Door redactie op donderdag 19 april 2018
Het zat er al een tijdje aan te komen en nu is het zover. Per 1 oktober sluit Sírkulo Antiyano Tilburg (SAT) haar contact- en ontmoetingscentrum aan de Goirkestraat in Tilburg. Afgelopen zaterdag was er een ‘Ayo Goodbye Party’. Roy Pieters, een van de bestuursleden van SAT, benadrukt dat het gebouw aan de Goirkestraat dicht gaat, maar dat SAT als vereniging niet opgeheven wordt. Twee jaar geleden trok de gemeente Tilburg haar huisvestingssubsidie in. Deze subsidie maakte het SAT mogelijk om er een eigen verenigingslocatie op na te houden. Met het intrekken van de subsidie kwam het voortbestaan van de ontmoetingsplek op losse schroeven te staan. Door de vasthoudendheid van een paar actieve en betrokken Antilliaanse en Arubaanse vrijwilligers kon het SAT-gebouw na intrekking van de subsidie toch open blijven. Maar nu valt het doek dan definitief. De reden: de benodigde financiële middelen om de exploitatie van een eigen ontmoetingscentrum te betalen, kunnen toch niet opgebracht worden. Dream or Donate mislukt Een initiatief van het bestuur om kopstukken uit de Antilliaanse gemeenschap in Tilburg en ‘Captains of Industries’ op de Antillen die ooit in Tilburg gestudeerd hebben om een donatie te vragen, had niet het beoogde effect. Volgens de website ‘dreamordonate.com’, heeft een laatste oproep aan mensen die SAT een warm hart toedragen om een bedrag te doneren om de achterstallige huisvestingskosten te betalen slechts € 90,00 opgeleverd, terwijl er minimaal € 15.000,00 nodig was. Geen rust- en ankerpunt meer? Het SAT-gebouw is in de jaren zeventig in gebruik genomen. Dit was een tijdperk waarin de Antillianen en Arubanen in Tilburg een hechte gemeenschap met een hoge sociale cohesie vormden (historie SAT deel 1 en deel 2). Jarenlang was het ontmoetingscentrum van SAT een rust- en ankerpunt waar je het ‘ver van huis gevoel’ kon delen en waar er een woonkamergevoel heerste waar je weer even de Antilliaanse en Arubaanse vibe kon voelen. Technologische ontwikkelingen De laatste decennia is dat veranderd, onder andere vanwege zowel sociaal maatschappelijke als technologische (internet, Facebook, Skype, Whatsapp, etc.) ontwikkelingen. Mensen kunnen gemakkelijk contact hebben en houden met het thuisfront. Daarnaast is er kennelijk onvoldoende geanticipeerd en gereageerd op de sociaal maatschappelijke veranderingen bij de Antilliaanse/ Arubaanse gemeenschap in Nederland en Tilburg in het bijzonder. Ziel en zaligheid Uiteraard zijn er binnen de Antilliaanse gemeenschap mensen die het jammer vinden dat de ontmoetingsplek verdwijnt. Er zijn mensen die tot op het laatste moment met hun hele ziel en zaligheid geknokt hebben voor het behoud van SAT-gebouw. Daar tegenover staan er ook velen die aangeven totaal geen binding te hebben met SAT en het SAT-gebouw in de Goirkestraat. Geen binding meer Een korte ronde en navraag bij verschillende Antillianen en Arubanen in Tilburg laat een eenduidig beeld zien. Er zijn mensen, met name uit de begin jaren van TAK/SAT, die zeggen dat ze het erg jammer vinden, maar tegelijkertijd zeggen dat ze al jaren geen binding meer hebben met SAT als vereniging. Er is ook een grote groep die vindt dat SAT een negatief imago heeft gekregen en dat zij zich niet associëren met SAT. Weer anderen zeggen de behoefte en de meerwaarde van een eigen ontmoetingsplek in de huidige vorm niet in te zien. Een vereniging voor alle Antillianen in Tilburg De toekomst van de vereniging SAT, die vorig jaar november haar 50-jarig bestaan vierde, is ongewis. Het bestuur zegt bij monde van Roy Pieters dat zij met een plan bezig zijn voor de doorstart van SAT als vereniging. Daarvoor hebben zij aangeklopt bij de prominenten uit Curaçao voor financiële raad en daad. Deze prominenten hebben wel een voorwaarde. SAT moet weer worden zoals vroeger: een vereniging voor alle Antillianen in Tilburg met leden. En SAT moet weer een binding hebben met Curaçao op sociaal, maatschappelijk, cultureel en politiek gebied. De vraag is en blijft: wie gaat SAT echt missen en hoe moet de nieuwe SAT er uit gaan zien om wel een solide en relevante positie te verwerven in de Antilliaans en Arubaanse Tilburgse gemeenschap?   Website BAAT013 stopt ermee. Dat heb je hier kunnen lezen. We sluiten af door nog een aantal weken succesvolle artikelen uit het verleden opnieuw te plaatsen. Bovenstaand artikel verscheen dus al eerder op deze site.
Door redactie op woensdag 28 maart 2018
Het aantal mensen dat na hun 65e geen volledige AOW ontvangt neemt tot 2024 enorm toe. Van 231.000 nu naar 590.000 in 2024. Valt u daar ook onder? Iedereen die legaal in Nederland woont of werkt, is automatisch verzekerd voor een ouderdomsuitkering (AOW). De nationaliteit en het inkomen spelen daarbij geen rol. Maar wel het aantal jaren dat men in Nederland heeft gewoond. Gedeeltelijk AOW-pensioen (AOW-gat) Om voor een volledige AOW in aanmerking te komen, moet u vanaf uw 15e tot uw 65e jaar ononderbroken in Nederland hebben gewoond. Als u in die periode een paar jaar niet in Nederland heeft gewoond, heeft u over die jaren geen AOW opgebouwd. U krijgt dan een een gedeeltelijk AOW-pensioen. Het pensioen wordt gekort met 2 procent voor elk niet verzekerd jaar. U heeft dan een AOW-gat. Voorbeeld Ricardo is vanuit Aruba in Nederland komen wonen toen hij 31 jaar was. Hij bouwt dus AOW op vanaf zijn 31e tot zijn 65e jaar. Als hij 65 jaar wordt heeft hij 34 jaar lang AOW opgebouwd. Hij krijgt een AOW-uitkering ter grootte van 34 jaren x 2% = 68%. Dat komt overeen met een korting 34%. Dat kan er dus stevig inhakken. Gekorte AOW-er onder de minimumloongrens Als een gekorte AOW-er voldoende ander inkomen heeft, hoeft de korting in financiële zin geen probleem te zijn. Maar het kan ook zijn dat hij naast het gekorte AOW-pensioen geen andere of weinig inkomsten heeft, waardoor hij onder de minimumloon grens uitkomt. In dat geval komt hij in aanmerking voor aanvullende inkomensondersteuning (AIO). Dat is een speciale regeling voor 65-plussers, gebaseerd op de Wet werk en bijstand. Gat dichten Gelukkig kunt u het AOW-gat dichten of voorkomen dat u een AOW-gat krijgt. Dat kan op de volgende manieren: U verzekert zicht op vrijwillige basis voor de AOW voor de tijd dat u tussen uw 15e en 65e jaar niet in Nederland woont. U gaat weer in Nederland wonen en koopt de jaren die u gemist heeft in. U legt zelf een spaarpot aan om de inkomensachteruitgang te compenseren. Bijvoorbeeld door te sparen of te beleggen of door een lijfrentepolis af te sluiten. Voor meer informatie: www.svb.nl
Door redactie op zaterdag 26 augustus 2017
Met grote verslagenheid hebben wij kennis genomen van het plotseling overlijden van onze zeer gewaardeerde landgenoot en vriend Elmus (Emmy) Da Costa Gomez. Hij is afgelopen woensdag 23 augustus op 55-jarige leeftijd aan een hartstilstand overleden. Emmy uit Curaçao wordt ook wel de Curaçaose Tilburger genoemd omdat hij 30 jaar in Tilburg/Nederland woonde. Hij was volledig ‘geïntegreerd’ om dat woord maar te gebruiken. In die zin dat hij hier gelukkig woonde met zijn gezin, hier zijn werk, zijn hobby’s en vele vrienden had. Toch ging hij ieder jaar voor minimaal 4 weken tijdens de carnavalsdagen met vakantie naar zijn geliefde eiland Curaçao om carnaval te vieren en bij te tanken zoals hij dat zo passend zei. Honkballer Emmy was een begenadigde werper/pitcher en heeft zowel op Curaçao als in Nederland op redelijk niveau gehonkbald. Met het honkbalteam van HSC Tilburg speelde hij samen met onder andere Ben Thijssen, de huidige coach van het grote Koninkrijk honkbalteam, twee jaar in de Nederlandse overgangsklasse en promoveerde met dat team naar de hoofdklasse. Nieuwe hobby De laatste jaren had Elmus een andere hobby. Hij componeerde muziek en schreef teksten. Niet zomaar muziek, maar muziek en teksten voor het bekende Festival di Tumba. Dit is het grootste muzikale evenement op Curaçao waar wordt gestreden om de Carnavals-hit van het jaar, de Tumba. Emmy heeft zes keer vanuit Tilburg tekst en muziek voor het Tumba Festival aangeleverd. Actief binnen de Antilliaanse gemeenschap van Tilburg Hij trad nooit op de voorgrond maar wist altijd van achter de schermen zijn steentje bij te dragen aan de gemeenschap. Door zijn open en toegankelijk karakter had hij veel vrienden binnen de Antilliaanse kring. Afscheid Op maandag 28 augustus 2017 wordt het leven van Elmus Da Costa Gomez gevierd. Van 13.45 tot 14.15 uur is er in het crematorium van Tilburg een formeel afscheid, met woorden en met muziek. Na het afscheid in Nederland gaat Elmus voorgoed terug naar Curaçao, waar hij in afwezigheid van zijn familie en vrienden wordt gecremeerd. Emmy is er helaas niet meer! Dat hij in vrede moge rusten. Sosega na pas amigu Emmy. Onze gedachten en medeleven gaan uit naar zijn vrouw, gezin en naaste familieleden.
Door Carmine Palm op woensdag 16 augustus 2017
Curaçao heeft sinds begin juni een nieuwe regering, kabinet Rhuggenaath. Bij een nieuwe regering hoort ook een nieuwe gevolmachtigde minister in Nederland. Dat is Anthony Begina. Anthony Begina (63 jaar) woont al jaren in Nederland in Voorburg. Begina is onafhankelijk consultant bij Hands-On Management Consulting. Begina is een deskundige op bestuurlijk gebied. Hij heeft algemeen management op hbo-niveau gestudeerd en heeft een MBA. Vóór zijn consultancyperiode was hij werkzaam voor zowel de Antilliaanse als de Nederlandse overheid in tal van topfuncties. Daarnaast was hij tussen 2001en 2003 voorzitter van het Antilliaans Netwerk. Tussen 1984 en 1989 was hij voorzitter van de Stichting Landelijk Inspraak Orgaan Antillianen (OCAN). Begina heeft al geoefend Begina werd in 2016 plaatsvervangend gevolmachtigde minister onder Marvelyne Wiels. Hij kreeg een specifieke taak. Begina moest toezien op het aanhalen van de economische banden van Curaçao met de Europese Unie en de LGO-landen. Dit in overleg met de toenmalige Curaçaose minister van Economische Ontwikkeling Eugene Rhuggenaath. Begina was vooral in Brussel om uit te zoeken hoe Curaçao gebruik kon maken van bepaalde regelingen. Het eiland heeft sinds de opsplitsing van de Nederlandse Antillen in 2010 nog geen diplomaat die in Brussel woont en werkt. Daardoor kan er niet goed gelobbyd worden om de fondsen binnen te halen. De visie van Begina Begina wil graag de bedrijvigheid op Curaçao ontwikkelen. Het eiland heeft behoefte aan nieuwe impulsen voor de economie. Die moeten niet alleen gezocht worden op Curaçao, maar ook binnen het Koninkrijk en binnen Europa. Innovatie, nieuwe concepten en samenwerking tussen ondernemers, overheden en kenniscentra vormen de cruciale succesfactoren. Daarom wil hij een band bouwen met de Curaçaoënaars, en een netwerk in Nederland en Europa opbouwen met iedereen die het eiland een warm hart toedraagt. Curaçao heeft te weinig expertise in huis over de ingewikkelde regelgeving van de Europese Unie. Daardoor zou het eiland nu nog miljoenen euro aan subsidiegeld mislopen. Handelsmissies met topsporters Ook wil Begina meer inzetten op handelsmissies. Een van de mogelijkheden is om via Curaçaose topsporters goede economische deals te sluiten. Honkballer Andruw Jones is eerder ingezet op een handelsmissie in Japan. Een aantal topmensen daar bleek vereerd om hem een hand te mogen geven. Volgens gevolmachtigd minister Anthony Begina kan Curaçao daar meer mee doen. “Recent sprak ik met premier Mark Rutte en minister Bert Koenders (Buitenlandse Zaken). Zij raden ons aan meer gebruik te maken van handelsmissies. We hebben afgesproken dat wij meer betrokken worden bij de missies.” Curaçao laat zich zien op tophonkbaltoernooi van Europa Curaçao heeft op 2 juli het honkbaltoernooi World Port Tournament (WPT) aangegrepen om zichzelf te presenteren. Ook Anthony Begina was aanwezig. Een mooi detail: op 2 juli is ook de viering van ‘Dia di bandera’ op Curaçao. Al met al een goede gelegenheid om binnen zakenrelaties vertrouwen te wekken. En honkbal, nummer één volkssport in de Verenigde Staten en Zuidoost-Azië, kan een handig middel zijn. Gastheer voor Caribbean Business Hub Het Curaçaohuis treedt ook als gastheer op voor bijeenkomsten van de Caribbean Business Hub (CBH). Doordat Begina bedrijvigheid hoog op zijn agenda heeft staan, wil hij graag initiatieven op dat vlak ondersteunen. CBH staat voor het samenbrengen van ondernemers en professionals die zaken willen doen met Curaçao, de Caribbean, Zuid-Amerika of Europa. CBH wil daarnaast ook de Curaçaose ondernemers een stimulans geven om buiten de eigen grenzen te ondernemen. Curaçao als hub Anthony Begina is erg enthousiast over de plannen van de Dutch Council for International Business (DCIB) en wil hierin faciliteren. De DCIB wil lokale ondernemingen op Curaçao klaarstomen voor partnerships met Nederlandse ondernemingen voor het bedienen van de regionale markt van Centraal en Noordelijk Zuid Amerika. In dit traject zijn er volop kansen voor ondernemers uit Nederland met de ambitie om zich op Curaçao te vestigen en/of vanuit Nederland de regio te bedienen. Ook wil DCIB Nederlandse bedrijven en professionals in Nederland met Curaçaose roots bereiken. Het project is er op gericht om van Curaçao een ‘service hub’ te maken voor de hele regio op verschillende gebieden: logistiek, ICT, finance, agrifood, medisch en natuurlijk toerisme. Nog een taak voor de gevolmachtigde minister Sinds de nieuwe regering Rhuggenaath gebeurt er veel op economisch gebied dat door het Curaçaohuis wordt ondersteund. Het is alleen jammer dat op de website en Facebook-pagina van het Kabinet van de Gevolmachtigde Minister van Curaçao geen informatie hierover staat. Dus Anthony Begina, een band bouwen met de Curaçaoënaar in Nederland is ook communicatie op de website en Facebook.
Door Carmine Palm op woensdag 26 juli 2017
Schiphol krijgt het alleenrecht om te vliegen op de Caribische eilanden in het Koninkrijk. Dat heeft de Nederlandse minister Stef Blok van Veiligheid en Justitie in februari bepaald. Wie vanuit Nederland naar Curaçao, Aruba, Sint Maarten en Bonaire wil vliegen kan gebruik maken van drie maatschappijen: KLM, TUIfly en Airberlin. KLM en TUIfly vliegen dagelijks vanuit Schiphol. Airberlin vliegt in de zomer één keer per week en in de winter twee per week vanuit Düsseldorf. TUIfly via Eindhoven TUIfly wilde in 2015 vluchten beginnen van Eindhoven Airport naar Aruba en Curaçao. De plannen werden in de regio én in België en Duitsland goed ontvangen en het animo onder passagiers was groot. De Nederlandse overheid stak echter een stokje voor die plannen, aangezien Eindhoven niet over voldoende faciliteiten beschikt om drugssmokkel tegen te gaan op de zogeheten risicovluchten. Geen vluchten meer vanaf Eindhoven De hoop van TUIfly om vanaf Eindhoven Airport vluchten naar de Antillen aan te bieden is in 2017 definitief de grond in geboord. Minister Stef Blok van Veiligheid en Justitie heeft een wetsvoorstel ingediend om Schiphol exclusief aan te wijzen als luchthaven voor Caribische vluchten. In het wetsvoorstel is opgenomen dat vluchten van en naar Aruba, Bonaire, Curaçao, Sint Maarten, Suriname en Venezuela alleen van Schiphol gebruik mogen maken. Daar zijn wel de technische en personele faciliteiten aanwezigen om de zogeheten honderdprocent-controles uit te voeren. Ook zijn er cellen aanwezig om gesnapte bolletjesslikkers op te sluiten. Alleen in noodgevallen als vliegtuigen niet op Schiphol kunnen landen, mogen ze uitwijken naar een ander vliegveld. Teleurgesteld Het eilandbestuur van Bonaire vindt het jammer dat de plannen definitief niet doorgaan en stelt voor om de honderdprocent-controles in te voeren op het eiland zelf, zodat deze niet meer in Nederland plaats hoeven te vinden. Ook managing director Michiel Meijer van TUIfly probeert de overheid over te halen om het besluit over de honderd procent controles op Eindhoven Airport te heroverwegen. ”Er moet budget voor komen om dat mogelijk te maken.” Passagiersgegevens Ook wat betreft passagiersgegevens zal het een en ander gaan veranderen. Tijdens het Justitieel Vierlanden Overleg in juli maakten Minister Stef Blok, Curaçao, Sint-Maarten en Aruba afspraken om passagiersgegevens uit te wisselen. Eerst moet de wet- en regelgeving van alle vier de landen op elkaar worden afgestemd om de uitwisseling in de toekomst mogelijk te maken.
Door Carmine Palm op dinsdag 18 juli 2017
Miep Diekmann, schrijfster van jeugdboeken, is op 9 juli overleden. Maria Hendrika Jozina (Miep) Diekmann is geboren in Assen op 26 januari 1925. Van 1934 tot eind 1938 woonde ze in Willemstad op Curaçao. Haar vader was daar commandant van de militaire politie was. Diekmann schreef zo’n zeventig kinder- en jeugdboeken, waarvoor ze vaak teruggreep op haar eigen jeugdjaren op de Antillen. Ze werd diverse keren bekroond. Voor ‘De boten van Brakkeput’ (1956) kreeg ze de Kinderboekenprijs (de latere Gouden Griffel). En voor ‘Dan ben je nergens’ (1975) meer kreeg Diekmann de Nienke van Hichtum-prijs . Ze schreef de historische roman ‘Marijn bij de lorredraaiers’ (1965) en ‘De dagen van Olim’ (1971) voor de wat oudere jeugd waarin taboeonderwerpen (seks, slavernij) voorkwamen. Maar ze schreef ook veel boeken voor jongere kinderen. In een interview met Erna Staal in het tijdschrift Jaarboek Letterkundig Museum 6 uit 1997 vertelt Miep Diekmann waarom veel van haar boeken over Curaçao gaan: Geen enkel boek over zwarte kinderen “Ik wist al heel vroeg dat ik kinderboeken zou gaan schrijven. Ik zat op Curaçao op een nonnenschool en daar werd ik voor het eerst geconfronteerd met donkere kinderen, want die hadden wij toen helemaal niet in Nederland, in 1934. Ik was ongelofelijk nieuwsgierig en ik las veel, maar er was geen enkel boek over zwarte kinderen te vinden. En je ging aan zo'n kind ook niet vragen, “Zeg, is je grootvader nog slaaf geweest?” Want dat had ik wel eens bij de dienstmeisjes geprobeerd, maar die wilden daar niet over praten. Die wilden zelfs hun eigen taal niet spreken. Ze waren allemaal naar school geweest en het was een soort statussymbool om Nederlands te spreken. Mijn ouders hoefde ik niks te vragen, want die wisten ook niets van zwarte mensen af. Het idee kwam als een soort bliksemflits. Als er geen boeken over zwarte kinderen zijn, ga ík ze wel schrijven, bedacht ik. En van dat idee ben ik feitelijk nooit afgeweken. Maar noem het géén roeping! Het is gewoon ontstaan uit verontwaardiging.” “Eind 1938 gingen we terug naar Nederland. Mijn ouders gingen uit elkaar, scheiden kon niet vanwege het geloof. Ik bleef bij mijn vader. Nadat hij in de oorlog in krijgsgevangenschap was geraakt, woonde ik bij een toeziend voogd.” “Het tweede boek dat verscheen, Panadero pan (1947), is mijn eerste West-Indische boek. Geheel geschreven op mijn herinnering als dertienjarige. Eigenlijk voelde ik toen al dat ik mijn thema had gevonden. Ik zat natuurlijk steeds met een hoop vragen, maar bij wie kon ik te rade? Er was absoluut geen voorbeeld voor mij. Dat heeft in feite nog jaren geduurd.” De boten van Brakkeput “Halverwege de jaren vijftig schreef de Arbeiderspers een wedstrijd uit voor een kinderboek. Daar heb ik De boten van Brakkeput voor geschreven. Ik zag eindelijk een kans om eens iets heel anders te doen en misschien bij een andere uitgeverij terecht te komen. Maar ik kreeg het manuscript terug, met een briefje van Reinold Kuipers dat het helemaal geen kinderboek was en dat het slecht was. Daar zat ik. Ik liet het briefje lezen aan een goede vriend van mij, de letterontwerper Helmut Salden. Die heeft mij vervolgens geïntroduceerd bij Leopold. Daar wilden ze het graag uitgeven, maar ze zeiden wel dat ik met een dergelijk boek nooit geld zou verdienen of naam zou maken. Daar ging het me helemaal niet om. Ik wilde het gewoon publiceren.” “Eigenlijk zou over 1956 een boek van Annie Schmidt bekroond worden als beste kinderboek van het jaar. De eerste winnaar was An Rutgers, de tweede Cor Bruijn, en dus moest de derde wel Annie worden. Zo gaat dat met prijzen, niet? Maar in de jury dat jaar zat Hannie Wolf, hoofd uitleen jeugdboeken in Den Haag en die kwam met mijn boek. Ze zei tegen de jury: “De boten van Brakkeput moeten jullie lezen, dat is echt nieuw!” Toen zijn vier van de vijf juryleden omgegaan. En daarmee had ik die prijs. De boten van Brakkeput werd “beste kinderboek van het jaar 1956”. Padu is gek “Ik had natuurlijk een thema waarbij ik geen concurrentie had. Er was niemand die op mijn manier over zwarte kinderen schreef. Ondertussen was Padu is gek (1957) verschenen. Op het moment dat Leopold nog niet de definitieve beslissing had genomen over Brakkeput, belde mijn oude baas uit Assen op dat hij wel een boek van mij wilde uitgeven. Ik ben bij mijn moeder in Assen in huis gaan zitten en ik heb het verhaal in één keer opgeschreven, in acht dagen en nachten. Van 's ochtends tot 's ochtends vroeg. Met een fles brandewijn op tafel. Mijn moeder zei: “Ik vind het niet erg dat je drinkt, maar wil je het wel uit een glas doen?” Padu verscheen uiteindelijk ook bij Leopold.” “Vervolgens kreeg ik een opdracht van de Koopvaardij. Er moest een boek komen dat meer jongens naar de zeevaart zou trekken. Eerst wilden ze mij een Europese kustreis laten maken, maar ik wilde naar de Antillen om research te doen. Na wat heen en weer gepraat regelde ik dat ik daarheen kon. De Stichting voor Culturele Samenwerking tussen Nederland, Indonesië, Suriname en de Nederlandse Antillen (Sticusa) in Amsterdam regelde mijn daggeld, als tegenprestatie hield ik lezingen. En voor de Koopvaardij schreef ik Driemaal is scheepsrecht (1960). Maar eíndelijk kon ik onderzoek plegen, kon ik kijken of het allemaal wel klopte wat ik had opgeschreven. Ik was ondertussen drieëndertig, dus er zat al twintig jaar tussen mijn herinnering en het schrijven van die Antilliaanse boeken.” Gewoon een straatje “Op de Antillen heb ik een opzet gemaakt voor Gewoon een straatje (1959), de personages zijn allemaal geïnspireerd door bestaande kinderen. Tijdens de terugreis aan boord heb ik de verzamelde gegevens uitgewerkt. Als je die drie boeken in chronologische volgorde leest, Brakkeput, Padu en Een straatje, zie je dat ieder boek steeds een beetje Antilliaanser is geworden.”
Door Carmine Palm op woensdag 31 mei 2017
Uit controles blijk dat Curaçaose supermarkten sjoemelen met de houdbaarheidsdatum van versproducten en vlees. De laatste weken controleert de inspectie van het ministerie van Economische Zaken supermarkten op het eiland. Die vond oud en gebleekt vlees dat soms wel vijf jaar over de datum was. Is een product dat over de houdbaarheidsdatum heen is een gevaar voor de gezondheid? Een houdbaarheidsdatum is een wettelijk voorgeschreven vermelding op een levensmiddel die de klant informatie biedt over de uiterste datum waarop het product kan worden geconsumeerd of hoelang het kan worden bewaard. Houdbaarheidsdatum Hoe lang een product houdbaar is, moet op de verpakking te vinden zijn. Zolang de verpakking niet geopend is, kun je het product bewaren tot de houdbaarheidsdatum. Op verpakkingen kunnen twee soorten houdbaarheidsdatums staan: een THT-datum (ten minste houdbaar tot) of een TGT-datum (te gebruiken tot). THT-datum THT staat voor 'ten minste houdbaar tot'. Een THT-datum staat op voedingsmiddelen die niet snel bederven. Na deze datum kan de kwaliteit, zoals smaak, geur of kleur van het product, achteruit gaan. Je kunt het vaak nog wel veilig eten. De fabrikant garandeert tot de THT-datum een smaakvol en veilig product. Ongekoeld Op ongekoelde en gekoelde producten kan een THT-datum staan. Bij producten die je ongekoeld kunt bewaren gaat vooral de kwaliteit achteruit na de THT-datum. Denk aan meel, koffie, snoep en frisdranken. Deze producten kunnen vaak nog prima gegeten worden na de THT-datum. Het is hierbij belangrijk om zelf te beoordelen of een product nog gegeten kan worden door te kijken, ruiken en proeven. Gekoeld Er zijn ook producten met een THT-datum die je gekoeld moet bewaren of in de vriezer. Vaak zijn dit bederfelijke producten, zoals vleeswaren, eieren, zachte kaas en gebak. Voor deze producten geeft de THT-datum wel goed aan hoe lang je een product veilig kunt bewaren. TGT-datum TGT staat voor 'te gebruiken tot'. Een TGT-datum staat op zeer bederfelijke producten. Een TGT-datum staat op voedingsmiddelen die je maar kort kunt bewaren, zoals vlees, vis, voorgesneden groenten, koelverse maaltijden of verse vruchtensappen. Deze datum is de laatste dag waarop je het product nog veilig kunt gebruiken. Na deze datum kunnen er namelijk ziekteverwekkers, zoals bacteriën gaan groeien. Deze kun je vaak niet zien, ruiken of proeven, maar je kunt er wel ziek van worden. Na de TGT-datum moet je het product dus weggooien. Door de producten kort na aankoop in te vriezen, kun je de houdbaarheid wel verlengen tot na de TGT-datum. Afhankelijk van het product kun je deze twee maanden tot één jaar invriezen. Producten zonder datum Er zijn producten waarop in de Europese Unie geen THT- of TGT-datum hoeft te staan: verse groenten en fruit, wijn, kauwgom, alcohol met een percentage van 10% of meer, azijn, keukenzout, suiker en suikergoed, brood en banket. Ook hier geldt dat je zelf de kwaliteit van deze producten in de gaten houdt. Als het product er goed uitziet en goed ruikt, kan het vaak best een dagje langer mee. Zelf goed opletten De gezondheid op Curaçao loopt niet meteen gevaar. Maar consumenten moeten zelf opletten en alert zijn bij de aankoop van hun eten. Consumenten moeten zelf verstandiger omgaan met de THT-datum, door te kijken, ruiken en te proeven. Maar consumenten mogen er ook op vertrouwen dat ondernemers eerlijk zakendoen en geen producten inkopen die al over de houbaarheidsdatum zijn en deze vervolgens tegen de volle prijs verkopen.
Door Carmine Palm op woensdag 10 mei 2017
De wereldwijde discussie fluoride in drinkwater ook op Curaçao In maart werd een motie aangenomen door de Staten die stelt dat de regering van Curaçao moet aandringen om onmiddellijk te stoppen met de toevoeging van fluoride aan het drinkwater. Dit omdat toch nog steeds ongeveer 95 procent van de bevolking gebitsproblemen heeft. Deze wereldwijde discussie speelt nog steeds op Curaçao. Fluor aan het drinkwater toevoegen: is dat goed of slecht? Moet Curaçao geen fluoride in het drinkwater toevoegen of juist meer fluoride toevoegen? Waar komt fluoride vandaan? Fluoride is een giftig industrieel afvalproduct dat vrijkomt bij het produceren van fosfaat meststoffen en aluminium. Een grote aluminiumproducent had een slim plan bedacht om de giftige afvalstof te gebruiken als toevoeging in drinkwater en voor tandpasta’s. Zo ontstond er een markt voor een afvalproduct, fluoride, en er kon ook nog geld verdient worden. Wanneer werd fluoride in het drinkwater toegevoegd? De fluoridering (toevoeging van fluoride in het drinkwater) van drinkwater is begonnen in de jaren 1930 en in 1946 aangedragen als de oplossing voor het voorkomen van tandbederf (cariës). In 1960 werd ook in Nederland drinkwaterfluoridering aangedragen als de oplossing van de ziekte cariës. Waar was fluoride goed voor? De testresultaten in Amerika genereerden een cariësreductie van 60%. Het gebruik van de juiste hoeveelheden fluoride helpt dus gaatjes in tanden en kiezen te voorkomen. De geringe hoeveelheid fluoride die van nature in het Nederlandse water zit, werd in 1960 kunstmatig verhoogd tot 1,2 ppm (parts per million) omdat ook in Nederland de resultaten vergelijkbaar waren met de onderzoeken in de Verenigde Staten. Het volksgezondheidsprobleem dat cariës heette kon niet langer wachten op een oplossing en zo werd het toevoegen van fluoride een feit. Dit leek een groot succes maar tegenwoordig heeft niemand het er meer over. Hoe kan dat? Ja hoe kan dat? De toenemende individualisering van de samenleving en het anders denken over collectieve gezondheidspreventie klonken ook door in het debat over de drinkwaterfluoridering. Men vond dat gebitsonderhoud een persoonlijke keuze was, die niet kon worden opgedrongen door de overheid. Vanwege dit groot maatschappelijk verzet is in vele landen, waaronder Nederland, besloten geen fluoride meer aan het drinkwater toe te voegen, vooral omdat de gebruikers dan geen keus zouden hebben. Is flouride schadelijk voor de gezondheid? Naast een positief effect op de hardheid van het tandglazuur heeft fluoride ook een aantal bewezen en (nog) onbewezen risico’s. Fluoride bleek schadelijk te zijn voor de botten, tanden, nieren en hersenen. Bijwerkingen kunnen zijn: zweertjes in de mond, buikpijn, huiduitslag, hoofdpijn, duizeligheid, concentratiestoornissen, depressies en aantasting van het zenuwstelsel. De Wereldgezondheidsorganisatie waarschuwde dat een dagelijks gebruik van 2,0 tot 8,0 milligram fluoride – een hoeveelheid die bij veelvuldig gebruik van fluoridetandpasta en gefluorideerd water gemakkelijk wordt bereikt – kan leiden tot fluorose van het skelet, een ernstige botziekte. Kunnen de tanden zonder fluoride? Fluoride zit nog steeds in tandpasta’s. Ook zijn er mineralen en vitaminen nodig voor sterke tanden. Zoals vitamine A, D en K2, de mineralen calcium, magnesium en fosfor en visvetzuren. Ook belangrijk: het goed verzorgen van je gebit. Naarmate de bevolking beter poetst, wordt het extra effect van waterfluoridering kleiner. De Wereldgezondheidsorganisatie stelt dat de tanden van mensen in landen waar fluoride aan het water wordt toegevoegd tegenwoordig niet sterker, steviger of beter zijn beschermd tegen gaatjes. Is alle drinkwater wereldwijd vrij van fluoride? In Nederland is al in 1973 via een arrest van de Hoge Raad besloten om geen fluoride aan drinkwater toe te voegen. Er zit van nature al een kleine hoeveelheid fluoride in drinkwater, dus had het niet veel zin om nog extra fluoride aan water toe te voegen. Ook België en Frankrijk voegen geen fluoride meer toe. Amerika, Canada, Australië, Nieuw Zeeland en Brazilië voegen wel fluoride toe aan hun drinkwater. En in het Koninkrijk der Nederlanden? Binnen het Koninkrijk der Nederlanden wordt alleen op Curaçao sinds 1962 fluoride aan het drinkwater toegevoegd. Op Aruba en St. Maarten wordt dit niet gedaan. En hoeveel fluoride zit in het drinkwater op Curaçao? Eerst zat er 1,5 ppm in het drinkwater en sinds 2012 zit er 0,5 ppm fluoride in het drinkwater. En wat is de volgende stap op Curaçao? Zoals gezegd hebben de Staten van Curaçao in maart besloten om helemaal geen fluoride toe te voegen aan het drinkwater. De reden dat nog steeds fluoride in het drinkwater zit is dat het effectief is tegen tandbederf op Curaçao. Een aardig deel van de bevolking leeft in armoede, veel mensen hebben slechte eetgewoontes en poetsen hun tanden slecht. Maar ook op Curaçao speelt het vraagstuk of je als overheid mag beslissen voor het volk dat zij fluoride tot zich moeten nemen. Daarom is besloten om de fluoride eruit te halen maar tot nu toe is het nog niet gebeurd. Zijn er nog andere maatregelen nodig op Curaçao? Het waterleidingsbedrijf op Curaçao kan de fluoride pas aanpassen als de wet aangepast wordt. En dat traject duurt maanden. Ook moet er een goed functionerende tandartsenbus komen, en moet een halfjaarlijkse controle bij de tandarts opgenomen worden in de basisverzekering ziektekosten. Daarnaast moeten er fluortabletten beschikbaar zijn voor mensen die dat nodig hebben ter bescherming van hun gebit. Bovendien moet de overheid een campagne beginnen om de bevolking bewust te maken van het belang van een goed verzorgd gebit. Hoe denk jij erover? De discussie over fluoride is op Curaçao, net zoals in de rest van de wereld, verdeeld in felle voor- en tegenstanders. Het mineraal fluoride zou nodig zijn voor een gezond gebit, maar in pure vorm is het ook een giftig industrieel afvalproduct. Het is dus de vraag of fluoride, zeker in hoge dosis, wel zo gezond is voor ons lichaam en onze gezondheid, en of dat opweegt tegen de zogezegd gunstige werking op onze tanden. Wat denk jij? Moet de nieuwe regering fluoride helemaal uit het drinkwater halen zoals in maart door de oude regering heeft voorgesteld? Of laat de nieuwe regering fluoride in het drinkwater? Je kunt je reactie hieronder plaatsen.
Door Carmine Palm op woensdag 22 februari 2017
Op Curaçao zijn er regelmatig stroomonderbrekingen. Volgens stroombedrijf Aqualectra komt dit omdat er niet genoeg capaciteit is. Er wordt regelmatig onderhoud gepleegd aan de machine en dan vallen machines ook weleens uit. Bij capaciteitsproblemen gaat het stroombedrijf schakelen. Hoe komt het dat Aqualectra steeds een capaciteitsprobleem heeft? Op zijn Facebookpagina geeft Anthon Casperson, voormalig directeur van Aqualectra in verschillende artikelen een uitleg. Hieronder een korte samenvatting. Schakelen betekent dat om de 2 à 4 uur een andere wijk op Curaçao wordt afgesloten van stroom. Na 2 tot 4 uur wordt de stroom in de wijk weer aangezet, en wordt er een andere wijk afgesloten. Door een hele wijk af te sluiten, wordt er bespaard op de stroomverbruik. Technische capaciteit Stroom op Curaçao wordt geleverd door vier productie-eenheden: · De conventionele machines (fossiele brandstoffen) van Aqualectra; · CRU (Curaçao Refinery Utility) energiecentrale op het terrein van de raffinaderij; · Windmolens; · Particuliere zonenergie. Er is een technische capaciteit van 189 MW (megawatt elektriciteit) per dag beschikbaar, verdeeld onder vier productie-eenheden: Aqualectra 136 MW, CRU 22 MW, windmolens 30 MW en zonenergie 1 MW. Beschikbare capaciteit Machines draaien niet constant op volle capaciteit. Hoe ouder een machine, hoe minder beschikbare capaciteit. De beschikbare capaciteit van de conventionele machines is 93% en die van de windmolens 60%. Aqualectra heeft aan beschikbare capaciteit 127MW, de windparken 18 MW, zonenergie 0.3 MW en CRU 22MW. In totaal is er een beschikbare capaciteit van 167 MW per dag. Betrouwbare capaciteit Om te komen tot een constante levering van stroom spreken we van de betrouwbare capaciteit. De beschikbare productiecapaciteit van 167MW is niet de noodzakelijke betrouwbare capaciteit. Machines De machines moeten immers van tijd tot tijd worden onderhouden en kunnen storingen vertonen. Daardoor moeten ze uit productie worden gehaald. Rekening houdend met dit gegeven, is het van belang dat de bestaande betrouwbare productiecapaciteit nog steeds aan de hoogste piekvraag op een bepaald moment kan voldoen. CRU De capaciteit van 22MW kan men niet rekenen tot de betrouwbare capaciteit. Het gaat hierbij om het contract tussen de CRU en Aqualectra, waarbij CRU niet verplicht is capaciteit te leveren aan Aqualectra. Er is overeengekomen dat de CRU een gemiddeld van 22MW levert en niet een gegarandeerde capaciteit van 22MW. De reden hiervoor is dat CRU primair elektriciteit levert aan de raffinaderij en niet aan het eiland. Windmolens Hetzelfde geldt voor windenergie. Het is niet logisch om de capaciteit van alternatieve productiemiddelen te rekenen tot de betrouwbare vermogenscapaciteit. Betrouwbaarheid betekent immers dat de totale productie capaciteit onder bepaalde voorwaarden altijd aan de piekvraag moet kunnen voldoen. En dat lukt niet altijd met windenergie. De wind waait immers niet constant. Hoe hoog is de betrouwbare capaciteit? Op basis van de totale beschikbare productie capaciteit van 167 MW herleidt Casperson de betrouwbare productiecapaciteit volgens een bepaalde formule tot: 132 MW bij alle machines operationeel maar zonder de levering van CRU en wind; 113 MW bij uitval één productiemachine en zonder de levering van CRU en wind; 105 MW bij uitval van twee productiemachines en zonder de levering van CRU en wind. De vraag naar elektriciteit De vraag naar elektriciteit schommelt nu tussen 106 MW en 128 MW per dag. In de warme maanden is de vraag hoger dan bijvoorbeeld in december. Op het moment dat er problemen zijn met de machines, dat CRU niet levert en de wind is gaan liggen, ligt de betrouwbare capaciteit in de buurt van de 105MW. Dit betekent dus dat Aqualectra een structureel tekort heeft aan capaciteit. Het regelmatig uitvallen van de elektriciteit heeft met dit structurele tekort te maken. Reservecapaciteit Aqualectra moet dus een reserve productiecapaciteit hebben om de betrouwbaarheid van de levering te borgen. Zowel voor CRU als voor de windmolens. Volgens Casperson is er een back-up nodig van 29MW zodat iedere huishouden op Curaçao verzekerd is van stroom. Deze reservecapaciteit kan alleen worden opgebouwd door uitbreiding van de conventionele machines. Doordat er geen reserve productiecapaciteit is, kan Aqualectra bij problemen de tekorten niet opvangen en moet er geschakeld worden. Komt er een oplossing? Jazeker. Op 12 januari meldde de huidige directeur van Aqualectra Darick Jonis dat het nutsbedrijf de capaciteit gaat uitbreiden. Binnen twee jaar moet een nieuwe installatie klaar zijn die ongeveer 30 megawatt levert. Het gaat om een structurele oplossing voor het capaciteitstekort en de afhankelijkheid van de levering van stroom door Curaçao Refinery Utilities (CRU). Het lijkt erop dat de huidige directeur goed heeft geluisterd naar de oude directeur.
Door redactie op woensdag 23 november 2016
Na de verkiezingsuitslag van 6 oktober heeft Curaçao bijna een nieuwe regering. De nieuwe ministers van de MAN zijn nu bekend. De nieuwe ministers voor de coalitiegenoten waren al eerder bekend. Minister President wordt Hensley Koeiman, de politieke leider van MAN. Formateur Kenneth Gijsbertha wordt de nieuwe minister van Financiën, Elsa Rozendal de nieuwe bewindsvrouw van Onderwijs, Wetenschap, Cultuur en Sport en Eunice Eisden wordt de Gevolmachtigde minister van Curaçao in Den Haag voor het nieuwe kabinet met MAN-signatuur. Coalitiepartner PAR Bij de PAR blijft Eugene Rhuggenaath de minister van Economische Ontwikkeling, terwijl politiek leider Zita Jesus-Leito minister wordt van Gezondheid, Milieu en Natuur. Coalitiepartner PNP Het is niet zeker of de demissionaire minister van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning (VVRP), Suzy Camelia-Römer weer de nieuwe minister wordt. Voor Justitie wordt de advocaat Arnelio Martina genoemd. Coalitiepartner Pueblo Soberano (PS) De nieuwe PS-ministers zijn wel bekend: Ruthmilda Larmonie-Cecilia – nu nog bij Sociale Ontwikkeling, Arbeid en Welzijn (SOAW) – wordt de nieuwe minister van Bestuurlijke Planning en Dienstverlening, terwijl politiek leider van PS Jaime Córdoba minister van SOAW wordt. Verkiezingsuitslag Bij de verkiezingen van 6 oktober heeft de sociaaldemocratische partij MAN de verkiezingen op Curaçao nipt gewonnen. Met 16,2 procent van de stemmen haalde de blauwe partij van Hensley Koeiman net iets meer stemmen dan de partij van de omstreden politicus Gerrit Schotte. Zijn MFK kreeg 16 procent van de stemmen, minder dan de ruim 21 procent in 2012. De pro-Nederlandse partij PAR werd derde met 15,1 van de stemmen. De nieuwe partij Korsou di nos Tur van Amparo dos Santos, broer van de loterijkoning Robbie dos Santos, werd vierde met ruim 10 procent van de stemmen. Pueblo Soberano, de partij van de vermoorde politicus Helmin Wiels, in 2012 de grootste partij, is de grote verliezer van de verkiezingen en houdt slechts twee zetels over. De opkomst was 66 procent. De zetelverdeling van Curaçao (21 leden parlement)     MAN 4 MFK 4 PAR 4 Korsou di Nos Tur 3 PNP 2 Pueblo Soberano 2 Un Korso Hustu 1 Movementu Progresivo 1 Een hele klus MAN mocht de regering vormen maar dit werd een hele klus. Eerst leken MAN, PAR, PNP en PS een coalitie te gaan vormen, maar PS was niet tevreden over de verdeling van de ministersposten. Een andere vorm werd onderzocht tussen MAN PAR, PNP en Un Korsou Hustu. Maar Eduard Braam, PAR statenlid, stapte uit PAR en nam zijn zetel mee. De eerste optie kwam weer in beeld en met succes. MAN, PAR, PNP en PS gaan de nieuwe regering vormen van Curaçao. MAN MAN werd in1971opgericht door Don Martina die ook premier is geweest van de toenmalige Nederlandse Antillen. MAN maakte ook deel uit van het eerste kabinet van het land Curaçao, na 10 oktober 2010, toen de Nederlandse Antillen waren ontmanteld. Van dit kabinet was Gerrit Schotte premier. Charles Cooper was toen minister namens MAN, maar die heeft nu zijn eigen partij, die geen zetel heeft behaald. Tijdens de leiderschap van Cooper keerde Martina de MAN de rug toe. Toen Cooper opstapte om een eigen partij te beginnen, keerde Martina terug naar het oude honk. MAN-leider Hensley Koeiman is sinds 2013 partijleider en was eerder minister van Sociale Ontwikkeling. Succes van MAN De economie van het eiland stagneert al jaren en de jeugdwerkloosheid schommelt rond de 35 procent. De bevolking van Curaçao heeft het niet ruim gehad: het laatste kabinet wilde de begroting sluitend krijgen waardoor er weinig extraatjes inzaten voor de inwoners. Dit zou een verklaring kunnen zijn voor het succes van MAN, die in 2012 nog geen 10 procent van de stemmen haalde. Ook de hernieuwde steun voor de partij van de nog steeds populaire oprichter Don Martina heeft MAN blijkbaar goed gedaan. Regeerakkoord Op dit moment werken de partijen MAN, PAR, PNP en PS aan een regeerakkoord. Deze dagen wordt in werkgroepen per ministerie aan concepten gewerkt die de basis gaan vormen voor het regeerakkoord.