Door redactie op woensdag 7 mei 2014
Pierre Lauffer(1920-1981) was een bekende Curaçaose dichter en schrijver. In 1968 verscheen een de bundel, ‘Seis Anja kaska bèrde’ (Zes jaar groene schil), met verhalen over de tijd dat hij politieagent was. Hieronder een kort verhaal uit deze bundel. Pierre Lauffer schreef in het papiaments. Er is geen vertaling van dit verhaal. De gebruikte Papiamentse tekst en spelling dateren uit de jaren zestig. Kas Chiki Dos o tres be m’a hasi wárda na Kas Chiki. Nada di kanta makamba. Un wárda laf, ketu. Den e kas riba e pidasitu seru mi tabata sinta lombra wowo, guli stof di kaja. Poko mas pabow tabatin dos o tres kas, kaminda e polisnan tabata biba. E tempu ei ja Kabaret di Pargata a pasa pa historia. E nomber “Onze vlag”tabata resona ahinda, pero ja e tabata un káska, un kadaver, ku un pasado rebultiá. Un bon resultado so e wárdanan na Kas Chiki a dunami. Ei m’a sera konosi ku ju muhe di un polis. Un pichon koló di mespu. Un kara djispow. I un kurpa manera kurason di kwalke chabalitu por desea. Patras den wárda nos tabatin nos prome enkwentro. Ami no a perde tempu, pero start sali di golpi ku namoramentu . Sunchimentu ku chupamentu di lenga a marka mi entrada. Galinja a gusta ku mi. Di moda kun os a palabra pa sigui e freiashi na su kas. Dia ku mi a bai su kas ni su tata ni su mama no tabata tei. E puitu a blo riba mi, bistí na su larson so. Dos pechu tamanjo di pera a buta mi wowonan span. Sin preliminario e mucha a kombidami bai den kamber . I riba kama di su mama nos a frei, ku matras tabata pidi pordon. Pero ku esei e galinja no tabata satisfecho. E la bistis su panja di banjo, invitami ban landa den un baki di un hófi djis banda di su kas. Den hófo amor a bai gol. Poko tempu despues, na Penstraat 24, mi a konta mi dos amigunan di kwarto, kon bon mi a pasa ku e galinja, ku tabatin kabei rondo di su bikinan di tete. Tur dos mi amigunan a grita hari parew i puntrami: “Bo ke men Nettie? Anto e tin un fret den su pechu?”. Mi ilushon a dirti mes momentu. Tres mosketero pa un puitu tabata di mas. Nunka mas mi a mira Nettie. Kas Chiki uit: P.A. Lauffer, Seis anja káska berde. Curaçao: Van Dorp 1968
Door Carmon op woensdag 30 april 2014
Op Bonaire wordt op 30 april al vijfentwintig jaar ‘Dia di Rincon’ gevierd. Het wordt daarom de Koninginnedag van Bonaire genoemd. In voorgaande jaren was 30 april al een officiële vrije dag omdat het Koninginnedag was. Maar sinds dit jaar is er op 27 april Koningsdag. Wat gebeurt er met ‘Dia di Rincon’? Op deze dag laten de bewoners van Rincon hun cultuur, hun tradities en hun geschiedenis zien. Duizenden mensen bezoeken het dorpje. Ze komen niet alleen van Bonaire maar ook uit andere Antilliaanse eilanden en zelfs uit Nederland. Wat ooit klein begon, is uitgegroeid tot een waar volksfeest. Bonairianen zijn bezorgd Sinds het besluit om met ingang van dit jaar Koningsdag op 27 april te vieren, maken Bonairianen zich zorgen over de viering van hun ‘Dia di Rincon’. Het feest is een succes omdat veel bezoekers uit Aruba, Curaçao, Sint Maarten en Nederland naar Rincon komen. Als 30 april geen vrije dag meer is, komen ze niet meer omdat ze dan een vrije dag moeten opnemen. Vaak combineerden ze hun bezoek met de vrije dag op 1 mei: de Dag van de Arbeid. Argumenten voor 30 april ‘Dia di Rincon’ zorgt niet alleen voor de overdracht van het cultureel erfgoed, dat van levensbelang is voor het behoud van de Bonairiaanse identiteit. Het is ook het grootste volksfeest op het eiland. Het trekt jaarlijks een groot aantal bezoekers naar het eiland en is daarmee belangrijk voor de economie. 30 april is niet alleen voor Bonaire belangrijk. Het levert in combinatie met 1 mei extra vrije dagen op. Ook voor de inwoners van Curaçao, Aruba en St. Maarten, die daarvan gebruik maken om hun verblijf op Bonaire te verlengen. Stappen om te komen tot een vrije dag De Eilandsraad van Bonaire vindt dat 30 april in de toekomst een officiële vrije dag moet worden. Het Bestuurscollege van Bonaire heeft ook Curaçao en Aruba gevraagd om gezamenlijk te kijken of 30 april tot een officiële vrije dag kan worden uitgeroepen. Kort geleden heeft het Openbaar Lichaam Bonaire een verzoek ingediend bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelatie (BZK) om van 30 april een officiële feestdag te maken. Dit verzoek is in behandeling in Den Haag. Nog steeds geen vrije dag Nederland heeft nog geen toestemming gegeven om 30 april als officiële vrije dag aan te merken. Het Openbaar Lichaam Bonaire geeft haar ambtenaren vrij, maar de Rijksambtenaren krijgen geen vrij. Ook in de private sector moeten werknemers die dag gewoon werken. Op Aruba is op 27 april Koningsdag gevierd. Curaçao viert dit jaar Koningsdag op 30 april. Plasterk: officiële feestdag in 2015 Minister Plasterk stelt voor de aankomende 30 april een praktische oplossing te zoeken door afspraken te maken tussen werkgevers en werknemers. “Ik streef ernaar om in overleg tijdig de regelgeving aan te passen zodat 30 april 2015 een officiële feestdag kan zijn voor Bonaire.” Plasterk zegt dat hij de diensthoofden van de Rijksambtenaren op het eiland oproept om ruimte te creëren. Zodat iedereen op een passende manier de dag kan beleven.
Door redactie op woensdag 16 april 2014
Afgelopen zondag was er een bijzondere diplomauitreiking bij IMC Weekendschool. In bijzijn van hun ouders en familieleden kregen 38 leerlingen hun diploma omdat ze de driejarige opleiding hadden afgerond. Eén van hen is Dinaira (13) uit Goirle. Met plezier denkt zij terug aan de afgelopen drie jaar. “Ik heb op de IMC Weekendschool verschillende vakken geleerd. Zoals recht, geneeskunde, journalistiek, film, wiskunde, ondernemen en beeldende kunst. Het leukste vond ik de uitstapjes naar het ziekenhuis voor het vak Geneeskunde. Ik heb veel gezien en van alles meegemaakt”. ‘Meer moeite doen dan je denkt’ Dinaira is in Nederland geboren maar haar grootouders komen uit Curaçao. Dinaira zit nu op De Rooi Pannen. Dankzij IMC Weekendschool heeft Dinaira haar keuze voor deze opleiding kunnen maken. Een ding heeft ze geleerd op de weekendschool: “Je moet meer moeite doen dan je denkt om iets te bereiken”. Aanvullend onderwijsprogramma IMC Weekendschool biedt een aanvullend onderwijsprogramma aan jongeren tussen de tien en veertien jaar. Drie jaar lang maken de leerlingen kennis met diverse beroepen die ze van huis uit niet kennen. Het doel van het weekendschoolonderwijs is dat leerlingen goed geïnformeerd in het leven komen te staan, een breed beeld krijgen van wat de maatschappij te bieden heeft en welke mogelijkheden er voor hen zijn. Diverse wijken in Tilburg IMC Weekendschool bestaat uit tien vestigingen in Nederlanden en telt meer dan 1300 (oud)leerlingen. In Tilburg krijgen kinderen uit de wijken Stokhasselt, Quirijnstok, De Heikant en De Stokhasselt uit Tilburg-Noord en uit de Kruidenbuurt en 't Zand in Tilburg-West aanvullend onderwijs op zondag. Leerlingen houden van doen Veel leerlingen houden van ‘doen’ en dat is ook precies wat de weekendschool beoogt: leren door ervaren. Daarom wordt er veel aandacht besteed aan leren in praktijksituaties. Gastdocenten met verschillende beroepen laten de jongeren actief ervaren wat hun beroep inhoudt. Vakexperts laten zien dat je plezier kunt beleven aan je werk – iets wat de leerlingen in eigen omgeving niet altijd meemaken. De leerlingen krijgen les van bijvoorbeeld journalisten, dokters, kunstenaars of advocaten en gaan op excursie naar allerlei spannende en interessante plekken. Hierdoor gaan de leerlingen bewuster denken over welke richting zij aan hun eigen leven willen geven. Kinderen uit achterstandswijken Leerlingen starten met de weekendschool als ze tien jaar zijn, de leeftijd waarop kinderen van nature nieuwsgierig zijn en gemotiveerd om de wereld te ontdekken. Het programma op de weekendschool is voor elk kind zinvol, maar IMC Weekendschool richt zich in eerste instantie op de groep die dit het hardst nodig heeft: kinderen uit sociaaleconomische achterstandswijken. Trotse moeder Dina, de moeder van Dinaira, is in ieder geval trots op haar dochter. “Je zag haar losser worden” vertelt ze. Volgens haar moeder doet Dinaiara altijd haar best op school. Maar over IMC Weekenschool was ze enthousiast. “In drie jaar heeft ze zoveel geleerd van vakken die ze in het reguliere onderwijs niet kreeg. En als ze thuiskwam had ze heleboel verhalen van wat ze geleerd had”. Dina zou haar andere kinderen zo laten meedoen met de IMC weekendschool. “Maar” zegt ze, “de kinderen moeten het zelf willen”.
Door redactie op woensdag 26 maart 2014
De werkloosheid onder Antillianen in Nederland is 16 procent. Dat is drie keer zoveel als de werkloosheid onder de autochtone bevolking (5 procent). Dat blijkt uit het Jaarrapport Integratie 2013 van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP). In Nederland werkt 70 procent van de autochtone bevolking. Onder Antillianen is dit 57 procent. De jeugdwerkloosheid onder Antillianen is met 28 procent flink hoger dan onder de autochtone bevolking (10 procent). Uit de cijfers blijkt verder dat de werkloosheid onder Antillianen relatief sterk is gestegen in de eerste helft van 2013. Vooral eerste generatie vaker werkloos Anders dan bij de andere migrantengroepen zijn Antillianen van de eerste generatie vaker werkloos dan de tweede generatie. Het SCP wijt dit aan ‘de groep kansarme Antillianen die vanaf midden jaren negentig naar Nederland is gekomen. Zij zijn laag opgeleid en beheersen het Nederlands gebrekkig.’ Het aandeel werkende Antillianen in Nederland is nauwelijks toegenomen tussen 2001 en 2012. Tweede generatie verhoudingsgewijs hoog opgeleid Het inkomen van de tweede generatie Antillianen is hoger dan die van de eerste. Volgens het SCP duidt op een ‘goede sociaaleconomische positie van de tweede generatie. Zij zijn verhoudingsgewijs hoog opgeleid en werkzaam in hogere beroepsniveaus.’ Nieuwkomers vaker werkloos De tweede generatie Antillianen staat in schril contrast met de Antilliaanse nieuwkomers van de laatste 15 jaar. Zij hebben een lage opleiding, zijn vaker werkloos en maken meer gebruik van uitkeringen. Deze groep is de laatste jaren gestegen. Vrouwen verdienen minder dan mannen Het CPB keek ook naar de economische zelfstandigheid en het individuele inkomen. Het valt bij de Antilliaanse Nederlanders op dat het inkomen van vrouwen duidelijk lager ligt dan dat van de mannen. Dit komt omdat een groot deel van de Antilliaanse vrouwen een alleenstaande moeder is. Discriminatie treft alle migrantengroepen De huidige recessie treft niet westerse migranten zwaarder dan autochtonen. Maar het is niet alleen de crisis die ervoor zorgt dat de werkloosheid verder oploopt. Alle migrantengroepen in Nederland hebben te maken met discriminatie. Lees ook het complete jaarrapport van het Sociaal Cultureel Planbureau.
Door redactie op donderdag 20 maart 2014
PvdA, jarenlang de grootste partij in de gemeente Tilburg, kreeg bij de onlangs gehouden gemeenteraadsverkiezingen een enorme dreun en ging van elf naar vijf zetels. D66 daarentegen won flink en is met negen zetels (vier in 2010) in één klap de grootste partij. Lijst Smolders (LST) komt in één keer met vijf zetels in de Tilburgse raad en de SP klom van vier naar zes zetels. Het verlies van de PvdA sluit aan op de landelijke trend, de partij verloor in bijna alle gemeenten. In Tilburg is het verval (minus 6 zetels) erg groot. Vier jaar geleden verloor de PvdA in sommige steden ook al, maar in Tilburg bleef de partij groot. Het lijkt erop dat onder andere het vertrek van enkele bekende PvdA gezichten, zoals Jan Hamming en Marieke Moorman, de partij flink wat zetels heeft gekost. D66 de grootste in Tilburg Dat D66 de grootste partij werd, sluit ook aan bij de landelijke trend. De kiezers lijken regeringspartijen PvdA en VVD af te rekenen op het onvermogen om uit de crisis te komen. De SP en LST volgen De SP maakte een sprong van vier naar zes zetels en nam de tweede plaats in. LST van Hans Smolders keert na vier jaar afwezigheid terug in de Tilburgse politiek en is met haar vijf behaalde zetels de derde grootste partij van Tilburg geworden. Veel deelnemende partijen in Tilburg Voor VVD en CDA waren de druiven in Tilburg erg zuur, met hun verlies van respectievelijk 2 en 1 zetel. TROTS pakte niet de verwachte en gehoopte winst en zakte van drie naar één zetel. Verder viel het op dat de versnippering in Tilburg volledig was. Bijna alle deelnemende partijen behaalden minstens één zetel. De opkomst in Tilburg Landelijk maakte 54,1 procent van de kiezers de gang naar de stembus. De kiesgerechtigden in Tilburg waren niet zo stemlustig. Slechts 44,9 procent trok naar het stemlokaal. Dat is fors onder het landelijke gemiddelde. Zetelverdeling Partijen 2014 2010 PvdA 5 11 VVD 5 7 CDA 5 6 D66 9 5 GL 4 4 SP 6 4 TROTS 1 3 TVP 2 3 VSP 1 1 VT 1 1 OPA 1 - LST 5 - TOTAAL 45 45
Door Carmon op woensdag 26 februari 2014
Curaçaose studenten die in Nederland studeren weten vaak niet wat voor studietegemoetkoming ze ontvangen. Ook weten ze niet waar ze recht op hebben. Er is ook onduidelijkheid over terugbetalingen. Ex-studenten zitten vaak tot hun nek in de schulden door leningen die ze hebben afgesloten bij Wet Studiefinanciering (WSF) en/of bij Stichting Studiefinanciering Curaçao (SSC). De Curaçaose studenten in Nederland krijgen naast de studiefinanciering van Nederland, de Wet Studie Financiering (WSF), ook de studiefinanciering van de SSC. Je moet dus rekening houden met twee stelsels van studiefinanciering. Die hebben veel raakvlakken met elkaar, maar er zijn ook enkele verschillen. Dus als je in Nederland studeert, bestaat je studiefinanciering uit de basisfinanciering van de SSC en de WSF samen of alleen uit de WSF. Basisfinanciering van SSC De studiefinanciering van de SSC wordt basisfinanciering genoemd en bestaat uit: een basisbeurs, veen aanvullende beurs, een basislening. De basisfinanciering dient ter dekking van je kosten van collegegeld/lesgeld, boekengeld en verzekeringen. Maar ook dekt ze kosten van vestiging en uitrustingskosten. Basisbeurs Je hebt ongeacht het inkomen van je ouders recht op 30% van het basisnormbedrag als basisbeurs bij de SSC. De basisbeurs is een gift van de overheid om het studeren te stimuleren, die je als lening krijgt totdat je aan bepaalde voorwaarden voldoet. Met andere woorden: de basisbeurs is prestatie gebonden. Aanvullende beurs Van je ouders wordt verwacht dat zij 30% van alle essentiële studiekosten dragen. Afhankelijk van het inkomen van je ouders subsidieert de overheid volgens een vooropgesteld schema een deel van deze bijdrage of het hele bedrag. Het bedrag dat de overheid extra financiert voor je ouders, wordt aanvullende beurs genoemd. Voor de aanvullende beurs gelden dezelfde voorwaarden als voor de basisbeurs. Basislening De basislening is een rentedragende lening als aanvulling op de basisbeurs en de aanvullende beurs. Je kunt kiezen voor alleen de basisbeurs en de aanvullende beurs. De basislening is niet verplicht. Studiefinanciering WSF De Nederlandse WSF bestaat uit: een basisbeurs, veen aanvullende beurs, een rentedragende lening en een studentenreisproduct (OV-kaart). Basisbeurs De basisbeurs ontvangt iedere student die recht heeft op een studiefinanciering. Of en hoeveel aanvullende beurs je ontvangt, is afhankelijk van het inkomen van je ouders. Aanvullende beurs en lening bij WSF De basisbeurs en het studentenreisproduct zijn er voor iedereen. Een aanvullende beurs en een lening moet je extra aanvragen. Kunnen je ouders niet meebetalen, dan kun je een aanvullende beurs aanvragen. Je kunt zelf meebetalen aan je studie door naast je studie te werken of door bij ons te lenen. Studenten met ook SSC Studenten met een studiefinanciering van de SSC moeten voor het eerste jaar de maximale WSF aanvragen, dus zowel de basisbeurs, de aanvullende beurs, de rentedragende lening als de OV-kaart. Studieschuld bij twee instanties Na de studie heb je zowel bij de WSF als bij de SSC een studieschuld opgebouwd die rechtstreeks aan de desbetreffende instantie moet worden terugbetaald volgens de principes van elk stelsel. Terugbetaling bij SSC De basisbeurs en de aanvullende beurs hoeven alleen terugbetaald te worden als de student zijn studie voortijdig stopzet. Het betreft een prestatiebeurs die de overheid beschikbaar stelt. De hoogte van de opgebouwde schuld is afhankelijk van het moment waarop je stopt. De basislening betaal je altijd terug. Terugbetaling bij WSF Je beurs is een voorlopige lening. Die voorlopige lening wordt pas een gift als je je diploma binnen 10 jaar haalt, gerekend vanaf je eerste maand studiefinanciering. Dit noemen we ook wel 'prestatiebeurs'. Hoeveel beurs wordt omgezet in een gift, is afhankelijk van de waarde van je diploma. Haal je geen diploma, dan moet je alles terugbetalen: je basisbeurs, je aanvullende beurs en je studentenreisproduct. Alleen je aanvullende beurs over de eerste 5 maanden mag je altijd houden. De rentedragende lening betaal je altijd terug. Meer weten? Kijk op: http://www.ssc.an en http://www.ib-groep.nl/particulieren Stichting Studiefinanciering Curaçao (SSC) Iedereen krijgt: Basisbeurs Dit is een gift, behalve als je je studie niet afmaakt. Dan moet je de beurs terugbetalen. Afhankelijk van het inkomen van je ouders krijg je: Aanvullende beurs Dit is een gift, behalve als je je studie niet afmaakt. Dan moet je de beurs terugbetalen. Iedereen mag vrijwillig afsluiten: Basislening Na je studie moet je de lening terugbetalen, inclusief rente. Wet Studiefinanciering (WSF) Iedereen krijgt: Basisbeurs Dit is een gift, behalve als je je studie niet afmaakt. Dan moet je de beurs terugbetalen. Iedereen krijgt: Studentenreisproduct (OV-kaart) Als je je studie niet afmaakt, moet je de OV-kaart terug betalen. Afhankelijk van het inkomen van je ouders krijg je: Aanvullende beurs Dit is een gift, behalve als je je studie niet afmaakt. Dan moet je de beurs terugbetalen. Iedereen mag vrijwillig afsluiten: Rentedragende lening Na je studie moet je de lening terugbetalen, inclusief rente.
Door Carmon op dinsdag 18 februari 2014
Steeds meer bedrijven, organisaties en instanties vragen om een kopie van uw paspoort, identiteitskaart, rijbewijs of verblijfsdocument. Bijvoorbeeld als u een huurcontract of telefoonabonnement afsluit, als u een nachtje in een hotel wilt slapen of als u naar het casino gaat. Er zijn mensen die misbruik maken van deze kopieën. U kunt dit misbruik tegengaan. Op uw paspoort, rijbewijs of identiteitskaart staan diverse persoonsgegevens zoals geboortedatum, woonplaats en burgerservicenummer. Door het kopiëren van deze gegevens vergroot u de kans dat u slachtoffer wordt van identiteitsfraude. Slachtoffers van identiteitsfraude kunnen grote financiële en maatschappelijke schade ondervinden. Wat is identiteitsfraude? Identiteitsfraude betekent dat iemand anders dan uzelf gebruik maakt van uw identiteitsgegevens. Dit gebeurt vaak met een kopie van uw identiteitsbewijs. Hiermee kan iemand op uw naam bijvoorbeeld een lening aanvragen of een telefoonabonnement afsluiten. Het gevolg is dat u rekeningen ontvangt voor zaken die u niet heeft aangeschaft. Bent u verplicht om een kopie van uw identiteitsbewijs te geven? Nee, alleen in uitzonderlijke gevallen bent u verplicht een kopie van uw identiteitsbewijs te laten maken. Een aantal organisaties mogen een kopie van uw identiteitsbewijs maken, zoals uw werkgever en uw bank. In de praktijk vragen ook veel andere organisaties om een kopie. U bent echter niet wettelijk verplicht om die aan hen te geven. Als u lid wordt van een sportschool of een telefoonabonnement afsluit, hoeft u bijvoorbeeld geen kopie af te geven. Op de website van het College bescherming persoonsgegevens vindt u meer informatie over wie een kopie van uw identiteitsbewijs mag maken. Hoe voorkomt u fraude met een kopie? Geef nooit zomaar uw identiteitsbewijs af. Als iemand een kopie wil maken, vraag dan altijd waarom dit nodig is. Registratie van het soort identiteitsbewijs en het documentnummer is meestal voldoende Geeft u toch een kopie af? Help dan misbruik te voorkomen. Hoe doet u dat? Volg de onderstaande 3 stappen. Schrijf op de kopie die u afgeeft: dat het een kopie is, voor wie of welk product de kopie bedoeld is, de datum waarop u de kopie afgeeft, streep uw burgerservicenummer door; in het document, maar ook in de strook nummers onderaan.
Door redactie op woensdag 5 februari 2014
De Gemeenteraadsverkiezingen zijn in aantocht. Dus ventileren de plaatselijke politieke partijen krasse verkiezingstaal en stoere plannen om kiezers te winnen. Om Tilburg veiliger te maken heeft de VVD haar peilen gericht op verdachte Marokkaanse en Antilliaanse/Arubaanse Tilburgse jongeren tussen de 12 en 17 jaar. Speciale politie voor Marokkanen en Antillianen “Tilburg moet en kán veiliger”. Dit is het nieuwe actieplan van de VVD Tilburg voor de komende gemeenteraadsverkiezingen. Volgens de partij zijn Marokkaanse en Antilliaanse jongeren de grote boosdoeners als het om veiligheid in de gemeente gaat. Als het aan de VVD en lijsttrekker/wethouder Roel Lauwelier ligt, komt er een ‘specifieke inzet’ op criminele Marokkanen en Antillianen. Dit houdt in dat bij politie en justitie capaciteit wordt vrijgemaakt die zich alleen bezig houdt met de criminaliteit onder Marokkaanse en Antilliaanse jongeren tussen 12 en 17 jaar. Zijn verdachten ook criminelen? Lijsttrekker/wethouder Lauwelier baseert zijn omstreden actieplan op cijfers uit de Tilburgse Integratiemonitor. Maar waar de VVD spreekt over criminelen wordt in de monitor gesproken over verdachten. Volgens de integratiemonitor zijn van alle autochtone jongeren van 12 tot en met 17 jaar 1,2 procent als verdachte bekend bij de politie. Bij Antilliaanse jongeren van 12 tot en met 17 jaar is dit 4,8 procent. Om hoeveel verdachte Antillianen gaat het? Het percentage verdachten onder Antillianen is veel hoger dan het percentage onder de autochtonen. Maar om hoeveel Antillianen gaat het in absolute aantallen? Volgens de integratiemonitor zijn dat 20 verdachten. Om een aparte politie-eenheid vrij te maken voor 20 verdachte Antilliaanse/Arubaanse Tilburgse jongeren is niet een efficiënte oplossing omdat de kosten waarschijnlijk heel hoog zijn. En het past ook niet in een tijd dat de Gemeente die op de centjes let en streeft naar een samenleving waar we ‘Allemaal Tilburgers’ zijn. Kritiek van OCAN Inmiddels heeft het plan van de VVD voor speciale Antillianen- en Marokkanenpolitie landelijk, lokaal, en in Caribisch Nederland de nodige stof doen opwaaien en voor beroering gezorgd. OCAN (Overlegorgaan Caribische Nederlanders) heeft minister Asscher, verantwoordelijk voor discriminatiebestrijding, opgeroepen om krachtig een standpunt in te nemen tegen het volgens OCAN racistische plan van de VVD Tilburg. Kritiek uit Gemeente Tilburg De lokale coalitiepartners waren niet te spreken over het standpunt van de VVD en vooral over de toon die de partij gebruikt. Lijsttrekker en wethouder Auke Blaauwbroek (PvdA) is verrast dat de VVD gelijk keihard uit de bocht vliegt bij de start van de verkiezingscampagne. Het veiligheidsdebat ligt voor hem genuanceerder Berend de Vries (D66) vindt dat je bevolkingsgroepen met dit soort uitspraken op een bepaalde negatieve manier wegzet, terwijl je ze juist moet helpen. Erik de Ridder (CDA) geeft aan ook voorstander te zijn van aanpakken samen met preventie, maar ‘een boef is een boef, welk kleurtje hij ook heeft’. Gedraai van de VVD Twee jaren geleden liep de politieke partij VVD Tilburg voorop bij het afschaffen van het specifieke beleid op minderheden. Bij de Antilliaanse en Arubaanse Tilburgers ging het om beleid gericht op aanpakken werkloosheid, schooluitval en criminaliteit. Nu komt de VVD weer een specifiek op de Antillianen en Marokkanen gericht plan. De VVD toont zich erg ongeloofwaardig met haar plan en probeert met stoere en omstreden plann electoraal gewin te halen over de rug van een minderheidsgroep.
Door redactie op woensdag 29 januari 2014
Een kwart van de inwoners van Nederlander heeft vorig jaar minstens één voorval meegemaakt dat zij als discriminerend ervaren. Dat blijkt uit een rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) dat is verschenen over de mate waarin inwoners van Nederland discriminatie ervaren. In het rapport gaat het niet over feitelijke discriminatie maar om wat mensen zelf als discriminatie voelen, ervaren en benoemen. Ongeveer 12.500 mensen hebben een vragenlijst ingevuld. In de vragenlijst is voor de volgende voorvallen nagegaan of men discriminatie heeft ervaren. Verschillende discriminatiegronden zoals leeftijd, religie, geslacht, etnische herkomst, ras, handicap en seksuele gerichtheid; Terreinen waar discriminatie is ervaren zoals de openbare ruimte, in het contact met instanties, op de arbeidsmarkt en in het onderwijs; Discriminatie-ervaringen van specifieke groepen, zoals migrantengroepen, mensen met een beperking en seksuele minderheid.   De belangrijkste uitkomsten van het onderzoek Een kwart van de inwoners van Nederland heeft discriminatie ervaren in de afgelopen twaalf maanden. Leeftijdsdiscriminatie (10% ) en discriminatie naar etnische herkomst (8%) zijn de meest ervaren discriminatiegronden. Op de derde plaats sekse gevolgd door huidskleur en geloof. Ervaren discriminatie bij het zoeken naar werk wordt door 45-plussers bijna altijd in verband gebracht met hun leeftijd. Van de werkzoekenden heeft 15% zich bij het zoeken naar werk gediscrimineerd gevoeld. Ruim één op de tien inwoners van Nederland heeft discriminatie ervaren in de openbare ruimte. Een aanzienlijk deel van de lesbische, homoseksuele en biseksuele mensen ervaart discriminatie op grond van hun seksuele gerichtheid in de publieke ruimte. Binnen migrantengroepen (Turkse, Marokkaanse, Surinaamse, Antilliaanse Nederlanders en migranten uit Midden- en Oost-Europa) heeft een derde tot de helft in de afgelopen twaalf maanden discriminatie in de openbare ruimte ervaren. Van de werkzoekende migranten heeft 20 tot 40% discriminatie ervaren bij het zoeken naar werk. Op de werkvloer en in het onderwijs worden vergelijkbare percentages gerapporteerd.   Migrantengroepen ervaren veel discriminatie Migranten ervaren op alle terreinen discriminatie. Sommige discriminatie-ervaringen worden vaker door bepaalde groepen gerapporteerd. De helft tot twee derde van migrantengroepen ervaart discriminatie op grond van etniciteit, ras of religie. Eén op de drie Turkse studenten, één op de vier Marokkaanse studenten en ruim één op de vijf Surinaamse studenten denkt dat zij moeilijk een stage konden vinden vanwege discriminatie. Eén op de vijf Marokkaans Nederlandse mannen heeft het gevoel door de politie extra in de gaten te worden gehouden en beschouwt dit als discriminatie. Op het terrein van salariëring ervaren migranten uit Midden- en Oost-Europa vaker dat zij minder betaald krijgen dan een collega die hetzelfde werk doet: van de werkenden uit deze groep rapporteert 15% deze vorm van discriminatie.   Noot van de BAAT013 redactie Migrantengroepen ervaren over de hele breedte veel discriminatie. De hoge ervaren discriminatie door migrantengroepen die uit het SCP-rapport blijkt is in lijn met eerder onderzoek en maatschappelijke trends, die duiden op een maatschappelijk klimaat waarin migranten zich blijkbaar minder geaccepteerd voelen in Nederland. Hoewel niet in alle gevallen van ervaren discriminatie ook sprake hoeft te zijn van feitelijke discriminatie, is alleen al het gevoel om niet als volwaardig of als gelijke te worden gezien bijzonder frustrerend en kwetsend en kan een negatieve impact hebben op iemands persoonlijke leven. Nederland moet zich daarom hard maken om ervaren negatieve bejegening, discriminatie en racisme tegen te gaan. Het probleem negeren, bagatelliseren of wegkijken maakt het eerder groter omdat slachtoffers zich na te zijn gediscrimineerd ook nog eens niet gesteund voelen.
Door redactie op maandag 16 december 2013
Veel mensen geven veranderingen in hun leefsituatie niet of niet tijdig door aan de gemeente. Toch is dit erg belangrijk. Ruim 600 overheidsorganisaties gebruiken uw persoonlijke gegevens zoals die bij de gemeente zijn geregistreerd. Zorg er dus voor dat uw gegevens bij de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA) kloppen. U voorkomt daardoor veel gedoe voor u zelf. Wilt u gedoe voorkomen? Controleer dan op mijn.overheid.nl of u goed geregistreerd staat bij uw gemeente. Waarom is het belangrijk om uw gegevens te controleren? Uw gegevens die in de Gemeentelijke Basisadministratie staan worden door organisaties als de Belastingdienst, UWV en de SVB gebruikt voor bijvoorbeeld het toekennen van kinderbijslag, zorgtoeslag of een uitkering. Ook de gemeente gebruikt deze gegevens, onder andere voor het uitgeven van parkeervergunningen of bij het verstrekken van een nieuw paspoort, verstrekken en verlengen rijbewijs en het versturen van stempassen. Staat u niet goed geregistreerd? Dan ontvangt u misschien niet de uitkering of de toeslagen waar u recht op hebt. Of duurt een aanvraag van een paspoort of parkeervergunning een stuk langer. Ook als u recht hebt op een erfenis, is het belangrijk om goed geregistreerd te staan bij uw gemeente. Zo kan de notaris u gemakkelijk vinden. Voorkom dat u een erfenis misloopt en controleer uw gegevens. Wijzigingen op tijd doorgeven Het is belangrijk dat uw gegevens in de GBA kloppen. En dat u op tijd wijzigingen doorgeeft. Volgend jaar komt er namelijk een nieuwe wet. Volgens deze wet kan de gemeente u een boete opleggen als u wijzigingen niet op tijd doorgeeft. U moet bijvoorbeeld uiterlijk vijf dagen na verhuizing uw nieuwe adres doorgeven. Een boete is maximaal € 325,-. Controleer uw gegevens via mijn.overheid.nl, en geef wijzigingen tijdig door en voorkom een boete. Hoe controleert u uw gegevens? Ga naar mijn.overheid.nl, log in met uw DigiD en controleer uw gegevens. Kloppen uw gegevens niet? Of gaat u bijvoorbeeld verhuizen of emigreren? Meld dit dan bij uw gemeente. Als uw gegevens niet kloppen neem dan contact op met de gemeente waar u woont. Meer weten? Kijk op www.voorkomgedoe.nl.