Door redactie op woensdag 28 mei 2014
In Nederland haalde de PVV net zoals D66 vier zetels. De PvdA en de VVD komen beide uit op drie, de SP en ChristenUnie/SGP op twee zetels. De Partij voor de Dieren haalt voor het eerst een zetel, 50Plus haalt geen zetel en GroenLinks haalde twee zetels. Curaçao Het CDA won ook op Curaçao. De christendemocratische partij kreeg de helft van de uitgebrachte 556 stemmen. De nummer acht op deze lijst, is de op Curaçao geboren Marc Frans. Hij heeft campagne gevoerd op het eiland en sleepte daarmee 257 van de 282 stemmen binnen. D66 werd de tweede partij met 105 stemmen. PvdA en VVD kwamen ieder uit op 46 stemmen. Bonaire Op Bonaire heeft de lijst ‘Ik Kies voor Eerlijk’ de meeste stemmen gekregen. Aruba Ook op Aruba won het CDA. Het CDA kreeg 313 van de 870 uitgebrachte stemmen. Net als op Curaçao ging het overgrote deel van de stemmen naar Marc Frans. Als tweede werd de lijst “Ik kies voor eerlijk” met 249 stemmen. Deze stemmen gingen naar de kandidaat Armando Lampe die op Aruba woont. D66 kreeg 110 stemmen, PvdA 59, VVD 32, PVV 21 en GroenLinks ook 21 stemmen. Sint Maarten Op Sint Maarten is D66 de grote winnaar geworden met vijftig stemmen. De PvdA werd tweede met 33 stemmen Het CDA kreeg 19 stemmen, de VVD en GroenLinks ieder twaalf stemmen en de PVV tien.
Door redactie op woensdag 14 mei 2014
Op 22 mei kiezen de burgers van de Europese Unie een nieuw Europees Parlement. De Europese Unie is voor Curaçao, Aruba en Sint Maarten heel belangrijk op het gebied van de rechtspositie, welvaart en de gelijke kansen. Sinds 2009 mogen de inwoners van Aruba en de voormalige Nedelrlandse Antillen ook stemmen voor het Europees Parlement. Het Europees Hof van Justitie bepaalde dat Arubanen en ‘Antillianen’ als EU-burgers niet door Nederland mochten worden uitgesloten van het stemrecht. Bescherming tegen economische kwetsbaarheid Aruba, Curaçao en Sint Maarten hebben sinds 1964 de status van ‘Landen en Gebieden Overzee (LGO)’. Dit betekent dat: de Europese Unie de Caribische landen handelsvoordelen biedt. zij gebruik maken van de middelen uit het Europees Ontwikkelingsfonds. zij toelatingsregels kunnen stellen voor overige Nederlanders, bedoeld om bescherming te bieden tegen de economische kwetsbaarheid van de eilanden. Recht om in een EU-land te verblijven Inwoners van Aruba, Curaçao, en Sint Maarten hebben niet alleen de Nederlandse nationaliteit, maar zijn als EU-burger in het bezit van een paspoort van de Europese Unie. Dit geeft ze het recht om te verblijven in een EU-land. Ze zijn gevrijwaard om uitgezet te worden. De ‘EU rassenrichtlijn’ beschermt ze als EU-burger tegen de willekeur van politici. Denk aan de Bosmanwet De inwoners kunnen bij het Europees Hof van Justitie van de EU bezwaar maken tegen wetten. Denk bijvoorbeeld aan een Rijkswet personenverkeer die de toelating van Arubanen, Curaçaoënaars en Sint Maartenaren tot het Europees-Nederlands grondgebied beperkt. Als de EU in zijn geheel toetreedt tot het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) van de Raad van Europa, kunnen de inwoners nog beter hun rechten kunt opeisen via het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Caribische Nederlandse kandidaten Caribische-Nederlandse kandidaten bij de verkiezingen voor het Europese Parlement zijn: Maruschka Gijsbertha, Marc Frans, Rudy Lampe (Aruba) en Peter van de Mosselaar (Bonaire), de laatste twee van de partij Ik Kies voor Eerlijk. De namen van alle Nederlandse kandidaten zijn te zien op http://europedecides.eu/candidates/election-lists/nl. Wil je weten welke partij het beste bij je past? Test je politieke voorkeur met de stemwijzer.
Door redactie op woensdag 2 april 2014
Op 12 maart debatteerde de Tweede Kamer over het initiatiefwetsvoorstel ‘Vestigingseisen van Nederlanders uit Aruba, Curaçao en Sint Maarten in Nederland’, ook wel bekend als de Bosmanwet. Acht vragen mét antwoorden over dit wetsvoorstel 1. Wat regelt de Bosmanwet? VVD-Tweede Kamerlid André Bosman wil de instroom van inwoners van Aruba, Curaçao en Sint Maarten beperken. De VVD wil de prikkel om naar Nederland te komen wegnemen en de eilanden dwingen om zelf te investeren in hun mensen. 2. Houdt het wetsvoorstel rekening met andere verdragen? Bij dit initiatiefwetsvoorstel wordt rekening gehouden met de grenzen van de internationale verdragen, het Statuut voor het Koninkrijk en de Grondwet. De Bosmanwet is gemodelleerd naar de landsverordeningen die Aruba, Curaçao en Sint Maarten hebben om een grote instroom van personen op hun eilanden tegen te gaan. Deze landsverordeningen zijn destijds goedgekeurd, dus ziet de VVD’er niet in waarom het wetsvoorstel niet goedgekeurd kan worden. 3. Waarom wil de VVD Antillianen weren? Kansarme Antillianen staan vaak bovenaan in de lijstjes van criminaliteitscijfers. Volgens Bosman zijn er miljoenen in gestopt om ze op het rechte pad te krijgen maar vaak vergeefs. VVD en PvdA hebben overigens in het Regeerakkoord al afgesproken dat zij de vestiging van mensen uit Aruba, Curaçao en Sint Maarten wilden reguleren. 4. Wat zijn de criteria? Dat kan alleen wanneer zij voldoen aan de volgende criteria Ze hebben een baan of eigen bedrijf; Ze kunnen met eigen middelen in eigen onderhoud voorzien;  Ze volgen een erkende opleiding; Ze hebben een direct gezinslid in Nederland. De wet geldt niet voor mensen die voor de ingangsdatum al in Nederland staan ingeschreven. Personen die niet aan één van deze eisen voldoen krijgen geen vestigingsvergunning. Hierdoor kunnen zij bijvoorbeeld geen uitkering aanvragen. 5. Wat vind de commissie-Meijers van dit wetsvoorstel? De commissie Meijers onderzocht het wetsvoorstel. De commissie Meijers bestaat uit deskundigen op het gebied van vreemdelingenrecht en vindt dat dit wetsvoorstel er niet mag komen om de volgende redenen: De wet is onverenigbaar met internationale verplichtingen omdat er direct onderscheid tussen Nederlandse staatsburgers wordt gemaakt naar afkomst. De wet is strijd is met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. De wet Bosman draagt niet bij aan de oplossing van problemen en kan zelfs nieuwe veroorzaken. De betrokken Antilliaanse burgers zijn ook burgers van de Europese Unie (EU). Het voorstel is in strijd met het EU-recht, omdat de Antillianen zich niet mogen vestigen in een specifieke EU-lidstaat. 6. Kan dit niet anders geregeld worden? Ja, dat kan via een Rijkswet Personenverkeer. Als die er komt, trekt Bosman zijn wetsvoorstel in. Voor een rijkswet moeten alle landen in het Koninkrijk (Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten) afspraken met elkaar maken over hoe personen zich tussen de eilanden en Nederland kunnen verplaatsen en welke voorwaarden en regels daarbij gelden. In het (recente) verleden is vanuit Nederland een aantal keer geprobeerd een Rijkswet Personenverkeer te maken, maar deze initiatieven zijn altijd stukgelopen omdat de landen Aruba, Curaçao en Sint Maarten erop tegen waren. 7. Kan de Bosmanwet goedgekeurd worden? Ja, dat kan. Organisaties kunnen adviezen geven aan de Tweede Kamer, maar die zijn niet doorslaggevend. De Kamer bepaalt of deze wet er wel of niet komt. 8. Wat gebeurt er als de Tweede Kamer instemt met de Bosmanwet? Dan wordt het wetsvoorstel naar de Eerste Kamer gestuurd. Die gaat eerst schriftelijk vragen stellen en daarna over het wetsvoorstel debatteren. Ook de Eerste Kamer moet in meerderheid instemmen met het wetsvoorstel. Er kunnen in deze fase geen wijzigingen meer gedaan worden aan het wetsvoorstel. Als ook de Eerste Kamer instemt, moet de wet ondertekend worden door de Koning. Daarna is de wet een feit. Maar het is nog lang
Door redactie op woensdag 26 maart 2014
De werkloosheid onder Antillianen in Nederland is 16 procent. Dat is drie keer zoveel als de werkloosheid onder de autochtone bevolking (5 procent). Dat blijkt uit het Jaarrapport Integratie 2013 van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP). In Nederland werkt 70 procent van de autochtone bevolking. Onder Antillianen is dit 57 procent. De jeugdwerkloosheid onder Antillianen is met 28 procent flink hoger dan onder de autochtone bevolking (10 procent). Uit de cijfers blijkt verder dat de werkloosheid onder Antillianen relatief sterk is gestegen in de eerste helft van 2013. Vooral eerste generatie vaker werkloos Anders dan bij de andere migrantengroepen zijn Antillianen van de eerste generatie vaker werkloos dan de tweede generatie. Het SCP wijt dit aan ‘de groep kansarme Antillianen die vanaf midden jaren negentig naar Nederland is gekomen. Zij zijn laag opgeleid en beheersen het Nederlands gebrekkig.’ Het aandeel werkende Antillianen in Nederland is nauwelijks toegenomen tussen 2001 en 2012. Tweede generatie verhoudingsgewijs hoog opgeleid Het inkomen van de tweede generatie Antillianen is hoger dan die van de eerste. Volgens het SCP duidt op een ‘goede sociaaleconomische positie van de tweede generatie. Zij zijn verhoudingsgewijs hoog opgeleid en werkzaam in hogere beroepsniveaus.’ Nieuwkomers vaker werkloos De tweede generatie Antillianen staat in schril contrast met de Antilliaanse nieuwkomers van de laatste 15 jaar. Zij hebben een lage opleiding, zijn vaker werkloos en maken meer gebruik van uitkeringen. Deze groep is de laatste jaren gestegen. Vrouwen verdienen minder dan mannen Het CPB keek ook naar de economische zelfstandigheid en het individuele inkomen. Het valt bij de Antilliaanse Nederlanders op dat het inkomen van vrouwen duidelijk lager ligt dan dat van de mannen. Dit komt omdat een groot deel van de Antilliaanse vrouwen een alleenstaande moeder is. Discriminatie treft alle migrantengroepen De huidige recessie treft niet westerse migranten zwaarder dan autochtonen. Maar het is niet alleen de crisis die ervoor zorgt dat de werkloosheid verder oploopt. Alle migrantengroepen in Nederland hebben te maken met discriminatie. Lees ook het complete jaarrapport van het Sociaal Cultureel Planbureau.
Door redactie op donderdag 20 maart 2014
PvdA, jarenlang de grootste partij in de gemeente Tilburg, kreeg bij de onlangs gehouden gemeenteraadsverkiezingen een enorme dreun en ging van elf naar vijf zetels. D66 daarentegen won flink en is met negen zetels (vier in 2010) in één klap de grootste partij. Lijst Smolders (LST) komt in één keer met vijf zetels in de Tilburgse raad en de SP klom van vier naar zes zetels. Het verlies van de PvdA sluit aan op de landelijke trend, de partij verloor in bijna alle gemeenten. In Tilburg is het verval (minus 6 zetels) erg groot. Vier jaar geleden verloor de PvdA in sommige steden ook al, maar in Tilburg bleef de partij groot. Het lijkt erop dat onder andere het vertrek van enkele bekende PvdA gezichten, zoals Jan Hamming en Marieke Moorman, de partij flink wat zetels heeft gekost. D66 de grootste in Tilburg Dat D66 de grootste partij werd, sluit ook aan bij de landelijke trend. De kiezers lijken regeringspartijen PvdA en VVD af te rekenen op het onvermogen om uit de crisis te komen. De SP en LST volgen De SP maakte een sprong van vier naar zes zetels en nam de tweede plaats in. LST van Hans Smolders keert na vier jaar afwezigheid terug in de Tilburgse politiek en is met haar vijf behaalde zetels de derde grootste partij van Tilburg geworden. Veel deelnemende partijen in Tilburg Voor VVD en CDA waren de druiven in Tilburg erg zuur, met hun verlies van respectievelijk 2 en 1 zetel. TROTS pakte niet de verwachte en gehoopte winst en zakte van drie naar één zetel. Verder viel het op dat de versnippering in Tilburg volledig was. Bijna alle deelnemende partijen behaalden minstens één zetel. De opkomst in Tilburg Landelijk maakte 54,1 procent van de kiezers de gang naar de stembus. De kiesgerechtigden in Tilburg waren niet zo stemlustig. Slechts 44,9 procent trok naar het stemlokaal. Dat is fors onder het landelijke gemiddelde. Zetelverdeling Partijen 2014 2010 PvdA 5 11 VVD 5 7 CDA 5 6 D66 9 5 GL 4 4 SP 6 4 TROTS 1 3 TVP 2 3 VSP 1 1 VT 1 1 OPA 1 - LST 5 - TOTAAL 45 45
Door redactie op woensdag 12 maart 2014
De populariteit van de gemeentepolitiek beleeft een historisch dieptepunt. Het onderzoeksbureau TNS Nipo verwacht dat op 19 maart maar de helft van de kiesgerechtigden naar de stembus gaat. Het laagste opkomstpercentage ooit. De interesse van Antillianen en Arubanen is niet gepeild, maar ook de belangstelling in deze groep lijkt laag. Ter vergelijking: bij de gemeenteraadsverkiezingen in 2010 was het opkomstpercentage Antillianen in Amsterdam 26 procent. Waarom Antillianen en Arubanen niet stemmen Antillianen en Arubanen die niet van plan zijn om te gaan stemmen geven als belangrijkste redenen op dat: de (gemeente)politiek ver van hen afstaat; ze het gevoel hebben dat ‘de politiek toch niet luistert’. Daardoor hebben ze geen vertrouwen in de politiek in het algemeen en de gemeentepolitiek in het bijzonder; ze te weinig van lokale politiek en partijen weten om te gaan stemmen; ze geen vertrouwen hebben dat gemeenten hun nieuwe taken op het gebied van zorg en werk aankunnen; ze vinden dat hun stem er toch niet toe doet na de verkiezingen. Blanco stemmen Ook zeggen Antillianen en Arubanen dat ze niet of blanco stemmen uit protest en onvrede over het gevoerde beleid dat hen raakt en de gang van zaken daaromheen. Een blanco stem is een ongeldige stem. Het telt wel mee in de opkomstcijfers, maar heeft geen enkele invloed op de verkiezingsuitslag. Een blanco stem heeft dus uitsluitend een symbolische betekenis. Lokale verkiezingen nog nooit zo belangrijk Nog nooit zijn lokale verkiezingen zo belangrijk geweest. In 2015 krijgen de gemeenten de jeugdzorg, de zorg voor mensen met een beperking en mensen die buiten het arbeidsproces staan in hun pakket. Dat takenpakket moet de gemeente uitvoeren voor minder geld dan er door andere overheden aan werd besteed. Het gemeentebestuur moet de komende jaren lastige keuzes maken. Dat vraagt bestuurlijk en organisatorisch veel van de politiek en de ambtenaren. Jij als inwoner merkt het Als een gemeente scherpe financiële keuzes moet maken, heeft dat ook gevolgen voor welzijnsvoorzieningen, cultuur, groenvoorzieningen, sportverenigingen, veiligheid, onderwijs, onderhoud aan wegen, fietspaden en gebouwen en armoedebeleid. Dat raakt ons allemaal. Het is daarom belangrijk dat je je verdiept in de verkiezingsprogramma’s van de politieke partijen. En dat je op 19 maart gaat stemmen op een partij die volgens jou het beste voor je belangen op komt en bij je past. Meer weten over de verkiezingen? Ga naar tilburgkiest.nl. Of test je politieke voorkeur met de stemwijzer.
Door Carmon op woensdag 26 februari 2014
Curaçaose studenten die in Nederland studeren weten vaak niet wat voor studietegemoetkoming ze ontvangen. Ook weten ze niet waar ze recht op hebben. Er is ook onduidelijkheid over terugbetalingen. Ex-studenten zitten vaak tot hun nek in de schulden door leningen die ze hebben afgesloten bij Wet Studiefinanciering (WSF) en/of bij Stichting Studiefinanciering Curaçao (SSC). De Curaçaose studenten in Nederland krijgen naast de studiefinanciering van Nederland, de Wet Studie Financiering (WSF), ook de studiefinanciering van de SSC. Je moet dus rekening houden met twee stelsels van studiefinanciering. Die hebben veel raakvlakken met elkaar, maar er zijn ook enkele verschillen. Dus als je in Nederland studeert, bestaat je studiefinanciering uit de basisfinanciering van de SSC en de WSF samen of alleen uit de WSF. Basisfinanciering van SSC De studiefinanciering van de SSC wordt basisfinanciering genoemd en bestaat uit: een basisbeurs, veen aanvullende beurs, een basislening. De basisfinanciering dient ter dekking van je kosten van collegegeld/lesgeld, boekengeld en verzekeringen. Maar ook dekt ze kosten van vestiging en uitrustingskosten. Basisbeurs Je hebt ongeacht het inkomen van je ouders recht op 30% van het basisnormbedrag als basisbeurs bij de SSC. De basisbeurs is een gift van de overheid om het studeren te stimuleren, die je als lening krijgt totdat je aan bepaalde voorwaarden voldoet. Met andere woorden: de basisbeurs is prestatie gebonden. Aanvullende beurs Van je ouders wordt verwacht dat zij 30% van alle essentiële studiekosten dragen. Afhankelijk van het inkomen van je ouders subsidieert de overheid volgens een vooropgesteld schema een deel van deze bijdrage of het hele bedrag. Het bedrag dat de overheid extra financiert voor je ouders, wordt aanvullende beurs genoemd. Voor de aanvullende beurs gelden dezelfde voorwaarden als voor de basisbeurs. Basislening De basislening is een rentedragende lening als aanvulling op de basisbeurs en de aanvullende beurs. Je kunt kiezen voor alleen de basisbeurs en de aanvullende beurs. De basislening is niet verplicht. Studiefinanciering WSF De Nederlandse WSF bestaat uit: een basisbeurs, veen aanvullende beurs, een rentedragende lening en een studentenreisproduct (OV-kaart). Basisbeurs De basisbeurs ontvangt iedere student die recht heeft op een studiefinanciering. Of en hoeveel aanvullende beurs je ontvangt, is afhankelijk van het inkomen van je ouders. Aanvullende beurs en lening bij WSF De basisbeurs en het studentenreisproduct zijn er voor iedereen. Een aanvullende beurs en een lening moet je extra aanvragen. Kunnen je ouders niet meebetalen, dan kun je een aanvullende beurs aanvragen. Je kunt zelf meebetalen aan je studie door naast je studie te werken of door bij ons te lenen. Studenten met ook SSC Studenten met een studiefinanciering van de SSC moeten voor het eerste jaar de maximale WSF aanvragen, dus zowel de basisbeurs, de aanvullende beurs, de rentedragende lening als de OV-kaart. Studieschuld bij twee instanties Na de studie heb je zowel bij de WSF als bij de SSC een studieschuld opgebouwd die rechtstreeks aan de desbetreffende instantie moet worden terugbetaald volgens de principes van elk stelsel. Terugbetaling bij SSC De basisbeurs en de aanvullende beurs hoeven alleen terugbetaald te worden als de student zijn studie voortijdig stopzet. Het betreft een prestatiebeurs die de overheid beschikbaar stelt. De hoogte van de opgebouwde schuld is afhankelijk van het moment waarop je stopt. De basislening betaal je altijd terug. Terugbetaling bij WSF Je beurs is een voorlopige lening. Die voorlopige lening wordt pas een gift als je je diploma binnen 10 jaar haalt, gerekend vanaf je eerste maand studiefinanciering. Dit noemen we ook wel 'prestatiebeurs'. Hoeveel beurs wordt omgezet in een gift, is afhankelijk van de waarde van je diploma. Haal je geen diploma, dan moet je alles terugbetalen: je basisbeurs, je aanvullende beurs en je studentenreisproduct. Alleen je aanvullende beurs over de eerste 5 maanden mag je altijd houden. De rentedragende lening betaal je altijd terug. Meer weten? Kijk op: http://www.ssc.an en http://www.ib-groep.nl/particulieren Stichting Studiefinanciering Curaçao (SSC) Iedereen krijgt: Basisbeurs Dit is een gift, behalve als je je studie niet afmaakt. Dan moet je de beurs terugbetalen. Afhankelijk van het inkomen van je ouders krijg je: Aanvullende beurs Dit is een gift, behalve als je je studie niet afmaakt. Dan moet je de beurs terugbetalen. Iedereen mag vrijwillig afsluiten: Basislening Na je studie moet je de lening terugbetalen, inclusief rente. Wet Studiefinanciering (WSF) Iedereen krijgt: Basisbeurs Dit is een gift, behalve als je je studie niet afmaakt. Dan moet je de beurs terugbetalen. Iedereen krijgt: Studentenreisproduct (OV-kaart) Als je je studie niet afmaakt, moet je de OV-kaart terug betalen. Afhankelijk van het inkomen van je ouders krijg je: Aanvullende beurs Dit is een gift, behalve als je je studie niet afmaakt. Dan moet je de beurs terugbetalen. Iedereen mag vrijwillig afsluiten: Rentedragende lening Na je studie moet je de lening terugbetalen, inclusief rente.
Door Carmon op dinsdag 18 februari 2014
Steeds meer bedrijven, organisaties en instanties vragen om een kopie van uw paspoort, identiteitskaart, rijbewijs of verblijfsdocument. Bijvoorbeeld als u een huurcontract of telefoonabonnement afsluit, als u een nachtje in een hotel wilt slapen of als u naar het casino gaat. Er zijn mensen die misbruik maken van deze kopieën. U kunt dit misbruik tegengaan. Op uw paspoort, rijbewijs of identiteitskaart staan diverse persoonsgegevens zoals geboortedatum, woonplaats en burgerservicenummer. Door het kopiëren van deze gegevens vergroot u de kans dat u slachtoffer wordt van identiteitsfraude. Slachtoffers van identiteitsfraude kunnen grote financiële en maatschappelijke schade ondervinden. Wat is identiteitsfraude? Identiteitsfraude betekent dat iemand anders dan uzelf gebruik maakt van uw identiteitsgegevens. Dit gebeurt vaak met een kopie van uw identiteitsbewijs. Hiermee kan iemand op uw naam bijvoorbeeld een lening aanvragen of een telefoonabonnement afsluiten. Het gevolg is dat u rekeningen ontvangt voor zaken die u niet heeft aangeschaft. Bent u verplicht om een kopie van uw identiteitsbewijs te geven? Nee, alleen in uitzonderlijke gevallen bent u verplicht een kopie van uw identiteitsbewijs te laten maken. Een aantal organisaties mogen een kopie van uw identiteitsbewijs maken, zoals uw werkgever en uw bank. In de praktijk vragen ook veel andere organisaties om een kopie. U bent echter niet wettelijk verplicht om die aan hen te geven. Als u lid wordt van een sportschool of een telefoonabonnement afsluit, hoeft u bijvoorbeeld geen kopie af te geven. Op de website van het College bescherming persoonsgegevens vindt u meer informatie over wie een kopie van uw identiteitsbewijs mag maken. Hoe voorkomt u fraude met een kopie? Geef nooit zomaar uw identiteitsbewijs af. Als iemand een kopie wil maken, vraag dan altijd waarom dit nodig is. Registratie van het soort identiteitsbewijs en het documentnummer is meestal voldoende Geeft u toch een kopie af? Help dan misbruik te voorkomen. Hoe doet u dat? Volg de onderstaande 3 stappen. Schrijf op de kopie die u afgeeft: dat het een kopie is, voor wie of welk product de kopie bedoeld is, de datum waarop u de kopie afgeeft, streep uw burgerservicenummer door; in het document, maar ook in de strook nummers onderaan.
Door redactie op woensdag 5 februari 2014
De Gemeenteraadsverkiezingen zijn in aantocht. Dus ventileren de plaatselijke politieke partijen krasse verkiezingstaal en stoere plannen om kiezers te winnen. Om Tilburg veiliger te maken heeft de VVD haar peilen gericht op verdachte Marokkaanse en Antilliaanse/Arubaanse Tilburgse jongeren tussen de 12 en 17 jaar. Speciale politie voor Marokkanen en Antillianen “Tilburg moet en kán veiliger”. Dit is het nieuwe actieplan van de VVD Tilburg voor de komende gemeenteraadsverkiezingen. Volgens de partij zijn Marokkaanse en Antilliaanse jongeren de grote boosdoeners als het om veiligheid in de gemeente gaat. Als het aan de VVD en lijsttrekker/wethouder Roel Lauwelier ligt, komt er een ‘specifieke inzet’ op criminele Marokkanen en Antillianen. Dit houdt in dat bij politie en justitie capaciteit wordt vrijgemaakt die zich alleen bezig houdt met de criminaliteit onder Marokkaanse en Antilliaanse jongeren tussen 12 en 17 jaar. Zijn verdachten ook criminelen? Lijsttrekker/wethouder Lauwelier baseert zijn omstreden actieplan op cijfers uit de Tilburgse Integratiemonitor. Maar waar de VVD spreekt over criminelen wordt in de monitor gesproken over verdachten. Volgens de integratiemonitor zijn van alle autochtone jongeren van 12 tot en met 17 jaar 1,2 procent als verdachte bekend bij de politie. Bij Antilliaanse jongeren van 12 tot en met 17 jaar is dit 4,8 procent. Om hoeveel verdachte Antillianen gaat het? Het percentage verdachten onder Antillianen is veel hoger dan het percentage onder de autochtonen. Maar om hoeveel Antillianen gaat het in absolute aantallen? Volgens de integratiemonitor zijn dat 20 verdachten. Om een aparte politie-eenheid vrij te maken voor 20 verdachte Antilliaanse/Arubaanse Tilburgse jongeren is niet een efficiënte oplossing omdat de kosten waarschijnlijk heel hoog zijn. En het past ook niet in een tijd dat de Gemeente die op de centjes let en streeft naar een samenleving waar we ‘Allemaal Tilburgers’ zijn. Kritiek van OCAN Inmiddels heeft het plan van de VVD voor speciale Antillianen- en Marokkanenpolitie landelijk, lokaal, en in Caribisch Nederland de nodige stof doen opwaaien en voor beroering gezorgd. OCAN (Overlegorgaan Caribische Nederlanders) heeft minister Asscher, verantwoordelijk voor discriminatiebestrijding, opgeroepen om krachtig een standpunt in te nemen tegen het volgens OCAN racistische plan van de VVD Tilburg. Kritiek uit Gemeente Tilburg De lokale coalitiepartners waren niet te spreken over het standpunt van de VVD en vooral over de toon die de partij gebruikt. Lijsttrekker en wethouder Auke Blaauwbroek (PvdA) is verrast dat de VVD gelijk keihard uit de bocht vliegt bij de start van de verkiezingscampagne. Het veiligheidsdebat ligt voor hem genuanceerder Berend de Vries (D66) vindt dat je bevolkingsgroepen met dit soort uitspraken op een bepaalde negatieve manier wegzet, terwijl je ze juist moet helpen. Erik de Ridder (CDA) geeft aan ook voorstander te zijn van aanpakken samen met preventie, maar ‘een boef is een boef, welk kleurtje hij ook heeft’. Gedraai van de VVD Twee jaren geleden liep de politieke partij VVD Tilburg voorop bij het afschaffen van het specifieke beleid op minderheden. Bij de Antilliaanse en Arubaanse Tilburgers ging het om beleid gericht op aanpakken werkloosheid, schooluitval en criminaliteit. Nu komt de VVD weer een specifiek op de Antillianen en Marokkanen gericht plan. De VVD toont zich erg ongeloofwaardig met haar plan en probeert met stoere en omstreden plann electoraal gewin te halen over de rug van een minderheidsgroep.
Door redactie op woensdag 29 januari 2014
Een kwart van de inwoners van Nederlander heeft vorig jaar minstens één voorval meegemaakt dat zij als discriminerend ervaren. Dat blijkt uit een rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) dat is verschenen over de mate waarin inwoners van Nederland discriminatie ervaren. In het rapport gaat het niet over feitelijke discriminatie maar om wat mensen zelf als discriminatie voelen, ervaren en benoemen. Ongeveer 12.500 mensen hebben een vragenlijst ingevuld. In de vragenlijst is voor de volgende voorvallen nagegaan of men discriminatie heeft ervaren. Verschillende discriminatiegronden zoals leeftijd, religie, geslacht, etnische herkomst, ras, handicap en seksuele gerichtheid; Terreinen waar discriminatie is ervaren zoals de openbare ruimte, in het contact met instanties, op de arbeidsmarkt en in het onderwijs; Discriminatie-ervaringen van specifieke groepen, zoals migrantengroepen, mensen met een beperking en seksuele minderheid.   De belangrijkste uitkomsten van het onderzoek Een kwart van de inwoners van Nederland heeft discriminatie ervaren in de afgelopen twaalf maanden. Leeftijdsdiscriminatie (10% ) en discriminatie naar etnische herkomst (8%) zijn de meest ervaren discriminatiegronden. Op de derde plaats sekse gevolgd door huidskleur en geloof. Ervaren discriminatie bij het zoeken naar werk wordt door 45-plussers bijna altijd in verband gebracht met hun leeftijd. Van de werkzoekenden heeft 15% zich bij het zoeken naar werk gediscrimineerd gevoeld. Ruim één op de tien inwoners van Nederland heeft discriminatie ervaren in de openbare ruimte. Een aanzienlijk deel van de lesbische, homoseksuele en biseksuele mensen ervaart discriminatie op grond van hun seksuele gerichtheid in de publieke ruimte. Binnen migrantengroepen (Turkse, Marokkaanse, Surinaamse, Antilliaanse Nederlanders en migranten uit Midden- en Oost-Europa) heeft een derde tot de helft in de afgelopen twaalf maanden discriminatie in de openbare ruimte ervaren. Van de werkzoekende migranten heeft 20 tot 40% discriminatie ervaren bij het zoeken naar werk. Op de werkvloer en in het onderwijs worden vergelijkbare percentages gerapporteerd.   Migrantengroepen ervaren veel discriminatie Migranten ervaren op alle terreinen discriminatie. Sommige discriminatie-ervaringen worden vaker door bepaalde groepen gerapporteerd. De helft tot twee derde van migrantengroepen ervaart discriminatie op grond van etniciteit, ras of religie. Eén op de drie Turkse studenten, één op de vier Marokkaanse studenten en ruim één op de vijf Surinaamse studenten denkt dat zij moeilijk een stage konden vinden vanwege discriminatie. Eén op de vijf Marokkaans Nederlandse mannen heeft het gevoel door de politie extra in de gaten te worden gehouden en beschouwt dit als discriminatie. Op het terrein van salariëring ervaren migranten uit Midden- en Oost-Europa vaker dat zij minder betaald krijgen dan een collega die hetzelfde werk doet: van de werkenden uit deze groep rapporteert 15% deze vorm van discriminatie.   Noot van de BAAT013 redactie Migrantengroepen ervaren over de hele breedte veel discriminatie. De hoge ervaren discriminatie door migrantengroepen die uit het SCP-rapport blijkt is in lijn met eerder onderzoek en maatschappelijke trends, die duiden op een maatschappelijk klimaat waarin migranten zich blijkbaar minder geaccepteerd voelen in Nederland. Hoewel niet in alle gevallen van ervaren discriminatie ook sprake hoeft te zijn van feitelijke discriminatie, is alleen al het gevoel om niet als volwaardig of als gelijke te worden gezien bijzonder frustrerend en kwetsend en kan een negatieve impact hebben op iemands persoonlijke leven. Nederland moet zich daarom hard maken om ervaren negatieve bejegening, discriminatie en racisme tegen te gaan. Het probleem negeren, bagatelliseren of wegkijken maakt het eerder groter omdat slachtoffers zich na te zijn gediscrimineerd ook nog eens niet gesteund voelen.