Door redactie op woensdag 3 juni 2015
Op 1 juni 2012 is baat013.nl live gegaan. Drie jaar later heeft baat013.nl een solide positie verworven als informatiebron voor iedereen die op een andere manier met de Antillen of Aruba te maken heeft. De uitgangspunten van de site zijn de afgelopen jaren wel wat gewijzigd. Eerst was de rol en functie van Baat013 die van ‘beraad’. Later ging Baat013 door als communicatie- en mediaplatform. Ook de doelstelling werd aangescherpt: door een Antilliaanse bril mensen informeren over nieuws, cultuur en politiek. Over mensen De lezers van de website zagen in die drie jaar artikelen verschijnen over politiek, cultuur, nieuws, sport en verhalen van de eilanden. Maar in het laatste jaar verschijnen er meer artikelen over mensen. Wat doen zij en wat houdt hun bezig? Hieronder een overzicht van het laatste jaar: Delilah Eugenio weet alles over Food of Slavery Mildred Straker vertelt haar verhaal Maristella Martes portretteert ouderen Marjan van Wijngaarden houdt van Curacao Marvin Madera gaat terug naar Curaçao John Bernabela actief in het rolstoelbasketbal Elmus Da Costa Gomez en Tumbafestival 2015 Hermien Visscher en Marc Oldeman hebben een wijngaard op Curaçao Ireno Baranco en zijn gedachten Rose-Marie van Abeelen en Mariëta Emers krijgen een Koninklijke onderscheiding Gabi Ras en Chandni Dwarkasing doen aan slacklinen We horen graag jouw verhaal Heb jij ook je eigen verhaal of een onderwerp dat je met baat013.nl wilt delen? Neem contact met ons op!
Door Carmon op woensdag 20 mei 2015
In 2009 werd de Lionfish voor het eerst in de zee rond Curaçao gespot. Sindsdien is hij niet meer weg te denken. De vis heeft hier geen natuurlijke vijanden en eet de zee leeg. Hoe staat het nu mee en richt de vis nog steeds grote schade aan? De Lionfish is een prachtige vis om te zien. Het zijn gewilde aquariumvissen. Het verhaal gaat dat in 1992 tijdens een orkaan in Florida een aquarium werd verwoest en zes vissen in zee zijn beland. Deze zes zouden zich hebben voortgeplant tot de huidige plaag in de Caribische Zee. Want de Lionfish komt normaal helemaal niet voor in de Caribische wateren. Ze komen oorspronkelijk uit de South Pacific en de Indische Oceaan. Wat zijn de kenmerken van de Lionfish? het is één van de meest giftige vissen in de oceaan een steek bij een mens zorgt voor flink wat pijn, overgeven en moeite met ademen (over het algemeen niet dodelijk) ze planten zich voort als konijnen ze eten bijna alles dat in hun mond past (dus ook andere vissen) ze zijn nieuwkomers rondom Curaçao, dus andere vissen hebben geen idee dat de vis gevaarlijk is ze hebben geen echte natuurlijke vijanden Uitroeien gaat niet Echt uitroeien van de Lionfish lukt niet. Dus heeft men op Curaçao gekozen om op de vis te jagen. Duikers begonnen met het vangen van de Lionfish om het aantal te verminderen. Dagelijks gaan duikers van onder andere het Lionfish Elimination Team en Lionfish Scuba Dive Experience erop uit en vangen er soms wel meer dan 200 per dag. Per eind april zijn er 38.279 vissen gevangen. Vangen helpt Het vangen van de Lionfish werkt goed. Er zijn minder vissen rond Curaçao dan een paar jaar geleden. Op de plekken waar niet wordt gedoken zoals de Noordkust en op grotere diepte zit nog wel Lionfish, maar in ondiepe wateren zijn de meeste gevangen. Blijven vangen Toch kunnen de duikers niet stoppen met vangen. Door het vangen daalt de populatie maar verdwijnt de vis niet. Dus blijft het vangen noodzakelijk. Stoppen met vangen betekent dat de zee binnen enkele maanden weer vol zit. Een andere oplossing: opeten Een andere oplossing is dat we de vis opeten. De vis smaakt heerlijk en staat al bij veel restaurants op Curaçao op de menukaart. De vangst wordt niet weggegooid maar verkocht aan restaurants. Dus: hoe meer Lionfish we eten, hoe meer er wordt gevangen...
Door redactie op woensdag 13 mei 2015
In april presenteerde het Centraal Bureau voor de statistiek (CBS) nieuwe cijfers voor Caribisch Nederland. Met Caribisch Nederland worden Bonaire, Saba en Sint Eustatius bedoeld. Deze eilanden zijn sinds 10 oktober 2010 een deelgemeente van Nederland. De cijfers gaan onder meer over de leeftijd waarop moeders kinderen krijgen, het aantal tienergeboorten en de samenstelling van het huishouden. Leeftijd van de moeder bij geboorte Vrouwen in Caribisch Nederland worden met gemiddeld 25,2 jaar moeder. Vrouwen van Antilliaans/Arubaanse herkomst in Nederland worden met gemiddeld 25,9 jaar voor het eerst moeder. Vrouwen in Europees Nederland zijn gemiddeld 29,4 jaar wanneer ze voor het eerst moeder worden. Aantal tienergeboorten Het aantal tienergeboorten in Caribisch Nederland bedraagt 10 procent. Dat wijkt flink af van de rest van Nederland (1,3 procent). Vrouwen van Antilliaanse/Arubaanse herkomst in Nederland (6,8 procent ) zitten daar tussenin. Het aantal tienergeboorten onder vrouwen van Antilliaanse/Arubaanse herkomst in Nederland past zich geleidelijk aan, aan dat van alle vrouwen in Nederland. Eenoudergezin 38 procent van de kinderen die in 2012 in Caribisch Nederland werden geboren, kwam terecht in een eenoudergezinnen, vaak een alleenstaande moeder. Van de geboren kinderen in Nederland met een moeder van Antilliaanse/Arubaanse herkomst groeit 37 procent in een eenoudergezin op. Voor Nederland in totaal is dit aandeel veel lager namelijk 8 procent. Ongehuwd paar Verder valt op dat ongehuwd ouderschap voor vrouwen van Antilliaanse/Arubaanse herkomst (in Nederland) en voor alle vrouwen in Nederland nagenoeg overeenkomt, met ongeveer 30 procent. In Caribisch Nederland wordt slechts 15 procent van de kinderen geboren bij een ongehuwd stel. Gehuwd paar 38 procent van de kinderen in Caribisch Nederland groeit op bij een gehuwd paar. Van de baby’s in Nederland met een moeder van Antilliaanse/Arubaanse herkomst groeit 24 procent bij een gehuwd paar. Bij alle vrouwen in Nederland is het aandeel het hoogst: 56 procent. Overige huishouden Onder vrouwen in Caribisch Nederland komen andere vormen van huishoudens vaker voor dan onder vrouwen in Nederland totaal. Dat is ook zo onder vrouwen van Antilliaanse/Arubaanse herkomst. Het gaat dan vaak om een moeder en haar pasgeborene die inwonen bij de ouders (of de moeder) van de moeder.
Door Carmine Palm op woensdag 6 mei 2015
Prinses Beatrix heeft op Curaçao op 2 mei de tentoonstelling ‘Guera na Kòrsou’, oorlog op Curaçao, geopend. Met de expositie wil het eiland aandacht vragen voor haar rol tijdens de Tweede Wereldoorlog. Curaçao was vooral van belang door de levering van brandstof aan de geallieerden. De rol van Curaçao in de Tweede Wereldoorlog is niet bekend bij iedereen. Zelf weet ik van mijn moeder dat haar vader stuurman was op een olietanker. De tanker voer van Venezuela naar Curaçao. Mijn oma was altijd heel blij als opa weer thuis was want de tocht was heel gevaarlijk. En mijn vader vertelde dat ’s nachts de ramen geblindeerd werden zodat de Duitse onderzeeërs het eiland niet konden lokaliseren. Olie uit Venezuela Voor de olie, die uit het Venezolaanse meer van Maracaibo werd gewonnen, hadden de oliemaatschappijen havens en opslagplaatsen nodig. Venezuela en de oliemaatschappijen kozen voor Aruba en Curaçao vanwege de goede havens en politieke rust. En zo vestigde zich in 1918 De Koninklijke Olie Petroleum Maatschappij(KNPM)/Shell op Curaçao. Het kreeg de naam van de plek, het schiereiland Isla aan de haven van Willemstad. Olie en de geallieerde troepen Doordat Curaçao deze olieraffinaderij had, speelde het een speciale rol tijdens de oorlog. De raffinaderij voorzag in de olie- en kerosinebehoeften van de Engelse, de Franse en de Amerikaanse vliegtuigen. De raffinaderij leverde een groot aandeel in de brandstofvoorziening voor de legers van de geallieerden en was daarom strategisch van grote waarde. Gevaar op het water Er werd op Curaçao en op Aruba niet gevochten, maar de wateren rondom de eilanden waren zeer gevaarlijk. Duitse onderzeeërs loerden met hun torpedo's op olietankers op zee. Ze hielden de haven van Willemstad ook goed in de gaten. Stoppen olieproductie De Nederlandse regering was tijdens de oorlog in ballingschap. De overzeese eilanden moesten zich tot de bevrijding zelf redden. Daarom werd Curaçao eerst door de Engelsen en later door de Amerikanen bezet om het eiland te verdedigen tegen de Duitsers. De Amerikanen hadden in die tijd 1400 man op Curaçao gestationeerd om de raffinaderij en het eiland te bewaken. Niet onnodig want de Duitsers probeerden met van duikboten gelanceerde torpedo's de olieproductie te stoppen. Schutters Curaçao zelf had onder de eigen bevolking 3000 'schutters' gerekruteerd. Mannen die met veel animo en toewijding het eiland veilig hebben weten te houden. Curaçao is in de oorlogsjaren door zijn bewoners met succes verdedigd en de raffinaderij draaide op volle toeren, waardoor brandstof kon worden geleverd aan de geallieerden. Curaçao in het donker Ruim drie jaar lang moesten de inwoners van Curaçao tussen 18.00 uur en 06.00 uur hun lichten uit laten of hun huis lichtdicht blinderen. Na 21:00 uur mocht er geen lampje meer branden. Overal hingen zwarte kleden voor de ramen en zelfs voor de autolampen werden zwarte doeken geplakt. Je zag helemaal niets meer en hoorde vaak urenlang het geluid van de laagvliegende gevechtsvliegtuigen. Het is de Duitsers nooit gelukt om Curaçao, of buureiland Aruba waar ook een raffinaderij was, te benaderen of te beschadigen. Meer weten? In Het Curaçaos Museum in Willemstad is tot en met 12 juli de tentoonstelling te zien. Voor meer informatie klik hier. Carmine Palm
Door redactie op woensdag 29 april 2015
In de gemeente Tilburg kregen 34 personen een Koninklijke onderscheiding tijdens de jaarlijkse lintjesregen die dit jaar 200 jaar bestaat. Dit jaar kregen twee vrouwen uit de Antilliaanse gemeenschap in Tilburg een lintje: Rose-Marie van Abeelen Tecla en Mariëta Emers. Tilburg, met ruim 200.000 inwoners, heeft een Antilliaanse gemeenschap van 4.400 inwoners. Hieruit zijn twee vrouwen onderscheiden met een lintje. Rose-Marie van Abeelen Tecla is benoemd tot Lid in de Orde van Oranje-Nassau en Mariëta Emers is benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Rose-Marie van Abeelen Tecla Rose-Marie is op 20 april 1947 geboren op Curaçao en op 14-jarige leeftijd in Nederland komen wonen. Parochie Rose-Marie doet sinds 1981 gevarieerd vrijwilligerswerk binnen de parochie Frater Andreas (voorheen St. Lucaskerk). Ruim 25 jaar verzorgde ze de kinderwoorddiensten en samen met haar man doet ze nog steeds de huwelijksbegeleiding. Zij betekent veel voor de Antilliaanse gemeenschap. Dankzij haar betrokkenheid voelt de Antilliaanse gemeenschap zich thuis in de parochie. Antaru Rose-Marie is ook secretaris van Antaru, een werkgroep van Antillianen en Arubanen in Tilburg. Vanuit een Antilliaanse en Arubaanse achtergrond maakt de werkgroep Antaru zich sterk voor alle bewoners, met hun verschillende nationaliteiten, uit de wijk Kruidenbuurt en daarbuiten. Bij Antaru leidt Rose-Marie de seniorengroep Antaru 55+ met de bedoeling om de ouderen met elkaar in contact te brengen en uit hun isolement te halen. Antaru 55+ werkt veel samen met GGZ, Thebe, de GGD en de gemeente. Ook organiseert Antaru 55+ Yoga en Thai Chi lessen. De werkgroep is in 2008 door de gemeente Tilburg uitgeroepen tot vrijwilligers van het jaar. Multicultureel Zo levert Rose-Marie een grote bijdrage aan de multiculturele samenleving. Ze wil graag verschillende nationaliteiten bij elkaar brengen. Ze organiseert al jaren een multiculturele bustocht voor de ouderen in de wijk. Ook is ze de drijvende kracht achter diverse traditionele feesten zoals de jaarlijkse Seú. Seú is het jaarlijkse oogstfeest, een eeuwenoude Antilliaanse traditie, dat op tweede paasdag wordt gevierd. Mantelzorger Rose-Marie is als mantelzorger actief in de Antilliaanse gemeenschap. Zij heeft onder andere 12 jaar gezorgd voor een blinde meervoudige gehandicapte man uit Curaçao. Kindercrèche 22 jaar lang heeft Rose-Marie een kindercrèche in huiselijke sfeer gehad. Zij heeft op 106 kinderen gepast en nog steeds heeft zij veel contact met de kinderen. Zingen Rose-Marie is dol op zingen. Vroeger zong zij in Son Antiyas en nu zingt ze in een multicultureel koor ‘De Kleurrijke Mama’s’. De teksten zijn eigen levenservaringen zoals heimwee, eten, liefde en verdriet. Mariëta Emers Mariëta is op 4 december 1945 geboren op Curaçao en op 14-jarige leeftijd in Nederland komen wonen en studeren. Basisonderwijs Mariëta heeft 40 jaar lesgegeven in het basisonderwijs in Tilburg. Zelf ging zij naar een basisschool op Curaçao van de Zusters van Liefde van Schijndel. In Nederland volgde zij de Kweekschool (later de Pedagogische Academie) in Schijndel. Vrijwilligerswerk Mariëta doet meer dan 20 jaar vrijwilligerswerk. Zowel in Tilburg als buiten Tilburg. En het is te veel om op te noemen. Hieronder een kort overzicht van activiteiten die zij deed en doet. · Lid van het diaconieberaad van de kerk · Lid van SDAR (Stadsdeeladviesraad West) · Lid van TVR (Tilburgse Vrouwenraad) · Bestuurslid HBO-Tiwos (Huurdersbelangenorganisatie) · Bestuurslid OTO (Overlegorgaan Tilburgse Ouderen) · Lid van CAR (Cliëntenadviesraad) van Twern · Verhalenvertelster (Nanzi verhalen en andere verhalen uit onze cultuur) · Genomineerd voor de Emancipatieprijs Tilburg 2011 · Tilburg Dialoog · Deelnemer bij Wintervuur van het Wereldpodium · Bestuurslid Rincolada Verbindende schakel Door het vele vrijwilligerswerk dat Mariëta doet, is zij een verbindende schakel voor diverse contacten en veel organisaties op lokaal, regionaal en landelijk niveau. OcaN Bij OcaN is Mariëta behalve lid van de Seniorencommissie ook GSA Ambassadeur. GSA staat voor Gay Straight Alliance. De ambassadeurs maken door het organiseren van bijeenkomsten homoseksualiteit binnen de gemeenschap bespreekbaar. Stichting Caribische Senioren Tilburg Mariëta heeft in 2007 de Stichting Caribische Senioren Tilburg opgericht met als doel de belangenbehartiging van alle 50+ Antillianen en Arubanen in de regio Tilburg. Zij is als voorzitter van de Stichting Caribische Senioren Tilburg (SCST) een belangrijke sleutelfiguur binnen de gemeenschap. Door activiteiten voor deze groep te organiseren wil ze Caribische ouderen in Nederland ‘empoweren’. Zij zet zich in voor het (mede) organiseren en uitvoeren van groepsactiviteiten, huisbezoeken en bijwonen van overleggen met andere organisaties. Dit binnen de welzijns- en zorgsector in Tilburg en gericht op ouderenbelangen. Zij is niet alleen lokaal actief, maar ook op provinciaal en landelijk niveau in diverse werkgroepen en commissies als het om belangenbehartiging gaat van ouderen en in het bijzonder Caribische ouderen. Zo is zij ook lid van de ouderencommissie van de landelijke organisatie OcaN. Naast het verbinden en bouwen van bruggen vertaalt Mariëta vragen en wensen van senioren naar projecten en activiteiten. Zij is zeer betrokken bij de mensen uit de gemeenschap, is creatief, flexibel en gaat doelgericht te werk. Zonder haar inzet zou de Stichting Caribische Senioren Tilburg niet zo veel voor de gemeenschap kunnen hebben realiseren als nu. Ook zouden de Caribische ouderen veel minder in beeld zijn bij de Tilburgse lokale welzijns- en zorgsector. Haar droom Mariëta Emers kwam met vele anderen van de Antillen naar Nederland. Haar leeftijdgenoten zitten nu in de overwegend witte verzorgingshuizen. Met haar stichting Caribische ouderen werkt ze hard aan een droom: het stichten van een woon- of woon-zorgcomplex voor Caribische ouderen.
Door Carmon op woensdag 15 april 2015
Op 9 april is Ireno Baranco overleden. Hij is 98 jaar geworden. Ireno was de oudste Curaçaose inwoner van Tilburg. In 2012 verscheen een interview in het Papiaments met Baranco in het boek ‘Amor pa grandinan’. Het interview is geschreven door Mildred Straker. Hieronder een deel van het interview in het Papiaments. Wil je het hele interview lezen? Klik dan hier. Mi nòmber ta Ireno Juan Baranco. M’a nase 29 di òktober 1916. M’a bai St Jozefschool na Pietermaai tempu di fraternan di Tilburg. M’a kita dia m’a hasi 15 aña i m’a kuminsa traha; m’a bai siña pa mòntùr. Mi a kuminsá traha na aña ’45 na Garage Cordia pa Toyota, anto m’a keda traha ei te ku aña ’81. M’a traha 10 aña na Kòrsou pa mi mes, mòntùr, despues di ei na 1989 m’a bini Hulanda. Pregunta di Mildred: Awor Ireno a nase aña 1916, esei ta nifiká ku Ireno a pasa den e temporada di guera, segunda guera mundial. Ki Ireno por konta nos di e temporada ei? Kontesta: Temporada di guera mundial mi tabata biba na Pietermaai. E lugá ku nan ta yama Yoshi banda di botika Juliana bai aden. Anto segun mi ta tende tiru ku kosnan ei, m’a sali bai wak pafó, mi ta mira e bapor Van Kinsbergen supla bira bai aya banda, anto m’a mira laman a lanta haltu bai laria. Lugá ta un supmarino tabatin ei bou ku tabata tira riba e barkunan. Nan a tira riba un barku di zeta dal den su kustia, e barku a bai aden. Anto e di dos ku el a tira a subi riba Rif bai para. Pregunta di Mildred: Awor Ireno ta bibando na Hulanda, kon Ireno a yega na Hulanda? Kontesta: M’a yega Hulanda komo m’a stòp di traha. E muchanan tabat’ei, anto m’a bin Hulanda ku nan pa nan sigui studia. Pero mi kasá si a keda Kòrsou, anto na aña ’92 má manda busk’é. M’a pidi un kas promé, pero nan a bisami ku mi no por haña kas mesora ku mi tin ku warda. E ora ei m’a disidí di bai Kòrsou bèk. Ora m’a yega Kòrsou, mi yu a bisami ku m’a haña kas i e ora ei mi bini Hulanda bèk. Ora m’a yega mi a regla tur kos i denter dos siman m’a manda buska mi kasá. Nos a biba promé na Noord (Tilburg) despues nos a bin na West. M’a biba 11 aña na Tilburg. Pregunta di Mildred: Mi a komprondé ku Ireno a eksprensha algu ku ta manera un milager ku a pasa, dia ku Ireno a kai kap kabes? Kontesta: Sí, e ta manera un milager. Ta asina ku promé mi tabata sinti kurason. Ami ta un hende ku ta kere hopi den Kristu; Dios tei i mi ta kere hopi den Dios. Mi tabatin ku operá kurason, pasobra e hartklep no tabata bon. Dòkter di ku mi e edat ku mi tin ta poko difísil, pero ku ta ami mester sa. El a dunami remedi, píldora, pa mi bebe pa mi kurason. Anto nos tin un misa di misionero mundial di un pastora hende muhé. El a hasi orashon ku mi tur dia. Despues di seis luna m’a bai serka dòkter pa mi kontrolá pa mi tuma remedi. M’a warda, dòkter a bini habri porta, dòkter a drei wak mi. E di ku mi: “Bo n’ tin 36 aña no?” Mi di kuné: “Nò ainda no”. (ta hari) Awor el a sinta skibi su papelnan i e di: “Kon ta ku bo remedinan, bo tin mester di mas remedi?” El a kaba di skibi, e di ku mi: “Si, bo no mester di bini mas.” Mi di: “Kon mi n’tin mester di bini mas, mi tin ku hasi operashon.”E di: “Pasó nos no ta mira nada mas na bo kurason.” Bon, esei ta unu. Un dia m’a keda miso na kas. M’a subi trapi m’a bai ariba, ora mi ta serka di yega te ariba mi no sa di nada mas. M’a bin abou ku lomba dal mi kabes riba e kapstok. El a habri tur un buraku grandi, anto akinan (ta mustra unda na kabes) a keda asina grandi hinchá. Te ahinda e tin mal fatsun. M’a hañami di kremp doblá. M’a kue telefon pa mi yama mi kasá, at’ami ta yama number robes; tabata nét number di un amigu. E di ku mi: “Wardami, wardami.” El a sali ku outo, mesora e ku su kasá a kuri yega. E di: “Aki nò! Aki ta hòspital, dòkter, pasó bo kabes a habri.” El a hibami dòkter, dòkter a wak, e di: “Mi no por hecht e, pasó bo ta bai sufri hopi. Mihó mi peg’é, leim e.” Ora m’a yega kas, e yu muhé di mi a kore bini. E di ku mi: “Bin mi wak bo kabes.” Ora el a wak e di: “Nò hospital!” Ora m’a yega hòspital nan a bolbe plak e herida, pasò el a sigui basha sanger .Mi kara akinan a bira tur pretu. Ora nan a hinkami den scanner mi di ku nan: “Kiko a kibra di mi?” Nan di: “Nada no a kibra, bo ta bon bon.” Mi di: “Awèl, mi ta bai kas.” Nan di: “Nò, bo no por bai kas, pasò bo mester wordu verzorgd.” Mi di ku nan: “Nò, mi no ke wòrdu verzorgd. Nada no a kibra, mi ta bai drumi na mi kas.” Door ku mi a dal mi bekken, akinan a hincha, pia un tabata wanta kurpa, mi yu mesora a pidi Thebe un kama pa mi por drumi abou den sala. Despues nan a pidi e hendenan di Gemeente pa nan bin pone un left na kas. E left a subi, e ta baha. Despues m’a disidí mi no ta subi kuné, mi ta subi gewoon tene na trapleuning. Pasò mi ta subi dos bia bai ariba baha ku pia promé ku e left yega ariba, asina pokopoko e ta. Despues di un luna i mei m’a disidí di lanta, ma disidí di kuminsá kana. Pregunta di Mildred: Awor mi ke haña di Ireno un mensahe pa e hóbennan di awendia òf e generashon ku ta bini. Kontesta: E hóbenan, tur loke nan tin ku hasi ta, loke no ta kos di nan, laga pasa, loke no ta bemoei nan ku nan no tin nada di aber kuné, laga pasa. Kualke kos drei bira kabes un banda bai, legumai, pasó awendia mester dominá nan mes, libra nan di hustisia tambe, kuida kurpa. Ami nunka m’a huma, nunka mi bida m’a huma. Evitá e kos ei ta hopi bon pa nan mes tambe.
Door redactie op woensdag 8 april 2015
Domino is op de voormalige Nederlandse Antillen en Aruba de nationale volksport. Het is een spel dat al eeuwenlang gespeeld wordt. Over de hele wereld populair, maar vooral in de Caribische landen en in Latijns-Amerika. Daar nemen ze het spelen van Domino heel serieus. Er wordt zelfs gespeeld om geld. Op de Nederlandse Antillen en Aruba is Domino een belangrijk tijdverdrijf. Ter ontspanning, maar tegelijkertijd wordt het bloedserieus gespeeld. Het is vooral iets voor mannen. Twee aan twee nemen ze het tegen elkaar op. De stenen kletsen hard op het tafelblad. Strategisch inzicht en bluf zijn vereiste eigenschappen. In de roman ‘Dubbelspel’ van Frank Martinus Arion wordt het spel menens, het einde is desastreus. Domino is een oud chinees spel De oorsprong van de Domino ligt rond 1100 in China. Het spel is bedacht door generaal Hung Ming. Deze generaal ontwikkelde het spel om zijn soldaten te voorzien van vermaak terwijl zij de wacht moesten houden. Zeelieden brachten het spel naar Europa. Vanuit Europa werd het spel nog verder over de wereld verspreid. Via koloniale schepen ging het spel naar Latijns-Amerika en van daaruit verder naar het Caribisch gebied. Hier wordt het spel gezien als de nationale sport, en wordt het dagelijks gespeeld. En dus zo ook op de Nederlandse Antillen, waar jong en oud, binnen en buiten, achter de dominotafel zitten. Doorgronden welke stenen de ander heeft Het spel met de witte stenen is op de Antillen een serieuze aangelegenheid voor volwassen mannen, met heuse kampioenschappen. Met koppels van twee wordt de strijd gestreden. Wie het eerst tien rondjes wint of het eerst alle stenen kwijt is, is de beste. Vooral de oudere mannen nemen het spel héél serieus. Ze turen minutenlang naar hun stenen en vervolgens naar elkaar. Met starende blikken die bijna een gat in het hoofd van de tegenstander branden, proberen ze te doorgronden welke stenen de ander heeft. Dubbelspel Domino lijkt op het eerste gezicht een heel makkelijk spelletje: gewoon een drie tegen een drie aanleggen. Maar dat is schijn. Je moet veel en snel rekenen en beredeneren wat je tegenstander en je medespeler hebben. Het is de bedoeling dat de aangelegde steen voor de opponent een last is, maar voor je teamgenoot juist niet. En wanneer de winnaar zijn winnende steen op beide zijden van het spel kan aansluiten, dan wint hij met een dubbelspel. Luidruchtig Wie denkt dat het dominospel een ingetogen, rustige activiteit is, heeft het mis. Bij Antillianen gaat het er namelijk behoorlijk temperamentvol aan toe. Stenen worden luidruchtig gehusseld, er wordt hard geroepen en de stenen worden loeihard op tafel geslagen. Praten doen de spelers echter niet en naar elkaar seinen is strafbaar. Ook al zin gekregen in een spelletje Domino? Zoek je stenen bij elkaar en lees hier nog even de spelregels.
Door redactie op woensdag 1 april 2015
Meer weten over de geschiedenis van de joodse gemeenschap op Curaçao? Bezoek dan de tentoonstelling over de Joden in de Cariben in het Joods Historisch Museum in Amsterdam. Je krijgt er een mooi beeld van vierhonderd jaar Joods leven in Suriname en op Curaçao. De handel, de integratie, het religieuze- en verenigingsleven en de families komen aan bod. Vooral de familienamen en winkelnamen zijn een feest van herkenning. De allereerste joodse kolonisten die zich in 1651 vestigden op Curaçao mochten zich uitsluitend bezighouden met landbouw. In 1659 werd de eerste Joodse gemeente op Curaçao gesticht. Deze kolonie werd gevormd door een groep Joodse kolonisten uit Amsterdam die ontsnapt waren aan de inquisitie in Spanje en Portugal. Handel Aangezien landbouw door het droge klimaat weinig winstgevend was, hielden de meeste Portugese joden zich al snel voornamelijk bezig met de handel. Vanuit Curaçao ontstond een bloeiende handel met Spaans-Amerika. Via hun handelscontacten in steden als New York en Newport speelden zij een belangrijke rol in het handelsverkeer tussen Cariben en Noord-Amerika. Joodse Quartier, Punda en Otrabanda De Portugese joden vestigden zich in 1659 in het Joodse Quartier, een gebied ten noorden van het Schottegat. Later vestigden de joodse kooplieden en hun gezinnen zich in de stadswijk Punda, het handelscentrum. Zij woonden daar boven hun winkels die pakus (pakhuis) werden genoemd. Armere Portugese joden, die de hoge belastingen in Punda niet konden betalen, verhuisden naar Otrabanda. Chic Scharloo Vanaf de jaren 1850 nam de welvaart op Curaçao toe. De handel floreerde en de Portugese- joodse families pasten hun levensstandaard aan: zij lieten voorname huizen bouwen in Scharloo, dat een joodse stadswijk werd. Bekende bedrijven en namen van de Portugese joden Door de handel ontstonden veel bedrijven. In 1886 richtte Abraham Salas de Curaçaose Tramweg Maatschappij (CTM) op. Later opende hij ook Boekhandel Salas. Enkele Portugees-joods kooplieden waren reders en zij namen stoomschepen op in hun vloot. Een van de eersten was Jacob Abraham Jesurun. Rond 1875 bezat hij meer dan honderd schepen en voer hij op onder meer Amsterdam, New York en de Deense kolonie St. Thomas. In 1837 richtte Salomon Elias Levy Maduro het handel- en scheepsvaartbedrijf S.E.L Maduro & Sons op. Maduro en Curiel’s Bank In 1916 vestigde Shell een olieraffinaderij op Curaçao. Dit bracht het eiland enorme welvaart. Door de toegenomen koopkracht groeide ook het aantal winkels. De behoefte aan krediet en andere financiële diensten leidde tot de oprichting van banken. In 1916 richtte S.E.L Maduro & Sons samen met handelshuis Correa Hermanos de Maduro’s Bank op, de eerste commerciële bank van Curaçao. In 1917 werd de Curiel’s Bank opgericht. Deze twee banken fuseerden in 1932 tot de Maduro en Curiel’s Bank. Nieuwkomers uit Oost Europa Van oudsher was de joodse gemeenschap op Curaçao Sefardisch (Portugese joden). In 1926 arriveerden de eerste Asjkenazische joden uit Centraal en Oost Europa op de vlucht voor armoede en vervolging. Sommigen verkochten als marskramer goederen van Sefardische groothandelaren. Anderen vonden een baan bij olieraffinaderij Shell. De Asjkenazische joden klommen snel en openden ze hun eigen winkels, waarmee ze concurrenten werden van de Sefarden. Vanaf de jaren dertig openden zij zaken in Punda, waar ook de Portugese joden winkels hadden. De Heerenstraat In de twintigste eeuw nam het aantal winkels van Portugese joden in Punda toe. Al in 1930 bezaten zij zeventien van de drieëndertig winkels in de Heerenstraat, destijds de belangrijkste winkelstraat. Joodse immigranten uit Centraal en Oost Europa openden in die tijd ook winkels in het stadscentrum. Zo richtte onder andere Charles Fuhrmann samen met Spritzer juwelierszaak Spritzer en Fuhrmann op. Julius Penha had het luxe warenhuis Penha & Sons. De gebroeders Devalles hadden El Globo opgericht. Andere bekende winkelnamen in Punda waren La Aurora en La Confianza. Otrabanda Maar ook in Otrabanda had je bekende winkels. Daar is Abraham Ackerman begonnen met de stoffenzaak Ackerman en Herman en Leon Tauber hadden de Tauber building op het Brionplein. Vanaf de jaren zestig profiteerde Curaçao van het cruisetoerisme. Het eiland werd hét centrum om te winkelen in de Cariben. Cultureel Erfgoed De invloed van de joodse gemeenschap van is na vierhonderd jaar nog tastbaar op Curaçao. Meer weten over deze invloed? Je kunt de tentoonstelling tot en met 14 juni bezichtigen in het Joods Historisch Museum in Amsterdam.
Door redactie op woensdag 25 maart 2015
Maar liefst 38 pianocomposities uit het rijke muzikale erfgoed van Curaçao, Cuba en Venezuela. Die vind je op de cd ‘Danzas Caribeñas’, uitgegeven door de Palm Music Foundation. De cd staat deze maand op nummer 7 in de Libris top 10. De cd bevat een grote variatie aan klassieke salonmuziek uit de 19e eeuw en de eerste helft van de 20e eeuw. Het gaat om composities van maar liefst negen Curaçaose componisten, één Cubaanse componist (Ignacio Cervantes) en één Venezolaanse componiste (Maria Teresa Carreño). Alle composities worden gespeeld door Marcel Worms. De danza: tweekwartsmaat De Caribische danza is een dans in tweekwartsmaat die is opgebouwd uit twee, drie of vier delen. De danza dateert van 1804 en is afkomstig van Cuba. Vanuit Cuba waaierde de danza uit naar de salons van andere eilanden in de regio, waaronder Curaçao. Als dans beleefde de danza haar meest glorievolle periode van de tweede helft van de 19e eeuw tot aan het begin van de jaren 40 van de 20e eeuw. De cd bevat diverse danza’s van Curaçaose componisten zoals Jan Gerard Palm, Jules Blasini, Jacobo Palm en de dichter-musicus Joseph Sickman Corsen. Ook van de Cubaanse componist Ignacio Cervantes (1847-1905) speelt Marcel Worms een viertal danza’s uit zijn 41 wereldbekende Danzas Cubanas . Curacaose Wals: driekwartsmaat De Curaçaose wals staat in driekwartsmaat. Maar in tegenstelling tot het strakke driekwartsritme van de meeste Europese walsen, is de Curaçaose wals opvallend rijk aan syncopen, zowel in de melodie als de ritmische begeleiding. Dat betekent dat het accent in de muziek op een andere plek in de muziek valt dan je zou verwachten. De Curaçaose wals is doorgaans opgebouwd uit twee of drie delen van elk 16 maten. Een verliefde Palm Verschillende van de Curaçaose walsen zijn geschreven om een moment van verdriet of juist van geluk in muziek tot uitdrukking te brengen of om een persoon die de componist liefhad te eren. Zo inspireerde Amalia Elodia Perez, Jan Gerard Palm in 1886 tot het schrijven van de wals ‘El 18 de Febrero’ en de danza ‘La Trigueña’. In de periode na het overlijden van zijn echtgenote, brak Jan Gerard Palm ten gevolge van een ongeval bij het zwemmen op het Rif in Otrobanda zijn been. De familie liet uit Venezuela een verpleegster - Amalia Elodia Perez - overkomen om hem te verzorgen. Gevolg hiervan was een verliefde Palm. Wals op een tafelservet De bekende wals ‘Para que Amar’ (Het waarom van het liefhebben) schreef Albert Palm spontaan neer op een tafelservet tijdens een galadiner in de loge Igualdad. Dit als antwoord op een filosofische vraag van een tafelgenoot wat nu toch de zin van het liefhebben van het vrouwelijke geslacht was. Albert Palm meende dat je zo’n vraag alleen met muziek zou kunnen beantwoorden. Met het tafelservet in de hand liep hij vervolgens naar de vleugel en speelde zijn net gecomponeerde wals voor een enthousiast gehoor. Een wals en een huwelijksbootje Ook de wals ‘Primero de Octubre’ van Jacobo Palm ontstond spontaan. Dat gebeurde toen Archimedes Salas op straat Jacobo Palm ontmoette. Salas vroeg hem om mee te gaan naar het huis van zijn vriendin Chatica Capriles aan het Brionplein. Archimedes wilde haar namelijk ter gelegenheid van haar verjaardag een wals aanbieden. Spontaan componeerde Jacobo aan de vleugel de wals ‘Primero de Octubre’. Op het oorspronkelijke manuscript staat de aantekening ‘La compuse, viendo a Chatica Capriles’ (ik heb dit gecomponeerd terwijl ik keek naar Chatica Capriles). De wals bleef niet zonder het beoogde effect: Archimedes en Chatica stapten niet lang daarna in het huwelijksbootje. De pasillo: voor virtuoze pianisten De pasillo is een karakteristieke adaptatie in Latijns-Amerika van de Europese wals. De pasillo ontstond in de eerste helft van de 19e eeuw in Colombia waar ze pasillo de paso werd genoemd, een dans met kleine stappen. De populariteit van de pasillo verspreidde zich van Colombia naar Ecuador, Peru, Venezuela, Midden-Amerika, maar ook naar Curaçao. Kenmerkend voor de Curaçaose pasillo is de zangerige en melodieuze stem vertolkt door de rechterhand op de piano. De partij voor de linkerhand kenmerkt zich door strikte ritmen die worden afgewisseld met talrijke vrije passages als tegenmelodie van de rechterhand. Van de pianist vereist dit een grote mate van virtuositeit. Jacobo Palm, Rudolf Palm, Charles Maduro en José Maria Emirto de Lima zijn bekend geworden door de mooie pasillo’s die zij hebben geschreven. De cd bevat drie pasillo’s: van Rudolf Palm zijn ‘Como tú lo quieres’ en van Jacobo Palm zijn ‘Ecos del Alma’ en ‘La Inocencia’. Naast de verschillende danza’s, Curaçaose walsen en pasillo’s, bevat de cd ook een danzón van Rudolf Palm, een polka van Joseph Sickman Corsen, een tango van Jacobo Palm, een calypso van Wim Statius Muller en een mazurka van de Venezolaanse componiste Teresa Carreño. CD bestellen? Geïnteresseerden in Nederland kunnen de CD ‘Danzas Caribeñas’ bestellen door het overmaken van 18 euro (15 euro voor de CD en 3 euro aan verzendkosten) naar rekeningnummer NL58INGB0005384222 van de ING Bank ten name van de stichting Palm Music Foundation, onder vermelding van ‘Danzas Caribenas’. Vergeet niet om ook het adres te vermelden waar u de CD bezorgd wilt hebben.
Door redactie op woensdag 11 maart 2015
Zin in Antilliaans eten? De Antilliaanse keuken is tegenwoordig ook online! Je kunt eten bestellen (ook in Tilburg!) en je vindt op internet recepten om zelf Antilliaanse maaltijden klaar te maken. De Nederlands-Antilliaanse keuken is een combinatie van verschillende kookinvloeden. De keuken is het resultaat van een samengaan van verschillende volkeren met verschillende culturen zoals de oorspronkelijke Indianen, Afrikanen, Spanjaarden, Joden en Hollanders. Daardoor is de Antilliaanse keuken zeer divers. Eten bestellen in Rotterdam Bij de cateringbedrijven in Nederland kun je kant en klare maaltijden bestellen. In Rotterdam en omstreken heb je de meeste keus. Woon je in Sliedrecht en heb je zin in ‘pasa palu’ (hapjes), taarten, zoetwaren, salades en’ stobá’ (gestoofd), dan kun je bestellen bij antilliaans-eten.nl. Wil je wat anders bij de lunch? Kijk op de website van Kome dushi uit Rotterdam. Die serveren lunchpakketten met arepeas, tonijnsalade, kipsalade en crabsalade. Wil je iets anders dan bestel je bij Rensley Krioyo. Rensley verzorgt taarten voor bruiloften en communiefeesten. En ook de Chinese ‘sate cu batata’ en veel kipgerechten. Bij Kushina Kayente uit Cappelle a/d IJssel heb je ook een echt Antilliaans ontbijt met ‘pan frances’ (een broodje). Eten bestellen in de rest van Nederland In Zwolle heb je bij Dushi buffet keuze uit warme en koude buffetten met gerecht uit Curaçao. In de buurt van Amsterdam kun je ook genieten van A mi Manera in Almere. Ze hebben geitenvlees en lomitu. Banda Bou Catering te Amsterdam heeft spareribs en koteletten. Utrecht heeft Keshia’s Kitchen met Caribische Surinaamse gerechten. Cocina de Suku in Assen trakteert op broodje rabu of bakkeljou. Verder in het zuiden heb je Antilliaanse hapjes & Taarten uit Tilburg. Je krijgt hapjes, taarten en soepen. Hier kun je ook een workshop volgen met collega’s, vrienden of familie. Veel bestellingen De cateringbedrijven doen het erg goed. Tijdens de feestdagen in december moesten bijna alle Antilliaanse cateraars de bestellingen stopzetten omdat ze het niet meer aankonden. En Antilliaans-eten uit Rotterdam wil zelfs door het hele land gaan leveren. Recepten online Wil je zelf aan de slag in de keuken, ook hier keuzes genoeg. Je hebt een grote diversiteit van recepten online. Steeds meer Nederlanders wagen zich aan het maken van Antilliaans eten. Je hebt websites in het Papiaments zoals Desiree Gourmet, Kuminda.com en Arubiano. Ook in het Nederlands zijn er recepten. Neem een kijkje op Antilliaanse keuken en Marshe Breda. Maar ook bij ah.Nl/kookschrift leer je hoe je de stobá, Antilliaanse pasteitjes, kip en kesio kunt maken. Ook smulweb en Mijnreceptenboek besteden aandacht aan de Antilliaanse keuken. En op vegatopia, een website voor vegetariërs staat een heel oud recept voor kokostaart. Tips? Ken jij nog andere plekken waar je Antilliaans eten kunt bestellen? Of goede websites met Antilliaanse recepten? Laat je tip dan hieronder achter!