Door redactie op woensdag 13 mei 2015
In april presenteerde het Centraal Bureau voor de statistiek (CBS) nieuwe cijfers voor Caribisch Nederland. Met Caribisch Nederland worden Bonaire, Saba en Sint Eustatius bedoeld. Deze eilanden zijn sinds 10 oktober 2010 een deelgemeente van Nederland. De cijfers gaan onder meer over de leeftijd waarop moeders kinderen krijgen, het aantal tienergeboorten en de samenstelling van het huishouden. Leeftijd van de moeder bij geboorte Vrouwen in Caribisch Nederland worden met gemiddeld 25,2 jaar moeder. Vrouwen van Antilliaans/Arubaanse herkomst in Nederland worden met gemiddeld 25,9 jaar voor het eerst moeder. Vrouwen in Europees Nederland zijn gemiddeld 29,4 jaar wanneer ze voor het eerst moeder worden. Aantal tienergeboorten Het aantal tienergeboorten in Caribisch Nederland bedraagt 10 procent. Dat wijkt flink af van de rest van Nederland (1,3 procent). Vrouwen van Antilliaanse/Arubaanse herkomst in Nederland (6,8 procent ) zitten daar tussenin. Het aantal tienergeboorten onder vrouwen van Antilliaanse/Arubaanse herkomst in Nederland past zich geleidelijk aan, aan dat van alle vrouwen in Nederland. Eenoudergezin 38 procent van de kinderen die in 2012 in Caribisch Nederland werden geboren, kwam terecht in een eenoudergezinnen, vaak een alleenstaande moeder. Van de geboren kinderen in Nederland met een moeder van Antilliaanse/Arubaanse herkomst groeit 37 procent in een eenoudergezin op. Voor Nederland in totaal is dit aandeel veel lager namelijk 8 procent. Ongehuwd paar Verder valt op dat ongehuwd ouderschap voor vrouwen van Antilliaanse/Arubaanse herkomst (in Nederland) en voor alle vrouwen in Nederland nagenoeg overeenkomt, met ongeveer 30 procent. In Caribisch Nederland wordt slechts 15 procent van de kinderen geboren bij een ongehuwd stel. Gehuwd paar 38 procent van de kinderen in Caribisch Nederland groeit op bij een gehuwd paar. Van de baby’s in Nederland met een moeder van Antilliaanse/Arubaanse herkomst groeit 24 procent bij een gehuwd paar. Bij alle vrouwen in Nederland is het aandeel het hoogst: 56 procent. Overige huishouden Onder vrouwen in Caribisch Nederland komen andere vormen van huishoudens vaker voor dan onder vrouwen in Nederland totaal. Dat is ook zo onder vrouwen van Antilliaanse/Arubaanse herkomst. Het gaat dan vaak om een moeder en haar pasgeborene die inwonen bij de ouders (of de moeder) van de moeder.
Door Carmine Palm op woensdag 6 mei 2015
Prinses Beatrix heeft op Curaçao op 2 mei de tentoonstelling ‘Guera na Kòrsou’, oorlog op Curaçao, geopend. Met de expositie wil het eiland aandacht vragen voor haar rol tijdens de Tweede Wereldoorlog. Curaçao was vooral van belang door de levering van brandstof aan de geallieerden. De rol van Curaçao in de Tweede Wereldoorlog is niet bekend bij iedereen. Zelf weet ik van mijn moeder dat haar vader stuurman was op een olietanker. De tanker voer van Venezuela naar Curaçao. Mijn oma was altijd heel blij als opa weer thuis was want de tocht was heel gevaarlijk. En mijn vader vertelde dat ’s nachts de ramen geblindeerd werden zodat de Duitse onderzeeërs het eiland niet konden lokaliseren. Olie uit Venezuela Voor de olie, die uit het Venezolaanse meer van Maracaibo werd gewonnen, hadden de oliemaatschappijen havens en opslagplaatsen nodig. Venezuela en de oliemaatschappijen kozen voor Aruba en Curaçao vanwege de goede havens en politieke rust. En zo vestigde zich in 1918 De Koninklijke Olie Petroleum Maatschappij(KNPM)/Shell op Curaçao. Het kreeg de naam van de plek, het schiereiland Isla aan de haven van Willemstad. Olie en de geallieerde troepen Doordat Curaçao deze olieraffinaderij had, speelde het een speciale rol tijdens de oorlog. De raffinaderij voorzag in de olie- en kerosinebehoeften van de Engelse, de Franse en de Amerikaanse vliegtuigen. De raffinaderij leverde een groot aandeel in de brandstofvoorziening voor de legers van de geallieerden en was daarom strategisch van grote waarde. Gevaar op het water Er werd op Curaçao en op Aruba niet gevochten, maar de wateren rondom de eilanden waren zeer gevaarlijk. Duitse onderzeeërs loerden met hun torpedo's op olietankers op zee. Ze hielden de haven van Willemstad ook goed in de gaten. Stoppen olieproductie De Nederlandse regering was tijdens de oorlog in ballingschap. De overzeese eilanden moesten zich tot de bevrijding zelf redden. Daarom werd Curaçao eerst door de Engelsen en later door de Amerikanen bezet om het eiland te verdedigen tegen de Duitsers. De Amerikanen hadden in die tijd 1400 man op Curaçao gestationeerd om de raffinaderij en het eiland te bewaken. Niet onnodig want de Duitsers probeerden met van duikboten gelanceerde torpedo's de olieproductie te stoppen. Schutters Curaçao zelf had onder de eigen bevolking 3000 'schutters' gerekruteerd. Mannen die met veel animo en toewijding het eiland veilig hebben weten te houden. Curaçao is in de oorlogsjaren door zijn bewoners met succes verdedigd en de raffinaderij draaide op volle toeren, waardoor brandstof kon worden geleverd aan de geallieerden. Curaçao in het donker Ruim drie jaar lang moesten de inwoners van Curaçao tussen 18.00 uur en 06.00 uur hun lichten uit laten of hun huis lichtdicht blinderen. Na 21:00 uur mocht er geen lampje meer branden. Overal hingen zwarte kleden voor de ramen en zelfs voor de autolampen werden zwarte doeken geplakt. Je zag helemaal niets meer en hoorde vaak urenlang het geluid van de laagvliegende gevechtsvliegtuigen. Het is de Duitsers nooit gelukt om Curaçao, of buureiland Aruba waar ook een raffinaderij was, te benaderen of te beschadigen. Meer weten? In Het Curaçaos Museum in Willemstad is tot en met 12 juli de tentoonstelling te zien. Voor meer informatie klik hier. Carmine Palm
Door redactie op woensdag 29 april 2015
In de gemeente Tilburg kregen 34 personen een Koninklijke onderscheiding tijdens de jaarlijkse lintjesregen die dit jaar 200 jaar bestaat. Dit jaar kregen twee vrouwen uit de Antilliaanse gemeenschap in Tilburg een lintje: Rose-Marie van Abeelen Tecla en Mariëta Emers. Tilburg, met ruim 200.000 inwoners, heeft een Antilliaanse gemeenschap van 4.400 inwoners. Hieruit zijn twee vrouwen onderscheiden met een lintje. Rose-Marie van Abeelen Tecla is benoemd tot Lid in de Orde van Oranje-Nassau en Mariëta Emers is benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Rose-Marie van Abeelen Tecla Rose-Marie is op 20 april 1947 geboren op Curaçao en op 14-jarige leeftijd in Nederland komen wonen. Parochie Rose-Marie doet sinds 1981 gevarieerd vrijwilligerswerk binnen de parochie Frater Andreas (voorheen St. Lucaskerk). Ruim 25 jaar verzorgde ze de kinderwoorddiensten en samen met haar man doet ze nog steeds de huwelijksbegeleiding. Zij betekent veel voor de Antilliaanse gemeenschap. Dankzij haar betrokkenheid voelt de Antilliaanse gemeenschap zich thuis in de parochie. Antaru Rose-Marie is ook secretaris van Antaru, een werkgroep van Antillianen en Arubanen in Tilburg. Vanuit een Antilliaanse en Arubaanse achtergrond maakt de werkgroep Antaru zich sterk voor alle bewoners, met hun verschillende nationaliteiten, uit de wijk Kruidenbuurt en daarbuiten. Bij Antaru leidt Rose-Marie de seniorengroep Antaru 55+ met de bedoeling om de ouderen met elkaar in contact te brengen en uit hun isolement te halen. Antaru 55+ werkt veel samen met GGZ, Thebe, de GGD en de gemeente. Ook organiseert Antaru 55+ Yoga en Thai Chi lessen. De werkgroep is in 2008 door de gemeente Tilburg uitgeroepen tot vrijwilligers van het jaar. Multicultureel Zo levert Rose-Marie een grote bijdrage aan de multiculturele samenleving. Ze wil graag verschillende nationaliteiten bij elkaar brengen. Ze organiseert al jaren een multiculturele bustocht voor de ouderen in de wijk. Ook is ze de drijvende kracht achter diverse traditionele feesten zoals de jaarlijkse Seú. Seú is het jaarlijkse oogstfeest, een eeuwenoude Antilliaanse traditie, dat op tweede paasdag wordt gevierd. Mantelzorger Rose-Marie is als mantelzorger actief in de Antilliaanse gemeenschap. Zij heeft onder andere 12 jaar gezorgd voor een blinde meervoudige gehandicapte man uit Curaçao. Kindercrèche 22 jaar lang heeft Rose-Marie een kindercrèche in huiselijke sfeer gehad. Zij heeft op 106 kinderen gepast en nog steeds heeft zij veel contact met de kinderen. Zingen Rose-Marie is dol op zingen. Vroeger zong zij in Son Antiyas en nu zingt ze in een multicultureel koor ‘De Kleurrijke Mama’s’. De teksten zijn eigen levenservaringen zoals heimwee, eten, liefde en verdriet. Mariëta Emers Mariëta is op 4 december 1945 geboren op Curaçao en op 14-jarige leeftijd in Nederland komen wonen en studeren. Basisonderwijs Mariëta heeft 40 jaar lesgegeven in het basisonderwijs in Tilburg. Zelf ging zij naar een basisschool op Curaçao van de Zusters van Liefde van Schijndel. In Nederland volgde zij de Kweekschool (later de Pedagogische Academie) in Schijndel. Vrijwilligerswerk Mariëta doet meer dan 20 jaar vrijwilligerswerk. Zowel in Tilburg als buiten Tilburg. En het is te veel om op te noemen. Hieronder een kort overzicht van activiteiten die zij deed en doet. · Lid van het diaconieberaad van de kerk · Lid van SDAR (Stadsdeeladviesraad West) · Lid van TVR (Tilburgse Vrouwenraad) · Bestuurslid HBO-Tiwos (Huurdersbelangenorganisatie) · Bestuurslid OTO (Overlegorgaan Tilburgse Ouderen) · Lid van CAR (Cliëntenadviesraad) van Twern · Verhalenvertelster (Nanzi verhalen en andere verhalen uit onze cultuur) · Genomineerd voor de Emancipatieprijs Tilburg 2011 · Tilburg Dialoog · Deelnemer bij Wintervuur van het Wereldpodium · Bestuurslid Rincolada Verbindende schakel Door het vele vrijwilligerswerk dat Mariëta doet, is zij een verbindende schakel voor diverse contacten en veel organisaties op lokaal, regionaal en landelijk niveau. OcaN Bij OcaN is Mariëta behalve lid van de Seniorencommissie ook GSA Ambassadeur. GSA staat voor Gay Straight Alliance. De ambassadeurs maken door het organiseren van bijeenkomsten homoseksualiteit binnen de gemeenschap bespreekbaar. Stichting Caribische Senioren Tilburg Mariëta heeft in 2007 de Stichting Caribische Senioren Tilburg opgericht met als doel de belangenbehartiging van alle 50+ Antillianen en Arubanen in de regio Tilburg. Zij is als voorzitter van de Stichting Caribische Senioren Tilburg (SCST) een belangrijke sleutelfiguur binnen de gemeenschap. Door activiteiten voor deze groep te organiseren wil ze Caribische ouderen in Nederland ‘empoweren’. Zij zet zich in voor het (mede) organiseren en uitvoeren van groepsactiviteiten, huisbezoeken en bijwonen van overleggen met andere organisaties. Dit binnen de welzijns- en zorgsector in Tilburg en gericht op ouderenbelangen. Zij is niet alleen lokaal actief, maar ook op provinciaal en landelijk niveau in diverse werkgroepen en commissies als het om belangenbehartiging gaat van ouderen en in het bijzonder Caribische ouderen. Zo is zij ook lid van de ouderencommissie van de landelijke organisatie OcaN. Naast het verbinden en bouwen van bruggen vertaalt Mariëta vragen en wensen van senioren naar projecten en activiteiten. Zij is zeer betrokken bij de mensen uit de gemeenschap, is creatief, flexibel en gaat doelgericht te werk. Zonder haar inzet zou de Stichting Caribische Senioren Tilburg niet zo veel voor de gemeenschap kunnen hebben realiseren als nu. Ook zouden de Caribische ouderen veel minder in beeld zijn bij de Tilburgse lokale welzijns- en zorgsector. Haar droom Mariëta Emers kwam met vele anderen van de Antillen naar Nederland. Haar leeftijdgenoten zitten nu in de overwegend witte verzorgingshuizen. Met haar stichting Caribische ouderen werkt ze hard aan een droom: het stichten van een woon- of woon-zorgcomplex voor Caribische ouderen.
Door redactie op woensdag 22 april 2015
Terwijl carnaval in Nederland al even achter de rug is, viert St. Maarten deze weken dit spetterende feest. Van 16 april tot en met 5 mei is Caribbean Carnaval op het eiland, het kleurrijkste carnaval van de regio. Carnaval is het vrolijkste feest van het jaar op Sint-Maarten. De hele bevolking feest mee en geniet van de optredens, parades en muziekspektakels. Het carnaval op St. Maarten is uitgegroeid tot het meest spectaculaire en kleurrijke festival van het eiland en omstreken. Het wordt jaarlijks georganiseerd door ‘St. Maarten Carnival Development Foundation’ dat maandenlang intensief bezig is met de voorbereidingen. Tijdens deze dagen bruist het eiland van de spectaculaire shows, prachtige Jump-up parades en swingende feesten, harde drums, kostuums vol glitters en veren, cocktails en heel veel vrolijke mensen. Waarom carnaval in april? Het carnaval op St. Maarten is ontstaan als festiviteit rondom Koninginnedag. In 1969 stelde de regering van St. Maarten het Oranje comité op, met als doel Koninginnedag te organiseren. Twee leden van het Oranje comité kregen de opdracht informatie te verzamelen over het carnavalsfestival op het naburige eilandje St. Thomas . Met behulp van deze informatie en een bescheiden budget werd destijds rondom Koninginnedag het eerste carnaval op St. Maarten georganiseerd. Twee keer Carnaval Op het eiland dat door twee landen geregeerd wordt, wordt twee keer carnaval gevierd. In het Franse deel viert men het carnaval in februari en in het Nederlandse deel midden april-begin mei. En voor toeristen valt het carnaval tijdens het laag-seizoen en vindt men vaak betaalbare tickets naar St. Maarten. Carnival Village Elk jaar wordt speciaal voor het carnaval een ‘Carnival Village’ gebouwd bij de hoofdstad Philipsburg. Dit feestterrein ter grootte van een voetbalveld vormt het hart van de festiviteiten en themafeesten. Op het grote podium zie je de meest spectaculaire shows. Rondom het terrein kun je bij horecastandjes genieten van heerlijke Caribische gerechten en cocktails. Concerten en shows Gedurende het carnavalsseizoen wordt in de ‘Carnival Village’ genoten van grote shows en concerten. Concerten zoals ‘Flag Fest International Concert’, ‘Latin concert’ en ‘Zouk concert’. Tussendoor wordt op de andere dagen ook nog een ‘Junior Queen show’, ‘Miss Mature Pageant’ en ‘Youth Extravaganza’ gehouden. En uiteraard wordt op de ‘Senior Calypso Finals’ de nieuwe ‘roadmarch’ gekozen. Grote jump-up Na de ‘Senior Calypso Finales’ vertrekt een enorme mensenmassa vanuit de ‘Carnival Village’ met muziek door de straten van St. Maarten. Een aantal sound-trucks met de calypso-bands begeleiden dansende feestgangers tot het hoogtepunt van het feest dat tot lang na zonsopkomst duurt. Grote paradesAan het eind van de carnavalsperiode vinden de carnavalsparades en optochten plaats. Te beginnen met de ‘Junior Parade’ (Kindercarnaval) gevolgd door de ‘Grand Carnival Parade’ met praalwagens door de straten in en rondom Philipsburg Ook de calypso-muziek mag niet ontbreken. Om alles en iedereen in beweging te houden rijden sound-trucks met de ‘Grand Carnival Parade’ mee. Tussendoor wordt Koningsdag gevierd en het geheel wordt afgesloten met een ‘Closing Jump Up’ en het verbranden van de ‘King Momo’.
Door Carmon op woensdag 15 april 2015
Op 9 april is Ireno Baranco overleden. Hij is 98 jaar geworden. Ireno was de oudste Curaçaose inwoner van Tilburg. In 2012 verscheen een interview in het Papiaments met Baranco in het boek ‘Amor pa grandinan’. Het interview is geschreven door Mildred Straker. Hieronder een deel van het interview in het Papiaments. Wil je het hele interview lezen? Klik dan hier. Mi nòmber ta Ireno Juan Baranco. M’a nase 29 di òktober 1916. M’a bai St Jozefschool na Pietermaai tempu di fraternan di Tilburg. M’a kita dia m’a hasi 15 aña i m’a kuminsa traha; m’a bai siña pa mòntùr. Mi a kuminsá traha na aña ’45 na Garage Cordia pa Toyota, anto m’a keda traha ei te ku aña ’81. M’a traha 10 aña na Kòrsou pa mi mes, mòntùr, despues di ei na 1989 m’a bini Hulanda. Pregunta di Mildred: Awor Ireno a nase aña 1916, esei ta nifiká ku Ireno a pasa den e temporada di guera, segunda guera mundial. Ki Ireno por konta nos di e temporada ei? Kontesta: Temporada di guera mundial mi tabata biba na Pietermaai. E lugá ku nan ta yama Yoshi banda di botika Juliana bai aden. Anto segun mi ta tende tiru ku kosnan ei, m’a sali bai wak pafó, mi ta mira e bapor Van Kinsbergen supla bira bai aya banda, anto m’a mira laman a lanta haltu bai laria. Lugá ta un supmarino tabatin ei bou ku tabata tira riba e barkunan. Nan a tira riba un barku di zeta dal den su kustia, e barku a bai aden. Anto e di dos ku el a tira a subi riba Rif bai para. Pregunta di Mildred: Awor Ireno ta bibando na Hulanda, kon Ireno a yega na Hulanda? Kontesta: M’a yega Hulanda komo m’a stòp di traha. E muchanan tabat’ei, anto m’a bin Hulanda ku nan pa nan sigui studia. Pero mi kasá si a keda Kòrsou, anto na aña ’92 má manda busk’é. M’a pidi un kas promé, pero nan a bisami ku mi no por haña kas mesora ku mi tin ku warda. E ora ei m’a disidí di bai Kòrsou bèk. Ora m’a yega Kòrsou, mi yu a bisami ku m’a haña kas i e ora ei mi bini Hulanda bèk. Ora m’a yega mi a regla tur kos i denter dos siman m’a manda buska mi kasá. Nos a biba promé na Noord (Tilburg) despues nos a bin na West. M’a biba 11 aña na Tilburg. Pregunta di Mildred: Mi a komprondé ku Ireno a eksprensha algu ku ta manera un milager ku a pasa, dia ku Ireno a kai kap kabes? Kontesta: Sí, e ta manera un milager. Ta asina ku promé mi tabata sinti kurason. Ami ta un hende ku ta kere hopi den Kristu; Dios tei i mi ta kere hopi den Dios. Mi tabatin ku operá kurason, pasobra e hartklep no tabata bon. Dòkter di ku mi e edat ku mi tin ta poko difísil, pero ku ta ami mester sa. El a dunami remedi, píldora, pa mi bebe pa mi kurason. Anto nos tin un misa di misionero mundial di un pastora hende muhé. El a hasi orashon ku mi tur dia. Despues di seis luna m’a bai serka dòkter pa mi kontrolá pa mi tuma remedi. M’a warda, dòkter a bini habri porta, dòkter a drei wak mi. E di ku mi: “Bo n’ tin 36 aña no?” Mi di kuné: “Nò ainda no”. (ta hari) Awor el a sinta skibi su papelnan i e di: “Kon ta ku bo remedinan, bo tin mester di mas remedi?” El a kaba di skibi, e di ku mi: “Si, bo no mester di bini mas.” Mi di: “Kon mi n’tin mester di bini mas, mi tin ku hasi operashon.”E di: “Pasó nos no ta mira nada mas na bo kurason.” Bon, esei ta unu. Un dia m’a keda miso na kas. M’a subi trapi m’a bai ariba, ora mi ta serka di yega te ariba mi no sa di nada mas. M’a bin abou ku lomba dal mi kabes riba e kapstok. El a habri tur un buraku grandi, anto akinan (ta mustra unda na kabes) a keda asina grandi hinchá. Te ahinda e tin mal fatsun. M’a hañami di kremp doblá. M’a kue telefon pa mi yama mi kasá, at’ami ta yama number robes; tabata nét number di un amigu. E di ku mi: “Wardami, wardami.” El a sali ku outo, mesora e ku su kasá a kuri yega. E di: “Aki nò! Aki ta hòspital, dòkter, pasó bo kabes a habri.” El a hibami dòkter, dòkter a wak, e di: “Mi no por hecht e, pasó bo ta bai sufri hopi. Mihó mi peg’é, leim e.” Ora m’a yega kas, e yu muhé di mi a kore bini. E di ku mi: “Bin mi wak bo kabes.” Ora el a wak e di: “Nò hospital!” Ora m’a yega hòspital nan a bolbe plak e herida, pasò el a sigui basha sanger .Mi kara akinan a bira tur pretu. Ora nan a hinkami den scanner mi di ku nan: “Kiko a kibra di mi?” Nan di: “Nada no a kibra, bo ta bon bon.” Mi di: “Awèl, mi ta bai kas.” Nan di: “Nò, bo no por bai kas, pasò bo mester wordu verzorgd.” Mi di ku nan: “Nò, mi no ke wòrdu verzorgd. Nada no a kibra, mi ta bai drumi na mi kas.” Door ku mi a dal mi bekken, akinan a hincha, pia un tabata wanta kurpa, mi yu mesora a pidi Thebe un kama pa mi por drumi abou den sala. Despues nan a pidi e hendenan di Gemeente pa nan bin pone un left na kas. E left a subi, e ta baha. Despues m’a disidí mi no ta subi kuné, mi ta subi gewoon tene na trapleuning. Pasò mi ta subi dos bia bai ariba baha ku pia promé ku e left yega ariba, asina pokopoko e ta. Despues di un luna i mei m’a disidí di lanta, ma disidí di kuminsá kana. Pregunta di Mildred: Awor mi ke haña di Ireno un mensahe pa e hóbennan di awendia òf e generashon ku ta bini. Kontesta: E hóbenan, tur loke nan tin ku hasi ta, loke no ta kos di nan, laga pasa, loke no ta bemoei nan ku nan no tin nada di aber kuné, laga pasa. Kualke kos drei bira kabes un banda bai, legumai, pasó awendia mester dominá nan mes, libra nan di hustisia tambe, kuida kurpa. Ami nunka m’a huma, nunka mi bida m’a huma. Evitá e kos ei ta hopi bon pa nan mes tambe.
Door redactie op woensdag 18 maart 2015
Woensdag 18 maart vindt de 49ste editie van Arubadag plaats. Op deze dag viert Aruba de ‘Dia di Himno i Bandera’ (Dag van het Volkslied en de Vlag). Om te herdenken dat Aruba in 1976 een eigen vlag en volkslied kreeg, wordt dit heugelijke feit elk jaar op 18 maart gevierd. Arubadag wordt over het hele eiland gevierd, maar de meeste festiviteiten vinden plaats in Oranjestad. Zo is er een grote folkloristische zang- en dansshow op het Plaza Betico Croes, een groot plein in Oranjestad. En alle Arubanen zingen weer uit volle borst het volkslied 'Aruba Dushi Tera' mee. Verder worden er op het eiland allerlei sociale-, culturele-, sport- en andere activiteiten en feestelijkheden georganiseerd en overal wappert de Arubaanse vlag trots in de wind. Arubadag wordt ook in Nederland gevierd Het is traditie om ook de in Nederland wonende, werkende of studerende Arubanen in de gelegenheid te stellen om deze nationale feestdag te vieren. Dit jaar wordt de Arubadag op zondag 22 maart in ’De Broodfabriek´ in Rijswijk gevierd. De Arubanen in Nederland verheugen zich op deze dag. Uit alle delen van Nederland komen mensen naar de Arubadag, om zo elkaar te ontmoeten, de sfeer van thuis te proeven en om van de Arubaanse dans, muziek, cultuur en gerechten en lekkernijen te genieten. En om het volkslied te zingen! Viering Arubadag in Nederland steeds meer multicultureel In eerste instantie werd dit evenement georganiseerd voor de Arubaanse gemeenschap in Nederland, maar in de loop van de tijd werd de viering steeds meer multicultureel. Ook komen er vaak mensen uit Aruba naar Nederland om de Arubadag te vieren en er familie, vrienden en kennissen te ontmoeten. Het volkslied van Aruba Het volkslied van Aruba is ‘Aruba Dushi Tera’ (Aruba zalig land). Het lied, een wals, is in de jaren 50 geschreven door Juan Chabaya (Padu) Lampe. De muziek is van Rufo Wever. Het lied werd onder de Arubaanse bevolking zo populair, dat het op 18 maart 1976 officieel geïntroduceerd werd als volkslied van Aruba. Wil je graag het volkslied horen en meezingen? Hieronder de tekst van het Arubaans volkslied met vertaling. Aruba patria aprecia nos cuna venera chikito y simpel bo por ta pero si respeta. Refrein: O, Aruba, dushi tera nos baranca tan stima nos amor p’abo t’asina grandi cu n’tin nada pa kibre cu n'tin nada pa kibre Bo playanan tan admira cu palma tur dorna bo escudo y bandera ta orguyo di nos tur! Refrein Grandeza di bo pueblo ta su gran cordialidad cu Dios por guia y conserva su amor pa libertad Aruba gewaardeerd vaderland onze geliefde geboortegrond ook al ben je klein en eenvoudig je wordt gerespecteerd. Refrein: O, Aruba, heerlijk land onze dierbare rots onze liefde voor jou is zo groot dat niets het kan breken dat niets het kan breken. Je stranden worden bewonderd en zijn met palmen versierd je wapen en je vlag zijn de trots van ons allemaal! Refrein De grootheid van jouw volk is haar enorme hartelijkheid moge God leiden en behouden haar liefde voor de vrijheid.
Door redactie op donderdag 26 februari 2015
De Antilliaanse zangeres Shirma Rouse is dit jaar Maria in The Passion, de muzikale vertolking van het lijdensverhaal van Christus. Ze is vooral bekend als achtergrondzangeres en van haar optreden in The Voice of Holland. Maar ze heeft nog veel meer in haar mars. Shirma Rouse is op 13 maart 1980 geboren op het Bovenwindse eiland Sint-Eustatius. Ze komt uit een muzikale familie. Haar oma zong in de kerk en ook haar vader is muzikaal. Eerst scheikunde, dan conservatorium Tijdens haar middelbare school woont ze drie jaar op Curaçao. Op haar negentiende komt ze naar Nederland. Na een studie scheikunde besluit ze zich op de muziek te storten. Ze studeerde af als jazz-zangeres aan het conservatorium. Achtergrondzangeres Shirma treedt veel op als achtergrondzangeres, onder andere bij de Curaçaose zangeres Izaline Calister, Anouk, Alain Clark en Candy Dulfer. Maar ook bij Chaka Khan en het Metropole Orkest. Ook zingt Rouse in het Antilliaans bigband Tumbábo van Randal Corsen en is ze te horen op zijn cd ‘Dulsura di Korsou’. Eigen sound Shirma vindt het nu tijd om zelf in de spotlights te gaan staan en haar eigen 'sound' te laten horen. In 2010 brengt ze een cd uit met voornamelijk soulnummers, genaamd ‘Chocolate Coated Dreams’. In 2012 komt er een tweede cd uit,’ Shirma Rouse sings Aretha’, waarmee ze een theatertournee doet. In november 2014 volgt het album ‘Shout It Out Loud’. The Voice Of Holland In 2013 doet Rouse mee aan The Voice Of Holland. Ze ziet haar deelname als een uitgelezen kans om een visitekaartje af te geven als solozangeres. Alle stoelen draaien tijdens haar auditie om en ze kiest Trijntje Oosterhuis als haar coach. Rouse strandt in de halve finale, als ze het op moet nemen tegen Jill Helena. Beste achtergrondzangeres In mei 2014 gaat ze bij hoge uitzondering mee naar het Songfestival, waar ze meedoet in het achtergrondkoor van Anouk. Maar daar blijft het wat achtergrondwerk betreft bij. Ze wordt door The Eurovision Times wel uitgeroepen tot beste achtergrondzangeres van het festival. Maria in The Passion Nu dan dus een hoofdrol in The Passion, als Maria. De Nederlandse musical over het Paasverhaal wordt sinds 2011 jaarlijks door de EO op Witte Donderdag opgevoerd, ieder jaar in een andere stad. Dit keer in Enschede. Jim de Groot speelt de rol van Jezus, Jeroen van Koningsbrugge is Judas en Jeroen van der Boom vertolkt de rol van Petrus. Robert ten Brink is de verteller. The Passion wordt op 2 april uitgezonden op NPO1. Kijken dus!
Door redactie op donderdag 19 februari 2015
Er is iets opmerkelijks aan de hand. Terwijl de gevestigde Antilliaanse verenigingen in Nederland het steeds moelijker krijgen, richten Antilliaanse studenten en young professionals steeds meer organisaties op. Veel van de gevestigde Antilliaanse organisaties worstelen met hun eigen plannen of houden op te bestaan. Na 25 jaar sluit Vriendengenootschap Nederlandse Antillen en Aruba (VNAA) haar deuren. Ook de Movementu Antiano i Arubano pa Partisipashon (MAAPP) houdt op te bestaan. Minder geld Overlegorgaan Caribische Nederlanders (OCaN), de meest invloedrijke Antilliaanse organisatie in Nederland, moet het met flink minder geld gaan doen omdat het Rijk geen subsidie meer geeft. En de oudste Antillianen vereniging Sirkulo Antiyano Tilburg (SAT) krijgt geen huisvestingssubsidie meer en beraadt zich wat te doen. Jongeren wachten niet op ouderen Maar er is iets opmerkelijks aan de hand. In het najaar van 2014 besluiten de jongerenorganisaties om nauw met elkaar te gaan samenwerken. Zij willen niet langer wachten op de oudere generaties, want zouden teveel tijd besteden aan het doorhakken van knopen. Alleen de Vereniging Antilliaans Netwerk (VAN) heeft zich bij de jongeren aangesloten. Jongeren op social media De jongeren die de organisaties runnen zijn bijna klaar met hun studie of hebben al een paar jaar ervaring als vrijwilliger in de stichtingen en verenigingen. Ze maken gebruik van sociale media en spelen zo in op jongeren om mee te doen aan hun activiteiten. Daardoor zijn ze succesvoller in het mobiliseren van de achterban. Creatief met geld De jongerenorganisaties hebben weinig tot geen ervaring met het naar binnen halen van subsidiegelden. De organisaties zoeken allerlei creatieve manieren om geld via hun achterban te krijgen of ze zoeken sponsoren als ze met vakantie op de eilanden zijn. Maar zelfs als ze gesponsord worden, zijn het geen grote bedragen. Als ze 1500 euro in kas hebben voor een jaar is dat al veel voor hun begrip. Daarom spreken ze studenten aan op hun kwaliteiten. Bijvoorbeeld studenten met een grafische studie, om flyers, posters en websites voor hen te maken. Kosten? De studenten doen het gratis, in ruil voor een ervaring rijker. Jongeren organisaties Hieronder een paar van de nieuwe Antilliaanse organisaties: De grote nieuwkomer van 2014 is de Stichting CN’ers, gerund door jongeren. Deze stichting wil graag het Caribisch Nederlands talent stimuleren door studenten een kans te bieden om vrijwilligerswerk in Europa te gaan doen. Ook heb je Kiva Curacao, de stichting die zich inzet voor Curaçaose studenten en young professionals. ABC Compas, is een vereniging voor Antilliaanse studenten met een technische studie. En tot slot heb je de studentenclub ByGonga in Rotterdam.
Door redactie op donderdag 5 februari 2015
Voor de tweede keer won Amos Balentin het Tumba Festival. Tumba Festival is het grootste muziekevenement op Curaçao waar wordt gestreden om het beste Carnavalsnummer van het jaar. Amos Balentin deed dit jaar mee met de compositie van iemand anders. De voorbereidingstijd was namelijk kort. En met zijn nieuwe rol als bandleider van O’Vega had Amos niet voldoende tijd om een tumba te schrijven. Gelukkig had Gregory Colina ‘Muchanan di Kaya’ op de plank liggen. Perfecte tumba Met Gregory Colina heeft AmosBalentin altijd een goede band gehad. De laatste drie jaar was Gregory de arrangeur van de tumba’s die hij zelf componeerde. Colina had dit jaar al een tumba gemaakt. Die bleek perfect bij Amos te passen. Al heel jong zanger Amos Balentin begon in 1996 met zingen. Hij deed mee aan een talentenjacht op Curaçao en won deze. Sindsdien verdiende hij zijn geld met zingen in verschillende bands op Curaçao. Naar Nederland In 2000 kreeg Amos het aanbod om in de Antilliaanse band Champagne in Nederland te komen zingen. Op 18-jarige leeftijd vertrok hij naar Nederland. Het was een enorm succes. De band had verschillende nummer 1 hits samen met Amos. Daarna ging Amos naar Cache. Hier had hij nog meer succes. Hij had met Cache een grote hit: ‘Kuater Muraya’.  Tumba Festival op een laag pitje In 2003 deed Amos Balentin voor het eerst mee aan het Tumba Festival met een compositie van Jersey Isenia. Daarna werd het stil rond de tumba ambities van Amos. Hij ging studeren en daarna aan de slag als jongerenwerker. Hij zocht stabiliteit en zekerheid. Vijf jaar schrijven aan een tumba Al kon Amos niet meedoen aan het Tumba Festival. Hij begon wel alvast met het schrijven van een tumba. Balentin werkte vijf jaar in het geheim aan ‘Un Humilde piedra’ Twee keer Tumba koning In zijn laatste jaar met Cache besloot Amos in 2012 mee te doen met het Tumba Festival. Met het nummer ‘Un Humilde Piedra’ werd hij Tumba
Door redactie op zondag 25 januari 2015
Tumba Festival is het grootste muzikale evenement op Curaçao. Het is een muziekwedstrijd waar wordt gestreden om de Carnavals hit, de Tumba. Het Tumba Festival is een groot spektakel waar de lokale bevolking heerlijk los gaat op de tonen van de vrolijke en opzwepende Curaçaose Tumba. De in Tilburg wonende Elmus (Emmy) Da Costa Gomez levert voor de vijfde keer tekst en muziek aan het Tumba Festival. Elmus (Emmy) Da Gosta Gomez uit Curaçao woont al 28 jaar in Tilburg. Hij is werkzaam als Software Engineering Associate Manager bij Accenture. Als hobby speelde hij vroeger honkbal. Met het honkbalteam van HSC Tilburg speelde hij twee jaar in de Nederlandse overgangsklasse. De laatste jaren heeft Elmus een andere hobby. Hij componeert muziek en schrijft teksten. Niet zomaar muziek, maar muziek en teksten voor het Festival di Tumba. Wat Elmus bewogen? Tijdens de “Tumba Loko Loko”, die vroeger in Tilburg werden gehouden, schreef Elmus verschillende liederen voor deze wedstrijd. En met succes. Elmus won een keer en ook werd hij tweede. Zo groeide zijn ambities om ooit een tumba te schrijven voor de Tumba Festival op Curaçao. Elmus is zeer succesvol Elmus heeft al vijf keer meegedaan aan het festival op Curaçao. Hij componeert de muziek en hij schrijft de tekst. Drie keer is hij met zijn composities tot de finale doorgedrongen. Succesvolle Tumba’s In 2010 schreef Elmus zijn eerste Tumba ‘ Korsou, Ta nos tine’ en was meteen een succes met een classificatie in de finaleronde. In 2011 deed hij niet mee omdat hij geen zanger kon vinden. In 2012 heeft hij de finale niet gehaald met zijn tumba ‘Korsou, bo a kishiki mi’. Beide tumba’s van de afgelopen twee jaren (‘Mahestria Kultural’ en’ Korsou ta hari den union’) haalden de finale maar geen prijs. Compositie dit jaar Dit jaar heeft Elmus de Tumba: ‘Ata’wo, Tarzan a blo’ gecomponeerd. De uitvoering is in handen van zanger Ishahier Monte. Een zanger die vaak in de finale van het Festival heeft gezongen. Zanger Ishahier wordt bij het Tumba Festival 2015 muzikaal begeleid door de populaire formatie ‘Tune’. Thema van de Tumba In zijn Tumba geeft Elmus aan dat de normen en waarden steeds meer vervagen op Curaçao. Maar gelukkig komt de sterke en fictieve held van de jungle Tarzan tevoorschijn die wat orde op zaken komt stellen. Rei/Reina di Tumba (Tumba Koning/Koningin) Tijdens het Tumba Festival strijden diverse artiesten voor de titel Tumba Koning/Koningin. De winnende Tumba is de officiële ‘carnavals-tumba’. Tumba is een ‘Rhythm’ die men tijdens het carnaval en vooral tijdens de ‘Road March’ speelt om op te ‘jumpen’ (hossen). In tegenstelling tot de Nederlandse carnavalskrakers wordt hier niet alleen de nadruk op de zanger, maar ook op de componist gelegd. Data en indeling van het Festival Het Tumba Festival wordt van 26 tot en met 30 januari georganiseerd. Het Tumba Festival kent drie voorrondes en op vrijdag 30 januari is de finale waarin de geselecteerde deelnemers hun Tumba nog een keer kunnen spelen. De Tumba van Elmus hoor je in de voorronde op dinsdag 27 januari. Dit jaar bestaat het Tumba Festival 45 jaar en belooft ook nu weer een groots succes te worden. Dit jaar zijn er 56 inschrijvingen. Voor de deelnemers staat er veel prestige en roem op het spel. Live-uitzending Finale Tumba Festival Speciaal voor de fanaten in Nederland zal TeleCuracao Antilliaanse Televisie Mij alle festivalavonden via live stream uitzenden. Daarnaast is het festival ook op RTV7 te volgen.