewoners van Rincon hun cultuur, hun tradities en hun geschiedenis zien. Duizenden mensen bezoeken het dorpje. Ze komen niet alleen van Bonaire maar ook uit andere Antilliaanse eilanden en zelfs uit Nederland. Dansen, eten en drinken Tijdens ‘Dia di Rincon’ op Bonaire schuiven en swingen muzikanten en dansers in traditionele kleren door de straten op het bekende en opzwepende ritme van het traditionele oogstfeestlied Remailo. Vanuit de verschillende eetstalletjes zijn de geuren van de lokale gerechten op afstand te ruiken. En uiteraard wordt al dit eten ‘weggespoeld‘. ‘Dia di Rincon’ in Nederland In Nederland is de opzet iets anders; het gaat meer om elkaar in een bepaalde sfeer te ontmoeten en met elkaar samen te zijn. Wat natuurlijk niet wegneemt ook men ook hier snel de dansvloer en eetkraampjes opzoekt om te dansen op de swingende muziek en om te genieten van het lekkere eten en de fijne snacks en hapjes.
Door redactie op woensdag 3 april 2013
Het Sociaal Cultureel Planbureau deed onderzoek naar de sociaal-culturele positie van de vier grootste migrantengroepen in Nederland. Antillianen, Surinamers, Marokkanen en Turken. Wij waren benieuwd hoe de Antillianen uit dit onderzoek komen. Antillianen voelen zich thuis in Nederland, maar blijven zich tegelijkertijd ook Antilliaan voelen. Bijna driekwart (72 procent) van de Antillianen in Nederland voelt zich er ook echt thuis. 32 procent van de Antillianen voelt zich vooral Nederlander en 36 procent voelt zich meer Antilliaan. De rest voelt zich allebei. Cijfer voor Nederland: 6,7 Antillianen in Nederland geven Nederland als rapportcijfer een 6,7. Dat is zelfs iets hoger dan autochtone Nederlanders die een 6,5 geven. Veel contact met Nederlanders Antillianen in Nederland hebben veel contact met Nederlanders, ook in hun vriendenkring en vrije tijd. Antillianen hebben meer contact met autochtone Nederlanders dan de andere migrantengroepen. Slechts 15 procent heeft bijna geen contact met autochtone Nederlanders. 38 procent van de Antillianen in Nederland zegt zelfs meer contact te hebben met autochtone Nederlanders (39 procent) dan met de andere Antillianen (30 procent). De rest zegt met beide groepen evenveel contact te hebben. Ook contact met andere migrantengroepen Antillianen in Nederland hebben ook veel contact met andere migrantengroepen, zoals Surinamers, Marokkanen en Turken. Een derde geeft aan ‘vaak’ contact met andere groepen te hebben. Slechts een kwart heeft geen contact met andere groepen. Contact met familie overzee Contact met familie overzee is er veel. Meer dan de helft van de Antillianen in Nederland heeft ‘veel ’ contact, 37 procent ‘soms’ met familieleden. Bijna een tiende van de mensen (9 procent) bezit zelf een huis op de Antillen. Gemengd huwelijk 92 procent van de Antillianen in Nederland staat open voor een gemengd huwelijk. Slechts 2 procent ziet dit als iets vervelends. In vergelijking: 60 procent van de autochtone Nederlanders staat open voor een gemengd huwelijk, 20 procent heeft hier moeite mee. In 2010 was 40 procent van de Antillianen getrouwd met een autochtone partner. Weinig persoonlijke discriminatie Een kleine minderheid van de Antillianen in Nederland voelt zich persoonlijk wel eens gediscrimineerd. 30 procent zegt dit af en toe’ te ondervinden, 13 procent ‘vaak tot zeer vaak’. 57 procent zegt daar ‘(bijna) nooit’ last van te hebben. De eerste generatie Antillianen voelt zich meer gediscrimineerd dan de tweede generatie, die meer geïntegreerd is in Nederland. Hoogopgeleide Antillianen hebben het minst last van discriminatie, zo meldt het onderzoek. Discriminatie algemeen Antillianen in Nederland denken overigens dat zij zelf minder last hebben van discriminatie dan allochtonen in het algemeen. Uit het onderzoek blijkt dat ze denken dat slechts 13 procent van de allochtonen (bijna) nooit last heeft van discriminatie. 50 procent denkt dat allochtonen af en toe gediscrimineerd worden en 36 procent vaak tot zeer vaak. Die percentages zijn vergelijkbaar met de mening van Surinamers. Marokkanen en Turken vinden dat er minder discriminatie is. Discriminatie neemt wel toe Voor alle groepen geldt dat er meer discriminatie is ten opzichte van metingen in 2002 en 2006. Vooral in het openbaar (67 procent) ondervinden Antillianen last van discriminatie, gevolgd door de werkplek (37 procent) en bij het vinden van een baan (30 procent). Slechte naam Ondanks dat Antillianen zich thuis voelen in Nederland hebben zij de laatste jaren een slechtere naam gekregen. Volgens het onderzoek zijn hiervoor twee redenen: de komst van relatief veel kansarme Antillianen naar Nederland midden jaren negentig en de criminaliteitscijfers.
Door redactie op woensdag 27 maart 2013
Op Tweede paasdag is Curaçao elk jaar in de ban van het oogstfeest, de Seú. Maar ook in Tilburg wordt het oogstfeest gevierd. Vier het mee op maandag 1 april in de Kruidenbuurt in Tilburg. Daar organiseert de Antilliaanse Arubaanse werkgroep Antaru voor de zevende keer het oogstfeest. De optocht begint om 13:30 uur in de Umberstraat en eindigt om 16:00 uur. Daarna zijn er tot 19:00 uur verschillende festiviteiten in Winkelcentrum Paletplein. Bedanken voor de goede oogst Het oogstfeest was vroeger voor de slaven een manier om te bedanken voor de goede oogst. Het binnenhalen van de maïsoogst ging gepaard met muziek, dans en zang. Nadat de maïs was gesneden, trok men al dansend en zingend in optocht naar de schuur. De liederen die werden gezongen, zijn van geslacht tot geslacht overgeleverd. Zingen en dansen op ritmes van vroeger Sinds 1976 wordt dit feest jaarlijks op Tweede paasdag gevierd. Het is een van de belangrijkste culturele manifestatie op Curaçao. Een lange stoet Antillianen in prachtige klederdracht trekt al zingend en dansend op de ritmes uit vervlogen tijden door de straten van Curaçao. Op Bonaire wordt het oogstfeest ook gevierd maar daar heet het de Simadan. Genieten zonder naar Curaçao te reizen Ook in Tilburg wordt het feest dus gevierd. De deelnemers willen de traditie in ere houden en de cultuur uitdragen naar anderen. Ze voelen zich weer even ‘thuis’ als ze in hun folkloristische kleren in de optocht lopen. Iedereen is van harte welkom om mee te doen. Zowel in de optocht als langs de kant van de route waar je kunt meegenieten. Zo kan iedereen proeven van het Curaçaos cultureel erfgoed, identiteit en nostalgie. Het is heerlijk ontspannen genieten van een bijzonder amusement zonder dat je helemaal naar Curaçao hoeft af te reizen.
Door Carmon op woensdag 27 maart 2013
Vijftien Antilliaanse jongeren uit Tilburg wilden een positieve verandering in hun persoonlijke omstandigheden. Ze werden daarbij begeleid door Direkshon, een project van SMO-Traverse Tilburg. Nadat ze een succesvol traject van anderhalf jaar doorliepen om hun doel te bereiken, ontvingen de jongeren een certificaat. De jongeren sloten hun traject officieel af op 21 maart tijdens een bijeenkomst waar de Gevolmachtigde Minister Roy Pieters en wethouder Marieke Moorman van Jeugdzaken als speciale gasten aanwezig waren. Weinig steun vanuit de thuissituatie Er is een groep Antilliaanse en Arubaanse jongeren tussen 16 en 25 jaar die problemen heeft met het opbouwen van een zelfstandig bestaan in de Tilburgse samenleving. Omdat er vaak niet voldoende steun is vanuit de thuissituatie, moeten ze zelf hun weg zien te vinden. Goede huisvesting ontbreekt en dat is juist één van de struikelblokken voor een goede integratie. Ook het ontbreken van zinvolle dagbesteding in de vorm van werk of opleiding, is vaak funest voor deze jongeren. Hulp bij vinden van werk of opleiding Het project Direkshon bestaat al tien jaar, en is speciaal voor Tilburgse Antilliaanse jongeren die dreigen te ontsporen. De jongeren krijgen via Direkshon woonruimte en hulp bij schuldsanering, het vinden van werk of het starten van een opleiding. Tijdens de intakegesprekken maken de begeleiders harde afspraken met de jongeren over de doelen die ze willen bereiken. Een van de belangrijkste vereisten om door Direkshon te worden begeleid is dat de jongeren zelf gemotiveerd zijn om hun problemen op te lossen en hun leven op orde te krijgen. Vrijwilligers zijn ‘tweede ouder’ De mentoren van de jongeren zijn vrijwilligers, afkomstig uit de Antilliaanse gemeenschap in Tilburg. Zij hebben een belangrijke rol in het project. Delilah Eugenio is een van die vrijwillige mentoren. Er komt veel bij het mentorschap kijken, vindt hij. “Je bent een soort tweede ouder voor de jongeren. Je gebruikt je eigen positieve levenservaringen om jongeren waarde en normen bij te brengen. Vaak zijn de jongeren door nare ervaringen of gebeurtenissen zo heftig in hun persoonlijkheid getast dat ze alles negatief interpreteren. Door er een andere draai aan te geven en je eigen ervaringen met ze te delen, krijgt een jongere een andere kijk op de wereld om zich heen.“ Jongeren groeien naar zelfstandigheid Projectcoördinator Jair Vives sloot de avond af. “Ieder van deze jongeren heeft een bijzonder verhaal”, zei hij. “We hebben deze jongeren zien groeien naar zelfstandigheid. We hebben het vertrouwen dat het verder goed met ze zal gaan in de Nederlandse samenleving. Wij zijn als begeleiders ontzettend trots op hen, en wensen ze veel succes in hun verdere leven.” Foto: Nico van der Ven
Door redactie op zondag 24 maart 2013
Tijdens de World Baseball Classic dagen laaide de discussie weer op. Spreken we over het Curaçaos honkbalteam of over het Nederlands honkbalteam? Jeroen Baldwin geeft op BAAT013.nl. zijn visie. BAAT013.nl is heel blij met dit ingezonden stuk en nodigt iedereen uit om via onze website hun mening, visie of verhaal te laten horen. Jeroen Baldwin is een Tilburger die op Curaçao woont en werkt. Hij is sportverslaggever van de Amigoe, een Nederlandstalige krant op Curaçao. Zie hieronder het ingezonden stuk. Puntertje Koninkrijk Ik kreeg laatst een vraag van een collega. “Waarom heb je het toch steeds over Koninkrijkshonkbalteam?”, vroeg ze. Ik antwoordde dat het puur op basis van emoties is. Op gevoel. Dat ik niet weet of het juridisch wel klopt, maar dat ik gewoon een standpunt inneem en dat door middel van herhaling in de hoofden van de lezers probeer te prenten, dat standpunt. Ik sta daar redelijk alleen in, geloof ik. Slechts de voorzitter van de Federashon di Beisbol Kòrsou (Febeko) zal begrijpen wat ik bedoel en hij – Thakaidzwa Doran – zal vast minzaam glimlachen als hij dit leest. Gelukkig worden we in de rug gedekt door de organisatie van de World Baseball Classic, want hoe wordt het Koninkrijksteam (in Nederland steevast Nederlands honkbalteam of Oranje genoemd) op de officiële website van de WBC genoemd? Kingdom of the Netherlands... Gelukkig. Want welbeschouwd is het zo. Hier op Curaçao zeggen ze dat het eigenlijk het Curaçaose nationale team is, aangevuld met een paar Europese Nederlanders. Daar is wat voor te zeggen. Nederland is Curaçao in het honkbal. Zo simpel is het, als je er puur getalsmatig naar kijkt. De Koninkrijksselectie bestaat voor het leeuwendeel uit honkballers die op Curaçao zijn geboren of van Curaçaose origine zijn, waar het zijn vader of moeder betreft. Geweldig. Toch? Vind ik wel. Het Koninkrijksteam zou als voorbeeld moeten gelden voor de wijze waarop we binnen het Koninkrijk der Nederlanden met elkaar om moeten gaan. We moeten het samen doen en áls we het samen doen, dan komen er ook mooie resultaten uit voort. Op alle gebied, daarvan ben ík in elk geval overtuigd en mét mij in elk geval Thakaidzwa Doran. In Nederland beseffen ze het ook niet, hoor. Daar spreken ze rustig over het Nederlandse honkbalteam. Het klopt niet in theorie én niet in de praktijk. Oranje vind ik dan al een stuk beter klinken, want Oranje (lees: het Koningshuis) wordt op Curaçao wél gewaardeerd. Maar Nederlands team, nee dat is niet goed. Daarom: laten we het over het Koninkrijksteam hebben, want dat is het. Met overwegend Curaçaose spelers en Nederlandse faciliteiten. Die twee dingen samengevoegd hebben een wereldtitel opgeleverd. En dat smaakt naar meer, op veler gebied.
Door redactie op woensdag 20 maart 2013
 Volgens het Ministerie van OC&W is het aantal voortijdig schoolverlaters in Nederland opnieuw is gedaald; dit jaar met zes procent. Ook ROC Tilburg heeft door een intensieve en resultaatgerichte aanpak voortijdige schooluitval bij haar leerlingen met succes weten te bestrijden. Tussen 2005 en 2010 waren de Antillianen en Arubanen zowel landelijk als in Tilburg oververtegenwoordigd voor wat betreft voortijdig schoolverlaten. Het aantal Antilliaanse en Arubaanse jongeren (18–23 jaar) dat in Tilburg zonder startkwalificatie de school verliet was veel hoger dan het algemeen stedelijk gemiddelde: 8,7 procent tegen 4,3 procent. Antilliaanse/Arubaanse jongeren volgen de trend Voor BAAT waren de cijfers aanleiding om het ROC te vragen of er ook bij de Antilliaanse en Arubaanse jongeren op het ROC een daling van het voortijdig schoolverlaten was. Inderdaad bleek dat de Antilliaanse/Arubaanse jongeren op het ROC de landelijke trend volgen. Wie is een voortijdige schoolverlater? Jongeren tot 23 jaar die geen startkwalificatie hebben en niet meer op school komen, worden door de school bij de gemeente aangemeld als voortijdig schoolverlater. Een startkwalificatie is het minimale onderwijsniveau dat nodig is om een baan te vinden. Het gaat om een diploma havo, vwo of mbo (niveau 2, 3 of 4). Een vmbo-diploma geeft weliswaar toegang tot het mbo, maar wordt niet als startkwalificatie beschouwd. Belang startkwalificatie Voor een groot deel van de jongeren zonder startkwalificatie is het vooruitzicht dat zij langer werkzoekend zijn en minder kans hebben op een baan. Ook veroveren ze een minder goede positie op de arbeidsmarkt, stromen niet gemakkelijk door naar een betere baan met een beter inkomen, en hebben een hogere kans om in de criminaliteit te belanden. Redenen genoeg om het probleem van voortijdig schoolverlaten serieus aan te pakken. Positief BAAT vindt het positief dat steeds meer Antilliaanse en Arubaanse jongeren een startkwalificatie halen en hoopt dat deze ontwikkeling zich door blijft zetten. Zeker in deze moeilijke economische tijden is dat een belangrijke voorwaarde om je kansen op de arbeidsmarkt te vergroten.
Door redactie op woensdag 13 maart 2013
Op 17 maart organiseert de bibliotheek Midden-Brabant in samenwerking met het Peerke Donders Paviljoen een combinatieprogramma rond het thema van de Boekenweek van dit jaar; Gouden tijden , zwarte bladzijden. Het programma bestaat uit een rondleiding door de tentoonstelling in het Peerke Donders Paviljoen en twee lezingen in de Bibliotheek Tilburg Centrum. Gouden Tijden, Zwarte Bladzijden gaat over roemrijke perioden en schaduwkanten van de geschiedenis van de Lage Landen. Voorbeelden van dit 'belast erfgoed' zijn onder andere de verhalen over het koloniale verleden in Suriname en Curaçao. Op 17 maart komen nuances en dilemma’s dan ook aan bod in de tentoonstelling Zielenzorg & Zielenmoord in het Peerke Donders Paviljoen en in lezingen van de auteurs Cynthia Mc Leod en Eardly van der Geld. Programma Om 13.00 uur start de rondleiding bij de tentoonstelling Zielenzorg & Zielenmoord in het Peerke Donders Paviljoen. De lezingen zijn tussen 14.30 en 16.30 uur in de Bibliotheek Tilburg Centrum. Twee lezingen door de auteurs Cynthia Mc Leod (Hoe duur was de suiker?) en Eardly van der Geld (Curaçaos bloed) in de Bibliotheek Tilburg Centrum. De Bibliotheek Midden Btrabant nodigt mensen uit deel te nemen aan het programma waarbij eerst de tentoonstelling en daarna de lezingen bezocht worden. Tentoonstelling Zielenzorg & Zielenmoord Missionaris Peerke Donders verbleef gedurende de 19e eeuw in Suriname om zo veel mogelijk mensen zijn geloof te brengen, om hen te dopen en hun zielen te winnen. Peerke sprak daarbij zijn afschuw uit over de mishandeling van slaven. In het Peerke Donders Paviljoen staan de getuigenissen naast elkaar: wat schreef de Tilburgse zielzorger over de slavernij en welke verhalen vertelden de slaafgemaakten? Hoe duur was de suiker? De Surinaamse schrijfster Cynthia Mc Leod (1938) werd op slag beroemd met haar debuutroman Hoe duur was de suiker (1987) waarin zij vertelt over de suikercultuur in de 18e eeuw. Voor veel mensen blijkt het boek een eyeopener, want hoewel iedereen het globale verhaal kent over de Surinaamse kolonie en de Nederlandse gouverneurs heeft niemand een idee hoe het dagelijkse leven er in de slaventijd uitzag. Vaak wordt gedacht in termen van blank en zwart maar er is meer sprake van een culturele diversiteit. Curaçaos bloed 'Niet alleen de slavernij op Suriname behoeft aandacht', zo vindt Goirlenaar Eardly van der Geld (1958) die al jaren ijvert voor maatschappelijke en economische verheffing van de Antilliaanse doelgroep. Van der Geld werd geboren op Curaçao en groeide later op in Suriname. Historisch besef is volgens hem cruciaal voor de broodnodige integratie in Nederland en eind 2012 schreef Van der Geld dan ook zijn boek Curaçaos Bloed, dat gaat over integratie en tolerantie en hoe rolpatronen uit de slaventijd daar nog steeds invloed op uitoefenen Aanmelden Aanmelden voor de tentoonstelling en de lezingen kan via boekenweek@bibliotheekmb.nl.