Door redactie op woensdag 26 augustus 2015
Regisseur Angela Roe is in Nederland. Haar documentaire Sombra di Koló draait in verschillende steden in Nederland. Op 30 augustus draait de film in Cinecitta in Tilburg. Een interview. Angela Roe is in Nederland (Amsterdam) geboren en heeft een Surinaamse moeder (opgegroeid op Curaçao) en een Nederlandse vader. Ze heeft 13 jaar in Castricum gewoond, 5 jaar in Tilburg en 13 jaar in Amsterdam. Maar zoals ze zelf zegt: “Ik ben geen kind uit de klei”. Want op jonge leeftijd al heeft Angela een passie met de wereld buiten Nederland. En voor ‘bruine’ mensen. “Als we naar het Tropenmuseum gingen, fantaseerde ik dat ik daar woonde”. Passie voor Curaçao Op jonge leeftijd gaat Angela op vakantie naar Curaçao. “Ik voelde me meteen thuis.” Het bleef niet bij deze ene keer. Een paar jaar later ging ze weer op vakantie. Ze vond het geweldig. Ze identificeerde zich met Curaçao; er was een klik. “Deze klik had ik niet met Suriname” vertelt ze. Na haar studie Antropologie besluit Angela op Curaçao te gaan wonen. Racisme Tijdens een vakantie op Curaçao krijgt Angela van haar tante te horen dat ze geen partner met donkere huidskleur mag meenemen naar huis. “Dat was uitermate schokkend voor me, om zoiets racistisch te horen.” Angela beseft dat huidskleur op Curaçao een belangrijke rol speelt in het dagelijks leven. Maar niemand praat er openlijk over. Angela besluit om er onderzoek naar te doen. Wat betekenen huidskleur en ras vandaag de dag? En wat is de relatie tussen ras en sociaal economische klasse? Racisme is gebaseerd op niks Angela stoort zich enorm aan racisme. “Het is eigenlijk gebaseerd op niks, op een willekeurig gekozen lichamelijk kenmerk. We maken onderscheid op huidskleur, maar dat had net zo goed op de kleur van onze ogen of de grootte van onze voeten kunnen zijn. Maar dat willekeurige onderscheid veroorzaakt zoveel onrecht, en zoveel pijn bij mensen… ”. Angela heeft in Nederland, Miami en op Curaçao gewoond. “In Nederland was ik de “Ander,” in Amerika was ik zwart (mixed race) en op Curaçao ben ik wit. Dus ras betekent overal iets anders. Als gemengd kind snapte ik nooit goed waar ik bij hoorde; ik was niet wit maar ook niet echt Caribisch. Het Amerikaanse label ‘mixed race’ gaf mij uiteindelijk wel rust. Ik wist nu wie ik was, een beetje van twee werelden, altijd er tussenin”. Voor iedereen Angela is nu bezig met haar PhD (doctorstitel) in Miami over hedendaags racisme op Curaçao. Naast haar dissertatie besloot Angela iets te maken wat voor iedereen (‘pa e pueblo’) toegankelijk is. Daarom koos ze voor een film. Omdat ze niks van filmmaken wist, nam ze contact op met de succesvolle Curaçaose filmmaker en producent Selwyn de Wind om haar te helpen. Selwyn besloot om het hele project te draaien. Later is ook filmmaakster Hester Jonkhout – ook van Curaçao - erbij gekomen; zij filmde ook, en editte de film. Zeg iets over kleur Voor het maken van de film ging Angela op zoek naar 30 mensen, afkomstig uit vijf hele verschillende wijken; plattelandswijk Barber, de beruchte onderstandswijk Seru Fortuna, volksklassewijk Otrobanda, middenklassewijk Janwé en bovenklassewijk Spaanse Water. De mensen die Angela koos, vertegenwoordigen de raciale meerderheid in deze wijken. Om zo spontaan mogelijke antwoorden te krijgen stelde ze eigenlijk maar één vraag: “vertel me iets over kleur”. Opluchting Inmiddels zijn er 34 voorstellingen in theater Luna Blou op Curaçao gedraaid, en 9 voorstellingen in o.a. de VS, Mexico, Suriname en Nederland. Na iedere voorstelling vond een nabespreking plaats. “De mensen waren heel enthousiast. Er kwamen vragen over de film. Waarom gekozen voor bepaalde wijken en waarom juist deze mensen? Maar de bezoekers vertelden vooral hun eigen verhaal. Mensen waren vaak opgelucht, merkten we. Eindelijk konden ze hun verhaal kwijt”. Mensen gingen ondanks het zware onderwerp toch met een glimlach naar huis. Blijven praten en luisteren Met de film hoopte Angela een discussie op gang te brengen om het taboe op kleur en ras te doorbreken. Dat is gelukt. “Dit is een belangrijk deel van de oplossing voor racisme denk ik; blijven praten en luisteren. Verhalen uitwisselen. Empathie en begrip krijgen en hebben. En vooral het onrecht zien. Dan komt de oplossing vanzelf”. Racisme staat niet op de politieke agenda Angela wil graag meer reikwijdte in de discussie. Bijvoorbeeld racisme en wetgeving. “Er is geen enkele politicus naar de film komen kijken. Ik wil de film graag aan het parlement tonen, dus daar werken we nog hard aan. Racisme staat momenteel niet op de politieke agenda op Curaçao. Men doet niets om het racisme te verminderen. Er is zelfs geen meldpunt discriminatie. Politici nemen racisme niet serieus”. Scholen en schrijvers Ook voor scholen valt er nog wat halen. “Ik heb subsidie geregeld om ruim 30 middelbare scholen uit te nodigen voor de film. Slechts 8 zijn er geweest. We werken eraan om meer interactie met scholen te krijgen. De 8 scholen deden ook mee met een prijsvraag over racisme. De opdracht was: “Verzin een constructieve oplossing tegen racisme.” Bijna honderd jongeren deden mee. Het zou geweldig zijn om jaarlijks zo’n prijsvraag te organiseren”. Ook wil Angela schrijvers van Curaçao uitdagen om iets met kleur te doen. Wat heeft de film met Angela gedaan Op de vraag wat de film met Angela heeft gedaan antwoordt zij: “De film heeft mij nederig gemaakt, dat ik zoveel mensen heb geraakt had ik nooit verwacht. Het is een cadeau dat mij aanspoort om verder te gaan. Want racisme bestaat op Curaçao. Dat blijkt des te meer uit de reacties van de mensen en de ervaringen die ze deelden. ‘Drecha rasa’ mag dan nog steeds normaal zijn op Curaçao, ik vind het niet normaal. Ik ga door”. Cinecitta presenteert een filmspecial met twee films. Wanneer Zondag 30 augustus om 11:00 uur Programma:  10:30 uur Ontvangst 11:00 uur Sombra di Koló (72 minuten) 12:12 uur O&A met de regisseur 12:45 uur Lunch met Caribische hapjes 13:30 uur Sensei Redenshon (119 minuten) 15:30 uur Einde Waar Cinecitta, Willem II straat 29, 5038 BA Tilburg Entree: € 19,50 all-in
Door redactie op maandag 6 juli 2015
Marvelyne Wiels, de zus van de in 2013 vermoorde Curaçaose politicus Helmin Wiels, heeft sinds haar aantreden als Gevolmachtigde Minister gelogen, getreiterd, mensen geïntimideerd en de werksfeer op het Curaçao huis volledig verziekt. Het onderzoek van de Ombudsman van Curaçao en de uitspraak van de rechter zijn kraakhelder; Marvelyne Wiels heeft zich sinds haar aanstelling schuldig gemaakt aan onbehoorlijk gedrag en niet-integer handelen. Het onderzoek van de Ombudsman en uitspraak van de rechter In het najaar van 2014 heeft de Ombudsman van Curaçao op eigen initiatief een onderzoek ingesteld naar de gedragingen en vermoedelijke integriteitsschendingen door Marvelyne Wiels in haar functie van Gevolmachtigde Minister van Curaϛao in Nederland. Dit naar aanleiding van de aanhoudende geluiden uit zowel de Curaçaose als de Nederlandse samenleving dat Wiels zich herhaaldelijk schuldig zou hebben gemaakt aan gedragingen die haar integriteit als vertegenwoordiger van de regering van Curaçao in Nederland op ernstige wijze schenden.  Mevrouw Wiels was het niet eens met de handelwijze van de Ombudsman en heeft daarom een Kort geding bij de civiele rechter op Curaçao aangespannen tegen de Ombudsman. Bovendien wilde ze niet dat de misstanden op het Curaçaohuis in het rapport van de Ombudsman openbaar werden gemaakt. Zij vond dat haar positie en reputatie als persoon en Gevolmachtigde Minister in het geding is en vind dat zij niet bloot gesteld mag worden aan “lichtvaardige” verdachtmakingen. Met een Kort geding wilde zij daarom publicatie van het rapport voorkomen (klik hier voor het volledige rapport). Op 26 juni 2015 werd het vonnis in het Kort geding uitgesproken. Het gerecht verklaarde de minister niet-ontvankelijk in haar vordering tegen de ombudsman wat neerkomt dat zij op nagenoeg alle fronten ongelijk kreeg in het Kort geding dat zij tegen de Ombudsman had aangespannen . Marvelyne Wiels Marvelyne Wiels (Curaçao, 15 mei 1963) is de zus van de in 2013 vermoorde Curaçaose politicus Helmin Wiels. Haar CV maakt melding dat ze de dr. Martin Luther Kingschool in Willemstad doorlopen heeft en aan de Haagse Hogeschool in Den Haag heeft gestudeerd. In haar loopbaan beschrijft ze dat ze internationaal werkzaam was in de hotelbranche en van 1998 tot 2011 bij ABN AMRO een toppositie bekleedde. Hierna begon ze een eigen consultancybedrijf op Curaçao. Op 7 juni 2013 werd Marvelyne Wiels (namens Pueblo Soberano) benoemd als de opvolger van Roderick Pieters, die in het transitiekabinet op nadrukkelijk verzoek van wijlen Helmin Wiels, de functie van Gevolmachtigde Minister bekleed heeft. Controversen Marvelyne Wiels komt al vanaf het begin van haar aantreden in opspraak en voortdurend negatief in de publiciteit. Het begon met haar academische titel (MSc). Het Haagse Hogeschool meldde echter dat Marvelyne Wiels haar opleiding aan de Haagsche Hogeschool niet afgerond heeft. Daarnaast bleken er nog meer opmerkelijke onjuistheden in haar C.V. te staan. Al gauw volgden andere beschuldigingen aan het adres van de omstreden minister zoals nepotisme en vriendjespolitiek, wanbeleid, intimidatiepraktijken, valsheid in geschrifte in notulen en memo’s, pesterijen, afluisterpraktijken, onrechtmatige ontslag en demoties van personeel en overschrijdingen van comptabiliteitsregels. Eind februari 2014 verscheen Marvelyne Wiels opnieuw negatief in de media vanwege het zwaar over de schreef gaan met haar agressief gedrag tegenover de NOS journalist Dick Drayer. En begin mei 2014 werden nieuwe leugens bloot gelegd over een miljoenen verbouwing van het Curaçaohuis in Den Haag. De Nederlandse regering en de Tweede Kamer De Nederlandse regering zit met Marvelyne in haar maag. Volgens de Statuten is de regering van Curaçao politiek verantwoordelijk voor de Gevolmachtigde minister. De Gevolmachtigde minister van Curaçao heeft echter ook zitting in de Ministerraad van het Koninkrijk. Zowel Minister President Mark Rutte als minister Ronald Plasterk (Antilliaanse zaken) houden de kaken stijf op elkaar. Beiden stellen dat zij de verdenkingen tegen Wiels als uitermate ernstig ervaren maar vinden dat het niet aan Nederland ligt om daar een oordeel daar over te vellen. Zij wijzen dat het Statuut voor het Koninkrijk bepaalt dat de Gevolmachtigde minister van Curaçao wordt benoemd door de regering van Curaçao en dat het aan de Staten van Curaçao is de besluiten van de regering van Curaçao te controleren. In de Tweede Kamer wordt Marvelyne Wiels al lange tijd niet serieus genomen. Dat is vanwege haar persoonlijke instelling en vanwege de problemen die er ontstaan zijn en die niet zijn/worden weggenomen. Naar aanleiding van het vernietigende rapport van de Ombudsman hebben de leden van de Tweede Kamer hebben zich behoorlijk kritisch en negatief uitgelaten. VVD Tweede Kamerlid André Bosman vindt dat de verantwoordelijke regering van Curaçao maatregelen moet nemen. Ronald van Raak (SP) denkt niet dat Wiels te handhaven is. Hij vraagt aan Mark Rutte om bij Curaçao aan te kloppen of ze niet iemand anders kunnen sturen. De Curaçaose regering Marvelyne Wiels is tot nu toe altijd uit de wind gehouden door Minister President Ivar Asjes van Curaçao. Ondanks al haar strapatsen (nare streken) heeft partijgenoot Ivar Asjes en zijn regering de zaken gebagatelliseerd en haar steeds het hand boven het hoofd gehouden. Hetgeen bijzonder is omdat de vermoorde Helmin Wiels juist dit soort gedragingen in de Curaçaose politiek wilde aanpakken in zijn politieke strijd. De vraag is hoe lang dit nog vol te houden is. E Bon Yiu di Kòrsou (YdK) of Nationale schaamte ? Zowel op sociale media als op straat zijn er veel discussies over het functioneren van Marvelyne Wiels. De reputatie van Marvelyne onder de YdK’s hier in Nederland lijkt niet zo erg geweldig te zijn. Mensen zeggen zich te schamen voor haar gedrag en zijn van mening dat hun politieke vertegenwoordiger in Nederland een voorbeeldfunctie moet hebben in plaats van met haar gedrag het imago van E bon YdK’s negatief te beïnvloeden. Aan de andere kant zijn er ook mensen die vinden dat de Nederlanders niet moeten zeuren. Of zoals Rignald het zei tijdens een verhitte discussie: “Politiconan Makamba ta hòrta nèchi, nos Politiconan ta hòrta brutu. Pero tur ta mes ladron” Hoe nu verder…? Tot op heden hebben noch Marvelyne Wiels, noch het Curaçaohuis en noch de Curaçaose regering van zich laten horen naar aanleiding van de uitspraak van de rechter en de zeer schokkende bevindingen van de Ombudsman. Het woord is nu aan de Staten van Curaçao. Deze beschikt beschikt over het volledig rapport met de bevindingen en oordelen van de Ombudsman, waardoor de Statenleden een beter en objectiever beeld hebben van de situatie rondom minister Wiels. Gelet op de snoeiharde kritiek op het functioneren van mevrouw Wiels als Gevolmachtigde Minister, ligt het voor de hand dat zij niet in deze belangrijke functie in het Curaϛaohuis in Nederland gehandhaafd kan blijven. Het zal echter niet de eerste keer zijn dat Marvelyne Wiels ondanks haar strapatsen in functie mag blijven. Haalt Minister President en partijleider Ivar Asjes, Marvelyne Wiels deze keer wel uit haar functie of houdt hij haar weer uit de wind en laat hij haar misschien bewust als aangeschoten wild verder bungelen?
Door redactie op woensdag 3 juni 2015
Op 1 juni 2012 is baat013.nl live gegaan. Drie jaar later heeft baat013.nl een solide positie verworven als informatiebron voor iedereen die op een andere manier met de Antillen of Aruba te maken heeft. De uitgangspunten van de site zijn de afgelopen jaren wel wat gewijzigd. Eerst was de rol en functie van Baat013 die van ‘beraad’. Later ging Baat013 door als communicatie- en mediaplatform. Ook de doelstelling werd aangescherpt: door een Antilliaanse bril mensen informeren over nieuws, cultuur en politiek. Over mensen De lezers van de website zagen in die drie jaar artikelen verschijnen over politiek, cultuur, nieuws, sport en verhalen van de eilanden. Maar in het laatste jaar verschijnen er meer artikelen over mensen. Wat doen zij en wat houdt hun bezig? Hieronder een overzicht van het laatste jaar: Delilah Eugenio weet alles over Food of Slavery Mildred Straker vertelt haar verhaal Maristella Martes portretteert ouderen Marjan van Wijngaarden houdt van Curacao Marvin Madera gaat terug naar Curaçao John Bernabela actief in het rolstoelbasketbal Elmus Da Costa Gomez en Tumbafestival 2015 Hermien Visscher en Marc Oldeman hebben een wijngaard op Curaçao Ireno Baranco en zijn gedachten Rose-Marie van Abeelen en Mariëta Emers krijgen een Koninklijke onderscheiding Gabi Ras en Chandni Dwarkasing doen aan slacklinen We horen graag jouw verhaal Heb jij ook je eigen verhaal of een onderwerp dat je met baat013.nl wilt delen? Neem contact met ons op!
Door Carmon op woensdag 20 mei 2015
In 2009 werd de Lionfish voor het eerst in de zee rond Curaçao gespot. Sindsdien is hij niet meer weg te denken. De vis heeft hier geen natuurlijke vijanden en eet de zee leeg. Hoe staat het nu mee en richt de vis nog steeds grote schade aan? De Lionfish is een prachtige vis om te zien. Het zijn gewilde aquariumvissen. Het verhaal gaat dat in 1992 tijdens een orkaan in Florida een aquarium werd verwoest en zes vissen in zee zijn beland. Deze zes zouden zich hebben voortgeplant tot de huidige plaag in de Caribische Zee. Want de Lionfish komt normaal helemaal niet voor in de Caribische wateren. Ze komen oorspronkelijk uit de South Pacific en de Indische Oceaan. Wat zijn de kenmerken van de Lionfish? het is één van de meest giftige vissen in de oceaan een steek bij een mens zorgt voor flink wat pijn, overgeven en moeite met ademen (over het algemeen niet dodelijk) ze planten zich voort als konijnen ze eten bijna alles dat in hun mond past (dus ook andere vissen) ze zijn nieuwkomers rondom Curaçao, dus andere vissen hebben geen idee dat de vis gevaarlijk is ze hebben geen echte natuurlijke vijanden Uitroeien gaat niet Echt uitroeien van de Lionfish lukt niet. Dus heeft men op Curaçao gekozen om op de vis te jagen. Duikers begonnen met het vangen van de Lionfish om het aantal te verminderen. Dagelijks gaan duikers van onder andere het Lionfish Elimination Team en Lionfish Scuba Dive Experience erop uit en vangen er soms wel meer dan 200 per dag. Per eind april zijn er 38.279 vissen gevangen. Vangen helpt Het vangen van de Lionfish werkt goed. Er zijn minder vissen rond Curaçao dan een paar jaar geleden. Op de plekken waar niet wordt gedoken zoals de Noordkust en op grotere diepte zit nog wel Lionfish, maar in ondiepe wateren zijn de meeste gevangen. Blijven vangen Toch kunnen de duikers niet stoppen met vangen. Door het vangen daalt de populatie maar verdwijnt de vis niet. Dus blijft het vangen noodzakelijk. Stoppen met vangen betekent dat de zee binnen enkele maanden weer vol zit. Een andere oplossing: opeten Een andere oplossing is dat we de vis opeten. De vis smaakt heerlijk en staat al bij veel restaurants op Curaçao op de menukaart. De vangst wordt niet weggegooid maar verkocht aan restaurants. Dus: hoe meer Lionfish we eten, hoe meer er wordt gevangen...
Door redactie op woensdag 13 mei 2015
In april presenteerde het Centraal Bureau voor de statistiek (CBS) nieuwe cijfers voor Caribisch Nederland. Met Caribisch Nederland worden Bonaire, Saba en Sint Eustatius bedoeld. Deze eilanden zijn sinds 10 oktober 2010 een deelgemeente van Nederland. De cijfers gaan onder meer over de leeftijd waarop moeders kinderen krijgen, het aantal tienergeboorten en de samenstelling van het huishouden. Leeftijd van de moeder bij geboorte Vrouwen in Caribisch Nederland worden met gemiddeld 25,2 jaar moeder. Vrouwen van Antilliaans/Arubaanse herkomst in Nederland worden met gemiddeld 25,9 jaar voor het eerst moeder. Vrouwen in Europees Nederland zijn gemiddeld 29,4 jaar wanneer ze voor het eerst moeder worden. Aantal tienergeboorten Het aantal tienergeboorten in Caribisch Nederland bedraagt 10 procent. Dat wijkt flink af van de rest van Nederland (1,3 procent). Vrouwen van Antilliaanse/Arubaanse herkomst in Nederland (6,8 procent ) zitten daar tussenin. Het aantal tienergeboorten onder vrouwen van Antilliaanse/Arubaanse herkomst in Nederland past zich geleidelijk aan, aan dat van alle vrouwen in Nederland. Eenoudergezin 38 procent van de kinderen die in 2012 in Caribisch Nederland werden geboren, kwam terecht in een eenoudergezinnen, vaak een alleenstaande moeder. Van de geboren kinderen in Nederland met een moeder van Antilliaanse/Arubaanse herkomst groeit 37 procent in een eenoudergezin op. Voor Nederland in totaal is dit aandeel veel lager namelijk 8 procent. Ongehuwd paar Verder valt op dat ongehuwd ouderschap voor vrouwen van Antilliaanse/Arubaanse herkomst (in Nederland) en voor alle vrouwen in Nederland nagenoeg overeenkomt, met ongeveer 30 procent. In Caribisch Nederland wordt slechts 15 procent van de kinderen geboren bij een ongehuwd stel. Gehuwd paar 38 procent van de kinderen in Caribisch Nederland groeit op bij een gehuwd paar. Van de baby’s in Nederland met een moeder van Antilliaanse/Arubaanse herkomst groeit 24 procent bij een gehuwd paar. Bij alle vrouwen in Nederland is het aandeel het hoogst: 56 procent. Overige huishouden Onder vrouwen in Caribisch Nederland komen andere vormen van huishoudens vaker voor dan onder vrouwen in Nederland totaal. Dat is ook zo onder vrouwen van Antilliaanse/Arubaanse herkomst. Het gaat dan vaak om een moeder en haar pasgeborene die inwonen bij de ouders (of de moeder) van de moeder.
Door Carmine Palm op woensdag 6 mei 2015
Prinses Beatrix heeft op Curaçao op 2 mei de tentoonstelling ‘Guera na Kòrsou’, oorlog op Curaçao, geopend. Met de expositie wil het eiland aandacht vragen voor haar rol tijdens de Tweede Wereldoorlog. Curaçao was vooral van belang door de levering van brandstof aan de geallieerden. De rol van Curaçao in de Tweede Wereldoorlog is niet bekend bij iedereen. Zelf weet ik van mijn moeder dat haar vader stuurman was op een olietanker. De tanker voer van Venezuela naar Curaçao. Mijn oma was altijd heel blij als opa weer thuis was want de tocht was heel gevaarlijk. En mijn vader vertelde dat ’s nachts de ramen geblindeerd werden zodat de Duitse onderzeeërs het eiland niet konden lokaliseren. Olie uit Venezuela Voor de olie, die uit het Venezolaanse meer van Maracaibo werd gewonnen, hadden de oliemaatschappijen havens en opslagplaatsen nodig. Venezuela en de oliemaatschappijen kozen voor Aruba en Curaçao vanwege de goede havens en politieke rust. En zo vestigde zich in 1918 De Koninklijke Olie Petroleum Maatschappij(KNPM)/Shell op Curaçao. Het kreeg de naam van de plek, het schiereiland Isla aan de haven van Willemstad. Olie en de geallieerde troepen Doordat Curaçao deze olieraffinaderij had, speelde het een speciale rol tijdens de oorlog. De raffinaderij voorzag in de olie- en kerosinebehoeften van de Engelse, de Franse en de Amerikaanse vliegtuigen. De raffinaderij leverde een groot aandeel in de brandstofvoorziening voor de legers van de geallieerden en was daarom strategisch van grote waarde. Gevaar op het water Er werd op Curaçao en op Aruba niet gevochten, maar de wateren rondom de eilanden waren zeer gevaarlijk. Duitse onderzeeërs loerden met hun torpedo's op olietankers op zee. Ze hielden de haven van Willemstad ook goed in de gaten. Stoppen olieproductie De Nederlandse regering was tijdens de oorlog in ballingschap. De overzeese eilanden moesten zich tot de bevrijding zelf redden. Daarom werd Curaçao eerst door de Engelsen en later door de Amerikanen bezet om het eiland te verdedigen tegen de Duitsers. De Amerikanen hadden in die tijd 1400 man op Curaçao gestationeerd om de raffinaderij en het eiland te bewaken. Niet onnodig want de Duitsers probeerden met van duikboten gelanceerde torpedo's de olieproductie te stoppen. Schutters Curaçao zelf had onder de eigen bevolking 3000 'schutters' gerekruteerd. Mannen die met veel animo en toewijding het eiland veilig hebben weten te houden. Curaçao is in de oorlogsjaren door zijn bewoners met succes verdedigd en de raffinaderij draaide op volle toeren, waardoor brandstof kon worden geleverd aan de geallieerden. Curaçao in het donker Ruim drie jaar lang moesten de inwoners van Curaçao tussen 18.00 uur en 06.00 uur hun lichten uit laten of hun huis lichtdicht blinderen. Na 21:00 uur mocht er geen lampje meer branden. Overal hingen zwarte kleden voor de ramen en zelfs voor de autolampen werden zwarte doeken geplakt. Je zag helemaal niets meer en hoorde vaak urenlang het geluid van de laagvliegende gevechtsvliegtuigen. Het is de Duitsers nooit gelukt om Curaçao, of buureiland Aruba waar ook een raffinaderij was, te benaderen of te beschadigen. Meer weten? In Het Curaçaos Museum in Willemstad is tot en met 12 juli de tentoonstelling te zien. Voor meer informatie klik hier. Carmine Palm
Door redactie op woensdag 29 april 2015
In de gemeente Tilburg kregen 34 personen een Koninklijke onderscheiding tijdens de jaarlijkse lintjesregen die dit jaar 200 jaar bestaat. Dit jaar kregen twee vrouwen uit de Antilliaanse gemeenschap in Tilburg een lintje: Rose-Marie van Abeelen Tecla en Mariëta Emers. Tilburg, met ruim 200.000 inwoners, heeft een Antilliaanse gemeenschap van 4.400 inwoners. Hieruit zijn twee vrouwen onderscheiden met een lintje. Rose-Marie van Abeelen Tecla is benoemd tot Lid in de Orde van Oranje-Nassau en Mariëta Emers is benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Rose-Marie van Abeelen Tecla Rose-Marie is op 20 april 1947 geboren op Curaçao en op 14-jarige leeftijd in Nederland komen wonen. Parochie Rose-Marie doet sinds 1981 gevarieerd vrijwilligerswerk binnen de parochie Frater Andreas (voorheen St. Lucaskerk). Ruim 25 jaar verzorgde ze de kinderwoorddiensten en samen met haar man doet ze nog steeds de huwelijksbegeleiding. Zij betekent veel voor de Antilliaanse gemeenschap. Dankzij haar betrokkenheid voelt de Antilliaanse gemeenschap zich thuis in de parochie. Antaru Rose-Marie is ook secretaris van Antaru, een werkgroep van Antillianen en Arubanen in Tilburg. Vanuit een Antilliaanse en Arubaanse achtergrond maakt de werkgroep Antaru zich sterk voor alle bewoners, met hun verschillende nationaliteiten, uit de wijk Kruidenbuurt en daarbuiten. Bij Antaru leidt Rose-Marie de seniorengroep Antaru 55+ met de bedoeling om de ouderen met elkaar in contact te brengen en uit hun isolement te halen. Antaru 55+ werkt veel samen met GGZ, Thebe, de GGD en de gemeente. Ook organiseert Antaru 55+ Yoga en Thai Chi lessen. De werkgroep is in 2008 door de gemeente Tilburg uitgeroepen tot vrijwilligers van het jaar. Multicultureel Zo levert Rose-Marie een grote bijdrage aan de multiculturele samenleving. Ze wil graag verschillende nationaliteiten bij elkaar brengen. Ze organiseert al jaren een multiculturele bustocht voor de ouderen in de wijk. Ook is ze de drijvende kracht achter diverse traditionele feesten zoals de jaarlijkse Seú. Seú is het jaarlijkse oogstfeest, een eeuwenoude Antilliaanse traditie, dat op tweede paasdag wordt gevierd. Mantelzorger Rose-Marie is als mantelzorger actief in de Antilliaanse gemeenschap. Zij heeft onder andere 12 jaar gezorgd voor een blinde meervoudige gehandicapte man uit Curaçao. Kindercrèche 22 jaar lang heeft Rose-Marie een kindercrèche in huiselijke sfeer gehad. Zij heeft op 106 kinderen gepast en nog steeds heeft zij veel contact met de kinderen. Zingen Rose-Marie is dol op zingen. Vroeger zong zij in Son Antiyas en nu zingt ze in een multicultureel koor ‘De Kleurrijke Mama’s’. De teksten zijn eigen levenservaringen zoals heimwee, eten, liefde en verdriet. Mariëta Emers Mariëta is op 4 december 1945 geboren op Curaçao en op 14-jarige leeftijd in Nederland komen wonen en studeren. Basisonderwijs Mariëta heeft 40 jaar lesgegeven in het basisonderwijs in Tilburg. Zelf ging zij naar een basisschool op Curaçao van de Zusters van Liefde van Schijndel. In Nederland volgde zij de Kweekschool (later de Pedagogische Academie) in Schijndel. Vrijwilligerswerk Mariëta doet meer dan 20 jaar vrijwilligerswerk. Zowel in Tilburg als buiten Tilburg. En het is te veel om op te noemen. Hieronder een kort overzicht van activiteiten die zij deed en doet. · Lid van het diaconieberaad van de kerk · Lid van SDAR (Stadsdeeladviesraad West) · Lid van TVR (Tilburgse Vrouwenraad) · Bestuurslid HBO-Tiwos (Huurdersbelangenorganisatie) · Bestuurslid OTO (Overlegorgaan Tilburgse Ouderen) · Lid van CAR (Cliëntenadviesraad) van Twern · Verhalenvertelster (Nanzi verhalen en andere verhalen uit onze cultuur) · Genomineerd voor de Emancipatieprijs Tilburg 2011 · Tilburg Dialoog · Deelnemer bij Wintervuur van het Wereldpodium · Bestuurslid Rincolada Verbindende schakel Door het vele vrijwilligerswerk dat Mariëta doet, is zij een verbindende schakel voor diverse contacten en veel organisaties op lokaal, regionaal en landelijk niveau. OcaN Bij OcaN is Mariëta behalve lid van de Seniorencommissie ook GSA Ambassadeur. GSA staat voor Gay Straight Alliance. De ambassadeurs maken door het organiseren van bijeenkomsten homoseksualiteit binnen de gemeenschap bespreekbaar. Stichting Caribische Senioren Tilburg Mariëta heeft in 2007 de Stichting Caribische Senioren Tilburg opgericht met als doel de belangenbehartiging van alle 50+ Antillianen en Arubanen in de regio Tilburg. Zij is als voorzitter van de Stichting Caribische Senioren Tilburg (SCST) een belangrijke sleutelfiguur binnen de gemeenschap. Door activiteiten voor deze groep te organiseren wil ze Caribische ouderen in Nederland ‘empoweren’. Zij zet zich in voor het (mede) organiseren en uitvoeren van groepsactiviteiten, huisbezoeken en bijwonen van overleggen met andere organisaties. Dit binnen de welzijns- en zorgsector in Tilburg en gericht op ouderenbelangen. Zij is niet alleen lokaal actief, maar ook op provinciaal en landelijk niveau in diverse werkgroepen en commissies als het om belangenbehartiging gaat van ouderen en in het bijzonder Caribische ouderen. Zo is zij ook lid van de ouderencommissie van de landelijke organisatie OcaN. Naast het verbinden en bouwen van bruggen vertaalt Mariëta vragen en wensen van senioren naar projecten en activiteiten. Zij is zeer betrokken bij de mensen uit de gemeenschap, is creatief, flexibel en gaat doelgericht te werk. Zonder haar inzet zou de Stichting Caribische Senioren Tilburg niet zo veel voor de gemeenschap kunnen hebben realiseren als nu. Ook zouden de Caribische ouderen veel minder in beeld zijn bij de Tilburgse lokale welzijns- en zorgsector. Haar droom Mariëta Emers kwam met vele anderen van de Antillen naar Nederland. Haar leeftijdgenoten zitten nu in de overwegend witte verzorgingshuizen. Met haar stichting Caribische ouderen werkt ze hard aan een droom: het stichten van een woon- of woon-zorgcomplex voor Caribische ouderen.
Door redactie op woensdag 22 april 2015
Terwijl carnaval in Nederland al even achter de rug is, viert St. Maarten deze weken dit spetterende feest. Van 16 april tot en met 5 mei is Caribbean Carnaval op het eiland, het kleurrijkste carnaval van de regio. Carnaval is het vrolijkste feest van het jaar op Sint-Maarten. De hele bevolking feest mee en geniet van de optredens, parades en muziekspektakels. Het carnaval op St. Maarten is uitgegroeid tot het meest spectaculaire en kleurrijke festival van het eiland en omstreken. Het wordt jaarlijks georganiseerd door ‘St. Maarten Carnival Development Foundation’ dat maandenlang intensief bezig is met de voorbereidingen. Tijdens deze dagen bruist het eiland van de spectaculaire shows, prachtige Jump-up parades en swingende feesten, harde drums, kostuums vol glitters en veren, cocktails en heel veel vrolijke mensen. Waarom carnaval in april? Het carnaval op St. Maarten is ontstaan als festiviteit rondom Koninginnedag. In 1969 stelde de regering van St. Maarten het Oranje comité op, met als doel Koninginnedag te organiseren. Twee leden van het Oranje comité kregen de opdracht informatie te verzamelen over het carnavalsfestival op het naburige eilandje St. Thomas . Met behulp van deze informatie en een bescheiden budget werd destijds rondom Koninginnedag het eerste carnaval op St. Maarten georganiseerd. Twee keer Carnaval Op het eiland dat door twee landen geregeerd wordt, wordt twee keer carnaval gevierd. In het Franse deel viert men het carnaval in februari en in het Nederlandse deel midden april-begin mei. En voor toeristen valt het carnaval tijdens het laag-seizoen en vindt men vaak betaalbare tickets naar St. Maarten. Carnival Village Elk jaar wordt speciaal voor het carnaval een ‘Carnival Village’ gebouwd bij de hoofdstad Philipsburg. Dit feestterrein ter grootte van een voetbalveld vormt het hart van de festiviteiten en themafeesten. Op het grote podium zie je de meest spectaculaire shows. Rondom het terrein kun je bij horecastandjes genieten van heerlijke Caribische gerechten en cocktails. Concerten en shows Gedurende het carnavalsseizoen wordt in de ‘Carnival Village’ genoten van grote shows en concerten. Concerten zoals ‘Flag Fest International Concert’, ‘Latin concert’ en ‘Zouk concert’. Tussendoor wordt op de andere dagen ook nog een ‘Junior Queen show’, ‘Miss Mature Pageant’ en ‘Youth Extravaganza’ gehouden. En uiteraard wordt op de ‘Senior Calypso Finals’ de nieuwe ‘roadmarch’ gekozen. Grote jump-up Na de ‘Senior Calypso Finales’ vertrekt een enorme mensenmassa vanuit de ‘Carnival Village’ met muziek door de straten van St. Maarten. Een aantal sound-trucks met de calypso-bands begeleiden dansende feestgangers tot het hoogtepunt van het feest dat tot lang na zonsopkomst duurt. Grote paradesAan het eind van de carnavalsperiode vinden de carnavalsparades en optochten plaats. Te beginnen met de ‘Junior Parade’ (Kindercarnaval) gevolgd door de ‘Grand Carnival Parade’ met praalwagens door de straten in en rondom Philipsburg Ook de calypso-muziek mag niet ontbreken. Om alles en iedereen in beweging te houden rijden sound-trucks met de ‘Grand Carnival Parade’ mee. Tussendoor wordt Koningsdag gevierd en het geheel wordt afgesloten met een ‘Closing Jump Up’ en het verbranden van de ‘King Momo’.
Door Carmon op woensdag 15 april 2015
Op 9 april is Ireno Baranco overleden. Hij is 98 jaar geworden. Ireno was de oudste Curaçaose inwoner van Tilburg. In 2012 verscheen een interview in het Papiaments met Baranco in het boek ‘Amor pa grandinan’. Het interview is geschreven door Mildred Straker. Hieronder een deel van het interview in het Papiaments. Wil je het hele interview lezen? Klik dan hier. Mi nòmber ta Ireno Juan Baranco. M’a nase 29 di òktober 1916. M’a bai St Jozefschool na Pietermaai tempu di fraternan di Tilburg. M’a kita dia m’a hasi 15 aña i m’a kuminsa traha; m’a bai siña pa mòntùr. Mi a kuminsá traha na aña ’45 na Garage Cordia pa Toyota, anto m’a keda traha ei te ku aña ’81. M’a traha 10 aña na Kòrsou pa mi mes, mòntùr, despues di ei na 1989 m’a bini Hulanda. Pregunta di Mildred: Awor Ireno a nase aña 1916, esei ta nifiká ku Ireno a pasa den e temporada di guera, segunda guera mundial. Ki Ireno por konta nos di e temporada ei? Kontesta: Temporada di guera mundial mi tabata biba na Pietermaai. E lugá ku nan ta yama Yoshi banda di botika Juliana bai aden. Anto segun mi ta tende tiru ku kosnan ei, m’a sali bai wak pafó, mi ta mira e bapor Van Kinsbergen supla bira bai aya banda, anto m’a mira laman a lanta haltu bai laria. Lugá ta un supmarino tabatin ei bou ku tabata tira riba e barkunan. Nan a tira riba un barku di zeta dal den su kustia, e barku a bai aden. Anto e di dos ku el a tira a subi riba Rif bai para. Pregunta di Mildred: Awor Ireno ta bibando na Hulanda, kon Ireno a yega na Hulanda? Kontesta: M’a yega Hulanda komo m’a stòp di traha. E muchanan tabat’ei, anto m’a bin Hulanda ku nan pa nan sigui studia. Pero mi kasá si a keda Kòrsou, anto na aña ’92 má manda busk’é. M’a pidi un kas promé, pero nan a bisami ku mi no por haña kas mesora ku mi tin ku warda. E ora ei m’a disidí di bai Kòrsou bèk. Ora m’a yega Kòrsou, mi yu a bisami ku m’a haña kas i e ora ei mi bini Hulanda bèk. Ora m’a yega mi a regla tur kos i denter dos siman m’a manda buska mi kasá. Nos a biba promé na Noord (Tilburg) despues nos a bin na West. M’a biba 11 aña na Tilburg. Pregunta di Mildred: Mi a komprondé ku Ireno a eksprensha algu ku ta manera un milager ku a pasa, dia ku Ireno a kai kap kabes? Kontesta: Sí, e ta manera un milager. Ta asina ku promé mi tabata sinti kurason. Ami ta un hende ku ta kere hopi den Kristu; Dios tei i mi ta kere hopi den Dios. Mi tabatin ku operá kurason, pasobra e hartklep no tabata bon. Dòkter di ku mi e edat ku mi tin ta poko difísil, pero ku ta ami mester sa. El a dunami remedi, píldora, pa mi bebe pa mi kurason. Anto nos tin un misa di misionero mundial di un pastora hende muhé. El a hasi orashon ku mi tur dia. Despues di seis luna m’a bai serka dòkter pa mi kontrolá pa mi tuma remedi. M’a warda, dòkter a bini habri porta, dòkter a drei wak mi. E di ku mi: “Bo n’ tin 36 aña no?” Mi di kuné: “Nò ainda no”. (ta hari) Awor el a sinta skibi su papelnan i e di: “Kon ta ku bo remedinan, bo tin mester di mas remedi?” El a kaba di skibi, e di ku mi: “Si, bo no mester di bini mas.” Mi di: “Kon mi n’tin mester di bini mas, mi tin ku hasi operashon.”E di: “Pasó nos no ta mira nada mas na bo kurason.” Bon, esei ta unu. Un dia m’a keda miso na kas. M’a subi trapi m’a bai ariba, ora mi ta serka di yega te ariba mi no sa di nada mas. M’a bin abou ku lomba dal mi kabes riba e kapstok. El a habri tur un buraku grandi, anto akinan (ta mustra unda na kabes) a keda asina grandi hinchá. Te ahinda e tin mal fatsun. M’a hañami di kremp doblá. M’a kue telefon pa mi yama mi kasá, at’ami ta yama number robes; tabata nét number di un amigu. E di ku mi: “Wardami, wardami.” El a sali ku outo, mesora e ku su kasá a kuri yega. E di: “Aki nò! Aki ta hòspital, dòkter, pasó bo kabes a habri.” El a hibami dòkter, dòkter a wak, e di: “Mi no por hecht e, pasó bo ta bai sufri hopi. Mihó mi peg’é, leim e.” Ora m’a yega kas, e yu muhé di mi a kore bini. E di ku mi: “Bin mi wak bo kabes.” Ora el a wak e di: “Nò hospital!” Ora m’a yega hòspital nan a bolbe plak e herida, pasò el a sigui basha sanger .Mi kara akinan a bira tur pretu. Ora nan a hinkami den scanner mi di ku nan: “Kiko a kibra di mi?” Nan di: “Nada no a kibra, bo ta bon bon.” Mi di: “Awèl, mi ta bai kas.” Nan di: “Nò, bo no por bai kas, pasò bo mester wordu verzorgd.” Mi di ku nan: “Nò, mi no ke wòrdu verzorgd. Nada no a kibra, mi ta bai drumi na mi kas.” Door ku mi a dal mi bekken, akinan a hincha, pia un tabata wanta kurpa, mi yu mesora a pidi Thebe un kama pa mi por drumi abou den sala. Despues nan a pidi e hendenan di Gemeente pa nan bin pone un left na kas. E left a subi, e ta baha. Despues m’a disidí mi no ta subi kuné, mi ta subi gewoon tene na trapleuning. Pasò mi ta subi dos bia bai ariba baha ku pia promé ku e left yega ariba, asina pokopoko e ta. Despues di un luna i mei m’a disidí di lanta, ma disidí di kuminsá kana. Pregunta di Mildred: Awor mi ke haña di Ireno un mensahe pa e hóbennan di awendia òf e generashon ku ta bini. Kontesta: E hóbenan, tur loke nan tin ku hasi ta, loke no ta kos di nan, laga pasa, loke no ta bemoei nan ku nan no tin nada di aber kuné, laga pasa. Kualke kos drei bira kabes un banda bai, legumai, pasó awendia mester dominá nan mes, libra nan di hustisia tambe, kuida kurpa. Ami nunka m’a huma, nunka mi bida m’a huma. Evitá e kos ei ta hopi bon pa nan mes tambe.
Door redactie op woensdag 18 maart 2015
Woensdag 18 maart vindt de 49ste editie van Arubadag plaats. Op deze dag viert Aruba de ‘Dia di Himno i Bandera’ (Dag van het Volkslied en de Vlag). Om te herdenken dat Aruba in 1976 een eigen vlag en volkslied kreeg, wordt dit heugelijke feit elk jaar op 18 maart gevierd. Arubadag wordt over het hele eiland gevierd, maar de meeste festiviteiten vinden plaats in Oranjestad. Zo is er een grote folkloristische zang- en dansshow op het Plaza Betico Croes, een groot plein in Oranjestad. En alle Arubanen zingen weer uit volle borst het volkslied 'Aruba Dushi Tera' mee. Verder worden er op het eiland allerlei sociale-, culturele-, sport- en andere activiteiten en feestelijkheden georganiseerd en overal wappert de Arubaanse vlag trots in de wind. Arubadag wordt ook in Nederland gevierd Het is traditie om ook de in Nederland wonende, werkende of studerende Arubanen in de gelegenheid te stellen om deze nationale feestdag te vieren. Dit jaar wordt de Arubadag op zondag 22 maart in ’De Broodfabriek´ in Rijswijk gevierd. De Arubanen in Nederland verheugen zich op deze dag. Uit alle delen van Nederland komen mensen naar de Arubadag, om zo elkaar te ontmoeten, de sfeer van thuis te proeven en om van de Arubaanse dans, muziek, cultuur en gerechten en lekkernijen te genieten. En om het volkslied te zingen! Viering Arubadag in Nederland steeds meer multicultureel In eerste instantie werd dit evenement georganiseerd voor de Arubaanse gemeenschap in Nederland, maar in de loop van de tijd werd de viering steeds meer multicultureel. Ook komen er vaak mensen uit Aruba naar Nederland om de Arubadag te vieren en er familie, vrienden en kennissen te ontmoeten. Het volkslied van Aruba Het volkslied van Aruba is ‘Aruba Dushi Tera’ (Aruba zalig land). Het lied, een wals, is in de jaren 50 geschreven door Juan Chabaya (Padu) Lampe. De muziek is van Rufo Wever. Het lied werd onder de Arubaanse bevolking zo populair, dat het op 18 maart 1976 officieel geïntroduceerd werd als volkslied van Aruba. Wil je graag het volkslied horen en meezingen? Hieronder de tekst van het Arubaans volkslied met vertaling. Aruba patria aprecia nos cuna venera chikito y simpel bo por ta pero si respeta. Refrein: O, Aruba, dushi tera nos baranca tan stima nos amor p’abo t’asina grandi cu n’tin nada pa kibre cu n'tin nada pa kibre Bo playanan tan admira cu palma tur dorna bo escudo y bandera ta orguyo di nos tur! Refrein Grandeza di bo pueblo ta su gran cordialidad cu Dios por guia y conserva su amor pa libertad Aruba gewaardeerd vaderland onze geliefde geboortegrond ook al ben je klein en eenvoudig je wordt gerespecteerd. Refrein: O, Aruba, heerlijk land onze dierbare rots onze liefde voor jou is zo groot dat niets het kan breken dat niets het kan breken. Je stranden worden bewonderd en zijn met palmen versierd je wapen en je vlag zijn de trots van ons allemaal! Refrein De grootheid van jouw volk is haar enorme hartelijkheid moge God leiden en behouden haar liefde voor de vrijheid.