Door redactie op woensdag 11 april 2018
Oude muntnamen en muntstukken, wie kent ze nog? Daarom een overzicht van oude, (bijna) niet meer courante muntsoorten die op Curaçao zijn gebruikt als betaalmiddel of rekenmunt. Soms waren het officiële namen, maar vaak ook vondsten die in het dagelijks gebruik ontstonden. Bijvoorbeeld het oude en nog steeds gebruikte dòlò (verbastering van dollar). Serka Shon Nènè un bleki di ‘black marón’ tabata kosta doria dos plaka i un bleki sardinchi marka Brunswyck tabata kosta un giotín. Un kakiña tabata kosta dos plaka i un paki di pinda herebé tabata kosta dies plaka serka Tomasa. Na barku di fruta na Punda bo por a kumpra un brasa di bakoba kaska hel pa un chilín. Bubu = 100 centen (gulden) Sèn chikito = ½ cent Sèn grandi = 1 cent Chilín = 62 ½ cent Depchi = 10 centen Dies plaka = 25 centen Diesun plaka = 27 ½ cent Doria = 30 centen Doria un plaka = 32 ½ cent Doria dos plaka = 35 cent Doria tres plaka = 37 ½ cent Doria kwater plaka = 40 centen Doria sinku plaka = 42 ½ cent Dos sèn grandi = 2 centen Dos plaka = 5 centen Fuèrtè = 2,50 (rijksdaalder) Gurdein / Gardein = 50 cent (halve gulden) Heldu = 100 centen (gulden) Giotín = 50 cent (halve gulden) Kuater plaka = 10 centen Kuater ria = 60 centen Locha = 5 centen Mei fuèrtè = 1,25 Ria = 15 centen Nuebe ria = 1,35 Nuebe plaka = 100 centen (gulden) Ocho plaka = 20 centen Ocho ria = 1,2 Ocho ria kuater plaka = 1,3 6 sèn grandi = 6 centen   Website BAAT013 stopt ermee. Dat heb je hier kunnen lezen. We sluiten af door nog een aantal weken succesvolle artikelen uit het verleden opnieuw te plaatsen. Bovenstaand artikel verscheen dus al eerder op deze site.
Door redactie op woensdag 14 maart 2018
Na kort beraad hebben de initiatiefnemers en de dagelijkse redactie van baat013.nl besloten om te stoppen met de website baat013.nl. Een besluit dat iedereen die erbij betrokken is zeer spijtig vindt. Wij kunnen onze lezers echter geen frequente en informatieve stukken meer aanbieden. Dit door veranderende werkzaamheden van onze redactie. En als er één ding is dat wij als beraad destijds maar ook als baat013.nl hebben beloofd, is dat wij iets goed doen en zeker niet ergens mee doormodderen. Trots Op 1 juni 2012, net na middernacht, ging baat013.nl live. Met deze live-gang gaven alle betrokkenen gelijk aan waar ze voor stonden. De deadline van 1 juni werd gehaald met een uitstekende samenwerking tussen alle vrijwilligers. Deze betrokkenheid, verantwoordelijkheid en gedrevenheid zijn in de loop der jaren uitgegroeid in een website waar iedereen met recht trots op was, gewaardeerd werd door de lezers, een zeer hoge notering had op Google (zonder betaling!) maar bovenal mooie vriendschappen! Het Team Drijvende kracht achter baat013.nl was Carmine Palm. Met haar kleine team bestaande uit Carmon Rienhart (webmaster) en Marjan van Wijngaarden (editor) zorgde zij ervoor dat er wekelijks gepubliceerd werd op de site. De meeste artikelen kwamen ook uit haar koker. Naast de vaste waarden hebben ook anderen bijgedragen met mooie en interessante stukken. Bijvoorbeeld, Joseph “Jopi” Hart, Jeroen Baldwin, Eardly van der Geld, Reggie Curiel, Ramiro Rienhart, Roald Tromp en Mick Homoet. Hoogtepunten In de loop der jaren heeft baat013.nl een stevige online positie verworven. Bij belangrijke gebeurtenissen werd baat013.nl steevast benaderd voor commentaar en/of inzichten. Baat013.nl werd ook benaderd door politieke partijen/ politici die bij de Antilliaanse en Arubaanse doelgroep onder aandacht wilde komen. Ook andere belangengroepen kwamen regelmatig langs om van de werkwijze en successen van baat013.nl te leren. Al met al heeft baat013.nl in haar bijna zesjarig bestaan de nodige hoogtepunten beleefd. Met als belangrijkste hoogtepunten, de typisch Antilliaanse en gezellige redactiebijeenkomsten. Niet helemaal op zwart De website baat013.nl mag op zwart gaan, maar baat013 blijft nog zeker actief op Facebook. Via Facebook zullen we regelmatig informatie delen met onze facebookvrienden. Dank Wij willen onze lezers en iedereen die direct en/of indirect een bijdrage heeft geleverd hartelijk bedanken. Wij vinden het oprecht jammer dat wij baat013.nl niet voort kunnen zetten maar hopen graag met jullie in contact te blijven via Facebook Beraad Antillianen Arubanen Tilburg Afscheid met een terugblik Voordat de website baat013.nl op 1 juni op zwart gaat, blikken wij wekelijks terug en grabbelen uit de ‘oude baat013.nl doos’ om in een vogelvlucht 6 jaar baat013.nl de revue te laten passeren. Nogmaals hartelijk dank, Redactie baat013.nl
Door redactie op donderdag 14 december 2017
Nos idioma Papiamentu ta un idioma riku ku un bunita pasado, E idioma a sobrebibí diferente kontratiempo den pasado i hopi atake di menospresio a wòrdu hasí riba nos lenga Papiamentu. Por ehèmpel tabata wòrdu bisá: Papiamentu is maar een “brabbeltaaltje”; Papiamentu is “koeterwaals”; Papiamentu is geen volwaardige taal; Papiamentu no ta sirbi pa duna enseñasa den dje. Pero durante tempu Papiamentu a proba ku e ta un bunita idioma,riku i variá. I nos grandinan a sa di mantené i transmití sabiduría i konosementu atravers di su ekspreshon- i dichonan masha grasioso. Aki ta sigi algun ehèmpel. Sea kontentu i konforme ku loke bo tin i por hasi Mòfi no mester kere ku e por kanta manera trupial Hopi biaha problema finansiero ta kousa desunion den un kas Ora probresa bin paden, amor ta bula bentana Tata a bisa su yu: Mi ta dominá mi mes, pero ta yega un momentu ku mi pasenshi ta kaba Bela ta sende te kaminda su mecha kaba Ora bo ta den bon i ta disfrutá di loke ta bon, bo no ke pèrdè loke bo tin Yangadó sintá riba felpa, no ke tende (nada) di bank’i palu Ora un hòmber di edat kuminsá un relashon ku un mucha muhé mas yòn kune Kunuku nobo ta pidi un bon chapi òf kunuku nobo ta pidi un chapi skèrpi Bo no por exigi loke ta imposibel di ún hende Bo no por saka seis lomitu for di ún baka Shon Toni ta kana masha steif i règt riba su kurpa Shon Toni parse hende ku a guli palu di basora Ora ku papai no t’ey mas nos lo realisá su balor ku e tabatin pa nos No warda te ora koriente bai pa bo sa balor di bela Swinda tin tres yu ku tres diferente tata Swinda ta manera djaka ku rabu kòrtiko Ku palabra (fuerte) bo por hasi un hende masha doló Palabra ta kòrta kaminda nabaha ta para bira stòmpi Un (hende) hòmber no tin nodi di ta bunita Hende hòmber meste ta djis un tiki menos mahós ku diabel Mamay a bisa su yu Sandra: “Kuidou ku Orlando, e ta hòmber kasá” Orlando ta papél kimá Awor ku Donny ta (birando) bieu e ta bló ta hasi kos di mucha Donny a haña sarampi na grandi (òf na behes) Si bo ta muchu kuidadoso i tímido bo no ta logra nada Pushi ku handschoen no por kohe ratón Según palu kuébu den bida, bo ta haña eksperensia Si kolebra a mordebu, bo mira lagadishi bo ta spanta Si kandela a kimabu, bo ta haña miedu di shinishi Gachi ta masha masha floho mes Gachi ta floho manera kaka di mardugá Pastor a bisa den su predikashi pa keda positivo ya ku no ta kos malu so tin den bida Den mondi di infrou no ta laga di tin maske ta ún palu di shimaruku Ora un hende ta burachi no ta e momentu adekuá pa diskuti serio kune Den botekín ta beter ta papia
Door redactie op zaterdag 26 augustus 2017
Met grote verslagenheid hebben wij kennis genomen van het plotseling overlijden van onze zeer gewaardeerde landgenoot en vriend Elmus (Emmy) Da Costa Gomez. Hij is afgelopen woensdag 23 augustus op 55-jarige leeftijd aan een hartstilstand overleden. Emmy uit Curaçao wordt ook wel de Curaçaose Tilburger genoemd omdat hij 30 jaar in Tilburg/Nederland woonde. Hij was volledig ‘geïntegreerd’ om dat woord maar te gebruiken. In die zin dat hij hier gelukkig woonde met zijn gezin, hier zijn werk, zijn hobby’s en vele vrienden had. Toch ging hij ieder jaar voor minimaal 4 weken tijdens de carnavalsdagen met vakantie naar zijn geliefde eiland Curaçao om carnaval te vieren en bij te tanken zoals hij dat zo passend zei. Honkballer Emmy was een begenadigde werper/pitcher en heeft zowel op Curaçao als in Nederland op redelijk niveau gehonkbald. Met het honkbalteam van HSC Tilburg speelde hij samen met onder andere Ben Thijssen, de huidige coach van het grote Koninkrijk honkbalteam, twee jaar in de Nederlandse overgangsklasse en promoveerde met dat team naar de hoofdklasse. Nieuwe hobby De laatste jaren had Elmus een andere hobby. Hij componeerde muziek en schreef teksten. Niet zomaar muziek, maar muziek en teksten voor het bekende Festival di Tumba. Dit is het grootste muzikale evenement op Curaçao waar wordt gestreden om de Carnavals-hit van het jaar, de Tumba. Emmy heeft zes keer vanuit Tilburg tekst en muziek voor het Tumba Festival aangeleverd. Actief binnen de Antilliaanse gemeenschap van Tilburg Hij trad nooit op de voorgrond maar wist altijd van achter de schermen zijn steentje bij te dragen aan de gemeenschap. Door zijn open en toegankelijk karakter had hij veel vrienden binnen de Antilliaanse kring. Afscheid Op maandag 28 augustus 2017 wordt het leven van Elmus Da Costa Gomez gevierd. Van 13.45 tot 14.15 uur is er in het crematorium van Tilburg een formeel afscheid, met woorden en met muziek. Na het afscheid in Nederland gaat Elmus voorgoed terug naar Curaçao, waar hij in afwezigheid van zijn familie en vrienden wordt gecremeerd. Emmy is er helaas niet meer! Dat hij in vrede moge rusten. Sosega na pas amigu Emmy. Onze gedachten en medeleven gaan uit naar zijn vrouw, gezin en naaste familieleden.
Door Carmine Palm op woensdag 23 augustus 2017
Het is een belangrijk jaar voor DJ en producer Menasa. Op Curaçao is hij al een begrip. Nu wil hij om te beginnen Nederland en Europa veroveren en daarna de wereld met zijn Urban Music. Na verschillende optredens in maart stond Menasa in juli op Tomorrowland en in augustus op Solar, twee grote muziekfestivals in Europa. De muzikale carrière van Menasa startte in zijn tienerjaren. Hij stond al jong achter de draaitafel op houseparty’s. Hij werkte samen met bekende namen als Iski, The Party Squad en Brainpower en was het brein achter de Curaçaose rapformatie Immorales en later de groep Tony Montana Music. BAAT’s Carmine Palm sprak met de man achter Menasa, Bryan Palm. Hoe kom je aan de naam Menasa? “Mijn favoriete films in die tijd waren ‘Menace 2 Society’ en ‘Don’t Be a Menace’. Zo kwam ik aan de naam DJ Menace. Maar tijdens optredens sprak het publiek de naam uit als Menasa en dat is altijd zo gebleven.” (Later werd Bryan manager van de groep Tony Montana Music. Tony Montana Music was de hoofdpersonage uit de film ‘Scarface’ uit 1983. Red.) Je bent opgegroeid in de muzikale familie Palm (Bryan is de achterkleinzoon van Albert Palm), waar het een traditie was dat de kinderen een instrument leerden spelen. Maar je koos voor de draaitafel. Waarom? “Op jonge leeftijd keek en luisterde ik naar hip-hop videoclips en muziek. De basis van hip-hop (tegenwoordig Urban music) is DJ-ing, MC-ing en Break dancing. Toen ik 15 jaar was besloten een paar vrienden en ik een DJ groep te beginnen met de naam Spike Sound. We draaiden toen op (privé)feesten en het was heel erg gezellig om mensen te laten dansen. Ook begonnen we te experimenteren met music software en gingen populaire liedjes remixen. Dit alles gebeurde bij mij thuis en zo werd ik behalve DJ ook producer.” Waarom de liefde voor muziek? “Dat is een moeilijke vraag, maar muziek maakt me gewoon blij en ik vergeet alles wanneer ik naar muziek luister. Als kind wilde ik dokter worden maar toen ik eenmaal DJ-ing en het maken van beats ontdekte wilde ik niks anders.” De familie Palm kent veel componisten maar je bent een music producer. Je produceert beats. Zijn er overeenkomsten? “Jazeker. Een componist en een producer is eigenlijk hetzelfde. Als componist schrijf je muziek en als producer maak je muziek. Tegenwoordig wordt muziek digitaal geschreven met computerprogramma’s.” Je muziek bestaat uit een mix van verschillende stijlen zoals bubbling, reggae, reggaeton, zouk merenque etc. Heeft het te maken met je achtergrond dat je zoveel stijlen mixt? “Dat heeft inderdaad te maken met mijn afkomst. Op Curaçao kennen we diverse muzieksoorten. Op een feest wordt van alles gedraaid, vanaf merengue, bachata en salsa tot dancehall, bubbling, hip hop en reggeaton. Muziek voor mij is heel erg breed en wanneer ik muziek produceer is het hetzelfde: heel erg breed.” Gebruik je ook typische Curaçaose muziek? “Ik gebruik altijd Curaçaose muziek in mijn sets. Ik maak mijn eigen remixes en bootlegs van Curaçaose hits om in het buitenland te draaien.” Je hebt gewerkt met grote namen als Basic One, Brainpower, The Party Squad, Brian Dekkers, Enmeris, Mosta Man, Da Ridlaz and Area 51. Wat maakt jouw beat zo speciaal? “Ik doe wat ik voel om te doen. Veel producers maken muziek gericht op een bepaald genre. Ik heb altijd muziek gemaakt op mijn eigen gevoel en ik word geïnspireerd door diverse genres. Wat mijn beat zo speciaal maakt is dat ik altijd probeer een nieuwe sound te creëren en daarnaast laat mijn beat iedereen bewegen, dansen en los gaan.” Je hebt veel producties gemaakt waaronder: “Muñeca”, “El Caballo” and “Nochi Pa Club” met Immorales, “Balor” met Brian Dekkers, “Kliko” met Ivan Soliana, “Heavy” met Uncle Gadz, “Fin Di Siman”, “No Worry” en “Bala” met Tony Montana Music. Waarom werd Bala internationale sensatie? “Ik weet niet precies waarom, maar ik denk dat het te maken heeft met de moderne sounds die ik gebruik heb en doordat het heel erg ‘catchy’ was.” Zoals gezegd ben je als DJ begonnen en maakte je beats. Hoe heb je dat geleerd en ging het je makkelijk af? “Ik heb destijds de software gekregen van een vriend en ging er toen zelf mee aan de slag. Het ging heel snel de juiste kant op. De eerste beat die ik maakte, heb ik gedraaid op een feest. Het was meteen een succes. Iedereen op dat feest begon te dansen en ging er op los.” Je was de oprichter en producer van twee groepen op Curaçao. Immorales en de Tony Montana Music. Daarnaast heb je samengewerkt met verschillende (lokale) artiesten. Nu ga je solo als DJ. Waarom? “Ik heb vanaf het begin als achtergrondproducer gewerkt. Ik vond het niet interessant om als artiest op te treden, maar was tevreden dat mijn beats en producties gedraaid werden op de radio en dat mensen erop los gingen. Op een gegeven moment merkte ik dat het een trend is geworden dat een DJ/producer ook zelf artiest wordt en dan ook zelf als artiest optreedt tijdens het draaien. Dit is een vorm van onafhankelijkheid. Je bent als DJ/producer niet afhankelijk van andere artiesten om een track uit te brengen.” Dus produceren en DJ gaan hand in hand? “Ik blijf beats maken en ik richt me op draaien. Je kan het in de music business NIET maken als je geen producties hebt. Ik heb de kans gekregen om op de grote festivals te draaien omdat ik producties heb. Omdat mijn muziek gedraaid wordt door DJ’s wereldwijd.” Wat onderscheid je als DJ van andere DJ’s? “Wat me uniek maakt is dat ik veel muziek soorten ken en veel muziek soorten kan mixen.” Je hebt je baan als accountmanager bij een verzekeringsbedrijf opgezegd om je volledig te richten op je passie, muziek. Onlangs stond je op Tomorrowland dat wordt gezien als het beste dance festival ter wereld. Wat betekent dat voor je? “Dit betekent meer grote gigs voor me in de toekomst. Het is voor elke DJ een droom om op Tomorrowland te draaien. Ik heb Tomorrowland op mijn DJ CV. Dit is een paspoort om overal te kunnen draaien.” Behalve Tomorrowland heb je ook gedraaid op het Solar festival, ook een outdoor festival. Wat vond je van deze twee festivals? “Het was een uitdaging voor mij, omdat ik nooit op een festival heb gedraaid. Het was een leuke ervaring en ik heb zeker genoten en veel geleerd. Draaien op festivals is heel anders dan draaien in een discotheek of club. De mensen op een festival zijn super hype en willen gewoon vanaf begin tot einde knallen.” Je zegt dat je nooit op een festival heb gespeeld. Hoe heb je je voorbereid? “Ik heb veel Youtube-videos gekeken en aantekningen gemaakt. Ik heb daarnaast ook veel DJ’s gevraagd hoe ze draaien op festivals en wat de aandachtspunten zijn. Alles wat ik heb meegekregen heb ik gebruikt om een goeie set/show in elkaar te zetten en ik ben ervoor gegaan. Het ging super en het kan alleen maar leuker worden in de komende festivals/ optredens.” Hoe ziet de toekomst eruit: Heb je nog meer projecten gepland? “Ik heb dit jaar twee EP’s (mini albums van 4-5 tracks) gemaakt. De EP ‘Black Magic’ is een solo EP. Dus die heb ik alleen gemaakt. De andere EP ‘Otrobanda EP’ heb ik samen met Cesqeaux (een bekende DJ/ Producer uit Groningen) gemaakt en uitgebracht onder het Barong Family label, een door Yellow Claw opgericht platenmaatschappij. Ik werk nu samen met Barong Family. Ik heb elk weekend optredens in Nederland (Eindhoven, Vlissingen, Den Haag, Heerlen, Amsterdam en Stadskanaal). In september ga ik terug naar Curaçao voor verschillende optredens waaronder op het Santa Barbara Vibes Beach festival en het Amnesia festival Curaçao. In oktober ben ik weer in Nederland voor optredens in Nederland en Duitsland en in november in Gran Canaria en Tenerife.” Wil je Menasa volgen? Kijk dan op zijn Facebook pagina en Instagram. Menasa is ook te horen op iTunes en Spotify.
Door Carmine Palm op woensdag 16 augustus 2017
Curaçao heeft sinds begin juni een nieuwe regering, kabinet Rhuggenaath. Bij een nieuwe regering hoort ook een nieuwe gevolmachtigde minister in Nederland. Dat is Anthony Begina. Anthony Begina (63 jaar) woont al jaren in Nederland in Voorburg. Begina is onafhankelijk consultant bij Hands-On Management Consulting. Begina is een deskundige op bestuurlijk gebied. Hij heeft algemeen management op hbo-niveau gestudeerd en heeft een MBA. Vóór zijn consultancyperiode was hij werkzaam voor zowel de Antilliaanse als de Nederlandse overheid in tal van topfuncties. Daarnaast was hij tussen 2001en 2003 voorzitter van het Antilliaans Netwerk. Tussen 1984 en 1989 was hij voorzitter van de Stichting Landelijk Inspraak Orgaan Antillianen (OCAN). Begina heeft al geoefend Begina werd in 2016 plaatsvervangend gevolmachtigde minister onder Marvelyne Wiels. Hij kreeg een specifieke taak. Begina moest toezien op het aanhalen van de economische banden van Curaçao met de Europese Unie en de LGO-landen. Dit in overleg met de toenmalige Curaçaose minister van Economische Ontwikkeling Eugene Rhuggenaath. Begina was vooral in Brussel om uit te zoeken hoe Curaçao gebruik kon maken van bepaalde regelingen. Het eiland heeft sinds de opsplitsing van de Nederlandse Antillen in 2010 nog geen diplomaat die in Brussel woont en werkt. Daardoor kan er niet goed gelobbyd worden om de fondsen binnen te halen. De visie van Begina Begina wil graag de bedrijvigheid op Curaçao ontwikkelen. Het eiland heeft behoefte aan nieuwe impulsen voor de economie. Die moeten niet alleen gezocht worden op Curaçao, maar ook binnen het Koninkrijk en binnen Europa. Innovatie, nieuwe concepten en samenwerking tussen ondernemers, overheden en kenniscentra vormen de cruciale succesfactoren. Daarom wil hij een band bouwen met de Curaçaoënaars, en een netwerk in Nederland en Europa opbouwen met iedereen die het eiland een warm hart toedraagt. Curaçao heeft te weinig expertise in huis over de ingewikkelde regelgeving van de Europese Unie. Daardoor zou het eiland nu nog miljoenen euro aan subsidiegeld mislopen. Handelsmissies met topsporters Ook wil Begina meer inzetten op handelsmissies. Een van de mogelijkheden is om via Curaçaose topsporters goede economische deals te sluiten. Honkballer Andruw Jones is eerder ingezet op een handelsmissie in Japan. Een aantal topmensen daar bleek vereerd om hem een hand te mogen geven. Volgens gevolmachtigd minister Anthony Begina kan Curaçao daar meer mee doen. “Recent sprak ik met premier Mark Rutte en minister Bert Koenders (Buitenlandse Zaken). Zij raden ons aan meer gebruik te maken van handelsmissies. We hebben afgesproken dat wij meer betrokken worden bij de missies.” Curaçao laat zich zien op tophonkbaltoernooi van Europa Curaçao heeft op 2 juli het honkbaltoernooi World Port Tournament (WPT) aangegrepen om zichzelf te presenteren. Ook Anthony Begina was aanwezig. Een mooi detail: op 2 juli is ook de viering van ‘Dia di bandera’ op Curaçao. Al met al een goede gelegenheid om binnen zakenrelaties vertrouwen te wekken. En honkbal, nummer één volkssport in de Verenigde Staten en Zuidoost-Azië, kan een handig middel zijn. Gastheer voor Caribbean Business Hub Het Curaçaohuis treedt ook als gastheer op voor bijeenkomsten van de Caribbean Business Hub (CBH). Doordat Begina bedrijvigheid hoog op zijn agenda heeft staan, wil hij graag initiatieven op dat vlak ondersteunen. CBH staat voor het samenbrengen van ondernemers en professionals die zaken willen doen met Curaçao, de Caribbean, Zuid-Amerika of Europa. CBH wil daarnaast ook de Curaçaose ondernemers een stimulans geven om buiten de eigen grenzen te ondernemen. Curaçao als hub Anthony Begina is erg enthousiast over de plannen van de Dutch Council for International Business (DCIB) en wil hierin faciliteren. De DCIB wil lokale ondernemingen op Curaçao klaarstomen voor partnerships met Nederlandse ondernemingen voor het bedienen van de regionale markt van Centraal en Noordelijk Zuid Amerika. In dit traject zijn er volop kansen voor ondernemers uit Nederland met de ambitie om zich op Curaçao te vestigen en/of vanuit Nederland de regio te bedienen. Ook wil DCIB Nederlandse bedrijven en professionals in Nederland met Curaçaose roots bereiken. Het project is er op gericht om van Curaçao een ‘service hub’ te maken voor de hele regio op verschillende gebieden: logistiek, ICT, finance, agrifood, medisch en natuurlijk toerisme. Nog een taak voor de gevolmachtigde minister Sinds de nieuwe regering Rhuggenaath gebeurt er veel op economisch gebied dat door het Curaçaohuis wordt ondersteund. Het is alleen jammer dat op de website en Facebook-pagina van het Kabinet van de Gevolmachtigde Minister van Curaçao geen informatie hierover staat. Dus Anthony Begina, een band bouwen met de Curaçaoënaar in Nederland is ook communicatie op de website en Facebook.
Door Carmine Palm op woensdag 2 augustus 2017
Elk jaar vliegen honderden Curaçaose jongeren de oceaan over om in Nederland te studeren. Dit nieuws staat elk jaar in de kranten. Maar hoeveel jongeren gaan werkelijk studeren, hetzij in Nederland of op Curaçao en in de regio? Daarover lees je niets. Hoeveel jongeren naar Nederland vertrekken om te studeren is niet bekend. Wel is bekend hoeveel jongeren met begeleiding van de Stichting Studiefinanciering Curaçao (SSC) in Nederland gaan studeren. SSC Stichting Studiefinanciering Curaçao (SSC) is een financieringsinstelling die studiefinanciering verstrekt voor het volgen van een MBO, HBO of WO-opleiding op Curaçao, Nederland of in de regio. Ook verstrekt SSC een tegemoetkoming voor het volgen van voortgezet onderwijs. Daarnaast geeft de SSC voorlichting, begeleiden zij studenten en bemiddelen ze bij huisvesting. Het algemene beleid van de SSC is om geen studiefinanciering te geven voor opleidingen in het buitenland die ook op Curaçao gevolgd kunnen worden. Freemovers Er zijn ook jongeren die op eigen kosten in Nederland gaan studeren: de freemovers. Ze maken geen gebruik van de faciliteiten van de SSC. In plaats daarvan doen ze een beroep op de Dienst Uitvoering Onderwijs (Duo) in Groningen. Hoeveel freemovers er zijn is niet bekend. Daling studenten Het aantal studenten dat via SSC in Nederland komt studeren daalt gestaag. Een verklaring voor deze daling is niet eenvoudig. De volgende oorzaken worden genoemd: Het aantal freemovers stijgt; Steeds meer studenten kiezen niet voor Studiefinanciering Curaçao (SSC) omdat ze daar een hogere studieschuld overhouden dan bij Duo. Steeds meer studenten studeren op Curaçao zelf of in de regio. Aantal studenten via de SSC naar Nederland Jaar Aantal Jaar Aantal 2008 350 2013 263 2009 380 2014 248 2010 262 2015 210 2011 273 2016 213 2012 297 2017 218 Een beeld uit 2015 In 2015 kregen 1.066 studenten een beurs van de Stichting Studiefinanciering Curaçao (SSC). 210 studenten vertrokken naar Nederland en 161 gingen in de regio of de Verenigde Staten en Canada studeren. Een kleine 700 studenten bleven op Curaçao. De grootste groep ging naar de University of Curaçao. Dat schreef het Antilliaans Dagblad van 22 juli 2015. De grootste groep die door SSC financieel ondersteund wordt, bestaat dus uit studenten die op Curaçao hun studie voortzetten. Beter beeld is nodig Het is jammer dat er een beeld heerst dat de meeste studenten in Nederland gaan studeren en dat er steeds minder leerlingen na hun middelbare school niet verder studeren. Terwijl op Curaçao zelf veel leerlingen opleidingen volgen op scholen voor middelbaar en hoger onderwijs en op de University of Curaçao. Het Ministerie van Onderwijs, Wetenschap, Cultuur en Sport zou deze cijfers ook eens moeten publiceren. We krijgen dan een beter beeld van de studerende Curaçaose jeugd.
Door Carmine Palm op woensdag 26 juli 2017
Schiphol krijgt het alleenrecht om te vliegen op de Caribische eilanden in het Koninkrijk. Dat heeft de Nederlandse minister Stef Blok van Veiligheid en Justitie in februari bepaald. Wie vanuit Nederland naar Curaçao, Aruba, Sint Maarten en Bonaire wil vliegen kan gebruik maken van drie maatschappijen: KLM, TUIfly en Airberlin. KLM en TUIfly vliegen dagelijks vanuit Schiphol. Airberlin vliegt in de zomer één keer per week en in de winter twee per week vanuit Düsseldorf. TUIfly via Eindhoven TUIfly wilde in 2015 vluchten beginnen van Eindhoven Airport naar Aruba en Curaçao. De plannen werden in de regio én in België en Duitsland goed ontvangen en het animo onder passagiers was groot. De Nederlandse overheid stak echter een stokje voor die plannen, aangezien Eindhoven niet over voldoende faciliteiten beschikt om drugssmokkel tegen te gaan op de zogeheten risicovluchten. Geen vluchten meer vanaf Eindhoven De hoop van TUIfly om vanaf Eindhoven Airport vluchten naar de Antillen aan te bieden is in 2017 definitief de grond in geboord. Minister Stef Blok van Veiligheid en Justitie heeft een wetsvoorstel ingediend om Schiphol exclusief aan te wijzen als luchthaven voor Caribische vluchten. In het wetsvoorstel is opgenomen dat vluchten van en naar Aruba, Bonaire, Curaçao, Sint Maarten, Suriname en Venezuela alleen van Schiphol gebruik mogen maken. Daar zijn wel de technische en personele faciliteiten aanwezigen om de zogeheten honderdprocent-controles uit te voeren. Ook zijn er cellen aanwezig om gesnapte bolletjesslikkers op te sluiten. Alleen in noodgevallen als vliegtuigen niet op Schiphol kunnen landen, mogen ze uitwijken naar een ander vliegveld. Teleurgesteld Het eilandbestuur van Bonaire vindt het jammer dat de plannen definitief niet doorgaan en stelt voor om de honderdprocent-controles in te voeren op het eiland zelf, zodat deze niet meer in Nederland plaats hoeven te vinden. Ook managing director Michiel Meijer van TUIfly probeert de overheid over te halen om het besluit over de honderd procent controles op Eindhoven Airport te heroverwegen. ”Er moet budget voor komen om dat mogelijk te maken.” Passagiersgegevens Ook wat betreft passagiersgegevens zal het een en ander gaan veranderen. Tijdens het Justitieel Vierlanden Overleg in juli maakten Minister Stef Blok, Curaçao, Sint-Maarten en Aruba afspraken om passagiersgegevens uit te wisselen. Eerst moet de wet- en regelgeving van alle vier de landen op elkaar worden afgestemd om de uitwisseling in de toekomst mogelijk te maken.
Door Carmine Palm op dinsdag 18 juli 2017
Miep Diekmann, schrijfster van jeugdboeken, is op 9 juli overleden. Maria Hendrika Jozina (Miep) Diekmann is geboren in Assen op 26 januari 1925. Van 1934 tot eind 1938 woonde ze in Willemstad op Curaçao. Haar vader was daar commandant van de militaire politie was. Diekmann schreef zo’n zeventig kinder- en jeugdboeken, waarvoor ze vaak teruggreep op haar eigen jeugdjaren op de Antillen. Ze werd diverse keren bekroond. Voor ‘De boten van Brakkeput’ (1956) kreeg ze de Kinderboekenprijs (de latere Gouden Griffel). En voor ‘Dan ben je nergens’ (1975) meer kreeg Diekmann de Nienke van Hichtum-prijs . Ze schreef de historische roman ‘Marijn bij de lorredraaiers’ (1965) en ‘De dagen van Olim’ (1971) voor de wat oudere jeugd waarin taboeonderwerpen (seks, slavernij) voorkwamen. Maar ze schreef ook veel boeken voor jongere kinderen. In een interview met Erna Staal in het tijdschrift Jaarboek Letterkundig Museum 6 uit 1997 vertelt Miep Diekmann waarom veel van haar boeken over Curaçao gaan: Geen enkel boek over zwarte kinderen “Ik wist al heel vroeg dat ik kinderboeken zou gaan schrijven. Ik zat op Curaçao op een nonnenschool en daar werd ik voor het eerst geconfronteerd met donkere kinderen, want die hadden wij toen helemaal niet in Nederland, in 1934. Ik was ongelofelijk nieuwsgierig en ik las veel, maar er was geen enkel boek over zwarte kinderen te vinden. En je ging aan zo'n kind ook niet vragen, “Zeg, is je grootvader nog slaaf geweest?” Want dat had ik wel eens bij de dienstmeisjes geprobeerd, maar die wilden daar niet over praten. Die wilden zelfs hun eigen taal niet spreken. Ze waren allemaal naar school geweest en het was een soort statussymbool om Nederlands te spreken. Mijn ouders hoefde ik niks te vragen, want die wisten ook niets van zwarte mensen af. Het idee kwam als een soort bliksemflits. Als er geen boeken over zwarte kinderen zijn, ga ík ze wel schrijven, bedacht ik. En van dat idee ben ik feitelijk nooit afgeweken. Maar noem het géén roeping! Het is gewoon ontstaan uit verontwaardiging.” “Eind 1938 gingen we terug naar Nederland. Mijn ouders gingen uit elkaar, scheiden kon niet vanwege het geloof. Ik bleef bij mijn vader. Nadat hij in de oorlog in krijgsgevangenschap was geraakt, woonde ik bij een toeziend voogd.” “Het tweede boek dat verscheen, Panadero pan (1947), is mijn eerste West-Indische boek. Geheel geschreven op mijn herinnering als dertienjarige. Eigenlijk voelde ik toen al dat ik mijn thema had gevonden. Ik zat natuurlijk steeds met een hoop vragen, maar bij wie kon ik te rade? Er was absoluut geen voorbeeld voor mij. Dat heeft in feite nog jaren geduurd.” De boten van Brakkeput “Halverwege de jaren vijftig schreef de Arbeiderspers een wedstrijd uit voor een kinderboek. Daar heb ik De boten van Brakkeput voor geschreven. Ik zag eindelijk een kans om eens iets heel anders te doen en misschien bij een andere uitgeverij terecht te komen. Maar ik kreeg het manuscript terug, met een briefje van Reinold Kuipers dat het helemaal geen kinderboek was en dat het slecht was. Daar zat ik. Ik liet het briefje lezen aan een goede vriend van mij, de letterontwerper Helmut Salden. Die heeft mij vervolgens geïntroduceerd bij Leopold. Daar wilden ze het graag uitgeven, maar ze zeiden wel dat ik met een dergelijk boek nooit geld zou verdienen of naam zou maken. Daar ging het me helemaal niet om. Ik wilde het gewoon publiceren.” “Eigenlijk zou over 1956 een boek van Annie Schmidt bekroond worden als beste kinderboek van het jaar. De eerste winnaar was An Rutgers, de tweede Cor Bruijn, en dus moest de derde wel Annie worden. Zo gaat dat met prijzen, niet? Maar in de jury dat jaar zat Hannie Wolf, hoofd uitleen jeugdboeken in Den Haag en die kwam met mijn boek. Ze zei tegen de jury: “De boten van Brakkeput moeten jullie lezen, dat is echt nieuw!” Toen zijn vier van de vijf juryleden omgegaan. En daarmee had ik die prijs. De boten van Brakkeput werd “beste kinderboek van het jaar 1956”. Padu is gek “Ik had natuurlijk een thema waarbij ik geen concurrentie had. Er was niemand die op mijn manier over zwarte kinderen schreef. Ondertussen was Padu is gek (1957) verschenen. Op het moment dat Leopold nog niet de definitieve beslissing had genomen over Brakkeput, belde mijn oude baas uit Assen op dat hij wel een boek van mij wilde uitgeven. Ik ben bij mijn moeder in Assen in huis gaan zitten en ik heb het verhaal in één keer opgeschreven, in acht dagen en nachten. Van 's ochtends tot 's ochtends vroeg. Met een fles brandewijn op tafel. Mijn moeder zei: “Ik vind het niet erg dat je drinkt, maar wil je het wel uit een glas doen?” Padu verscheen uiteindelijk ook bij Leopold.” “Vervolgens kreeg ik een opdracht van de Koopvaardij. Er moest een boek komen dat meer jongens naar de zeevaart zou trekken. Eerst wilden ze mij een Europese kustreis laten maken, maar ik wilde naar de Antillen om research te doen. Na wat heen en weer gepraat regelde ik dat ik daarheen kon. De Stichting voor Culturele Samenwerking tussen Nederland, Indonesië, Suriname en de Nederlandse Antillen (Sticusa) in Amsterdam regelde mijn daggeld, als tegenprestatie hield ik lezingen. En voor de Koopvaardij schreef ik Driemaal is scheepsrecht (1960). Maar eíndelijk kon ik onderzoek plegen, kon ik kijken of het allemaal wel klopte wat ik had opgeschreven. Ik was ondertussen drieëndertig, dus er zat al twintig jaar tussen mijn herinnering en het schrijven van die Antilliaanse boeken.” Gewoon een straatje “Op de Antillen heb ik een opzet gemaakt voor Gewoon een straatje (1959), de personages zijn allemaal geïnspireerd door bestaande kinderen. Tijdens de terugreis aan boord heb ik de verzamelde gegevens uitgewerkt. Als je die drie boeken in chronologische volgorde leest, Brakkeput, Padu en Een straatje, zie je dat ieder boek steeds een beetje Antilliaanser is geworden.”
Door redactie op woensdag 12 juli 2017
In de zomervakantie gaan weer veel mensen vanuit Nederland naar Curaçao. Op Curaçao zijn naast de traditionele keukens ook een groot aantal internationale keukens vertegenwoordigd zoals Chinees, Braziliaans, Thais, Italiaans en Argentijns. Is er ook een Nederlandse keuken en welke typische Nederlandse gerechten vind je op het eiland? Voor de inwendige mens wordt op Curaçao goed gezorgd. Wie op vakantie zin krijgt in Nederlandse producten en niet zelf wil koken kan dat in ruime mate doen op het eiland. Hier een kleine greep uit de ruime keus. Nederlandse snacks De vertrouwde Nederlandse snackbar met onder anderen frites, kroketten, frikadellen en bamihappen is ook Curaçao te vinden. Op Mambo Beach bij Aloha en Friethuis Caracasbaai op de Caracasbaaiweg zitten er twee vlak bij elkaar. De Hollandsche Snackbar vind je bij tankstation Vanddis. En langs de Weg naar Westpunt bij Daniel vind je bij Grote Berg de snackkar van Grote Berg Patat. Pannenkoeken Pannenkoeken vind je op diverse plekken. In de voormalige kloostertuin achter de kerk in Barber, naast de ingang van Hofi Pastor, ligt Klosterküche. Daar vind je zoete en hartige pannenkoeken met biologische ingrediënten uit eigen tuin. Maar ook Lekker en Zo uit Nederland heeft nu een vestiging op Curaçao. Deze ligt aan de Curaçao Beach Boulevard. Daar kun je genieten van pannenkoeken, wafels en andere lekkernijen. Stroopwafels Behalve bij Van den Tweel supermarkt op Jan Thiel en Zeelandia kun je ook op straat stroopwafels kopen. Voor Van den Tweel op Zeelandia staat een heuse stroopwafelkraam. Het is niet bekend of deze kraam het hele jaar staat, maar wie weet heb je geluk. Haring Ook voor de deur bij Van den Tweel supermarkt in Zeelandia vind je de haringkar van Piet en Annemiek. De Hollandse Nieuwe haring wordt elk jaar vanuit Nederland ingevlogen. De Hollandse Nieuwe staat voor haring die tussen half mei en juli is gevangen in de Noordzee/Noord Atlantische Oceaan en die geschikt is voor consumptie. Verder verkoopt het echtpaar ook kibbelingen. Nederlandse visgerechten Zin in vis uit de Noordzee? Dat kan ook op Curaçao bij Fishalicious. De eigenaar komt uit Urk en heeft behalve vis uit het Caribisch gebied ook vis uit Nederland. Fishalicious ligt in het centrum vlakbij het Avila Beach hotel. Mosselen Mosselen mogen niet ontbreken. Bij Restaurant Cristal te Pietermaai heb je de meeste kans om mosselen te eten. Want mosselen zijn er niet altijd. Ook kun je bij Cristal paling eten. Wil je eerst gaan zwemmen en dan mosselen eten? Dan moet je naar Kokomo Beach bij Vaerssenbaai als ze op het menu staan. Andere Nederlandse eetgelegenheden Een typisch Nederlands eetcafé is Bijna Thuis aan de Caracasbaaiweg. Daar kun je genieten van stamppotten, Hollandse asperges en gehaktballen. In het centrum bij het Wilhelminaplein tref je het Nederlands terras Plein Café Wilhelmina met 20 verschillende soorten bier. De gerechten zoals lekkerbek, zalm, kipfilet en biefstuk hebben allemaal namen van de leden van het Koninklijk huis.