Door redactie op woensdag 26 november 2014
Het Chikungunya-virus verspreidt zich razendsnel over Curaçao. In de afgelopen maanden is er een flinke toename van het aantal besmettingen met het Chikungunya. De wachtkamers van de huisartsen zitten vol. Chikungunya is een infectieziekte die wordt veroorzaakt door een virus. Dit virus wordt overgedragen door de beet van geïnfecteerde muggen: de aedesmuggen. Zij steken vooral overdag. De tijd tussen het oplopen van Chikungunya-virus en het ontstaan van klachten is tussen de 1-12 dagen. Maar meestal word je binnen 2 tot 4 dagen ziek. Veel mensen ziek Hoeveel mensen het Chikungunya-virus hebben, is moeilijk in te schatten. Om vast te stellen of iemand Chikungunya heeft, moet hij of zij zich laten testen. Uit cijfers van de GGD blijkt dat er momenteel 8.000 gevallen van Chikungunya gemeten zijn. Verwacht wordt dat dit er eind november 11.000 zijn. Ziekteverschijnselen en symptomen plotseling opkomende hoge koorts ernstige spier- en gewrichtspijn (in polsen, enkels en/of vingers) hoofdpijn lichtschuwheid huiduitslag die enkele weken tot maanden kan aanhouden. De acute symptomen na een infectie met Chikungunya-virus verdwijnen meestal binnen 1-2 weken, maar de gewrichtspijnen (artritis) en vermoeidheid kunnen lang aanhouden (maanden tot jaren). Geen vaccin of geneesmiddelen Er bestaan geen vaccins of medicijnen tegen Chikungunya. De medicijnen die je krijgt, verzwakken de pijn en symptomen en remmen de groei van het virus. Maar ze bestrijden het virus niet. Uiteindelijk moet je uitzieken en moet je lichaam met de eigen weerstand de ziekte overwinnen. Chikungunya is niet besmettelijk Alleen muggen kunnen het virus overdragen. Mensen die besmet zijn met Chikungunya kunnen de aandoening dus niet rechtstreeks doorgeven aan anderen. Muggen raken besmet als ze geïnfecteerde mensen steken. Geen levensbedreigende infectie Een geruststelling is dat Chikungunya geen levensbedreigende infectieziekte is. Het komt slechts sporadisch voor dat mensen overlijden door de ziekte. Ongeveer één op de duizend patiënten overlijdt aan de gevolgen van Chikungunya. Meestal betreft dat pasgeborenen, ouderen en mensen die andere gezondheidsproblemen hebben. Spuitacties De overheid van Curaçao houdt momenteel spuitacties om de mug die het virus verspreidt uit te roeien. Maar met deze acties worden alleen de grote wegen bereikt en alleen de volwassen muggen aangepakt. Het gif bereikt de achtertuinen en kleine hoekje niet.  Bevolking neemt Chikungunya niet serieus Volgens huisartsen neemt de bevolking Chikungunya niet serieus. De voorzitter van de huisartsen, dr. Homan Jeung, zegt dat mensen teveel steunen op hun huisarts. Maar het virus is niet te behandelen en alleen maar te voorkomen door de hoeveelheid muggen te verminderen. De spuitacties van de GGD zijn bij lange na niet voldoende om het probleem aan te pakken, aldus Jeung. Mensen moeten zelf aan de slag om broedplaatsen in de achtertuinen weg te halen. Vooral nu het regenseizoen begint. Scholen ondervinden hinder Scholen ondervinden hinder van het Chikungunya-virus. De directrice van het Rooms- Katholiek Centraal Schoolbestuur, Lisette van Lamoen-Garmers, heeft te maken met zieke leerkrachten en zieke leerlingen. Ze moet soms kinderen naar huis sturen en gepensioneerde leerkrachten oproepen om ervoor te zorgen dat de lessen doorgaan. Bedrijfsleven Doordat er veel medewerkers ziek zijn, heeft de Chikungunya ook het bedrijfsleven in haar greep. Vliegtuigmaatschappij Insel Air moet alle zeilen bijzetten om ervoor te zorgen dat er geen vluchten geannuleerd worden. Insel Air Aruba helpt Insel Air Curaçao om passagiers te vervoeren en er worden tijdelijk stewardessen vanuit Venezuela ingehuurd.
Door redactie op woensdag 5 november 2014
Elk jaar vertrekken rond de 500 jongeren na hun eindexamen uit Curaçao om in het buitenland een studie te volgen. De meeste jongeren willen daarna graag terug naar Curaçao om hun steentje bij te dragen. Maar het vinden van een baan is een struikelblok. Dat blijkt uit onderzoek van het ministerie van Sociale Ontwikkeling, Arbeid en Welzijn. Marvin Madera kan daarover meepraten. Hij vertelt over zijn terugkeer naar Curaçao. Na de afronding van mijn studie besloot ik terug te keren naar Curaçao. Ik was enthousiast om zo spoedig mogelijk mijn bijdrage te leveren aan de ontwikkelingen van mijn eiland. Zes maanden later zit ik nog steeds zonder werk, terwijl mij nog steeds wordt gezegd dat er vacatures openstaan. Hoe is dit mogelijk? Wat mij werd verteld Sinds mijn studentenperiode had ik af en toe mensen horen praten over de knelpunten van remigratie. Zo had ik een alleenstaande moeder gesproken die twee jaar lang probeerde te remigreren. Deze vrouw vertelde dat ze op haar mails en sollicitatiebrieven geen reactie kreeg. Een andere man vertelde mij dat hij met zijn familie naar Curaçao ging nadat hem werd verteld dat hij aangenomen was. Echter, toen hij daar arriveerde, bleek dat de vacature niet meer bestond. Uitzondering of regel? Ik heb meer van dit soort verhalen gehoord, maar dacht altijd bij mezelf dat dit uitzonderlijke gevallen waren. Van mensen die op Curaçao wonen had ik namelijk gehoord dat er verschillende vacatures openstonden. Ook heb ik vaak Curaçaose politici in de media horen klagen dat er een grote vraag is naar de expertise van Curaçaoënaars in Nederland, maar dat dezen niet terugkeerden. Mijn ervaring Sinds maart ben ik bezig met solliciteren. Mijn sollicitatiebrieven werden niet of niet binnen een redelijke termijn behandeld, per telefoon kreeg ik misleidende informatie over de sollicitatieprocedure, en bij één organisatie waren ze zelfs mijn CV en motivatiebrief kwijt. Bellen naar informatie werd door sommige organisaties gezien als lastig. Telefonisten vertikten soms om mij door te verbinden met de bevoegde personen. Demotiverend Ik ben vol ambitie en enthousiasme geremigreerd naar mijn eiland. Het is daarom ontzettend demotiverend als je dit soort dingen moet meemaken. Ik adviseer andere studenten dus ook om op te passen als ze hier komen. Ik vind het niet prettig dat ik negatief moet praten over mijn eiland, maar ik ga mijn medestudenten ook geen misleidende informatie geven in de naam van vaderlandsliefde. Gevolgen voor Curaçao Er zijn meer dan voldoende professionals met Curaçaose roots die het eiland vooruit kunnen helpen. Dit is echter moeilijk te realiseren als het systeem deze professionals afstoot. De tijd om deze kwestie aan te pakken en op te lossen is nu. Anders zal het eiland mensen blijven verliezen. De naam van Marvin is om privacy-redenen gefingeerd.
Door redactie op woensdag 22 oktober 2014
In Oisterwijk, gemeente Brabant, is een straat vernoemd naar Boy Ecury. Boy Ecury was een Arubaanse verzetsstrijder in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij gaf zijn leven voor de vrijheid van Nederlanders. Segundo Jorge Adelberto (Boy) Ecury wordt op 23 april 1922 geboren op Aruba als zevende van dertien kinderen. Ecury komt uit een katholiek gezin van de welgestelde zakenman Dundun Ecury en heeft een gelukkige jeugd. Naar Nederland Na de middelbare schooltijd op Aruba wordt Boy in 1937 door zijn vader naar Nederland gestuurd voor verdere studie. Op de Brabantse kostschool krijgt Boy het als enige zwarte jongen zwaar te verduren. Hij groeit uit tot een eigenzinnige jongen met een sterk verlangen naar rechtvaardigheid. Hij haalt een handelsdiploma op het St. Louis Instituut in Oudenbosch. Verzetsactiviteiten in het Papiaments Dan breekt de oorlog uit. Boy's verzet tegen het onrecht om hem heen groeit. Aanvankelijk pest hij de Duitsers op vrij onschuldige wijze. Langzaam maar zeker wordt zijn verzet echter serieuzer. Hij stelt zich fel en provocerend op jegens de bezetter. Dit leidt ertoe dat hij vanaf het begin van de oorlog actief is in het verzet. Eerst samen met zijn beste vriend, Luis de Lannoy, een medestudent uit Curaçao. Later voegt ook Delfincio Navarro zich bij hen. Ze communiceren in het Papiaments via brieven. Samen plegen ze aanslagen op met brandbommen volgeladen Duitse vrachtauto's, en laten ze treinen ontsporen. Ook helpen ze onderduikers en brengen Geallieerde piloten in Tilburg in veiligheid. Onderduiken In 1942 moet Ecury weg uit Tilburg omdat het te gevaarlijk voor hem wordt. Hij duikt onder op verschillende adressen in Oisterwijk, Delft en Rotterdam. Ook sluit hij zich aan bij een verzetsgroep in Oisterwijk. Als zijn vriend De Lannoy na verraad op 10 februari wordt gearresteerd, doet Boy een poging om hem uit de gevangenis in Utrecht te bevrijden. Maar dat mislukt. Hierna begint Ecury met zijn donkere uiterlijk ook in Oisterwijk te veel op te vallen. Hij sluit zich eind 1944 aan bij de Knokploegen in Den Haag waar hij acties voorbereidt en pleegt, waaronder een liquidatie op een lid van de NSB. Arrestatie en executie Op zondag 5 november 1944, nadat hij de hoogmis in de H. Elisabethparochie bezocht, wordt Boy Ecury in Rotterdam gearresteerd. Hij is verraden door een bekende, Kees Bitter. Hij wordt overgebracht naar de gevangenis het Oranjehotel in Scheveningen. Ecury wordt op 6 november 1944 op de Waalsdorpervlakte gefusilleerd. Hij sterft met een glimlach op de lippen. In 1947 is zijn stoffelijk overschot met militaire eer op Aruba herbegraven. Film en boek Cineast Ted Schouten, een neef van Ecury, maakt begin jaren tachtig voor TeleAruba een televisiedocumentaire over zijn leven. Dankzij de film krijgt Ecury in 1984 postuum het Verzetsherdenkingskruis.  Daarna schrijft Schouten een boek dat in 1985 verschijnt en in 2000 door de Arubaanse regering is heruitgegeven: ‘Boy Ecury, een Antilliaanse jongen in het verzet’. In 2003 maakt cineast Frans Weisz met medewerking van Ted Schouten een film over het leven van Ecury. In het weekend van 25 en 26 oktober viert Oisterwijk 70 jaar bevrijding. Bij die 70 jaar vrijheid past het daarom stil te staan bij het leven van Boy Ecury.
Door redactie op woensdag 15 oktober 2014
Op Facebook is een groep die ‘You Know You've Lived in Curacao if...’ heet. Op deze pagina delen mensen die op Curaçao wonen of woonden hun herinneringen. De pagina heeft al meer dan 10.000 deelnemers. Zowel ‘yiu di korsou’ als makamba’s. Ik ben zo’n makamba uit Tilburg die graag de foto’s en berichtjes op deze Facebook-pagina bekijkt. Meestal gaat het over alledaagse dingetjes: Ken je de mensen die op deze foto staan? Waar kun je in Nederland pastèchi kopen? Wie is ook geboren of bevallen in de kraamkliniek op Rio Canario? Soms barsten er opeens politieke discussies los, waarbij het er fel aan toe kan gaan. Een vriend (wél yiu di korsou) vroeg me waarom ik me zo betrokken voel bij Curaçao. Ik kon hem niet goed antwoord geven. Ik bracht een groot deel van mijn jeugd op Curaçao door. Een heerlijke tijd. Als 15-jarige net terug in Nederland lachten ze me op de nieuwe school uit om mijn rare accent. Het koste het me jaren om te wennen aan Nederland. Maar toen ik eenmaal weer geaard was, verwaterde mijn band met Curaçao. Pas in 2010, ik was er 19 jaar niet meer geweest, ging ik er weer naartoe. Samen met een vriendin met wie ik op Curaçao op de middelbare school had gezeten. We logeerden bij een derde vriendin die er nog woont. Het was net de week van orkaan Thomas. Het stormde, stortregende en onweerde en de stroom viel uit. Toch voelde ik me weer helemaal thuis. En dat gevoel herhaalde zich in 2012 en begin dit jaar, toen ik weer naar Curaçao ging. Als ik vanuit het vliegtuig het eiland al zie liggen, ben ik zo blij. En ik pijnig mijn hersens: waarom is dat zo? Is het de zon die nergens zo voelt als daar? Zijn het de mensen die zo vertrouwd zijn? Is het de natuur van Banda Bou die ik zo prachtig vind? Of is het minder poëtisch en voelt ieder mens zich gewoon fijn op de plek waar hij of zij is opgegroeid? En had ik dezelfde gevoelens gehad voor de Veluwe of voor Maastricht als ik daar mijn jeugd had doorgebracht? Ik weet het niet. Ik weet wel dat in ieder geval 10.000 mensen in de Facebook-groep mijn positieve gevoelens voor Curaçao delen. En die mensen zijn ook allemaal realistisch: ze weten dat het niet altijd rozengeur en maneschijn is op Curaçao, en dat er veel problemen zijn. Maar zou het niet mooi zijn als we met z’n 10.000 met al die liefde iets voor Curaçao kunnen betekenen? Hoe? Tja… daar moet ik nog over nadenken. Wie het weet mag het zeggen! Marjan van Wijngaarden         
Door redactie op woensdag 8 oktober 2014
Dr. A.G. ( Mito) Croes is in Paleis Noordeinde in Den Haag ten overstaan van koning Willem Alexander ingezworen als lid van de Raad van State. Croes vervangt mr. Hubert Maduro die vanwege het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd per 1 april vertrok bij de raad. Mito Croes (68 jaar) is geboren en getogen op Aruba. Kabinet Eman II van Aruba droeg hem voor de functie voor vanwege zijn lange staat van dienst en rijke ervaring op het gebied van constitutionele aangelegenheden en wetgeving. Lange carrière Croes heeft een lange carrière achter de rug, onder meer op het gebied van wetgeving en staatsrecht. Hij is Statenlid geweest van de Nederlandse Antillen, minister van de Nederlandse Antillen, minister van Welzijnszaken van Aruba, Gevolmachtigd minister van Aruba in Nederland en wetenschappelijk hoofdmedewerker Staats- en Bestuursrecht aan de Universiteit van de Nederlandse Antillen. Ook was hij kandidaat voor het CDA bij de Europese Verkiezingen in 2009. Opleiding in Tilburg Croes studeerde rechten aan de Katholieke Hogeschool in Tilburg. In 2006 promoveerde hij aan de Universiteit van Tilburg op het proefschrift over de staatkundige verhouding tussen Nederland en de Antillen met de titel: “De herdefiniëring van het Koninkrijk “. Ook heeft hij een dertig wetenschappelijke publicaties op zijn naam staan. Voorzitter van SAT In zijn studententijd in Tilburg was Croes ook enkele jaren voorzitter en bestuurslid van de Tilburgse Antilliaanse Kring (TAK), de voorganger van de vereniging Sirkulo Antiyano Tilburg (SAT). Het is mooi om te zien hoe belangrijk TAK/SAT is geweest in de vorming van velen die later een sleutelpositie zijn gaan innemen in de maatschappij. Advies over wetgeving De Raad van State van het Koninkrijk vergadert eens per maand en geeft advies over wetgeving aan regering en parlement en spreekt recht in bestuursrechtelijke geschillen. Bijzonder trost en masha pabien De redactie van BAAT013.nl is trots op de benoeming van Mito Croes tot lid van de Raad van State van het Koninkrijk voor Aruba. Wij feliciteren hem met zijn aanstelling en wensen hem heel veel succes in zijn nieuwe rol en functie.
Door redactie op woensdag 17 september 2014
Aletta Beaujon (1933-2001) werd op Curaçao geboren. Ze groeide daar op en bracht haar vakanties door op de familieplantage Slagbaai op Bonaire. De beroemde schrijver, Cola Debrot was haar oom en bezat diverse plantages, zoals Slagbaai. Beaujon refereert regelmatig in haar gedichten naar deze plantage. Debuut op jonge leeftijd Aletta Beaujon debuteerde in 1957,als jonge vrouw van begin twintig, met de bundel ‘Gedichten aan de Baai en elders’. Haar tweede bundel, ‘Poems while in Delos’, verscheen in 1959. Het was een reeks van veertien gedichten in het Engels. Zij schaarde zich direct onder de belangrijkste Antilliaanse dichters. Niet eerder gepubliceerd Aletta werkte jarenlang als psychologe op Aruba, waar zij in 2001 overleed. In de Openbare Bibliotheek van Den Haag werd onlangs een kantooragenda aangetroffen uit het jaar 1957. Hierin staan achtenzeventig gedichten die zij schreef gedurende haar verblijf in Griekenland in de zomer van dat jaar. Meer dan driekwart van deze gedichten werd niet eerder gepubliceerd. De schoonheid van blauw In 2009, verschijnen alle gedichten van Aletta Beaujon onder de titel ‘ De schoonheid van blauw’. ‘De schoonheid van blauw / The Beauty of Blue’  laat voor het eerst Aletta Beaujon zien zoals ze werkelijk was, een kwetsbare dichter die zich liefst in de dromen van haar gedichten verschool. Haar verzamelde gedichten vormen een schatkamer aan gedichten in het Nederlands, Engels en Papiaments. Juist door de toevoeging van de gedichten uit de rode kantooragenda en de verspreide gedichten kunnen we ons eindelijk een voorstelling maken van de wereld die Aletta Beaujon droomde. Slagbaai We hebben toen 's middags de zon wat minder fel werd gezwommen in zout helder water over rode riffen en wit zand Pas toen het avond werd zijn we ons gaan wassen onder de pomp tussen de twee huizen in de reeds koele passaat Wij zijn buiten gaan zitten Ons haar is nog vochtig van het water en de avondbries is strelend koel ongelooflijk zoet na de zoute hitte van de dag Ik voel mij als Orpheus in een delirium van heerlijkheid verheven zelfs boven de sterren lichtjaren verwijderd De zee ruist voortdurend in ritmische rijmen Zij heeft in de late middag het strand verkracht met geweldige golven van schuim en zand Als je beweegt knarst de stoel op de witte steentjes om het huis Wij begrijpen dit oneindig ogenblik van één zijn door onmeetbare tijden van zijn en worden Aletta Beaujon (1933-2001) uit: De schoonheid van blauw / The Beauty of Blue (2009)
Door redactie op woensdag 3 september 2014
Maristella Martis schreef samen met haar moeder en man het boek ’Amor pa grandinan’. De moeder van Maristella is Mildred Straker. Ook zij schreef een boek: ‘Curaçao Antes’. Wat beweegt moeder en dochter om boeken te schrijven? Een portret van twee veelzijdige vrouwen. Vandaag deel 1: Mildred Straker. Volgende week het tweede deel: Maristella Martis. Mildred Straker is in 1940 op Curaçao geboren en opgegroeid op Groot Kwartier. “Een kind van de oorlog” zegt ze zelf. Ze komt uit een groot gezin, 11 kinderen. “Ik heb een leuke jeugd gehad. We speelden allerlei spelletjes op straat zoals telefon di bleki, kaatsenballen, bikkelen, hinkelen en touwtjes springen. Bij het touwtjes springen zongen we allerlei kinderversjes in het Nederlands. Zoals ‘Anna stond te wachten, te wachten op haar man’.” Nieuwsberichten lezen In 1958 ging Mildred werken bij Radio Hoyer. Ze heeft tot 1995 gewerkt. Zij moest eerst de telefoon bedienen, maar er was niet veel te doen. Dus ging Mildred nieuwsberichten die binnen kwamen lezen. “Ik las alles, want van school af hield ik van lezen.” Van 1995 tot 2005 werkte ze als omroepster bij een ander radiostation. Presenteren Kort daarna werd Mildred achter de microfoon gezet om het nieuws te presenteren. “Ik had helemaal geen ervaring. Maar ik deed het gewoon. En ik deed het goed. Ik kon het nieuws voorlezen in het Spaans, Engels, Nederlands en later in het Papiaments.” Mildred las niet alleen het nieuws maar ze deed ook de techniek. Typisch Mildred: dingen zelf doen. Tanchi Mildred In de jaren 70 presenteerde Mildred een kinderprogramma ‘Floresia Hubenil. Ze werd bekend als Tanchi Mildred. “Mensen spreken mij nog hier op aan”. Mildred had zin in een kinderprogramma en mocht zelf ook het programma helemaal inrichten. “Ik ging naar Horacio Hoyer, de oprichter van het radiostation, en zei tegen hem: Geef mij een kwartier van het pianoprogramma en dan maak ik een kinderprogramma.” En dat gebeurde. Het kwartiertje werd binnen korte tijd twee uur. Tijdschriften Mildred produceerde ook tijdschriften voor de jeugd en ook voor ouderen. Esaki ta mi tera In de jaren 80 kreeg Mildred een weer ander idee. Ze wilde iets cultureels gaan doen. Ze maakte het programma ‘Esaki ta mi tera.’ Het programma gaat over de geschiedenis van Curaçao van de 18e tot en met de 20ste eeuw en over verhalen van populaire schrijvers. Weer produceerde en presenteerde zij zelf het programma. Naar Nederland In 2005 kwam Mildred naar Nederland voor een vakantie van 3 maanden. Haar 3 kinderen woonden inmiddels al in Nederland. Mildred besloot te blijven. In het begin had ze wel heimwee maar daarna ging het prima. Want, zegt Mildred, “Ik kan doen waar ik zin in heb. In 2006 maakte ik via mijn zus kennis met Antaru 55+, een club voor senioren in Tilburg. Het is even gezellig als op Curaçao. Via Antaru55+ ben ik in aanraking gekomen met het Koor Kleurrijke Mama’s in Tilburg. En ik zing ook nog steeds af en toen mariachi liedjes.” Boek: Curaçao di antes Al het materiaal van het programma ‘Esaki ta mi tera’ heeft Mildred meegenomen naar Nederland. Omdat Mildred niet stil kan zitten heeft zij van dit materiaal een boek gemaakt: ‘Curaçao di antes’. ”Ik wilde een boek. Ik had niks te doen en ik had prachtig materiaal in mijn bezit. Ik heb het allemaal zelf geschreven en geproduceerd.” Het boek werd voornamelijk op Curaçao en onder Curaçaoënaars in Nederland verkocht. Het boek is in het Papiaments want anders “e saus ta kita.” Meer informatie Het boek is jammer genoeg niet meer verkrijgbaar.
Door Carmon op dinsdag 26 augustus 2014
In het Caribisch gebied kun je lekker eten. Maar wist u dat veel van die gerechten hun oorsprong vinden in de slaventijd? Die gerechten worden ‘food of slavery’ genoemd. Delilah Eugenio weet alles over deze bijzondere keuken. Ze vertelt erover in dit artikel. En nodigt u uit om zelf te komen proeven. De benaming ‘food of slavery’ is te danken aan het verleden, toen er voor de armen en slaven weinig middelen ter beschikking waren. Deze eetgewoontes hebben velen van onze voorouders de kracht gegeven om zware werkzaamheden te verrichten, vele kilometers af te leggen en tóch gezond te blijven. Door met de beschikbare middelen te experimenteren, creëerde men de meest merkwaardige en geweldige gerechten die tot op de dag van vandaag aangeduid worden als armengerechten (kuminda di hende pober), terwijl ze heel voedzaam waren. De kunst was om met weinig middelen toch een gezin van 10 tot 12 personen te voeden. Het ontstaan van tutu Men wist van producten zoals maïsmeel de lekkerste pap of funchi te maken (polenta, maismeelkoek). Van rijst werd papa di aros (rijstepap) gemaakt, en van bonen heerlijke bonensoepjes. Later verzon men allerlei nieuwe gerechten om wat meer variatie te krijgen. Zo ontstond onze ’tutu’, een mengsel gemaakt van kidneybonensoep (bonchi kora / bonchi wowo pretu) en funchi. En ook tutu di sebu (funchi gemengd met varkensbuikvet). Dit gerecht was zo voedzaam dat men een hele werkdag niks meer hoefde te eten. De veelzijdige funchi Funchi werd in combinatie met vele bijgerechten gegeten zoals giambo (okersoep), cadushi (cactussoep) en guarapa di tamarijn (tamarindesoep). Het lekkerste was natuurlijk wanneer de funchi daags daarna in schijven werd gesneden, lekker in olie gebakken en met zout werd bestrooid: funchi hasa (Tacos). Kinderen kregen vaak funchi hasa in plaats van boterhammen mee naar school. Zat men écht op zwart zaad (tempi berans), dan kreeg je funchi ku manteka (boter), suku (suiker), kalmeki (karnemelk), lechi (melk), sardienchi/piska/bokkel (sardientjes, vis, bokking), spam (lunchmeet) of cornedbeef voorgeschoteld. De reskoek Een ander gerecht dat met weinig middelen toch voedzaam was, was de reskoek (pannenkoeken), gemaakt van meel, een snufje zout /suiker, water of melk en indien mogelijk kaneel en rozijnen. Men maakte het beslag zo dik dat je een voldaan gevoel kreeg na het eten van 1 of 2 stuks. Bekende variaties zijn: reskoek di aros (pannenkoek met rijst), reskoek of repa di pampuna (pompoen pannenkoek), reskoek di bakoba (bananen pannenkoek) en reskoek ku keshi (kaas pannenkoek). Dranken Verfrissende limonadesiroop maakte men van de tamarinde of limoenvrucht, gekookt in water met bruine suiker. Kruidenthee werd getrokken van verschillende kruidenbladeren zoals oregano, limoengras (citroengras), sorsaka (zuurzak), tamarijn (Tamarinde). In mijn voorraadkast ontbreken nooit een zak funchi, blikjes lunchmeet, sardientjes, saucijsjes of cornedbeef. Want je weet nooit wanneer er een crisis uitbreekt! Wilt u de oorspronkelijke gerechten uit het Caribisch gebied zelf ook proeven? Mi Tayó (Mijn Bordje) nodigt u uit om op 29 augustus te komen genieten van de pure eenvoud van eten dat door de eeuwen heen de grootste rijkdom van het Caribisch gebied vormt. Dit wordt georganiseerd ter gelegenheid van de nationale ‘Dia di Tula’ op Curaçao op 17 augustus. Tula was aanvoerder van de grote Curaçaose slavenopstand van 1795. Datum: 29 augustus Tijd: 18:30 – 22:00 uur Prijs: € 10,- Locatie: Wijkcentrum De Poorten, Hasseltstraat 194, Tilburg Kaartverkoop:  06 – 24439579 Delilah Eugenio
Door Carmon op woensdag 2 juli 2014
Ook Curaçao raakt steeds meer in de ban van het WK voetbal 2014. Het Nederlands elftal is na het doelpunt van Leroy Fer tegen Chili één van de favorieten op het Caribisch eiland. Op veel plaatsen zijn de wedstrijden te zien op grote schermen. Een impressie. Cabana Beach heet Playa Oranje   Kokomo Beach heet Kokomo polar arena   Royal Dutch Cheesery   Plein Café Wilhelmina   Opa van Leroy Fer juicht bij het doelpunt van Leroy bij Chit Chat
Door redactie op woensdag 11 juni 2014
Waarom beperkt de Nederlandse man zich tijdens zijn huwelijksleven meestal tot één vrouw en de Curaçaose man, die toch ook voor het altaar stond en dezelfde juridische regels kent, blijkbaar niet? De algemene stereotype beeldvorming van de sociale werkelijkheid van de Curaçaose man is dat hij naast zijn vrouw of vriendin regelmatig een tweede of derde ‘bijslaap’ heeft. De Curaçaose man lijkt het begrip huwelijkstrouw voornamelijk op te vatten als: financieel voor je vrouw zorgen. Is dit nu echt de algemeen geaccepteerde norm geworden? Is een man op Curaçao nu eenmaal meer een levensgenieter en een jager? En is de Curaçaose vrouw heimelijk blij met zo'n partner, want toont hij zich daarmee niet juist écht een man? ’Het tweede bed’ In het boek ’Het tweede bed’ stellen de schrijvers aan Curaçaose mannen en vrouwen een aantal vragen om erachter te komen of er een kern van waarheid zit in de stelling dat op Curaçao mannen meer vrouwen zouden hebben. En zo ja, wat de achtergronden zijn van dit fenomeen. In het boek komen ook deskundigen aan het woord. Veel Curaçaose mannen hebben een ‘by side’ De meeste geïnterviewden onderschrijven de stelling dat de Curaçaose man naast zijn vrouw of vaste vriendin één of meer vriendinnen heeft. Een belangrijke oorzaak voor dit gedrag is te vinden in het slavernijverleden. Slaven hadden toen geen recht op een gezinsleven, omdat ze elk moment verkocht konden worden. Een andere oorzaak ligt in het feit dat jongens in hun opvoeding een rolmodel missen van een man die wel trouw is. Ook wordt dit machogedrag op Curaçao maatschappelijk gezien getolereerd. ’De man is nu eenmaal zo’ De schrijvers komen tot de conclusie dat het begrip ‘trouw’ in de Curaçaose context anders wordt gedefinieerd dan in Nederland. Trouw betekent op Curaçao dat de man goed voor zijn wettige echtgenote of vaste vriendin zorgt. De situatie wordt door de gemeenschap geaccepteerd en het is een nieuwe norm geworden. ´De man is nu eenmaal zo’ is de heersende mythe in de Curaçaose cultuur geworden. En de vrouw past zich hier uit zelfbehoud op aan door het wel te zien, maar tegelijkertijd te ontkennen. Productinformatie van het boek “Het tweede Bed” Auteur:    Valdemar Marcha, Paul Verweel Co-auteur:    Jacqueline Werman Overige betrokkenen:    Jeroen Hoogendoorn   Uitgever:     Caribpublishing BV ISBN:    9789088501937 ISBN10:    9088501939    Bestel dit boek voor € 14,90 | Het-Tweede-Bed‎ | www.bol.com