Door redactie op woensdag 4 juli 2018
"Antillianen zijn het vaakst verdacht." Het is zomaar een krantenkop, zoals Antillianen wel vaker negatief in het nieuws komen. Als je niet beter zou weten zou je denken dat het woord Antillianen synoniem staat voor schorriemorrie. Het beeld bestaat in Nederland dat Antillianen luie criminelen zijn. Geert Wilders is ze dan ook liever kwijt dan rijk: "We willen afscheid nemen van de Antillen. Wij gunnen de eilanden volledige soevereiniteit, hoe eerder hoe beter." Als de eilandbewoners zich vol willen proppen met verdovende middelen is dat prima. Maar dan wel op de Antillen. Hier zijn ze niet welkom. Behalve als ze getalenteerd zijn. Dan zijn namelijk wel welkom, zoals dat ook geldt voor andere bevolkingsgroepen. Neem profvoetballer Adam Maher. Die moest kiezen tussen het Marokkaanse en Nederlandse voetbalelftal. Hij koos voor Oranje. Terecht volgens verschillende wijsneuzen, want hij was hier immers opgegroeid. Een argument dat ineens niet meer van relevantie is wanneer Maher een uitkeringstrekkende scootersleutelaar was geweest. Antilliaanse topsporters hoeven niet te kiezen. Hun land hield namelijk in 2010 op te bestaan. Internationale sportbonden besloten daarop het lidmaatschap van de Nederlandse Antillen te beëindigen. Indien sporters nog wilden participeren aan toernooien kon dat (voorlopig) alleen nog maar onder de Nederlandse vlag. En zo gebeurde het dat wereldwijd vier miljard mensen keken naar een man in een oranje pakje bij de 100 meter sprintfinale. De eerste Nederlander in de finale van het koningsnummer sinds Tinus Osendarp in 1936 Zijn naam? Churandy Martina. Voor het grote Nederlandse publiek was hij de grote onbekende. Merkwaardig. Het is namelijk al zijn derde deelname aan de Olympische Spelen. Hij won zelfs al eens een zilveren medaille. Of nee, toch niet. Wacht. Toch wel. In de finale van de 200 meter in Beijing, het onderdeel waarop hij ook vanavond uitkomt, werd hij tweede achter de ongenaakbare Usain Bolt. Erg lang kon hij echter niet genieten van zijn resultaat. De Verenigde Staten diende namelijk een protest in, omdat Martina met zijn voet de binnenste baanlijn passeerde. En dat mag niet. De jury diskwalificeerde Martina. De boze Antilliaanse bond spande een arbitragezaak aan bij het CAS. Hun verweer was dat de Amerikanen hun protest te laat hadden ingediend. U leest het goed. Antillianen die ophef maken over niet op tijd zijn. Het zal u dan ook niet verbazen dat de Antillianen hun zaak kansloos verloren. Toch kreeg Martina zijn medaille. Amerikaan Shawn Crawford, opgeschoven naar de tweede plaats vanwege de diskwalificatie van Martina, wilde zo niet winnen en overhandigde hem zijn zilveren medaille. De goedlachse Martina bewijst dat het snel kan gaan. Letterlijk. Niet al te lang geleden was hij zo’n Antilliaan. Tegenwoordig is hij onze Nederlandse held. Hij is blij omdat de Nederlanders blij zijn, en de Nederlanders zijn blij omdat hij blij is. Hij kreeg het voor elkaar om Antillianen voor de verandering eens niet direct met bolletjesslikkers te associëren. Hij maakte van lui relaxed. Heel Nederland zal hem vanavond aanmoedigen. Dat moet de eerst bejubelde Antilliaan vleugels geven, resulterend in een welverdiende medaille. Hup Holland! Met dank aan: Johan Brinkel (http://johanbrinkel.weblog.nl) Website BAAT013 stopt ermee. Dat heb je hier kunnen lezen. We sluiten af door nog een aantal weken succesvolle artikelen uit het verleden opnieuw te plaatsen. Bovenstaand artikel verscheen dus al eerder op deze site.
Door redactie op woensdag 24 mei 2017
Feyenoord is voor het eerst sinds 1999 landskampioen (voetbal). De voetbalclub uit Rotterdam heeft over de hele wereld fans, ook op Curaçao. Een grote fan is Peter van Leeuwen. Peter heeft een lied aan zijn club en het vooral het legioen geschreven. Hieronder zijn verhaal dat op 1 mei is verschenen op www. defeijenoorder.nl. Al 22 jaar woont hij op Curaçao, al een half jaar heeft hij het lied op zak, maar nu hij op vakantie in Nederland is, is Peter van Leeuwen, apotheker en al zijn hele leven (61 jaar) Feyenoord fan, de studio ingedoken om het lied, “De Allermooiste Club”, te laten opnemen en uitbrengen. “Het is een lied voor het Legioen. De onvoorwaardelijke en eeuwige liefde voor hún club, de trots, de warmte, zoals ik dat zelf ook voel, dat zit erin”. Aan de melodie zal een mogelijk warme ontvangst niet liggen. Van Leeuwen gebruikte een van de bekendste liedjes van Creedence Clearwater Revival, “Have You Ever Seen The Rain”, uit 1970. “Een van mijn favoriete nummers en uit het jaar dat Feyenoord als eerste club de Europese en Wereldtitel won. Dat onbeschrijfelijke gevoel dat ik toen had, heb ik nog steeds. Ik vind Feyenoord de allermooiste club, met het mooiste stadion, het mooiste tenue, de mooiste supporters, en die heerlijke Rotterdamse mentaliteit. Tuurlijk moeten we kampioen worden, zoals we dat elk jaar willen, maar ook als we dat niet worden, verandert dat niets aan onze liefde voor de club. Die club zit in ons bloed en daar zijn we trots op”. Van Leeuwen was erbij toen de Europacup I op de lijnbaan in 1970 werd getoond. 6 jaar daarvoor was hij voor het eerst in die machtige Kuip geweest. Aan de hand van zijn vader zag hij ‘Feijenoord’ met 9-4 winnen van Ajax, de eeuwige rivaal. “Ja, ik heb de gouden jaren meegemaakt. En ik hoop dat die er weer aankomen. Het begin is er, want dit seizoen is toch een absoluut hoogtepunt”. Wat hem vooral deed besluiten een ode aan zijn club en het Legioen te schrijven was het gevoel dat de huidige selectie dit hele seizoen weer oproept bij de fans. “Deze selectie straalt weer van kracht en teamliefde. Er staan persoonlijkheden in het veld, mooie koppen, technisch begaafde spelers en af en toe met magistraal voetbal. Ze hebben alles voor elkaar over. Ik was erbij toen Manchester in de Kuip verslagen werd. De sfeer bracht mij terug naar de gouden jaren met Willem van Hanegem en Coen Moulijn. Ik gloeide van trots en om mij heen werd er geklapt en gehuild tegelijk. Dát doet Feyenoord met je, en deze selectie heeft een ongekende band met het publiek. Het zijn eerlijke harde werkers, maar ook begaafde voetballers, en echte Feyenoorders. Geen kapsones, gewoon blij dat ze voor dit mooie publiek mogen spelen”. Het lied zal vooral ook de oudere supporters aanspreken. Het lied loopt als een trein en verwijst ook naar de bekende Feyenoordliederen als “Hand in Hand Kameraden” en “Niets is sterker dan dat ene woord”. “Ja, ik heb het een half jaar geleden geschreven en ik heb inspiratie geput uit die prachtige klassieke Feyenoord liedjes. Ik hoop dat dit ook een ‘klassieker’ wordt die tot in de eeuwigheid uit de stadionspeakers zal schallen met een Legioen dat uit volle en trotse borst meezingt. Ik heb vooral dat gevoel van liefde en trots geprobeerd weer te geven, en denk dat dat goed gelukt is. Ik hoop dat de fans dat ook vinden, daar doe ik het voor”. Van Leeuwen kwam vorige week in Nederland aan en ging meteen met zijn liedje op zoek naar iemand die het nummer zou kunnen opnemen. “Ik ging naar Radio Rijnmond en de dame aan de balie zei dat er een studio in de buurt was, Rocktown. De eigenaar daarvan, Ocki Klootwijk, was direct enthousiast en afgelopen dinsdag is het nummer in één dag opgenomen met professionele muzikanten. De sfeer in de studio was geweldig, en dat hoor je terug. Ocki heeft die sfeer magistraal in de groeven geslingerd. Een topprestatie die bij het lied past”. Van Leeuwen is overigens geen onbekende op Curaçao en in Nederland. Hij richtte in 2001 de Stichting Schoon Milieu Op Curaçao (SMOC) op. Met SMOC strijdt hij tegen de luchtvervuiling van de raffinaderij op het eiland. Naast met succes gevoerde rechtszaken verscheen hij in Nederland in tv-programma’s als Zembla en Brandpunt, en haalde hij ook regelmatig de Nederlandse grote dagbladen en radiostations. Hij is een bekende bij de ministers van Koninkrijksrelaties (nu Ronald Plasterk), bij Eerste en Tweede Kamerleden en had de eer om (voormalig) Koningin Beatrix, Prins Willem Alexander en Prinses Maxima te ontmoeten op Curaçao. In 2013 ontving Van Leeuwen een Koninklijke Onderscheiding. Ook in de muziekwereld heeft de apotheker zijn sporen nagelaten. “Muziek is mijn grote liefde, naast Feyenoord. Vanaf begin jaren zeventig is de Amerikaanse countryrock band Poco mijn grote liefde. Inmiddels kan ik de (ook voormalige) leden tot mijn vriendenkring rekenen. Ik was zelfs executive producer voor een soloalbum van de zanger/gitarist Paul Cotton. Ik heb zijn soloalbum ‘When The Coast Is Clear’ in 2004 uitgebracht op mijn label Seahorse Productions Curaçao. Ook met de oprichter van Poco, de legendarische Richie Furay (samen met Neil Young en Stephen Stills oprichter van Buffalo Springfield) is Van Leeuwen de studio in geweest. Op het album ‘Heartbeat of Love’ van Furay (2005) staat het hemelse ‘Kind Woman’, met Neil Young en Kenny Loggins als gasten. “Ja, dat zijn hoogtepunten in mijn leven. Muziek maakt je blij. De release van dit door mij geschreven Feyenoord lied is een nieuw hoogtepunt. Ik ben ontzettend trots en hoop dat het een nieuwe klassieke stadion hit wordt. Het heeft alles wat daar volgens mij voor nodig is”. Lied: DE ALLERMOOISTE CLUB Uit: www.defeijenoorder.nl
Door redactie op woensdag 9 november 2016
Het Nederlands Koninkrijksteam honkbal verblijft in november op uitnodiging van de Nippon Professional Baseball (NPB) een week lang in Japan. Op zaterdag 12 en zondag 13 november speelt Oranje een serie van twee vriendschappelijke wedstrijden tegen de nationale ploeg van Japan. Deze Samurai Japan Warm-up wedstrijden zijn een opwarmer voor de World Baseball Classic volgend jaar maart. Het Koninkrijksteam is een mix van Caribische en Nederlandse honkballers. Hoe verloopt deze samenwerking tegenwoordig en is het succesvol? Voor de Samurai Japan Warm-up wedstrijden heeft manager Hensley Meulens 28 spelers opgeroepen; 13 pitchers, 3 catchers, 8 binnenvelders en 4 buitenvelders. 18 van de 28 spelers komen van Curaçao en Aruba. Het Nederlands Honkbalteam wordt daarom Het Nederlands Koninkrijksteam genoemd of Team Kingdom of The Netherlands. In Nederland is honkbal geen topsport Honkbal is een van de meest gespeelde sporten ter wereld. In Europa is het een van de minder populaire sporten. In Nederland honkballen maar 25.000 tot 30.000 mensen en is honkbal geen topsport. Op Europees niveau doet Nederland het sinds de jaren vijftig heel goed, maar op wereldniveau moest het honkbalteam lang wachten op succes. Niet ver zoeken Robert Eenhoorn, destijds coach van het nationale honkbalteam, was naarstig op zoek naar nieuwe spelers. Ver hoefde hij niet te zoeken, want ook in de voormalige Nederlandse Antillen was er een honkbaltraditie. Deze was zelfs nog veel groter dan in Nederland zelf. Eenhoorn heeft zich actief ingezet om spelers vanuit het Caribische gebied bij het Nederlands honkbalteam te betrekken. Caribisch deel zeer succesvol Honkbal is een van de grootste sporten in het Caribische gebied, en wordt veelvuldig beoefend op de eilanden die bij het Koninkrijk der Nederlanden horen. Voor Eenhoorn een belangrijke reden om honkbaltalent ook overzee te zoeken. Verschillende Antilianen hadden al succesvol een honkbalcarrière opgebouwd in de Major League Baseball (MLB) in de Verenigde Staten, het hoogste podium dat je als speler op clubniveau kan halen. Dit was het schakeltje in de ketting dat het Nederlandse honkbalteam nog miste. Curaçao grootste leverancier Want met een ratio van één Major League-speler per 21.000 inwoners in 2014, is Curaçao het land met het in verhouding het meeste aantal Major League spelers. Even ter vergelijking, voor de Verenigde Staten is deze ratio één MLB’er per 503.000 inwoners, en voor de Dominicaanse Republiek, ook een grootmacht in het honkbal, één speler per 125.000 inwoners. Nestelen in de wereldtop De selectie van het Nederlands team is verdeeld in drie groepen: de profs uit Amerika, de Antillianen en de spelers uit de Nederlandse competitie en zo is het Koninkrijksteam ontstaan. Mede door de hulp van de Antillianen wist Nederland zich te nestelen in de wereldtop. Een tastbare prijs op dit niveau bleef echter nog uit. Op de Olympische Spelen van 2008 kon de Oranjeploeg geen potten breken en op de wereldkampioenschappen was het eindstation vaak de vierde plaats. Succes voor het Nederlands honkbalteam Tot het wereldkampioenschap honkbal in 2011 in Panama werd gehouden. Alle puzzelstukjes vielen op de juiste plek en Nederland wist de finale te behalen en kampioen te worden. In 2013 werd het Koninkrijksteam vierde bij de World Baseball Classics. Het wereldkampioenschap in 2011 is vooralsnog de enige prijs die de Oranjemannen hebben gewonnen op intercontinentaal niveau, maar dat zal hopelijk niet zo blijven. De wereldtitel heeft laten zien dat Nederland als klein honkballand in staat is om tot grote hoogtes te stijgen. Voordeel Caribisch gebied In het verleden had elk rijksdeel zijn eigen nationale team. Zo had de Nederlandse Antillen inclusief Aruba bijvoorbeeld een eigen honkbalteam. Maar in de laatste jaren spelen honkballers van Aruba en de Nederlandse Antillen vaak mee met het Nederlands honkbalteam Daardoor kan een beter team met meer sterke spelers gevormd worden voor deelname aan de internationale toernooien. Investeren in de jeugd Buiten het selecteren van spelers, wordt ook geïnvesteerd in de honkballende jeugd van Curaçao. De KNBSB is medeorganisator van de Curaçao Baseball Week, waarbij onder andere Major League-spelers clinics verzorgen voor de jeugd, coachseminars gegeven worden en Major League-clubs sturen hun scouts naar het eiland op zoek naar talent. Een mooie kans voor de jonge honkballers van Curaçao om zich in de kijker te spelen bij de grote clubs. Mooi streven In 2020 is honkbal weer een Olympische sport. De kans is ook groot dat slechts de zes beste landen ter wereld een plekje in het toernooi krijgen. Nederland staat op dit moment tiende op de wereldranglijst. Het Nederlandse honkbalteam heeft de profs uit de Cariben hard nodig om bij de laatste zes te komen. Een mooi platforms zodat de beste honkballers in het Koninkrijk der Nederlanden hun talenten kunnen laten zien. Met wel een luxeprobleem. Als land mag je maar onder één naam deelnemen aan de Olympische Spelen. En dat wordt in 2020 gewoon de naam Nederland.
Door redactie op woensdag 29 juni 2016
Op zaterdag 2 juli gaat de 103de editie van de Tour de France van start in Le Mont-Saint-Michel. Op 24 juli eindigt de Ronde van Frankrijk op de Champs-Elysée in Parijs. Drie weken koersplezier in La Douce France vormen een blij vooruitzicht voor de wielerliefhebber. In het Caribisch Nederland zijn ongetwijfeld ook liefhebbers die de Tour volgen. Maar kent Caribisch Nederland ook wielrenners voor de toekomst? Er vertrekken 198 renners voor de Tour de France. Het totale veld is samengesteld uit achttien World Tour-ploegen en vier teams met een wildcard. Onder de 198 renners bevinden zich 15 Nederlanders en 33 renners die niet afkomstig zijn van Europa. Ze komen uit Australië (8), Nieuw Zeeland( 4), Japan( 2), Zuid Afrika (3), Eritrea (2), Ethiopië (1), Canada (1), Verenigde Staten (5), Colombia (5) en Argentinië (2). De Tour de France wordt steeds mondialer. Professionele Wielrenners uit Curaçao Er zijn (nog) geen deelnemers van Caribische Nederland in de Tour de France maar er zijn wel drie (professionele) wielrenners afkomstig van Curaçao. Zij werken op dit moment aan hun carrière. Dit zijn professional Quinten Winkel en twee beloften Hillard Cijntje en Bryan van Rutten. Fietsen op Curaçao populair Rond de eeuwwisseling maakte het fietsen op Curaçao een enorme groei door. Dit kwam mede door het initiatief van Leo van Vliet met de Amstel Bright Race (later gewijzigd in de Amstel Curaçao Race). Zowel het wielrennen als mountainbiken werden erg populair. Helaas viel het doek in 2014 voor de Amstel Curaçao Race na 13 jaar. Omdat steeds meer wielerkoersen buiten Europa werden gehouden, was het voor organisator Leo van Vliet steeds lastiger om buitenlandse toppers naar het eiland te halen. Quinten Winkel: Amerikaanse ploeg Quinten Winkel (1990) is geboren en opgegroeid op Curaçao. Hij staat sinds 2015 onder contract bij de Amerikaanse ploeg Team Foundation uit New York. Het team rijdt grote wedstrijden door heel Amerika. Winkel maakte op jonge leeftijd indruk omdat het ervaren wielerprofs niet lukte om tijdens een van de Amstel Curaçao Races van hem weg te rijden. Op zijn vijftiende deed hij als kampioen van de Nederlandse Antillen mee aan de Caribische kampioenschappen in Puerto Rico. Hij won er twee keer zilver: voor de tijdrit en voor de wegwedstrijd. In 2007 en 2008 werd hij Caribisch kampioen. In 2008 vertrok hij naar Nederland voor zijn studie. Na zijn studie sloot hij het contract met het Amerikaanse team. Hillard Cijntje Hillard Cijntje (1992) is ook op Curaçao geboren. Ook hij viel op tijdens de Amstel Curaçao Races. Hillard’s avontuur begon in augustus 2009 toen hij naar Nederland verhuisde. Hij rijdt voor de club WV Noord-Holland. In augustus 2010 won hij de Caribische kampioenschappen voor junioren in Aruba. In het 2011 werd Hillard een belofte, en is hij bezig zoveel mogelijk te leren over koersen in Nederland. Bryan van Rutten Bryan (1993) is de jongste en eveneens op Curaçao geboren. Hij is sinds kort een belofte en fietst bij de wielerclub Willebrord Wil Vooruit in Brabant. Bryan studeert nog in Nederland en is bezig om veel te leren over wielerkoersen in Nederland. Wereldkampioenschappen in het Limburgse Valkenburg De drie jonge wielrenners uit Curaçao hebben samen een mooi begin gemaakt met hun carrière. In 2012 waren de wereldkampioenschappen wielrennen in het Limburgse Valkenburg. Wielrenners uit heel de wereld waren uitgerukt om hun land te vertegenwoordigen. Voor Curaçao deden Hillard Cijntje, Bryan van Rutten en Quinten Winkel mee in de categorie ‘Beloften’, speciaal voor jonge wielrenners van 18 tot en met 23 jaar. Wie weet zien we ze één van de komende jaren ook in de Tour de France?
Door redactie op woensdag 9 maart 2016
Landskampioen honkbal Curaçao Neptunus uit Rotterdam reist deze maand voor een oefenstage naar Curaçao. Daar spelen ze tussen 15 en 21 maart verschillende wedstrijden tegen lokale en Arubaanse teams. Curaçao Neptunus verblijft op uitnodiging van hoofdsponsor ‘Fundashon Bon Intenshon’, de goede doelenstichting van de Curaçaoënaar Gregory Elias uit Curaçao, een week lang op het eiland. Hier werkt de honkbalselectie van hoofdcoach Evert-Jan ’t Hoen verschillende trainingen af in de voorbereiding op het nieuwe seizoen. Oefenwedstrijden Als onderdeel van de oefenstage op Curaçao worden drie oefenwedstrijden gespeeld. Donderdag 17 maart treft Curaçao Neptunus om 20.00 uur lokale tijd de Arubaanse kampioen Marlboro Red Machine in het Tio Daou Ball Park. Twee dagen later, op zaterdag 20 maart, is op hetzelfde tijdstip en zelfde stadion het Curaçaose St. Rosa Indians de tweede tegenstander. De honkballers sluiten de oefenstage af op zondag 20 maart om 14.30 uur af. In het Heintje Kool Ballpark spelen ze een wedstrijd tegen de Curaçaose kampioen St. Maria Pirates. Clinics voor lokale Little League-teams Naast de trainingen en wedstrijden verzorgen de honkballers van de Nederlandse landskampioen op Curaçao ook clinics voor lokale Little League-teams. Zo worden twee vliegen in één klap gevangen. Druk seizoen met indirecte Curaçao promotie Voor de Rotterdamse landskampioen begint het nieuwe seizoen op donderdag 14 april tegen nieuwkomer Twins. Dit jaar verdedigt Curaçao Neptunus niet alleen de Nederlandse landstitel, maar ook de Europese clubtitel. Daarvoor reist de Rotterdamse ploeg eind mei af naar San Marino en Rimini. Naast de sportieve kant van zaken ook een mooi stukje Curaçao promotie!
Door redactie op woensdag 8 april 2015
Domino is op de voormalige Nederlandse Antillen en Aruba de nationale volksport. Het is een spel dat al eeuwenlang gespeeld wordt. Over de hele wereld populair, maar vooral in de Caribische landen en in Latijns-Amerika. Daar nemen ze het spelen van Domino heel serieus. Er wordt zelfs gespeeld om geld. Op de Nederlandse Antillen en Aruba is Domino een belangrijk tijdverdrijf. Ter ontspanning, maar tegelijkertijd wordt het bloedserieus gespeeld. Het is vooral iets voor mannen. Twee aan twee nemen ze het tegen elkaar op. De stenen kletsen hard op het tafelblad. Strategisch inzicht en bluf zijn vereiste eigenschappen. In de roman ‘Dubbelspel’ van Frank Martinus Arion wordt het spel menens, het einde is desastreus. Domino is een oud chinees spel De oorsprong van de Domino ligt rond 1100 in China. Het spel is bedacht door generaal Hung Ming. Deze generaal ontwikkelde het spel om zijn soldaten te voorzien van vermaak terwijl zij de wacht moesten houden. Zeelieden brachten het spel naar Europa. Vanuit Europa werd het spel nog verder over de wereld verspreid. Via koloniale schepen ging het spel naar Latijns-Amerika en van daaruit verder naar het Caribisch gebied. Hier wordt het spel gezien als de nationale sport, en wordt het dagelijks gespeeld. En dus zo ook op de Nederlandse Antillen, waar jong en oud, binnen en buiten, achter de dominotafel zitten. Doorgronden welke stenen de ander heeft Het spel met de witte stenen is op de Antillen een serieuze aangelegenheid voor volwassen mannen, met heuse kampioenschappen. Met koppels van twee wordt de strijd gestreden. Wie het eerst tien rondjes wint of het eerst alle stenen kwijt is, is de beste. Vooral de oudere mannen nemen het spel héél serieus. Ze turen minutenlang naar hun stenen en vervolgens naar elkaar. Met starende blikken die bijna een gat in het hoofd van de tegenstander branden, proberen ze te doorgronden welke stenen de ander heeft. Dubbelspel Domino lijkt op het eerste gezicht een heel makkelijk spelletje: gewoon een drie tegen een drie aanleggen. Maar dat is schijn. Je moet veel en snel rekenen en beredeneren wat je tegenstander en je medespeler hebben. Het is de bedoeling dat de aangelegde steen voor de opponent een last is, maar voor je teamgenoot juist niet. En wanneer de winnaar zijn winnende steen op beide zijden van het spel kan aansluiten, dan wint hij met een dubbelspel. Luidruchtig Wie denkt dat het dominospel een ingetogen, rustige activiteit is, heeft het mis. Bij Antillianen gaat het er namelijk behoorlijk temperamentvol aan toe. Stenen worden luidruchtig gehusseld, er wordt hard geroepen en de stenen worden loeihard op tafel geslagen. Praten doen de spelers echter niet en naar elkaar seinen is strafbaar. Ook al zin gekregen in een spelletje Domino? Zoek je stenen bij elkaar en lees hier nog even de spelregels.
Door redactie op woensdag 12 november 2014
De Curaçaose basketballer John Bernabela is tegenwoordig actief in het rolstoelbasketbal. Hij vertelt hier waarom dat zo belangrijk voor hem is. Op mijn 15de ben ik in aanraking gekomen met basketbal op Curaçao. Na een jaartje competitie te hebben gespeeld bij de St. Maria Hurricanes ben ik in 1998 als student naar Nederland verhuisd. Vanaf dat moment ben ik verder gegaan met competitie spelen en het spelen van straatbasketbal toernooien. Ook haalde ik mijn scheidsrechterdiploma. In april 2011 heb ik voor het laatst een competitiewedstrijd gespeeld. Daarna ben ik me gaan richten op het trainen en coachen van rolstoelbasketballers. The Black Eagles In maart 2010 werd ik benaderd door Ernie Kip, ook een goede vriend van mij. Hij vroeg me of ik interesse had om samen met hem een rolstoelbasketbalteam te gaan trainen. Zo’n uitdaging hoef je maar mij maar één keer te bieden, dus vol goede moed gingen we aan de slag met het rolstoelbasketbalteam The Black Eagles uit Rosmalen. Enie Kip heeft een eigen stichting in Tilburg waar hij mensen met een beperking in contact brengt met basketbal (rolstoelbasketbal of regulier basketbal) op een aangepaste en leuke manier. Hij begeleidt sporters en is gespecialiseerd in het laten kennismaken met basketbal vanuit de eigen kracht en mogelijkheden van het individu. Vandaar de naam Stichting Speciale Sporten (www.speciale-sporten.nl). Plezier hebben staat centraal bij ons Samen met de spelers hadden we een belangrijk doel: plezier hebben in alles wat gerelateerd is aan rolstoelbasketbal. Plezier staat centraal bij alles wat we gezamenlijk doen: trainen, wedstrijden spelen maar ook een drankje doen met elkaar na de training in de kantine. Samengevat: “mensen met een beperking sport laten beleven als een manier om met name plezier en successen te beleven en wellicht nog belangrijker extra sociaal contact met de maatschappij.” Afgelopen 2 seizoenen (2012 - 2013 en 2013 - 2014) zijn we 2 keer kampioen geworden van Toernooidivisie B. Dit seizoen gaan we in de Toernooidivisie A spelen. Toernooidivisie A is de een na hoogste rolstoelbasketbalcompetitie in Nederland. Trainen rolstoelbasketbalteam is anders Een half jaar heb ik samen met Ernie Kip het rolstoelbasketbalteam getraind en gecoacht. Daarna moest Ernie door privé omstandigheden noodgedwongen stoppen met trainen en coachen van het team. Vanaf september 2010 had ik de volledige verantwoordelijkheid over het gehele team. Zelf had ik ervaring met het trainen van reguliere jeugdbasketbalteams, maar een ding is 100% zeker: het trainen en coachen van een rolstoelbasketbalteam is totaal anders. Na 6 maanden moest ik een team van ongeveer 12 spelers iedere donderdagavond trainen en coachen. Sportstimulering en participatie Naast alle basketbaltechnisch en coachingsaspecten zijn er andere aspecten die dit vrijwilligerswerk nog interessanter maakt. Onder anderen de oprechte waardering voor je werk die je van ieder speler krijgt. Ieder speler heeft een ‘eigen rugtas’ waar je mee moet leren omgaan. Want het zijn spelers die bijvoorbeeld nog bezig zijn met hun acceptatieproces na een zwaar auto-ongeluk, mislukte operatie of die simpelweg weer actief willen zijn met rolstoelbasketbal. Huidige situatie en toekomstige situatie Naarmate er sportieve successen werden geboekt en het kader wordt uitgebreid met een extra rolstoelbasketbalteam, werd het ook het moment om meer kennis en expertise binnen te halen. Afgelopen twee seizoenen ben ik bij het rolstoelbasketbalteam geassisteerd door Alan Fornerino. Hij is ook een Curaçaoënaar met ongeveer 30 jaar trainer/coachervaring en meer dan 15 jaar basketbal scheidsrechterervaring. Samen met hem vormen we een zogeheten ‘dynamic duo’ waarbij we op basis van taakverdeling zo effectief mogelijk onze doelstellingen willen halen. Komend seizoen is de doelstelling om de play-offs in Toernooi divisie A te halen. Het zal prettig zijn om een keer de opgedane ervaring in rolstoelbasketbal te delen in de vorm van een clinic op Curaçao. Maar voor nu zal het op z’n plaats zijn om voor rolstoelbasketbal meer naamsbekendheid te creëren op landelijk niveau maar ook regionaal. Steun ons door onze Facebookpagina te liken: https://www.facebook.com/RolstoelbasketbalBlackEagles
Door Carmon op woensdag 2 juli 2014
Ook Curaçao raakt steeds meer in de ban van het WK voetbal 2014. Het Nederlands elftal is na het doelpunt van Leroy Fer tegen Chili één van de favorieten op het Caribisch eiland. Op veel plaatsen zijn de wedstrijden te zien op grote schermen. Een impressie. Cabana Beach heet Playa Oranje   Kokomo Beach heet Kokomo polar arena   Royal Dutch Cheesery   Plein Café Wilhelmina   Opa van Leroy Fer juicht bij het doelpunt van Leroy bij Chit Chat
Door redactie op woensdag 16 oktober 2013
Wat heeft de Curaçaose politiek met sport te maken? Jeroen Baldwin vroeg zich dat ook af. Hieronder een bijdrage. Jeroen is een Tilburger die op Curaçao woont. Hij is sportredacteur van de Amigoe, een Nederlandstalige krant op Curaçao. Dringende oproep Eerlijk gezegd? Ik vind het om te kotsen. Er is een Curaçaoënaar die een internationale topprestatie levert in zijn sport en zijn land daarmee op de wereldkaart zet en de heren politici buitelen weer over elkaar heen om maar te kunnen scoren. Met andermans veren dus. Bah. Ergens vorige week begon het. Asjes die iets riep over Wladimir ‘Coco’ Balentien. Anderen plaatsten ‘popie’ berichtjes op Facebook. En een of andere onverlaat bedacht dat iedereen de vlag moest uithangen om Balentien te steunen in zijn jacht op het homerunrecord in Japan. Ik zag het allemaal voorbij komen en werd er onpasselijk van. Nu Balentien het record heeft verbroken barst het helemaal los. De regering stuurt een persbericht met de ‘officiële’ felicitaties. Schotte vindt dat er een straat naar Balentien genoemd moet worden. Ik meende gehoord te hebben dat Asjes riep dat de regering de komende jaren miljoenen gaat investeren in de sport... En dan zullen de heren straks pontificaal klaar staan op Hato om hun held te verwelkomen. Familie en fans aan de kant, want de politici hebben voorrang. Jee, wat zullen er weer een foto’s worden gemaakt. Het is niet te hopen dat ze allemaal – zoals Schotte deed toen Churandy Martina aankwam na de Olympische Spelen vorig jaar – hun eigen promotieteam meenemen. Echt, ik word al niet goed nu ik dit opschrijf. Waarom deze tirade, vraagt u zich af? Welnu, omdat ik niet kan uitstáán dat de politici goede sier willen maken met topprestaties van anderen. Ze doen het om te scoren, uit eigenbelang. Ze beseffen dat de Curaçaose sporters immens populair zijn bij het volk. Terécht populair zijn bij het volk. Jongens en meisjes, mannen en vrouwen die Curaçao op een positieve wijze op de kaart zetten met wereldprestaties in hun tak van sport. Ondanks het feit dat hun land nauwelijks iets voor ze heeft betekend. Ga maar na, de sportaccommodaties zijn om te huilen zo slecht. Het nationale stadion is zo goed als failliet. Clubs hebben geen cent om te investeren in materiaal, laat stáán in goede trainers. Individuele sporters moeten hun reizen naar internationale wedstrijden zelf betalen of smeken om een bijdrage van een sponsor. Het bedrijfsleven onderkent het belang van de sport wel. Veel bedrijven doen aan sportsponsoring, natuurlijk ook enigszins in eigen belang, maar toch. Ze doen het wél. In de regering wordt alleen maar gesproken over ‘we moeten iets voor de jeugd doen’, maar boter bij de vis, ho maar. Nee, heren politici, hierbij een dringend verzoek. Laat u niet in met de sport totdat u ook daadwerkelijk een aandeel heeft in de prestaties van onze sporters. En misbruik ze niet door over hun rug te scoren, dat geeft geen pas.