Door Carmine Palm op woensdag 22 februari 2017
Op Curaçao zijn er regelmatig stroomonderbrekingen. Volgens stroombedrijf Aqualectra komt dit omdat er niet genoeg capaciteit is. Er wordt regelmatig onderhoud gepleegd aan de machine en dan vallen machines ook weleens uit. Bij capaciteitsproblemen gaat het stroombedrijf schakelen. Hoe komt het dat Aqualectra steeds een capaciteitsprobleem heeft? Op zijn Facebookpagina geeft Anthon Casperson, voormalig directeur van Aqualectra in verschillende artikelen een uitleg. Hieronder een korte samenvatting. Schakelen betekent dat om de 2 à 4 uur een andere wijk op Curaçao wordt afgesloten van stroom. Na 2 tot 4 uur wordt de stroom in de wijk weer aangezet, en wordt er een andere wijk afgesloten. Door een hele wijk af te sluiten, wordt er bespaard op de stroomverbruik. Technische capaciteit Stroom op Curaçao wordt geleverd door vier productie-eenheden: · De conventionele machines (fossiele brandstoffen) van Aqualectra; · CRU (Curaçao Refinery Utility) energiecentrale op het terrein van de raffinaderij; · Windmolens; · Particuliere zonenergie. Er is een technische capaciteit van 189 MW (megawatt elektriciteit) per dag beschikbaar, verdeeld onder vier productie-eenheden: Aqualectra 136 MW, CRU 22 MW, windmolens 30 MW en zonenergie 1 MW. Beschikbare capaciteit Machines draaien niet constant op volle capaciteit. Hoe ouder een machine, hoe minder beschikbare capaciteit. De beschikbare capaciteit van de conventionele machines is 93% en die van de windmolens 60%. Aqualectra heeft aan beschikbare capaciteit 127MW, de windparken 18 MW, zonenergie 0.3 MW en CRU 22MW. In totaal is er een beschikbare capaciteit van 167 MW per dag. Betrouwbare capaciteit Om te komen tot een constante levering van stroom spreken we van de betrouwbare capaciteit. De beschikbare productiecapaciteit van 167MW is niet de noodzakelijke betrouwbare capaciteit. Machines De machines moeten immers van tijd tot tijd worden onderhouden en kunnen storingen vertonen. Daardoor moeten ze uit productie worden gehaald. Rekening houdend met dit gegeven, is het van belang dat de bestaande betrouwbare productiecapaciteit nog steeds aan de hoogste piekvraag op een bepaald moment kan voldoen. CRU De capaciteit van 22MW kan men niet rekenen tot de betrouwbare capaciteit. Het gaat hierbij om het contract tussen de CRU en Aqualectra, waarbij CRU niet verplicht is capaciteit te leveren aan Aqualectra. Er is overeengekomen dat de CRU een gemiddeld van 22MW levert en niet een gegarandeerde capaciteit van 22MW. De reden hiervoor is dat CRU primair elektriciteit levert aan de raffinaderij en niet aan het eiland. Windmolens Hetzelfde geldt voor windenergie. Het is niet logisch om de capaciteit van alternatieve productiemiddelen te rekenen tot de betrouwbare vermogenscapaciteit. Betrouwbaarheid betekent immers dat de totale productie capaciteit onder bepaalde voorwaarden altijd aan de piekvraag moet kunnen voldoen. En dat lukt niet altijd met windenergie. De wind waait immers niet constant. Hoe hoog is de betrouwbare capaciteit? Op basis van de totale beschikbare productie capaciteit van 167 MW herleidt Casperson de betrouwbare productiecapaciteit volgens een bepaalde formule tot: 132 MW bij alle machines operationeel maar zonder de levering van CRU en wind; 113 MW bij uitval één productiemachine en zonder de levering van CRU en wind; 105 MW bij uitval van twee productiemachines en zonder de levering van CRU en wind. De vraag naar elektriciteit De vraag naar elektriciteit schommelt nu tussen 106 MW en 128 MW per dag. In de warme maanden is de vraag hoger dan bijvoorbeeld in december. Op het moment dat er problemen zijn met de machines, dat CRU niet levert en de wind is gaan liggen, ligt de betrouwbare capaciteit in de buurt van de 105MW. Dit betekent dus dat Aqualectra een structureel tekort heeft aan capaciteit. Het regelmatig uitvallen van de elektriciteit heeft met dit structurele tekort te maken. Reservecapaciteit Aqualectra moet dus een reserve productiecapaciteit hebben om de betrouwbaarheid van de levering te borgen. Zowel voor CRU als voor de windmolens. Volgens Casperson is er een back-up nodig van 29MW zodat iedere huishouden op Curaçao verzekerd is van stroom. Deze reservecapaciteit kan alleen worden opgebouwd door uitbreiding van de conventionele machines. Doordat er geen reserve productiecapaciteit is, kan Aqualectra bij problemen de tekorten niet opvangen en moet er geschakeld worden. Komt er een oplossing? Jazeker. Op 12 januari meldde de huidige directeur van Aqualectra Darick Jonis dat het nutsbedrijf de capaciteit gaat uitbreiden. Binnen twee jaar moet een nieuwe installatie klaar zijn die ongeveer 30 megawatt levert. Het gaat om een structurele oplossing voor het capaciteitstekort en de afhankelijkheid van de levering van stroom door Curaçao Refinery Utilities (CRU). Het lijkt erop dat de huidige directeur goed heeft geluisterd naar de oude directeur.
Door redactie op woensdag 23 november 2016
Na de verkiezingsuitslag van 6 oktober heeft Curaçao bijna een nieuwe regering. De nieuwe ministers van de MAN zijn nu bekend. De nieuwe ministers voor de coalitiegenoten waren al eerder bekend. Minister President wordt Hensley Koeiman, de politieke leider van MAN. Formateur Kenneth Gijsbertha wordt de nieuwe minister van Financiën, Elsa Rozendal de nieuwe bewindsvrouw van Onderwijs, Wetenschap, Cultuur en Sport en Eunice Eisden wordt de Gevolmachtigde minister van Curaçao in Den Haag voor het nieuwe kabinet met MAN-signatuur. Coalitiepartner PAR Bij de PAR blijft Eugene Rhuggenaath de minister van Economische Ontwikkeling, terwijl politiek leider Zita Jesus-Leito minister wordt van Gezondheid, Milieu en Natuur. Coalitiepartner PNP Het is niet zeker of de demissionaire minister van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning (VVRP), Suzy Camelia-Römer weer de nieuwe minister wordt. Voor Justitie wordt de advocaat Arnelio Martina genoemd. Coalitiepartner Pueblo Soberano (PS) De nieuwe PS-ministers zijn wel bekend: Ruthmilda Larmonie-Cecilia – nu nog bij Sociale Ontwikkeling, Arbeid en Welzijn (SOAW) – wordt de nieuwe minister van Bestuurlijke Planning en Dienstverlening, terwijl politiek leider van PS Jaime Córdoba minister van SOAW wordt. Verkiezingsuitslag Bij de verkiezingen van 6 oktober heeft de sociaaldemocratische partij MAN de verkiezingen op Curaçao nipt gewonnen. Met 16,2 procent van de stemmen haalde de blauwe partij van Hensley Koeiman net iets meer stemmen dan de partij van de omstreden politicus Gerrit Schotte. Zijn MFK kreeg 16 procent van de stemmen, minder dan de ruim 21 procent in 2012. De pro-Nederlandse partij PAR werd derde met 15,1 van de stemmen. De nieuwe partij Korsou di nos Tur van Amparo dos Santos, broer van de loterijkoning Robbie dos Santos, werd vierde met ruim 10 procent van de stemmen. Pueblo Soberano, de partij van de vermoorde politicus Helmin Wiels, in 2012 de grootste partij, is de grote verliezer van de verkiezingen en houdt slechts twee zetels over. De opkomst was 66 procent. De zetelverdeling van Curaçao (21 leden parlement)     MAN 4 MFK 4 PAR 4 Korsou di Nos Tur 3 PNP 2 Pueblo Soberano 2 Un Korso Hustu 1 Movementu Progresivo 1 Een hele klus MAN mocht de regering vormen maar dit werd een hele klus. Eerst leken MAN, PAR, PNP en PS een coalitie te gaan vormen, maar PS was niet tevreden over de verdeling van de ministersposten. Een andere vorm werd onderzocht tussen MAN PAR, PNP en Un Korsou Hustu. Maar Eduard Braam, PAR statenlid, stapte uit PAR en nam zijn zetel mee. De eerste optie kwam weer in beeld en met succes. MAN, PAR, PNP en PS gaan de nieuwe regering vormen van Curaçao. MAN MAN werd in1971opgericht door Don Martina die ook premier is geweest van de toenmalige Nederlandse Antillen. MAN maakte ook deel uit van het eerste kabinet van het land Curaçao, na 10 oktober 2010, toen de Nederlandse Antillen waren ontmanteld. Van dit kabinet was Gerrit Schotte premier. Charles Cooper was toen minister namens MAN, maar die heeft nu zijn eigen partij, die geen zetel heeft behaald. Tijdens de leiderschap van Cooper keerde Martina de MAN de rug toe. Toen Cooper opstapte om een eigen partij te beginnen, keerde Martina terug naar het oude honk. MAN-leider Hensley Koeiman is sinds 2013 partijleider en was eerder minister van Sociale Ontwikkeling. Succes van MAN De economie van het eiland stagneert al jaren en de jeugdwerkloosheid schommelt rond de 35 procent. De bevolking van Curaçao heeft het niet ruim gehad: het laatste kabinet wilde de begroting sluitend krijgen waardoor er weinig extraatjes inzaten voor de inwoners. Dit zou een verklaring kunnen zijn voor het succes van MAN, die in 2012 nog geen 10 procent van de stemmen haalde. Ook de hernieuwde steun voor de partij van de nog steeds populaire oprichter Don Martina heeft MAN blijkbaar goed gedaan. Regeerakkoord Op dit moment werken de partijen MAN, PAR, PNP en PS aan een regeerakkoord. Deze dagen wordt in werkgroepen per ministerie aan concepten gewerkt die de basis gaan vormen voor het regeerakkoord.
Door Carmine Palm op woensdag 16 november 2016
De regering van het Nederlandse deel van Sint Maarten is kwaad op de Franse autoriteiten van het Franse deel van Sint Maarten. De Franse prefect claimt dat het dorpje Oyster Pond tot het Franse deel behoort en niet tot het Nederlandse deel. Hoe komt het dat het eiland in een Franse en een Nederlandse helft is verdeeld? Aanleiding van het conflict was het feit dat eind oktober de Franse politie een restaurant in het grensplaatsje Oyster Pond binnen viel. Het restaurant betaalde volgens de Fransen geen belasting en zou ook geen vergunning hebben voor een geplande verbouwing. Maar de eigenaar betaalde belasting in het Nederlands deel en kreeg via de Nederlandse autoriteiten ook een bouwvergunning. Na de inval hebben de Fransen ook de toegangsweg naar een watersportpark en het restaurant gebarricadeerd. Sint Maarten of Saint Martin Het hele eiland heet in het Nederlands Sint Maarten, maar wordt internationaal aangeduid als Saint Martin (of St. Martin) en is opgedeeld in twee delen. De noordelijke helft is een overzeese gemeenschap van Frankrijk met beperkte autonomie en wordt bestuurd door een Franse prefect. De zuidelijke helft van het eiland is een autonoom land binnen het Koninkrijk der Nederlanden. Altijd grensgeschillen De verdeling van Sint Maarten is in het jaar 1648 in het Verdrag van Concordia gegoten. Dit verdrag werd herhaaldelijk geschonden. Ruim 150 jaar waren er grensgeschillen, maar in 1817 kwam uiteindelijk een einde aan de onderlinge conflicten en werden de huidige grenzen vastgesteld en was de tweedeling een feit. Sint Maarten is een bijzonder eiland. Het is de enige plek ter wereld waar Frankrijk en Nederland aan elkaar grenzen. Geen originele exemplaren De originele exemplaren van het verdrag zijn niet meer in de archieven terug te vinden. Wel bestaan er nog achttiende-eeuwse afschriften. De tekst is afgedrukt in het standaardwerk van J.B. de Tettre (Histoire général des Antilles habitées par les François). In 1839 is er een frisse versie van het akkoord gemaakt. Het was een kleine modernisering: de basis (‘le fond’) bleef hetzelfde. Achteraf maakt het ook niet zoveel uit. Het is nooit bekrachtigd, zodat het Verdrag van Concordia nog steeds van kracht is. Verschillen tussen de twee delen De totale oppervlakte van het eiland bedraagt 87 km². De Fransen hebben met 53 vierkante kilometer het grootste deel van het eiland. Het Nederlands gedeelte heeft Nederlands als officiële taal, het Franse gedeelte heeft Frans als officiële taal. De voertaal op het hele eiland is Engels, doordat de bevolking grotendeels afstamt van Engelstalige slaven. Tussen de delen is er gewoon vrij verkeer. De grens door een voettocht bepaald Maar hoe is de grens op het eiland bepaald? Daarover doen veel verhalen de ronde. In een van de verhalen worden een Fransman en een Nederlander in Oyster Pond met de ruggen tegen elkaar gezet. Ze beloven langs de kust te lopen en zo werd grens getrokken. Het Franse deel zou iets groter uitgevallen zijn dan het Nederlandse, omdat de Hollander bevangen zou zijn geweest door de hitte. Strompelend, met een tong als leer, geblakerd en gezandstraald, leverde hij vierkante kilometers in bij de Fransen. De tweede legende verschilt niet veel van de eerste. Ook hier worden de Fransman en Nederlander met de ruggen tegen elkaar gezet. De Hollander begint op het afgesproken sein braaf langs de kust te lopen. Zijn Franse opponent neigt ertoe hetzelfde te doen, maar de rum speelt hem parten. In zijn dronken brein doemt een lumineus idee op. Hij gaat niet langs de stranden, maar hij steekt het eiland over. Oyster Pond Het dorpje Oyster Pond was dus 350 jaar geleden het beginpunt voor de legendarische loopwedstrijd waarbij een Fransman en een Nederlander in tegengestelde richtingen startten voor de eilandverdeling. Oyster Pond ligt aan de oostkant van Sint Maarten en op de grens van het Franse en Nederlandse deel van Sint Maarten. De Nederlands-Franse grens loopt direct door het dorp. Zo kun je de twee landen terugvinden in het hotelcomplex "Captain Oliver's": de hotelkamers zijn op Frans grondgebied, maar het restaurant en de dokken liggen achter de onzichtbare grens in Nederlands water. De grens word nog steeds betwist Maar de grens bij Oyster Pond wordt nog altijd betwist. In 2013 tijdens een werkbezoek van de Minister van Buitenlandse Zaken, Frans Timmermans, sprak hij nog met ambtenaren van het Franse gedeelte over Oyster Pond. In een vierlandenoverleg tussen Saint Martin, Frankrijk, Sint Maarten en Nederland is voorlopig afgesproken de huidige situatie te laten voor wat die is. Oyster Pond valt daarmee onder Sint Maarten en niet onder Saint Martin. Maar de Fransen nemen daar geen genoegen mee. Wellicht gedreven door de enorme economische ontwikkelingen op dit moment binnen dit gebied.
Door Carmine Palm op woensdag 28 september 2016
30 september zijn er verkiezingen op Curaçao. Caribisch Netwerk maakte in aanloop hiervan een tweeluik van elke partij. Er doen maar liefst 13 partijen mee. Wat willen ze? Je leest het hier. Movementu Progresivo (MP) met lijstrekker Marilyn Moses MP vindt het heel belangrijk om in vrede, harmonie en welvaart het gezin stabiliteit te geven om te ontwikkelen. Daarom wordt de economie gestimuleerd worden en innovaties gesteund. Dus aandacht voor toerisme en kleine bedrijven. Ook moeten onderwijs en gezondheidszorg betaalbaar en toegankelijk zijn voor iedereen. Betere scholing om een duurzame economie te realiseren. Om mensen gezond te houden wil de partij investeren in preventie. Aanpak obesitas door sporten te faciliteren. Movementu Kousa Promé (MKP) met lijsttrekker René Vincent Rosalia MKP wil graag een nieuwe ‘Yu di Kòrsou’. De nieuwe ‘Yu di Kòrsou’ is bewust van zijn identiteit en is bevrijd van mentale slavernij. Ook is hij in staat om samen te werken aan een welvarend Curaçao. Hierbij is het onderwijs heel belangrijk. Maar ook de gezondheidszorg. De partij zet zich vooral in op preventie zoals sporten om obesitas tegen te gaan. De ondersteuning van dit alles begint in de wijken met buurtcentra. Kòrsou di Nos Tur (KNT) met lijstrekker Amparo Dos Santos KNT wil afrekenen met de armoede en ervoor zorgen dat iedereen waardig leeft. Dit wil de partij doen door meer werkgelegenheid te creëren door voorwaarden te scheppen voor lokale investeringen in de economie. De lokale investeerders hoeven de eerste vijf jaar geen winstbelasting te betalen. Hiermee wil de partij het vertrouwen herstellen onder lokale investeerders om zo de ontwikkeling van de economie nieuw leven in te blazen. Ook gaat de pensioenleeftijd terug naar 60 jaar. De AOV-uitkering gaat omhoog naar duizend gulden per maand. Water wordt bij achterstallige schuld niet meer afgesloten en er komen meters voor het vooraf betalen van water. De prijs van water voor huishoudens wordt verlaagd zodat iedereen flessen water kan kopen die beter zijn voor je gezondheid. Un Kòrsou Hustu (UKH) met lijsttrekker Omayra Leeflang UKH staat voor een evenwichtig Curaçao, waar iedereen meetelt. De pijlers van de partij zijn integriteit in de politiek, de gepensioneerden, de blauwe economie als nieuw businessmodel en innovatieve sociale woningbouw. De AOV-uitkering wordt verhoogd van 862 gulden naar 1.050 gulden per maand. Dit geld (7 miljoen gulden) wil de partij halen uit het potje van armoedebestrijding. Ook krijgen pensioneerden een korting bij premiebetaling en hoeven ze geen onroerendzaakbelasting te betalen. De partij wil inzetten op de blauwe economie, een concept van Gunter Pauli. Dit betekent kijken naar overvloed en niet naar schaarste. Curaçao heeft zon, wind en zee in overvloed. Partido Alternativa Real (PAR) met lijsttrekker Zita Jesus-Leito PAR heeft vijf pijlers: onderwijs, werkgelegenheid, goed bestuur, gezondheid-natuur-milieu en de kwaliteit en veiligheid van het leven. Wat betreft onderwijs wil PAR de drop-outs aanpakken, meer technisch onderwijs, meer keuze in het onderwijs en het benutten van de middaguren aan meer sport en cultuur. Om de werkloosheid te verminderen worden mensen zonder een baan en dropouts beter begeleid en gemonitord door sociale instanties. Wat betreft gezondheidszorg staat preventie bij onder andere hoge bloeddruk en diabetes centraal en worden wachtlijsten voor specialisten ingekort. De raffinaderij moet op gasverbranding gaan draaien en zwerfvuil wordt aangepakt. PAR wil de banden met Nederland verbeteren en zo de banden met de Europese Unie aanhalen. Partido Demokraat (DP) met lijsttrekker Geraldine Scheperboer Parris Bij DP staat de ontwikkeling van het kind centraal. DP wil vaderschapswetten introduceren omdat elk kind het recht heeft om te weten wie zijn of haar vader is. Het onderwijs wordt tweetalig: Papiaments en Engels. Zo kan het kind beter leren denken en redeneren. Ook wil de DP investeren in buurtcentra, zodat deze de spil worden in elke wijk. De criminaliteit wordt aangepakt door introductie van een DNA-bank waarin recidivisten worden geregistreerd. Zo kan Justitie misdrijven sneller oplossen. Tenslotte wil de DP dat Punda weer opleeft, zodat er meer toeristische attracties komen, zoals cultuur- en theateractiviteiten. Partido pa Adelanto i Inovashon Soshal (PAIS) met lijsttrekker Alex Rosaria PAIS richt zich op vooruitgang voor iedereen. Pijlers zijn de kwaliteit van het leven, duurzame ontwikkeling en behoorlijk bestuur. Om de kwaliteit van het leven te vergroten, moet de economie groeien. PAIS wil de economie laten opbloeien door de publieke financiën te versterken, overheids NV’s te besturen als privébedrijf en het versimpelen van het toelaten van vreemdelingen. In het onderwijs streeft PAIS naar betere leerkrachten, modernisering van de methodes, aandacht voor de schoolgebouwen, het verhogen van de onderwijsstandaard en een taalbeleid dat rekening houdt met de 20 procent van de bevolking die het Papiaments niet als moedertaal heeft. Ook komen er een ambachtsschool en een community college voor betere aansluiting tussen onderwijs en werk. PAIS wil de veiligheid vergroten door een plan waarin handhaving van de wet en orde, de aanpak van jeugdcriminaliteit en resocialisatie een grote rol spelen. Voor duurzaamheid wil PAIS een alternatief energiebeleid, investeren in eigen landbouw en goed functionerend openbaar vervoer. Patriótiko Adelanto Sosial (PAS) met lijstrekker Charles Cooper PAS vindt de groei van de economie en de toename van arbeidsplaatsen belangrijk. PAS wil het huidige belastingsysteem met verschillende soorten belasting veranderen. De partij wil alle bedrijven categoriseren en één vast belastingtarief heffen. De overheid heeft een begroting van 2 miljard gulden per jaar. Dit belastingsysteem genereert 1,63 miljard gulden voor de staatskas. Dat is bijna 80 procent van de begroting. De resterende 20 procent wordt opgebracht door werknemers via inkomstenbelasting en andere belastingen. PAS wil belasting invoeren op appartementen die worden verhuurd aan toeristen, 20 tot 30 procent van het Eilandelijk Ontwikkelingsplan (EOP) herzien en een nieuw toerismeplan invoeren. Dit plan is onlangs door het parlement goedgekeurd. Partido Nashonal di Pueblo (PNP) met lijsttrekker Humphrey Davelaar De mens staat centraal bij PNP en vanuit dit punt worden economie, justitie en goed bestuur geregeld. De economie maakt goed onderwijs en sociale voorzieningen mogelijk. PNP creëert een infrastructuur die bewoners kansen geeft. Verder wil de PNP Curaçao verder ontwikkelen op het gebied van duurzaamheid en IT. Duurzaamheid door meer zelf te produceren en de agrarische activiteiten terug te brengen. Wat IT betreft, streeft PNP naar een ‘smart nation’: een vooruitstrevend kenniscentrum voor de digitalisering van processen en het verhogen van connecties. E-government, een elektronisch paspoort voor de zorg, een chipknip voor de bus en systemen die met elkaar communiceren. Pueblo Soberano (PS) met lijststrekker Jaime Cordoba Voor PS is Curaçao nog steeds in aanbouw en wil het werk dat zijn ministers begonnen zijn bij de sectoren onderwijs en gezondheidszorg, afmaken. Bij de gezondheidszorg wil de partij de wachttijd om een afspraak te krijgen bij een specialist verkorten tot drie weken. Ook wil de partij graag dat men teruggaat naar het systeem van wijkartsen, waarbij de huisarts als een wijkarts moet werken. Naast het afmaken van lopende zaken wil de partij ook komen met innovatie voor de jeugd. Een van de vernieuwingen is een ministerie voor jeugdzaken. Het is de bedoeling om in de toekomst alles wat de jeugd aangaat weg te halen bij de andere ministeries en onder te brengen bij één ministerie. MAN met lijststrekker Hensley Koeiman De vijf pijlers van de partij zijn Onderwijs, Economie, Criminaliteit, Welzijn en Sport. MAN wil tien doelen nastreven zoals het creëren van een sportfonds voor jonge talenten, het verhogen van het minimumloon en het verhogen van de pensioensleeftijd. Onderwijs dient verder te gaan dan het kennisdeel. Kunst, cultuur en sport spelen een grotere in het onderwijs. MAN wil de wijken in zodat mensen zich veilig voelen, gewaardeerd worden en niet geïsoleerd raken. Ook heeft MAN een wetsvoorstel ingediend om een Algemeen Pensioen verplicht te stellen. Tenslotte wil MAN meer banen creëren. Propósito pa Kòrsou (Pro Kòrsou) met lijsttrekker Ivar Asjes  Pro Kòrsou staat voor solidariteit, sociale rechtvaardigheid en deelname van alle burgers. Om de economie te stimuleren wil Pro Kòrsou de Isla raffinaderij en de installaties op Bullenbaai moderniseren, het woningbouwproject op Wechi afmaken en het plan voor toeristische ontwikkeling op Oostpunt voortzetten. Pro  Kòrsou gelooft in een betere balans tussen het financiële en het sociaal-culturele, met aandacht voor goede opleidingen, kwalitatief goede gezondheidszorg en een optimale sociale zorg. Naast het stimuleren van de economie vindt de partij dat er geïnvesteerd moet worden in mensen via een strategisch plan voor voortdurende educatie. Verder wil de partij de gezinnen op Curaçao ondersteunen. Een van de initiatieven is schuldsanering voor arme gezinnen. Movementu Futuro Kòrsou (MFK) met lijstrekker Gerrit Schotte Het doel van de MFK is een duurzaam Curaçao, waar het volk in een gezonde en veilige natie leeft. De belangrijke punten zijn het voortzetten van het nationale plan voor de verbetering van wijken en het invoeren van een open beleid, door middel van een digitaal platform. De MFK wil de ondernemerscapaciteit ontwikkelen om zo werkgelegenheid te scheppen. De partij wil kwalitatief goed onderwijs, zodat de multiculturele en meertalige bevolking kan werken in de lokale financiële dienstverlening en toerisme. Ook wil de MFK de economische groei versnellen door het aantrekken van ‘young professionals’ die naar Curaçao emigreren. De partij wil tussen de 1500 en 3000 arbeidsplaatsen creëren, met projecten die worden gesteund door lokale en buitenlandse investeringen. De overstap naar fossiele brandstoffen maakt Curaçao onafhankelijk van het huidige energiebeleid. Tenslotte wil de partij een wet introduceren dat ook parlementariërs door directe stemmen van het volk gekozen kunnen worden.
Door redactie op woensdag 21 september 2016
‘Een Stap dichter bij of verder af van Georganiseerde Misdaad?’ Bij elke verkiezing rijst bij mij de vraag in hoeverre de deelnemende politieke partijen zich bewust zijn van de problemen die zij zullen moeten oplossen en de complexiteit hiervan. Die vraag dwingt zich bij me op omdat de populistische verklaringen van veel politici niet bepaald getuigen van een weldoordacht plan van aanpak, noch van enig benul van de kosten die daarmee gemoeid zijn. Veel erger is de afhankelijkheid van sommige partijen van de financiële bijdragen voor hun campagne van verdachte figuren, waarvan sommigen zelfs al eerder met de justitie te maken hebben gehad. De huidige coalitie die na 30 september al of niet vervangen zal worden door een andere combinatie van partijen, is niet bepaald populair, omdat zij de financiële chaos van de regering die in 2010 tot stand kwam moest oplossen door een strak financieel beleid, waarbij diverse uit de hand gelopen zaken, zoals Aqualectra, BOO, Refineria di Korsou en het spoorloos verdwenen 250 miljoen gulden, recht getrokken moesten worden! Dat de ‘onderwereld’ thans ook in de ‘bovenwereld’ rondwaart is een veel besproken feit, waarbij in de roddel circuit zelfs namen worden genoemd van deze of gene geldschieter! Waar ik mij helemaal zorgen over maak is het feit dat een zeer hoog geplaatste ambtenaar mij heeft toevertrouwd dat wat ik in mijn eerste roman –‘Verkiezingsdans’ – heb beschreven m.b.t. corruptie, benoeming van incapabele familieleden en vrienden in hoge posities, connecties met en beïnvloeding van de onderwereld in het overheidsapparaat, een realiteit is geworden, die niet onderdoet voor de inhoud van mijn eerste roman. Ofschoon ‘Verkiezingsdans’ een gefantaseerd verhaal is, hebben veel lezers en ook de uitgever mijn roman ‘profetisch’ genoemd vanwege de moord van Helmin Wiels, die ettelijke jaren na de publicatie van mijn roman plaatsvond. De trieste tegenstelling tussen mijn roman en de werkelijkheid is, dat in ‘Verkiezingsdans’ de criminele politicus wordt geliquideerd, terwijl in de Curaçaose realiteit Helmin Wiels, de belangenverstrengeling van sommige lokale ondernemers met de internationale maffia openbaar zou maken. Dit onderzoek is nog steeds gaande en alles wijst erop dat Wiels gelijk had. Inmiddels neemt de criminalisering van ons land hand over hand toe, ondanks het veel strakkere beleid van de Ministerie van Justitie en de vele wetten die zijn aangenomen om deze ontwikkeling in te dammen. Het feit dat de politieke leider van een populaire partij is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 3 jaar vanwege financiële manipulaties en zijn straf heeft weten uit te stellen middels slim advocatenwerk, en het feit dat een parlementariër van dezelfde partij ook een veroordeling boven zijn hoofd heeft hangen, geeft te denken wat Curaçao te wachten staat indien deze figuren wederom in het parlement terugkeren, of zelfs de regering gaan vormen, met op de achtergrond de hierboven geschetste criminalisering van onze gemeenschap. Deze nachtmerrie is waarschijnlijker dan men denkt, gezien de bijna onuitputtelijke geldbronnen voor de dagelijkse propaganda voor deze partij op televisie. Inmiddels zijn de problemen waar het eiland mee zit zeer ernstig: • een groeiend aantal werklozen tussen 14 en 24 jaar, waarvan het totaal nu ruim 7000 personen betreft; • groeiende werkloosheid onder de rest van de bevolking; • een afwachtende houding bij veel ondernemers vanwege het onzekere politieke klimaat, waardoor er weinig geïnvesteerd wordt; • een nauwelijks groeiende economie: minder dan 1%; • jeugd criminaliteit, die vaak zeer gewelddadig is en er weinig financiële middelen zijn en goed opgeleid personeel om dit probleem adequaat aan te pakken middels verplichte nascholing en wijkopbouwwerk; • falend ouderschap: 44% eenouder gezinnen, waarvan 93% de moeder aan het hoofd, waarvan meer dan 33% amper de lagere school heeft doorlopen; • verwaarloosde wijken, waar deze gezinnen verblijven en waar ook illegalen zich ophouden, die de werkloosheid onder de lokale bevolking in stand houden door illegaal werk te doen voor aanzienlijk minder dan het wettelijk voorgeschreven uurloon; • een onderwijs dat achter loopt op de snelle technische ontwikkelingen en een taalbeleid dat niet echt voldoet aan de eisen van een internationaal gerichte economie met een financieel centrum, een raffinaderij, een geografisch zeer gunstig gelegen eiland met uitstekende havens, die enorme mogelijkheden bieden voor technologische investeringen, gericht op de export markt; • het al jaren durende halve-dag-school concept is een ramp, gezien het veranderend beeld van het gezin, waarbij beide ouders of de alleenstaande ouder moet(en) werken en de meeste kinderen aan hun lot worden overgelaten bij gebrek aan voldoende professionele opvang. Het bovenstaande is een samenvatting van de complexiteit van de problemen waarmee Curaçao te kampen heeft, waarbij de politieke verdeeldheid, gebrek aan kennis van veel politici, een onverwerkt slavenverleden dat nog steeds bepalend is voor veel sociaal-culturele ‘oneffenheden’, een enorme uitdaging inhoudt voor de leider die nog moet opstaan om een visie te bieden die de verdeeldheid weet om te buigen naar een gerichte en doorleefde eenheid voor een duurzame en rechtvaardige toekomst. Joseph ‘Jopi’ Hart Joseph (Jopi) Hart (Bonaire, 1940) was leraar Engels (Havo/VWO en Universiteit van de Nederlandse Antillen). Na zijn pensionering wijdde hij zich volledig aan het schrijven. Hij publiceerde: - Entrega (2000), een gedichtenbundel in vier talen, en de romans - Election Dance (2006; 2010) en Verkiezingsdans (2013) - Kruispunt (2015) - The Yard (2010) en Wooncirkel (2017
Door redactie op woensdag 13 juli 2016
Het is weer zover: de zomervakantie in Nederland komt er aan. Dat betekent dat veel mensen op vakantie gaan. Dat zijn er dit jaar naar schatting 10,4 miljoen. Een kwart, dus 2,6 miljoen mensen, viert het in eigen land, en 7,8 miljoen mensen gaan de grens over voor een paar weken vakantie in het buitenland. De favoriete landen zijn Frankrijk, Duitsland, Spanje, Italië, Oostenrijk en Portugal. Ook Curaçao, Aruba, Sint Maarten en Caribisch Nederland zijn in trek, maar er gaan lang niet zoveel Nederlanders naar toe. Ter vergelijking: vorig jaar gingen in een heel jaar 150.000 Nederlanders naar Curaçao met vakantie, 40.000 naar Aruba, 17.000 naar Sint Maarten en 45.000 naar Caribisch Nederland (Bonaire, St. Eustatius en Saba). Ook BAAT gaat met vakantie tot en met eind augustus. Wil je BAAT toch blijven volgen? Dat kan op onze Facebookpagina. Een hele fijne vakantie voor al onze lezers!
Door redactie op woensdag 29 juni 2016
Op zaterdag 2 juli gaat de 103de editie van de Tour de France van start in Le Mont-Saint-Michel. Op 24 juli eindigt de Ronde van Frankrijk op de Champs-Elysée in Parijs. Drie weken koersplezier in La Douce France vormen een blij vooruitzicht voor de wielerliefhebber. In het Caribisch Nederland zijn ongetwijfeld ook liefhebbers die de Tour volgen. Maar kent Caribisch Nederland ook wielrenners voor de toekomst? Er vertrekken 198 renners voor de Tour de France. Het totale veld is samengesteld uit achttien World Tour-ploegen en vier teams met een wildcard. Onder de 198 renners bevinden zich 15 Nederlanders en 33 renners die niet afkomstig zijn van Europa. Ze komen uit Australië (8), Nieuw Zeeland( 4), Japan( 2), Zuid Afrika (3), Eritrea (2), Ethiopië (1), Canada (1), Verenigde Staten (5), Colombia (5) en Argentinië (2). De Tour de France wordt steeds mondialer. Professionele Wielrenners uit Curaçao Er zijn (nog) geen deelnemers van Caribische Nederland in de Tour de France maar er zijn wel drie (professionele) wielrenners afkomstig van Curaçao. Zij werken op dit moment aan hun carrière. Dit zijn professional Quinten Winkel en twee beloften Hillard Cijntje en Bryan van Rutten. Fietsen op Curaçao populair Rond de eeuwwisseling maakte het fietsen op Curaçao een enorme groei door. Dit kwam mede door het initiatief van Leo van Vliet met de Amstel Bright Race (later gewijzigd in de Amstel Curaçao Race). Zowel het wielrennen als mountainbiken werden erg populair. Helaas viel het doek in 2014 voor de Amstel Curaçao Race na 13 jaar. Omdat steeds meer wielerkoersen buiten Europa werden gehouden, was het voor organisator Leo van Vliet steeds lastiger om buitenlandse toppers naar het eiland te halen. Quinten Winkel: Amerikaanse ploeg Quinten Winkel (1990) is geboren en opgegroeid op Curaçao. Hij staat sinds 2015 onder contract bij de Amerikaanse ploeg Team Foundation uit New York. Het team rijdt grote wedstrijden door heel Amerika. Winkel maakte op jonge leeftijd indruk omdat het ervaren wielerprofs niet lukte om tijdens een van de Amstel Curaçao Races van hem weg te rijden. Op zijn vijftiende deed hij als kampioen van de Nederlandse Antillen mee aan de Caribische kampioenschappen in Puerto Rico. Hij won er twee keer zilver: voor de tijdrit en voor de wegwedstrijd. In 2007 en 2008 werd hij Caribisch kampioen. In 2008 vertrok hij naar Nederland voor zijn studie. Na zijn studie sloot hij het contract met het Amerikaanse team. Hillard Cijntje Hillard Cijntje (1992) is ook op Curaçao geboren. Ook hij viel op tijdens de Amstel Curaçao Races. Hillard’s avontuur begon in augustus 2009 toen hij naar Nederland verhuisde. Hij rijdt voor de club WV Noord-Holland. In augustus 2010 won hij de Caribische kampioenschappen voor junioren in Aruba. In het 2011 werd Hillard een belofte, en is hij bezig zoveel mogelijk te leren over koersen in Nederland. Bryan van Rutten Bryan (1993) is de jongste en eveneens op Curaçao geboren. Hij is sinds kort een belofte en fietst bij de wielerclub Willebrord Wil Vooruit in Brabant. Bryan studeert nog in Nederland en is bezig om veel te leren over wielerkoersen in Nederland. Wereldkampioenschappen in het Limburgse Valkenburg De drie jonge wielrenners uit Curaçao hebben samen een mooi begin gemaakt met hun carrière. In 2012 waren de wereldkampioenschappen wielrennen in het Limburgse Valkenburg. Wielrenners uit heel de wereld waren uitgerukt om hun land te vertegenwoordigen. Voor Curaçao deden Hillard Cijntje, Bryan van Rutten en Quinten Winkel mee in de categorie ‘Beloften’, speciaal voor jonge wielrenners van 18 tot en met 23 jaar. Wie weet zien we ze één van de komende jaren ook in de Tour de France?
Door redactie op woensdag 15 juni 2016
Nydia Maria Enrica Ecury (1926-2012) werd op 2 februari 1926 op Aruba geboren uit een donkere vader en een blanke moeder. Op haar dertigste (1957) ging zij op Curaçao wonen, waar zij op 2 maart 2012 overleed. Aanvankelijk was zij actief in het onderwijs als leraar Engels en Papiaments en werkzaam bij het Departement van Onderwijs. Nydia Ecury maakte naam aan het toneel als mede-oprichtster van de toneelgroep Thalia, als actrice en regisseuse en vooral als cabaretière met haar ‘one woman show’ Luna di papel (papieren maan). Debuut als dichter Als dichter debuteerde zij tamelijk laat, in 1972. Zij publiceerde in het Papiaments. Alleen haar vierde bundel kwam tweetalig uit in het Papiaments en het Engels. In totaal bracht zij vijf dichtbundels uit: Tres rosea (drie ademtochten) uit 1972; Sekura (droogte) uit 1974 ; Bos di sanger (stem van het bloed) uit 1976; Na mi kurason mará (aan mijn hart verknocht) uit 1978 en Kantika pa mama tera (Lied voor moeder aarde) uit 1984. Veelzijdige afstamming In februari 1976 publiceerde zij de bundel Bos di sanger, met daarin het gedicht Bos di sanger. In dit dicht is de dichteres zich bewust geworden van haar veelzijdige afstamming. Bos di sanger Den mi soño spiritu di mi wela ta supla den mi orea: 'Bo sanger ta mas diki ku di tur...' i den anochi skur mi ta hañami ta karga fligí ku un soledat intenso e Tumba inmenso di tur mi antepasadonan Bos di Sanger, papia kla Ki tur e kosnan aki ta nifika? Boso tin pa mi un tarea un mishón wardá? T'ami ta Eslabon ku mesté sigui uni Generashon? T'ami tin di mantene un Tradishon k'a origina den selvanan di Afrika o nasí foi den mondongo di sabana na Bushiribana? Ta mi sanger Alemán ta yora morto di mi ruman o ta e indomitabel Israel den mi ta kanta melodía di Davíd? Bos di Sanger, papia kla Mi n' ta dotá ku profundidat pa interpretá parábola Sinembargo, den tur sinseridat mi ke kumpli ku bo enkargo Bos di Sanger, papia! Papia kla! Van: Nydia Ecury. Uit: Bos di sanger. Willemstad, Kòrsou, 1976. Stem van mijn bloed In mijn dromen fluistert mijn grootmoeders geest: 'Jouw bloed is dik' en in het aardedonker, belaagd door een intense eenzaamheid, merk ik dat ik de immense tombe van mijn voorouders draag. Spreek duidelijk, stem van mijn bloed. Wat betekent dit? Is er een taak, een missie voor me weggelegd? Ben ik de schakel die de generaties moet verbinden? Roep je mij uit tot drager van een traditie die wortelt in de oerwouden van Afrika of ontstond uit de ingewanden van de steppe in Bushiribana? Is het mijn Duitse bloed dat rouwt om mijn broer of de ontembare Israëliet in mij die Davids melodieën zingt? Spreek duidelijk, stem van mijn bloed. Parabelen begrijp ik niet. Eerlijk: ik wil me voegen naar je wensen. Stem van mijn bloed, spreek harder. Harder! Vertaling: Nydia Ecury en Esther Jansma.
Door Carmine Palm op woensdag 1 juni 2016
Het Antilliaanse ‘kaha di orgel' of kortweg ‘ka’i orgel’ levert al heel lang een belangrijke bijdrage aan de muziek op Curaçao en Aruba. Dit instrument verdient in alle opzichten onze waardering. Het kaha di orgel is een instrument dat een ritmisch geluid maakt. In het orgel zit een cilinder met pinnetjes die op hamertjes slaan, net zoals bij een piano. Met behulp van een zwengel gaat de cilinder ronddraaien. Dit orgel wordt ook een straatpiano of cilinderpiano genoemd. Twee man Het ka’i orgel wordt begeleidt door de ’ wiri’. De wiri is een nikkelstalen pijp met een soort staafje dat er overheen gehaald wordt. Het lijkt op een ijzeren rasp. En zo bestaat het kaha di orgel-ensemble uit het orgel zelf, de persoon die de zwengel ronddraait, en de persoon die de wiri (metalen rasp) bespeelt. Zonder de wiri is de muziek van het ‘ka'i orgel’ niet af. Geschiedenis De oorsprong van dit orgel ligt vermoedelijk in Italië. Helaas is de geschiedenis nooit gedocumenteerd. Italiaanse migranten namen eind 18e, begin 19e eeuw een draagbare straatpiano naar Engeland. Waarschijnlijk leerde een pianomaker dit instrument kennen en ontwierp een eigen versie. Hoe dan ook, het is een feit dat de Engelsman Joseph Hicks, die in de jaren 1805 tot 1850 veel van deze cilinderpiano’s produceerde, genoemd wordt als de uitvinder van het ka’i orgel. Van Venezuela naar Curaçao De straatpiano belandde via Italiaanse migranten in Barquisimeto in Venezuela. Via Venezuela kwam het instrument naar Curaçao. Deze instrumenten speelden uiteraard Spaanse en Italiaanse melodieën. Het duurde echter niet lang voordat muzikanten uit Curaçao het geheim van het ka’i orgel ontdekten. Familie Sprock De pionier van het Antilliaanse ka’i orgel is Horatio Jules Sprock (1866-1949). Horatio ging als jongeman naar Venezuela en leerde van een Italiaan de kneepjes van het vak. Samen met zijn broer Jean Louis, die erg muzikaal was, leerde hij in Venezuela hoe de door hen gecomponeerde dansmuziek over te brengen op de rollen. Op Curaçao zette de familie Sprock een eigen werkplaats op. Jarenlang was het bouwen en componeren een familiegeheim, totdat Otto Sprock besloot om de kennis over te dragen aan de musicus Edgar Palm. Er is een straat in Brievengat (een wijk op Curaçao) met de naam: Kaya Horatio Sprock. Tingilingi box Tot ongeveer 1940 verzorgde Curaçao de ka’i orgels voor alle Antilliaanse eilanden. In die tijd begon Rufo Wever op Aruba zijn eigen ka’i orgel bedrijf. Dit bedrijf heeft hij tot aan zijn overlijden voortgezet. Vóór die tijd moest men uit Aruba voor nieuwe cilinders of andere onderdelen steeds met de boot naar Curaçao, met het gevolg dat er nogal wat kapot ging. Rufo Wever werd erg bedreven op het orgel gebied. Op Aruba is het ka’i orgel ook bekend als tingilingi box. Het duurde niet lang voordat Aruba’s eigen muziek op de cilinders werden opgenomen. Deftige feesten van welgestelden Het ka’i orgel klonk eind 19e eeuw, begin 20e eeuw eerst alleen op de deftige feesten in de salons van de welgestelden. Het welluidende kastje werd spoedig daarna als een kostbare vracht met een karretje naar het platteland vervoerd om dienst te doen bij feesten bij mensen thuis of bij de talrijke picknicks van die tijd. En zo kreeg het daarna ook de functie van straatinstrument. De klanken van het ka’i orgel zijn nog steeds onmisbaar bij doopfeesten, communiefeesten, verjaardagen, op straat en culturele activiteiten, zoals in de week van cultuur op Curaçao. Overdracht kennis Op Curaçao zijn veel initiatieven genomen om de kennis van het herstellen en vernieuwen van de cilinders te garanderen. Het levende culturele erfgoed op de eilanden heeft een toekomst. In de jaren tachtig verzorgde Edgar Palm cursussen en in de jaren negentig werden onder leiding van Serapio Pinedo op Landhuis Kenepa lessen gegeven. De laatste jaren organiseert Kas di Kultura cursussen door de Arubaan Alfonso 'Buchi’ Boekhoudt. Nog springlevend Het kaha di orgel speelt nog steeds een belangrijke rol in de muziek op de Antillen. En zoals het ka’i orgel qua melodie als ritme zo’n honderd jaar geleden klonk, zo klinkt zij nog steeds. Het is alsof de tijd is stil blijven staan. De bepaalde stijlen van de Antilliaanse muziek konden hierdoor voor lange tijd intact bewaard blijven. Daarom verdient dit instrument onze waardering.
Door Carmine Palm op woensdag 25 mei 2016
Op 31 mei staat Het Concertgebouw in Amsterdam in het teken van Jacobo ‘Coco’ Palm en zijn familie en Rudy Plaate. Tijdens “Classic & Popular Compositions from Curaçao – The works of composers of the Palm Family and Rudy Plaate” brengen diverse artiesten onder begeleiding van het Metropole Orkest onder leiding van Maurice Luttikhuis, een muzikaal eerbetoon aan deze Curaçaose componisten. Baat brengt in twee artikelen een kort portret van Rudy Plaate en Jacobo Palm. De veelzijdige musicus en componist Jacobo José Maria Palm werd op 28 november 1887 geboren op Curaçao. Jacobo Palm begon op achtjarige leeftijd met het nemen van fluitlessen bij zijn grootvader, de Curaçaose musicus en componist Jan Gerard Palm (1831-1906). Jacobo leerde vervolgens op dertienjarige leeftijd klarinet en op veertienjarige leeftijd piano spelen. Ook kreeg hij van Jan Gerard Palm onderricht in algemene muziekleer, harmonieleer en compositie en legde hij zich toe op vioolspel. Jacobo Palm was verbonden als muziekdocent aan het Colegio San Tomás in Willemstad en het Colegio del Sagrado Corazón (Welgelegen) te Habaai. Beide opleidingsinstituten hadden internationaal een bijzonder goede naam. Veel gegoede families uit Latijns- Amerika stuurden hun kinderen voor verdere opleiding naar één van beide instituten, waar muziekonderwijs een speciaal onderdeel uitmaakte van het onderwijsprogramma. Ook als privédocent heeft Palm een groot aantal leerlingen onderricht gegeven in muziek. Naast doceren, ondernam Jacobo Palm een scala aan activiteiten op muzikaal gebied. Zo was hij concertmeester van het Curaçaosch Philharmonisch orkest en speelde hij altviool in het derde Curaçaos strijkkwartet dat verder bestond uit Carl Fensohn (1ste viool), Charles Debrot (2de viool) en Rudolph Boskaljon (cello). Daarnaast was hij gedurende meer dan 50 jaar organist van de St.- Anna basiliek. Hij was bijzonder geliefd om de improvisaties die hij vóór en na de kerkdienst op het orgel speelde. Het dagblad de Amigoe di Curaçao typeerde in 1957 zijn improvisatietalent en orgelspel als ‘onevenaarbaar’. Palm stond verder bekend als een virtuoos pianist. Als solist heeft hij diverse pianoconcerten gegeven. Ook heeft hij aan de vleugel vele internationaal bekende solisten begeleid. Jacobo Palm maakte ook naam als componist. Door zijn dichterlijke schriftuur van de Curaçaose wals en de meesterlijke wijze waarop hij deze wist te vertolken stond hij in zijn tijd bekend als de Walsenkoning van Curaçao. Behalve talrijke walsen, danza’s, mazurka’s, pasillo’s, tango’s, polka’s, tumba’s en marsen, heeft hij ook kerkliederen en profane liederen gecomponeerd. Van diverse van zijn composities zijn opnamen gemaakt. De allereerste grammofoonopname vond plaats in 1929 in New York en werd uitgebracht onder het platenlabel Brunswick. Jacobo Palm was getrouwd met Elisa Palm-Snijders en overleed op 1 juli 1982. Voor zijn cultureel aandeel gedurende zijn muzikale leven, heeft hij verscheidene onderscheidingen ontvangen waaronder: 1933 de eremedaille “Pro Ecclesia et Pontifice”, in 1957 de ridderorde van de H. Silvester, in 1981 de Cola Debrotprijs en in 1982 werd hij benoemd tot Officier in de orde van Oranje-Nassau. In 1982 werd er ook een buste van hem onthuld. Deze buste is te zien in het Curaçaos museum. In 1989 kwam een postzegel met zijn beeltenis uit. Meer weten over de familie Palm? Kijk op http://www.palmstichting.nl Tekst: Johannes I.M. Halman, Tim de Wolf. Dit stuk is eerder verschenen in het muziekboekje bij de CD pianowerken van Jacobo Palm, uitgegeven door Stichting Palm Music Foundation (www.palmmusicfoundation.com)