Door redactie op woensdag 1 mei 2013
In samenwerking met de deelgemeente Hoogvliet heeft de Antilliaanse gemeenschap onder leiding van filmregisseur Vincent van den Broek een documentaire gemaakt om het wapenbezit en het gebruik van vuurwapens onder Antilliaanse jongens en mannen tegen te gaan. De documentaire ‘Kogels hebben geen namen’ is gemaakt op initiatief vanuit de Antilliaanse gemeenschap zelf. De Antilliaanse gemeenschap wil met deze documentaire de boodschap overbrengen dat wapenbezit en wapengebruik niet worden getolereerd. Die wil af van het negatieve imago en de film moet mede toe bijdragen. De regisseur Vincent van den Broek, zelf woonachtig in de deelgemeente, belicht het onderwerp dan ook vanuit de Antilliaanse gemeenschap. Er komt geen hoogwaardigheidsbekleder aan te pas. De film In de documentaire komt naar voren dat Antilliaanse jongeren het gedrag van rappers in videoclips kopiëren. Mooie auto’s, veel vrouwen, bergen geld en gouden kettingen is een levensstijl die ze zichzelf willen aanmeten. Hun leef wijze gaat om ‘snel money ’ te maken. Ook vertrouwen de jongeren elkaar niet. En ze komen makkelijk aan wapens en gebruiken deze ook omdat ze bang zijn om zelf neergeschoten te worden. Oplossing De documentaire toont ook mogelijke oplossingen: een dagbesteding, meer vertrouwen in hulp uit de omgeving en een positiever beeld van Antillianen creëren in de media.   Waar te zien Afgelopen maand werd de film gepresenteerd in aanwezigheid van Burgemeester Aboutaleb van Rotterdam was aanwezig tijdens deze première. De documentaire is op YouTube te zien.
Door redactie op woensdag 10 april 2013
Het koninkrijk der Nederlanden krijgt op 30 april een koning en een koningin; koning Willem-Alexander en koningin Maxima. De troonwisseling leeft enorm onder de inwoners van Nederland, maar natuurlijk ook onder die in het Caraïbisch gebied. Er zijn allerlei festiviteiten waaraan Nederland en alle eilanden in het Caraïbisch gebied meedoen. Het Nationaal Comité Inhuldiging geeft invulling aan de wens van het nieuwe koningspaar om de inhuldiging op 30 april samen te vieren. Alle onderdelen van het koninkrijk worden erbij betrokken. Het comité organiseert de volgende festiviteiten: - Droom van het boek - Het koningslied - De koningsspelen Mavis Albertina in Nationaal Comité De Curaçaose televisieproducent Mavis Albertina maakt deel uit van nationaal comité. Verder zitten theaterproducent Joop van den Ende, oud-tennisser Richard Krajicek, burgemeester van Rotterdam Ahmed Aboutaleb en de Amsterdamse wethouder Andrée van Es in het comité. Voorzitter is oud-minister van Economische Zaken Hans Wijers. Stuur je droom in Via een website kunnen Europese en Caribische Nederlanders hun droom insturen. De vorm van de ‘droom’ is vrij. Het kan een wens, gedicht, tekening, schilderij, film of verhaal zijn. Tot en met 30 april kun je je droom insturen. De vijftig meest inspirerende wensen worden gebundeld in een boek voor het aanstaande koningspaar. De website mijndroomvooronsland.nl, waar mensen hun toekomstdroom voor het nieuwe koningspaar kunnen delen, is ook in het Papiaments te lezen. Het hele koninkrijk zingt het Koningslied Verschillende componisten gebruiken alle dromen ook om een lied te maken: het Koningslied. Het lied wordt in alle landen binnen het Koninkrijk op 30 april gelijktijdig gezongen. Het bestaat uit een combinatie van verschillende muziekstijlen zodat het een lied van alle Nederlanders is. Tijdens een groot evenement in Ahoy op 30 april wordt het Koningslied live gezongen. Via een videoverbinding zingt het publiek in Ahoy het nieuwe Koningspaar toe, dat dan bij filmmuseum Eye in Amsterdam is. in Amsterdam worden toegezongen door het publiek in Ahoy. Via tv-schermen op ander locaties in het hele Koninkrijk kan iedereen meezingen. Koningsspelen voor de basisscholen Prins Willem-Alexander heeft gevraagd om op 26 april Koningsspelen te organiseren voor de leerlingen van het basisonderwijs. Op iedere school die meedoet, zijn er sportactiviteiten. Ook krijgen de leerlingen een ontbijt. Prinses Máxima opent de Spelen officieel via een satellietverbinding. Staatssecretaris Sander Dekker van Onderwijs gaat naar Bonaire om daar de Koningsspelen te openen. Via de Facebookpagina Caribisch Koninkrijk kunnen scholen zich aanmelden voor deze sportdag. Kroonappels voor sociale initiatieven Ter gelegenheid van de troonswisseling reikt het Oranje Fonds dit jaar behalve de Appeltjes van Oranje ook Kroonappels uit aan sociale initiatieven uit het Koninkrijk. Het publiek kan de nieuwe koning en koningin de weg wijzen naar bijzondere maatschappelijke organisaties overal in het Koninkrijk. Voor de uiteindelijke winnaars is er een Appeltje van Oranje en een geldprijs van 50.000 euro (circa 115.000 Antilliaanse gulden) waarmee het goede werk kan worden voortgezet.
Door redactie op woensdag 3 april 2013
Het Sociaal Cultureel Planbureau deed onderzoek naar de sociaal-culturele positie van de vier grootste migrantengroepen in Nederland. Antillianen, Surinamers, Marokkanen en Turken. Wij waren benieuwd hoe de Antillianen uit dit onderzoek komen. Antillianen voelen zich thuis in Nederland, maar blijven zich tegelijkertijd ook Antilliaan voelen. Bijna driekwart (72 procent) van de Antillianen in Nederland voelt zich er ook echt thuis. 32 procent van de Antillianen voelt zich vooral Nederlander en 36 procent voelt zich meer Antilliaan. De rest voelt zich allebei. Cijfer voor Nederland: 6,7 Antillianen in Nederland geven Nederland als rapportcijfer een 6,7. Dat is zelfs iets hoger dan autochtone Nederlanders die een 6,5 geven. Veel contact met Nederlanders Antillianen in Nederland hebben veel contact met Nederlanders, ook in hun vriendenkring en vrije tijd. Antillianen hebben meer contact met autochtone Nederlanders dan de andere migrantengroepen. Slechts 15 procent heeft bijna geen contact met autochtone Nederlanders. 38 procent van de Antillianen in Nederland zegt zelfs meer contact te hebben met autochtone Nederlanders (39 procent) dan met de andere Antillianen (30 procent). De rest zegt met beide groepen evenveel contact te hebben. Ook contact met andere migrantengroepen Antillianen in Nederland hebben ook veel contact met andere migrantengroepen, zoals Surinamers, Marokkanen en Turken. Een derde geeft aan ‘vaak’ contact met andere groepen te hebben. Slechts een kwart heeft geen contact met andere groepen. Contact met familie overzee Contact met familie overzee is er veel. Meer dan de helft van de Antillianen in Nederland heeft ‘veel ’ contact, 37 procent ‘soms’ met familieleden. Bijna een tiende van de mensen (9 procent) bezit zelf een huis op de Antillen. Gemengd huwelijk 92 procent van de Antillianen in Nederland staat open voor een gemengd huwelijk. Slechts 2 procent ziet dit als iets vervelends. In vergelijking: 60 procent van de autochtone Nederlanders staat open voor een gemengd huwelijk, 20 procent heeft hier moeite mee. In 2010 was 40 procent van de Antillianen getrouwd met een autochtone partner. Weinig persoonlijke discriminatie Een kleine minderheid van de Antillianen in Nederland voelt zich persoonlijk wel eens gediscrimineerd. 30 procent zegt dit af en toe’ te ondervinden, 13 procent ‘vaak tot zeer vaak’. 57 procent zegt daar ‘(bijna) nooit’ last van te hebben. De eerste generatie Antillianen voelt zich meer gediscrimineerd dan de tweede generatie, die meer geïntegreerd is in Nederland. Hoogopgeleide Antillianen hebben het minst last van discriminatie, zo meldt het onderzoek. Discriminatie algemeen Antillianen in Nederland denken overigens dat zij zelf minder last hebben van discriminatie dan allochtonen in het algemeen. Uit het onderzoek blijkt dat ze denken dat slechts 13 procent van de allochtonen (bijna) nooit last heeft van discriminatie. 50 procent denkt dat allochtonen af en toe gediscrimineerd worden en 36 procent vaak tot zeer vaak. Die percentages zijn vergelijkbaar met de mening van Surinamers. Marokkanen en Turken vinden dat er minder discriminatie is. Discriminatie neemt wel toe Voor alle groepen geldt dat er meer discriminatie is ten opzichte van metingen in 2002 en 2006. Vooral in het openbaar (67 procent) ondervinden Antillianen last van discriminatie, gevolgd door de werkplek (37 procent) en bij het vinden van een baan (30 procent). Slechte naam Ondanks dat Antillianen zich thuis voelen in Nederland hebben zij de laatste jaren een slechtere naam gekregen. Volgens het onderzoek zijn hiervoor twee redenen: de komst van relatief veel kansarme Antillianen naar Nederland midden jaren negentig en de criminaliteitscijfers.
Door Carmon op woensdag 27 maart 2013
Vijftien Antilliaanse jongeren uit Tilburg wilden een positieve verandering in hun persoonlijke omstandigheden. Ze werden daarbij begeleid door Direkshon, een project van SMO-Traverse Tilburg. Nadat ze een succesvol traject van anderhalf jaar doorliepen om hun doel te bereiken, ontvingen de jongeren een certificaat. De jongeren sloten hun traject officieel af op 21 maart tijdens een bijeenkomst waar de Gevolmachtigde Minister Roy Pieters en wethouder Marieke Moorman van Jeugdzaken als speciale gasten aanwezig waren. Weinig steun vanuit de thuissituatie Er is een groep Antilliaanse en Arubaanse jongeren tussen 16 en 25 jaar die problemen heeft met het opbouwen van een zelfstandig bestaan in de Tilburgse samenleving. Omdat er vaak niet voldoende steun is vanuit de thuissituatie, moeten ze zelf hun weg zien te vinden. Goede huisvesting ontbreekt en dat is juist één van de struikelblokken voor een goede integratie. Ook het ontbreken van zinvolle dagbesteding in de vorm van werk of opleiding, is vaak funest voor deze jongeren. Hulp bij vinden van werk of opleiding Het project Direkshon bestaat al tien jaar, en is speciaal voor Tilburgse Antilliaanse jongeren die dreigen te ontsporen. De jongeren krijgen via Direkshon woonruimte en hulp bij schuldsanering, het vinden van werk of het starten van een opleiding. Tijdens de intakegesprekken maken de begeleiders harde afspraken met de jongeren over de doelen die ze willen bereiken. Een van de belangrijkste vereisten om door Direkshon te worden begeleid is dat de jongeren zelf gemotiveerd zijn om hun problemen op te lossen en hun leven op orde te krijgen. Vrijwilligers zijn ‘tweede ouder’ De mentoren van de jongeren zijn vrijwilligers, afkomstig uit de Antilliaanse gemeenschap in Tilburg. Zij hebben een belangrijke rol in het project. Delilah Eugenio is een van die vrijwillige mentoren. Er komt veel bij het mentorschap kijken, vindt hij. “Je bent een soort tweede ouder voor de jongeren. Je gebruikt je eigen positieve levenservaringen om jongeren waarde en normen bij te brengen. Vaak zijn de jongeren door nare ervaringen of gebeurtenissen zo heftig in hun persoonlijkheid getast dat ze alles negatief interpreteren. Door er een andere draai aan te geven en je eigen ervaringen met ze te delen, krijgt een jongere een andere kijk op de wereld om zich heen.“ Jongeren groeien naar zelfstandigheid Projectcoördinator Jair Vives sloot de avond af. “Ieder van deze jongeren heeft een bijzonder verhaal”, zei hij. “We hebben deze jongeren zien groeien naar zelfstandigheid. We hebben het vertrouwen dat het verder goed met ze zal gaan in de Nederlandse samenleving. Wij zijn als begeleiders ontzettend trots op hen, en wensen ze veel succes in hun verdere leven.” Foto: Nico van der Ven
Door redactie op woensdag 20 maart 2013
 Volgens het Ministerie van OC&W is het aantal voortijdig schoolverlaters in Nederland opnieuw is gedaald; dit jaar met zes procent. Ook ROC Tilburg heeft door een intensieve en resultaatgerichte aanpak voortijdige schooluitval bij haar leerlingen met succes weten te bestrijden. Tussen 2005 en 2010 waren de Antillianen en Arubanen zowel landelijk als in Tilburg oververtegenwoordigd voor wat betreft voortijdig schoolverlaten. Het aantal Antilliaanse en Arubaanse jongeren (18–23 jaar) dat in Tilburg zonder startkwalificatie de school verliet was veel hoger dan het algemeen stedelijk gemiddelde: 8,7 procent tegen 4,3 procent. Antilliaanse/Arubaanse jongeren volgen de trend Voor BAAT waren de cijfers aanleiding om het ROC te vragen of er ook bij de Antilliaanse en Arubaanse jongeren op het ROC een daling van het voortijdig schoolverlaten was. Inderdaad bleek dat de Antilliaanse/Arubaanse jongeren op het ROC de landelijke trend volgen. Wie is een voortijdige schoolverlater? Jongeren tot 23 jaar die geen startkwalificatie hebben en niet meer op school komen, worden door de school bij de gemeente aangemeld als voortijdig schoolverlater. Een startkwalificatie is het minimale onderwijsniveau dat nodig is om een baan te vinden. Het gaat om een diploma havo, vwo of mbo (niveau 2, 3 of 4). Een vmbo-diploma geeft weliswaar toegang tot het mbo, maar wordt niet als startkwalificatie beschouwd. Belang startkwalificatie Voor een groot deel van de jongeren zonder startkwalificatie is het vooruitzicht dat zij langer werkzoekend zijn en minder kans hebben op een baan. Ook veroveren ze een minder goede positie op de arbeidsmarkt, stromen niet gemakkelijk door naar een betere baan met een beter inkomen, en hebben een hogere kans om in de criminaliteit te belanden. Redenen genoeg om het probleem van voortijdig schoolverlaten serieus aan te pakken. Positief BAAT vindt het positief dat steeds meer Antilliaanse en Arubaanse jongeren een startkwalificatie halen en hoopt dat deze ontwikkeling zich door blijft zetten. Zeker in deze moeilijke economische tijden is dat een belangrijke voorwaarde om je kansen op de arbeidsmarkt te vergroten.
Door redactie op donderdag 28 februari 2013
De huidige vicepremier en minister van sociale zaken en werkgelegenheid Lodewijk Asscher, ook verantwoordelijk voor het integratiebeleid, stelt deze week in een interview met de Volkskrant dat voortaan iedere nieuwkomer uit een ander land die zich in een Nederlandse gemeente inschrijft een zogeheten participatiecontract moet tekenen. De minister wil een norm stellen en streeft ernaar dat migranten zich beter bewust worden van de normen en waarden die gelden in het land waar zij wonen en werken. Hij gaat ervan uit dat de nieuwkomer door het tekenen van het participatiecontract de Nederlandse grondrechten en de rechtsstaat onderschrijft en belooft zich aan de regels van de Nederlandse samenleving te houden. Ook nieuwkomers uit de Antillen en Aruba moeten een participatiecontract tekenen Het participatiecontract moet een aanvulling worden op het inburgeringsexamen. Het moet ook gaan gelden voor mensen uit de EU, Turkije en ook voor de mensen die uit Aruba en de voormalige Antillen. Deze groep valt niet onder de Wet inburgering en hoeft daarom geen inburgeringscursus te doen, maar volgens de minister is het wel belangrijk dat ook zij zich snel de basisbeginselen van de Nederlandse samenleving eigen maken. Bij de inburgeringscursus gaat het vooral om taal en praktische kennis. Met het participatiecontract geven de nieuwkomers te kennen dat ze de Nederlandse normen en waarden accepteren. Niet toegestaan volgens Europees recht Jorrit Rijpma, universitair docent Europees Recht aan de Universiteit Leiden, is van mening dat het vragen van het ondertekenen van een participatiecontract gewoon niet toegestaan is onder het Europees recht. Rijpma bij BNR: "We hebben in Europa afgesproken wat de voorwaarden zijn, we hebben het vrije verkeer van EU-burgers. Je mag als lidstaat weliswaar vragen dat iemand zich inschrijft bij de gemeente, maar dat is eigenlijk alleen maar ter bevestiging van een recht dat iemand heeft om naar een andere EU-lidstaat te gaan. Dan mag je eigenlijk niets anders vragen dan een paspoort en een bewijs dat iemand werknemer, student of zelfstandige is." Meningen van Antillianen en Arubanen BAAT legde het idee van het tekenen van een participatiecontract voor bij een aantal Antillianen en Arubanen en vroeg hen wat zij er van vinden. Dit zijn de reacties. Eelco is een gepensioneerde en woont 45 jaar in Tilburg. Hij vindt dat je mensen niet moet opleggen wat ze moeten vinden. Je moet daarom een nieuwkomer uit de Antillen en Aruba niet verplichten om een participatiecontract te ondertekenen waarin de Nederlandse normen en waarden worden onderschreven. Bovendien is het een vorm van misplaatst wantrouwen als je zonder enige onderbouwing er van uitgaat dat de nieuwkomer uit Antillen en Aruba zich niet aan de grondbeginselen van de Nederlandse samenleving houdt en uit voorzorg een participatiecontract moet tekenen. Angelica is een Arubaanse studente. Zij doet er luchtig over en vindt dat we ons niet al te druk moeten maken om het idee. Het is een van de bekende proefballonnetjes die bij tijd in wijle in Den Haag wordt opgelaten om te zien hoe anderen op een plan of idee reageren. Volgens haar is het ondertekenen van een participatiecontract symboolpolitiek. De minister gelooft toch niet dat een dergelijke papieren contract waarin bepaalde waarden wordt onderschreven de oplossing van de integratieproblemen betekend. Martins is woonachtig op Bonaire stelt dat het niet zo kan zijn dat een Nederlander uit Groningen geen participatiecontract ter tekening voorgelegd krijgt maar een Nederlander die uit Bonaire komt wel. En als dat wel zo is zou dat betekenen dat er een onderscheid wordt gemaakt tussen de Nederlandse burgers. Nederlanders die uit Bonaire die je wantrouwt en daarom een contract wil laten tekenen en anderen. Magda woont op Curaçao maar is op dit moment in Nederland op vakantie. Zij vindt het maar heel normaal dat diegenen die zich in Nederland (willen) vestigen zich moeten voegen en richten naar de waarden en gewoonten die in Nederlandse samenleving gelden. Als iemand in mijn huis op kamer wil komen wonen, zal hij zich ook moeten richten naar de regels die ik stel. Alleen vindt Magda het hele idee van het tekenen van een participatiecontract als voorzorg en garantie een grote farce en volkomen zinloos.
Door redactie op woensdag 13 februari 2013
Curaçaose Tilburger Roy Pieters is de nieuwe Gevolmachtigd Minister van Curaçao. De Gevolmachtigd Minister vormt een onderdeel van de Rijksministerraad. Maar wat is de rol van de Minister hierin? En heeft hij ook invloed in de Rijksministerraad? In Nederland maken alle ministers deel uit van de ministerraad. Elke minister heeft stemrecht. De minister-president van Nederland is voorzitter van de ministerraad. De ministerraad vergadert en besluit onder andere over wetgeving, buitenlands beleid, de instelling van externe adviesorganen en benoemingen en ontslagen van ministers, staatssecretarissen en burgemeesters. De Rijksministerraad De ministerraad wordt soms aangevuld met de gevolmachtigde ministers van Aruba, Curaçao en Sint-Maarten, deze grotere raad wordt de Rijksministerraad genoemd. De Rijksministerraad beslist over zaken die het gehele Koninkrijk aangaan, zoals wijziging aan het Koninkrijk statuut, wijzigingen aan de grondwet voor zover die het hele Koninkrijk aangaat, en de gemeenschappelijke belangen van het Koninkrijk. De Gevolmachtigd Minister vertegenwoordigt het belang van het land waar hij vandaan komt. Grafisch ziet het er zo uit: Wat doet een gevolmachtigd minister? Een Gevolmachtigd Minister neemt deel aan de vergaderingen in de Rijksministerraad als er Koninkrijksaangelegenheden aan de orde zijn die zijn land raken. Verder heeft de Gevolmachtigd Minister een belangrijke taak in het verzamelen, informeren en adviseren van de regering van zijn land over relevante feiten en ontwikkelingen. Bijzondere positie van de gevolmachtigde minister De gevolmachtigd minister heeft een bijzondere positie binnen de Rijksminsterraad. De Gevolmachtigd Minister wordt benoemd tijdens de formatie in zijn land. Hij wordt dus niet benoemd door de Koning zoals de Nederlandse ministers. Het gevolg is dat hij niet op hetzelfde moment aantreedt als door de Koning benoemde ministers. Vertragen Ook heeft de Gevolmachtigd Minister geen ministeriële verantwoordelijkheid want hij is een afgevaardigde van zijn land. De gevolmachtigd minister kan zich van zijn collegaministers distantiëren en de voortgang van de behandeling van bijvoorbeeld een ontwerprijkswet vertragen. Hij kan tijdens vergaderingen bezwaar maken. Doet hij dit dan volgt een nader overleg. Hij wordt dus altijd gehoord. Immers hij is de vertegenwoordiger van zijn land. Aan het kortste eind De gevolmachtigd minister heeft als eenling in de rijksministerraad een sterkere positie dan de door de Koning benoemde ministers. Maar het overwicht van Nederland in de Rijksministerraad leidt ertoe dat de scherpe kantjes van deze machtsmiddelen van de gevolmachtigd minister geneutraliseerd worden door de meerderheid van de koninklijke (Nederlandse) ministers. Uiteindelijk trekt de gevolmachtigd minister aan het kortste eind.
Door redactie op woensdag 6 februari 2013
Uit onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek blijkt dat 1 op de 6 Antillianen/Arubanen de zorgpremie niet betaalt. Dat is dus 17 procent. Dit zijn verzekerden die langer dan 6 maanden geen zorgpremie hebben betaald. Ter vergelijking, onder de autochtone bevolking betaalt 1 procent de zorgpremie niet. Iedereen die in Nederland woont of werkt moet een zorgverzekering hebben. Zorgverzekeraars zijn op hun beurt verplicht iedereen te accepteren. Nieuw in Nederland Kom je in Nederland wonen? Dan moet je binnen 4 maanden een zorgverzekering afsluiten. Je zoekt zelf op welke zorgverzekeraar de voordeligste zorgpolis heeft. Heb je na vier maanden geen zorgverzekering? Het college voor zorgverzekeringen (CVZ) spoort mensen zonder een zorgverzekering op. Je krijgt dan een boete. Na twee waarschuwingen en meer boetes sluit het CVZ een zorgverzekering voor je af. De premie van deze verzekering wordt ingehouden op het loon, de uitkering of een andere bron van inkomsten. Wat gebeurt er als je de premie niet betaalt? Zorgverzekeraars bieden verzekerden die hun premie niet betalen een betalingsregeling aan. Na twee achterstallige maandpremies stuurt de zorgverzekeraar een brief naar de verzekerde met daarin het advies een betalingsregeling aan te vragen. Of stuurt zorgverzekeraar betalingsherinneringen of aanmaningen. Premieachterstand van zes maanden Bij een premieachterstand van langer dan zes maanden meldt de zorgverzekeraar de wanbetalers aan bij het CVZ. Je betaalt dan geen zorgpremie meer aan de zorgverzekeraar, maar het CVZ houdt het geld dan in op je inkomen. Het CVZ vordert de achterstallige premie met een maandelijkse boete van dertig procent tot de schuld is terugbetaald. De hoogte is dus 130 procent van de standaardpremie. Dat is de gemiddelde premie die zorgverzekeraars vragen voor de basispremie. De premie die je betaalt aan het CVZ heet bestuursrechtelijke premie. Geen prettig vooruitzicht: daarom is het verstandig om op tijd aan de bel te trekken. Loonbeslag bij premieachterstand zorgverzekering Het CVZ stuurt een brief naar de uitkeringsinstantie (bijvoorbeeld het UWV) of werkgever. Deze is verplicht om de premie in te houden op het loon. Heb je geen inkomen hebt of als het inkomen ontoereikend is om de zorgpremie te betalen, dan stuurt het CVZ maandelijks een acceptgiro. Dan moet je zelf de bestuursrechtelijke premie overmaken. Hulp bij betalen van de premie Elke Nederlander moet in staat zijn om de zorgpremie te betalen. Mensen met een laag inkomen kunnen een zorgtoeslag krijgen als compensatie voor de kosten van de zorgverzekering. Er kunnen situaties zijn waardoor de betaling van de zorgpremie niet meer lukt. Het CVZ bekijkt dan welke manier van inning het beste aansluit bij je omstandigheden. Heb je meer hulp of begeleiding nodig hebt bij het oplossen van schuldenproblematiek dan kun je ook terecht bij de sociale dienst van je gemeente. Zij informeren over en begeleiden bij schuldhulpverlening.
Door redactie op donderdag 31 januari 2013
Sinds 1 januari 2013 worden overtredingen van uitkeringsregels strenger bestraft. Het overgrote deel van de ontvangers van een uitkering houdt zich netjes aan de regel. Maar er is ook een klein deel dat dit niet doet. Soms gebeurt het onbewust. Om dit te voorkomen informeren wij u in grote lijnen hoe het zit. De relevante regelingen Het gaat om overtreding van de regels die betrekking hebben op de uitkeringen WW, WAO, WIA, WAZO, Wajong, ZW, ANW, AOW-pensioen, en WWB. Wat houden de strengere straffen in Ten eerste moeten ten onrechte ontvangen uitkeringen volledig terugbetaald worden. Daarboven op wordt er een boete ter grootte van hetzelfde bedrag opgelegd. Indien u binnen vijf jaar opnieuw de regels overtreedt wordt de boete verhoogd naar liefst 150 procent van het onrechtmatig verkregen bedrag. Daarnaast kan de uitkeringsinstantie (UWV, de SVB of gemeente) beslissen om de boete te verrekenen met uw volledige uitkering. De manier waarop deze verrekening gebeurt kan verschillend zijn. Bij een WWB-uitkering kan de gemeente de boete gedurende maximaal drie maanden met uw uitkering verrekenen. Het kan dus zo zijn dat u dan drie maanden helemaal geen uitkering ontvangt. Bij de overige uitkeringen en toeslagen kan uw uitkeringsinstantie de boete gedurende maximaal vijf jaar met uw uitkering verrekenen. Het kan dus zo zijn dat u enkele maanden tot maximaal vijf jaar lang geen uitkering ontvangt. Een voorbeeld: Gladys ontvangt een bijstandsuitkering. Zij verdient al negen maanden bij met het oppassen op het dochtertje van de achterbuurvrouw. Zij heeft daarmee in totaal € 900,- verdiend. Dit heeft ze niet gemeld en opgegeven bij der gemeente. Gladys heeft dus de regels overtreden. Zij moet het ontvangen bedrag (€ 900,-) terugbetalen aan de gemeente. Daarnaast moet zij hetzelfde bedrag als boete betalen. Dus in totaal: € 900,- + € 900,- = € 1.800,-. Al bij al een duur oppasklusje! Problemen voorkomen Alle veranderingen in uw leefsituatie die betrekking hebben op de hoogte van uw uitkering moet u direct doorgeven aan de uitkeringsinstantie. Indien vereist moeten ook alle inkomsten uit betaald werk worden opgegeven. Hetzelfde geldt voor het hebben van eigen vermogen (binnen- en buitenlands), en voor samenwonen. Onder eigen vermogen valt onder andere spaargeld, aandelen, dure apparatuur, auto, sieraden, een huis of grond in het buitenland. Voor een eigen (koop)woning gelden aparte regels. Neem bij twijfel direct contact met de uitkeringsinstantie. Zij kunnen u uitleggen hoe het zit.  Klik hier voor contactinformatie. Overgangsrecht De nieuwe regelgeving is per 1 januari 2013 ingegaan. Bij de invoering hiervan wordt een overgangsperiode gehanteerd. Dit houdt het volgende in: Overtredingen en strafbare feiten begaan vóór 1 januari 2013 vallen onder de huidige regelgeving. Overtredingen die begaan zijn vóór 1 januari 2013 maar die doorgaan na 31 januari 2013, vallen onder de nieuwe regelgeving. In januari 2013 heeft u de gelegenheid om overtredingen uit 2012 of eerder te melden zonder dat u met de nieuwe, strengere regelgeving te maken krijgt. Kijk voor meer informatie ook op: www.weethoehetzit.nl of bekijk de filmpjes op www.youtube.com/weethoehetzit. Informatie over de strengere straffen op de website van UWV. Informatie over de rechten en plichten die bij een uitkering horen.
Door Carmon op donderdag 3 januari 2013
Op Curaçao is op de valreep van 2012 een transitiekabinet door waarnemend gouverneur Adèle van der Pluijm-Vrede beëdigd. Dit nieuwe kabinet staat onder leiding van bankdirecteur Daniel Hodge (53) die aan de Erasmus Universiteit van Rotterdam gestudeerd heeft. Hij wordt omringd door vakministers die grotendeels deskundigen zijn op hun terrein en die meer op een afstand staan van de politiek. Aanstelling voor een periode van 6 maanden Het is de bedoeling dat dit transitiekabinet een half jaar aanblijft en de weg vrijmaakt voor een definitief kabinet. In dat half jaar gaat het kabinet zich bezighouden met de meest urgente dossiers van het eiland. Daaronder vallen het op orde brengen van de overheidsfinanciën en de aanpak van de problemen in de gezondheidszorg. Vertrekkend minister-president Stanley Betrian is echter van oordeel dat een nieuwe regering in een transitieperiode van maar zes maanden niet veel zal kunnen doen. Ze hebben minimaal één tot anderhalf jaar de tijd nodig voor het leggen van een gedegen fundament voor de hoog nodige veranderingen op Curaçao. Samenstelling van het kabinet Het nieuwe kabinet wordt gevormd rond de partij Pueblo Soberano van Helmin Wiels, die de verkiezingen op 19 oktober won. Met de steun van de partijen PNP, PAIS en het onafhankelijk Statenlid Glenn Sulvaran rekent de regering op de steun van 11 van de 21 Statenleden. De samenstelling van het kabinet is als volgt: Voorgedragen door Pueblo Soberano Daniel Hodge Premier Sherwin Josepha Minister van Sociale Ontwikkeling, Arbeid en Welzijn Rubia Bitorina Minster van Onderwijs, Wetenschap, Cultuur en Sport Ben Whiteman Minister van Gezondheid, Milieu en Natuur (GMN) Roy Pieters Gevolmachtigd Minister in Nederland Voorgedragen door PAIS Steven Martina Vicepremier en Minister van Economische Ontwikkeling Nelson Navarro Minister van Justitie Etienne van der Horst Minister van Bestuur, Planning en Dienstverlening. Voorgedragen door PNP Earl Balborda Minister van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning (VVRP) Voorgedragen door onafhankelijk Statenlid Glenn Sulvaran José Jardim Minister van Financiën Doorstart na zes maanden Pueblo Soberano-leider Helmin Wiels is van mening dat een “zakenkabinet” op dit moment de beste keus is voor Curaçao omdat het rust en stabiliteit zal brengen. Hij sluit niet uit dat een aantal ministers na de transitieperiode van zes maanden ook deel zal uitmaken van het definitieve kabinet.