Door redactie op woensdag 19 november 2014
Tegenwoordig kan iedereen in Nederland de salsa dansen. Dansscholen geven salsales en de vele salsafestivals zijn niet meer weg te denken uit Nederland. Maar wat is salsa eigenlijk en waar komt het vandaan? Salsa betekent letterlijk saus. Verschillende muzikanten hebben de term salsa gelanceerd. Er was een son (Cubaanse muziek) met de naam salsa, en Benny More en Celia Cruz riepen vaak middenin hun liedjes 'salsa, salsa, salsa' om kracht bij te zetten tijdens de climax. Ray Barreto gebruikte de term als eerste in New York als één van zijn thema's. Oorsprong salsa Salsa kent zijn oorsprong in de son, dansmuziek afkomstig uit Cuba. De son combineert de muzikale tradities van zowel de Afro-Cubaanse als de Latijn-Cubaanse dansmuziek. Daarnaast combineert de salsa verschillende Zuid-Amerikaanse stromen zoals pachanga, son, rumba, plena, guaguanco, bomba, bolero en boogalo. Salsa in New York Na de Cubaanse revolutie trokken veel Cubanen naar de voorsteden van New York. Hier kwamen ze Puertoricanen tegen en bewoners van de andere Antilliaanse eilanden. De invloed van de Puertoricaanse variaties en de Amerikaanse jazz op de Cubaanse muziek was onontkoombaar in New York. De Beatles In 1962 veranderde ineens alles toen The Beatles ‘Love me do’ uitbrachten. Terwijl zij de sensatie van de eeuw werden en het aantal fans groeide, werd de Latijns-Amerikaanse muziek naar de achtergrond verdrongen. Begin jaren ’70 zocht platenmaatschappij Fania Records een pakkende naam om zijn artiesten en muziek mee te promoten. Zo ontstond de salsa. Salsa naar Nederland Vanuit New York waaide de salsa over naar Latijns Amerika en vervolgens de rest van de wereld. In de westerse wereld en ook in Nederland groeide de belangstelling vooral in het circuit van de dansscholen. Vooral met de komst van de Antillianen en Surinamers in Nederland die de passie voor de dans meenamen. Verschillende dansstijlen Vroeger werd er in Nederland alleen rechtsvoor (Antilliaanse stijl) gedanst. Rechtsvoor wil zeggen rechterbeen voor en linkerbeen achter. Maar tegenwoordig zijn er verschillende manieren om salsa te dansen: op de eerste tel (op de een; de zogenaamde Cubaanse, Casino of LA-stijlen), op de tweede tel (de zogenaamde New York-stijl, nauw verwant aan de Mambo), op de derde tel (veel Antillianen dansen op de drie) of op de vierde tel (de son wordt op de vierde tel gedanst). En dit allemaal met linksvoor. Dus linkerbeen voor en rechterbeen achter. Door de komst van Latino's zoals Cubanen, Antilianen, Colombianen en Dominicanen zijn de verschillende manier van salsadansen naar vele dansgelegenheden verspreid. Salsaorkesten in Nederland In Nederland zijn er ook salsa-orkesten zoals Edsel Juliet, Rumbata, Nueva Manteca, Orguesta Pegasaya, Conexion Latino en Masalsa. Maar alle muziek en kwaliteit ten spijt, in Nederland wil salsa maar niet uitgroeien tot meer dan een dansgelegenheid. Dansscholen en uitgaan om te salsadansen op een dj-set zijn hier populair, het bezoeken van een salsaconcert of het aanleggen van een collectie salsa-cd's minder.
Door redactie op woensdag 12 november 2014
De Curaçaose basketballer John Bernabela is tegenwoordig actief in het rolstoelbasketbal. Hij vertelt hier waarom dat zo belangrijk voor hem is. Op mijn 15de ben ik in aanraking gekomen met basketbal op Curaçao. Na een jaartje competitie te hebben gespeeld bij de St. Maria Hurricanes ben ik in 1998 als student naar Nederland verhuisd. Vanaf dat moment ben ik verder gegaan met competitie spelen en het spelen van straatbasketbal toernooien. Ook haalde ik mijn scheidsrechterdiploma. In april 2011 heb ik voor het laatst een competitiewedstrijd gespeeld. Daarna ben ik me gaan richten op het trainen en coachen van rolstoelbasketballers. The Black Eagles In maart 2010 werd ik benaderd door Ernie Kip, ook een goede vriend van mij. Hij vroeg me of ik interesse had om samen met hem een rolstoelbasketbalteam te gaan trainen. Zo’n uitdaging hoef je maar mij maar één keer te bieden, dus vol goede moed gingen we aan de slag met het rolstoelbasketbalteam The Black Eagles uit Rosmalen. Enie Kip heeft een eigen stichting in Tilburg waar hij mensen met een beperking in contact brengt met basketbal (rolstoelbasketbal of regulier basketbal) op een aangepaste en leuke manier. Hij begeleidt sporters en is gespecialiseerd in het laten kennismaken met basketbal vanuit de eigen kracht en mogelijkheden van het individu. Vandaar de naam Stichting Speciale Sporten (www.speciale-sporten.nl). Plezier hebben staat centraal bij ons Samen met de spelers hadden we een belangrijk doel: plezier hebben in alles wat gerelateerd is aan rolstoelbasketbal. Plezier staat centraal bij alles wat we gezamenlijk doen: trainen, wedstrijden spelen maar ook een drankje doen met elkaar na de training in de kantine. Samengevat: “mensen met een beperking sport laten beleven als een manier om met name plezier en successen te beleven en wellicht nog belangrijker extra sociaal contact met de maatschappij.” Afgelopen 2 seizoenen (2012 - 2013 en 2013 - 2014) zijn we 2 keer kampioen geworden van Toernooidivisie B. Dit seizoen gaan we in de Toernooidivisie A spelen. Toernooidivisie A is de een na hoogste rolstoelbasketbalcompetitie in Nederland. Trainen rolstoelbasketbalteam is anders Een half jaar heb ik samen met Ernie Kip het rolstoelbasketbalteam getraind en gecoacht. Daarna moest Ernie door privé omstandigheden noodgedwongen stoppen met trainen en coachen van het team. Vanaf september 2010 had ik de volledige verantwoordelijkheid over het gehele team. Zelf had ik ervaring met het trainen van reguliere jeugdbasketbalteams, maar een ding is 100% zeker: het trainen en coachen van een rolstoelbasketbalteam is totaal anders. Na 6 maanden moest ik een team van ongeveer 12 spelers iedere donderdagavond trainen en coachen. Sportstimulering en participatie Naast alle basketbaltechnisch en coachingsaspecten zijn er andere aspecten die dit vrijwilligerswerk nog interessanter maakt. Onder anderen de oprechte waardering voor je werk die je van ieder speler krijgt. Ieder speler heeft een ‘eigen rugtas’ waar je mee moet leren omgaan. Want het zijn spelers die bijvoorbeeld nog bezig zijn met hun acceptatieproces na een zwaar auto-ongeluk, mislukte operatie of die simpelweg weer actief willen zijn met rolstoelbasketbal. Huidige situatie en toekomstige situatie Naarmate er sportieve successen werden geboekt en het kader wordt uitgebreid met een extra rolstoelbasketbalteam, werd het ook het moment om meer kennis en expertise binnen te halen. Afgelopen twee seizoenen ben ik bij het rolstoelbasketbalteam geassisteerd door Alan Fornerino. Hij is ook een Curaçaoënaar met ongeveer 30 jaar trainer/coachervaring en meer dan 15 jaar basketbal scheidsrechterervaring. Samen met hem vormen we een zogeheten ‘dynamic duo’ waarbij we op basis van taakverdeling zo effectief mogelijk onze doelstellingen willen halen. Komend seizoen is de doelstelling om de play-offs in Toernooi divisie A te halen. Het zal prettig zijn om een keer de opgedane ervaring in rolstoelbasketbal te delen in de vorm van een clinic op Curaçao. Maar voor nu zal het op z’n plaats zijn om voor rolstoelbasketbal meer naamsbekendheid te creëren op landelijk niveau maar ook regionaal. Steun ons door onze Facebookpagina te liken: https://www.facebook.com/RolstoelbasketbalBlackEagles
Door redactie op woensdag 5 november 2014
Elk jaar vertrekken rond de 500 jongeren na hun eindexamen uit Curaçao om in het buitenland een studie te volgen. De meeste jongeren willen daarna graag terug naar Curaçao om hun steentje bij te dragen. Maar het vinden van een baan is een struikelblok. Dat blijkt uit onderzoek van het ministerie van Sociale Ontwikkeling, Arbeid en Welzijn. Marvin Madera kan daarover meepraten. Hij vertelt over zijn terugkeer naar Curaçao. Na de afronding van mijn studie besloot ik terug te keren naar Curaçao. Ik was enthousiast om zo spoedig mogelijk mijn bijdrage te leveren aan de ontwikkelingen van mijn eiland. Zes maanden later zit ik nog steeds zonder werk, terwijl mij nog steeds wordt gezegd dat er vacatures openstaan. Hoe is dit mogelijk? Wat mij werd verteld Sinds mijn studentenperiode had ik af en toe mensen horen praten over de knelpunten van remigratie. Zo had ik een alleenstaande moeder gesproken die twee jaar lang probeerde te remigreren. Deze vrouw vertelde dat ze op haar mails en sollicitatiebrieven geen reactie kreeg. Een andere man vertelde mij dat hij met zijn familie naar Curaçao ging nadat hem werd verteld dat hij aangenomen was. Echter, toen hij daar arriveerde, bleek dat de vacature niet meer bestond. Uitzondering of regel? Ik heb meer van dit soort verhalen gehoord, maar dacht altijd bij mezelf dat dit uitzonderlijke gevallen waren. Van mensen die op Curaçao wonen had ik namelijk gehoord dat er verschillende vacatures openstonden. Ook heb ik vaak Curaçaose politici in de media horen klagen dat er een grote vraag is naar de expertise van Curaçaoënaars in Nederland, maar dat dezen niet terugkeerden. Mijn ervaring Sinds maart ben ik bezig met solliciteren. Mijn sollicitatiebrieven werden niet of niet binnen een redelijke termijn behandeld, per telefoon kreeg ik misleidende informatie over de sollicitatieprocedure, en bij één organisatie waren ze zelfs mijn CV en motivatiebrief kwijt. Bellen naar informatie werd door sommige organisaties gezien als lastig. Telefonisten vertikten soms om mij door te verbinden met de bevoegde personen. Demotiverend Ik ben vol ambitie en enthousiasme geremigreerd naar mijn eiland. Het is daarom ontzettend demotiverend als je dit soort dingen moet meemaken. Ik adviseer andere studenten dus ook om op te passen als ze hier komen. Ik vind het niet prettig dat ik negatief moet praten over mijn eiland, maar ik ga mijn medestudenten ook geen misleidende informatie geven in de naam van vaderlandsliefde. Gevolgen voor Curaçao Er zijn meer dan voldoende professionals met Curaçaose roots die het eiland vooruit kunnen helpen. Dit is echter moeilijk te realiseren als het systeem deze professionals afstoot. De tijd om deze kwestie aan te pakken en op te lossen is nu. Anders zal het eiland mensen blijven verliezen. De naam van Marvin is om privacy-redenen gefingeerd.
Door redactie op woensdag 22 oktober 2014
In Oisterwijk, gemeente Brabant, is een straat vernoemd naar Boy Ecury. Boy Ecury was een Arubaanse verzetsstrijder in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij gaf zijn leven voor de vrijheid van Nederlanders. Segundo Jorge Adelberto (Boy) Ecury wordt op 23 april 1922 geboren op Aruba als zevende van dertien kinderen. Ecury komt uit een katholiek gezin van de welgestelde zakenman Dundun Ecury en heeft een gelukkige jeugd. Naar Nederland Na de middelbare schooltijd op Aruba wordt Boy in 1937 door zijn vader naar Nederland gestuurd voor verdere studie. Op de Brabantse kostschool krijgt Boy het als enige zwarte jongen zwaar te verduren. Hij groeit uit tot een eigenzinnige jongen met een sterk verlangen naar rechtvaardigheid. Hij haalt een handelsdiploma op het St. Louis Instituut in Oudenbosch. Verzetsactiviteiten in het Papiaments Dan breekt de oorlog uit. Boy's verzet tegen het onrecht om hem heen groeit. Aanvankelijk pest hij de Duitsers op vrij onschuldige wijze. Langzaam maar zeker wordt zijn verzet echter serieuzer. Hij stelt zich fel en provocerend op jegens de bezetter. Dit leidt ertoe dat hij vanaf het begin van de oorlog actief is in het verzet. Eerst samen met zijn beste vriend, Luis de Lannoy, een medestudent uit Curaçao. Later voegt ook Delfincio Navarro zich bij hen. Ze communiceren in het Papiaments via brieven. Samen plegen ze aanslagen op met brandbommen volgeladen Duitse vrachtauto's, en laten ze treinen ontsporen. Ook helpen ze onderduikers en brengen Geallieerde piloten in Tilburg in veiligheid. Onderduiken In 1942 moet Ecury weg uit Tilburg omdat het te gevaarlijk voor hem wordt. Hij duikt onder op verschillende adressen in Oisterwijk, Delft en Rotterdam. Ook sluit hij zich aan bij een verzetsgroep in Oisterwijk. Als zijn vriend De Lannoy na verraad op 10 februari wordt gearresteerd, doet Boy een poging om hem uit de gevangenis in Utrecht te bevrijden. Maar dat mislukt. Hierna begint Ecury met zijn donkere uiterlijk ook in Oisterwijk te veel op te vallen. Hij sluit zich eind 1944 aan bij de Knokploegen in Den Haag waar hij acties voorbereidt en pleegt, waaronder een liquidatie op een lid van de NSB. Arrestatie en executie Op zondag 5 november 1944, nadat hij de hoogmis in de H. Elisabethparochie bezocht, wordt Boy Ecury in Rotterdam gearresteerd. Hij is verraden door een bekende, Kees Bitter. Hij wordt overgebracht naar de gevangenis het Oranjehotel in Scheveningen. Ecury wordt op 6 november 1944 op de Waalsdorpervlakte gefusilleerd. Hij sterft met een glimlach op de lippen. In 1947 is zijn stoffelijk overschot met militaire eer op Aruba herbegraven. Film en boek Cineast Ted Schouten, een neef van Ecury, maakt begin jaren tachtig voor TeleAruba een televisiedocumentaire over zijn leven. Dankzij de film krijgt Ecury in 1984 postuum het Verzetsherdenkingskruis.  Daarna schrijft Schouten een boek dat in 1985 verschijnt en in 2000 door de Arubaanse regering is heruitgegeven: ‘Boy Ecury, een Antilliaanse jongen in het verzet’. In 2003 maakt cineast Frans Weisz met medewerking van Ted Schouten een film over het leven van Ecury. In het weekend van 25 en 26 oktober viert Oisterwijk 70 jaar bevrijding. Bij die 70 jaar vrijheid past het daarom stil te staan bij het leven van Boy Ecury.
Door redactie op woensdag 15 oktober 2014
Op Facebook is een groep die ‘You Know You've Lived in Curacao if...’ heet. Op deze pagina delen mensen die op Curaçao wonen of woonden hun herinneringen. De pagina heeft al meer dan 10.000 deelnemers. Zowel ‘yiu di korsou’ als makamba’s. Ik ben zo’n makamba uit Tilburg die graag de foto’s en berichtjes op deze Facebook-pagina bekijkt. Meestal gaat het over alledaagse dingetjes: Ken je de mensen die op deze foto staan? Waar kun je in Nederland pastèchi kopen? Wie is ook geboren of bevallen in de kraamkliniek op Rio Canario? Soms barsten er opeens politieke discussies los, waarbij het er fel aan toe kan gaan. Een vriend (wél yiu di korsou) vroeg me waarom ik me zo betrokken voel bij Curaçao. Ik kon hem niet goed antwoord geven. Ik bracht een groot deel van mijn jeugd op Curaçao door. Een heerlijke tijd. Als 15-jarige net terug in Nederland lachten ze me op de nieuwe school uit om mijn rare accent. Het koste het me jaren om te wennen aan Nederland. Maar toen ik eenmaal weer geaard was, verwaterde mijn band met Curaçao. Pas in 2010, ik was er 19 jaar niet meer geweest, ging ik er weer naartoe. Samen met een vriendin met wie ik op Curaçao op de middelbare school had gezeten. We logeerden bij een derde vriendin die er nog woont. Het was net de week van orkaan Thomas. Het stormde, stortregende en onweerde en de stroom viel uit. Toch voelde ik me weer helemaal thuis. En dat gevoel herhaalde zich in 2012 en begin dit jaar, toen ik weer naar Curaçao ging. Als ik vanuit het vliegtuig het eiland al zie liggen, ben ik zo blij. En ik pijnig mijn hersens: waarom is dat zo? Is het de zon die nergens zo voelt als daar? Zijn het de mensen die zo vertrouwd zijn? Is het de natuur van Banda Bou die ik zo prachtig vind? Of is het minder poëtisch en voelt ieder mens zich gewoon fijn op de plek waar hij of zij is opgegroeid? En had ik dezelfde gevoelens gehad voor de Veluwe of voor Maastricht als ik daar mijn jeugd had doorgebracht? Ik weet het niet. Ik weet wel dat in ieder geval 10.000 mensen in de Facebook-groep mijn positieve gevoelens voor Curaçao delen. En die mensen zijn ook allemaal realistisch: ze weten dat het niet altijd rozengeur en maneschijn is op Curaçao, en dat er veel problemen zijn. Maar zou het niet mooi zijn als we met z’n 10.000 met al die liefde iets voor Curaçao kunnen betekenen? Hoe? Tja… daar moet ik nog over nadenken. Wie het weet mag het zeggen! Marjan van Wijngaarden         
Door redactie op woensdag 8 oktober 2014
Dr. A.G. ( Mito) Croes is in Paleis Noordeinde in Den Haag ten overstaan van koning Willem Alexander ingezworen als lid van de Raad van State. Croes vervangt mr. Hubert Maduro die vanwege het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd per 1 april vertrok bij de raad. Mito Croes (68 jaar) is geboren en getogen op Aruba. Kabinet Eman II van Aruba droeg hem voor de functie voor vanwege zijn lange staat van dienst en rijke ervaring op het gebied van constitutionele aangelegenheden en wetgeving. Lange carrière Croes heeft een lange carrière achter de rug, onder meer op het gebied van wetgeving en staatsrecht. Hij is Statenlid geweest van de Nederlandse Antillen, minister van de Nederlandse Antillen, minister van Welzijnszaken van Aruba, Gevolmachtigd minister van Aruba in Nederland en wetenschappelijk hoofdmedewerker Staats- en Bestuursrecht aan de Universiteit van de Nederlandse Antillen. Ook was hij kandidaat voor het CDA bij de Europese Verkiezingen in 2009. Opleiding in Tilburg Croes studeerde rechten aan de Katholieke Hogeschool in Tilburg. In 2006 promoveerde hij aan de Universiteit van Tilburg op het proefschrift over de staatkundige verhouding tussen Nederland en de Antillen met de titel: “De herdefiniëring van het Koninkrijk “. Ook heeft hij een dertig wetenschappelijke publicaties op zijn naam staan. Voorzitter van SAT In zijn studententijd in Tilburg was Croes ook enkele jaren voorzitter en bestuurslid van de Tilburgse Antilliaanse Kring (TAK), de voorganger van de vereniging Sirkulo Antiyano Tilburg (SAT). Het is mooi om te zien hoe belangrijk TAK/SAT is geweest in de vorming van velen die later een sleutelpositie zijn gaan innemen in de maatschappij. Advies over wetgeving De Raad van State van het Koninkrijk vergadert eens per maand en geeft advies over wetgeving aan regering en parlement en spreekt recht in bestuursrechtelijke geschillen. Bijzonder trost en masha pabien De redactie van BAAT013.nl is trots op de benoeming van Mito Croes tot lid van de Raad van State van het Koninkrijk voor Aruba. Wij feliciteren hem met zijn aanstelling en wensen hem heel veel succes in zijn nieuwe rol en functie.
Door redactie op woensdag 1 oktober 2014
Het zat er al een tijdje aan te komen en nu is het zover. Per 1 oktober sluit Sírkulo Antiyano Tilburg (SAT) haar contact- en ontmoetingscentrum aan de Goirkestraat in Tilburg. Afgelopen zaterdag was er een ‘Ayo Goodbye Party’. Roy Pieters, een van de bestuursleden van SAT, benadrukt dat het gebouw aan de Goirkestraat dicht gaat, maar dat SAT als vereniging niet opgeheven wordt. Twee jaar geleden trok de gemeente Tilburg haar huisvestingssubsidie in. Deze subsidie maakte het SAT mogelijk om er een eigen verenigingslocatie op na te houden. Met het intrekken van de subsidie kwam het voortbestaan van de ontmoetingsplek op losse schroeven te staan. Door de vasthoudendheid van een paar actieve en betrokken Antilliaanse en Arubaanse vrijwilligers kon het SAT-gebouw na intrekking van de subsidie toch open blijven. Maar nu valt het doek dan definitief. De reden: de benodigde financiële middelen om de exploitatie van een eigen ontmoetingscentrum te betalen, kunnen toch niet opgebracht worden. Dream or Donate mislukt Een initiatief van het bestuur om kopstukken uit de Antilliaanse gemeenschap in Tilburg en ‘Captains of Industries’ op de Antillen die ooit in Tilburg gestudeerd hebben om een donatie te vragen, had niet het beoogde effect. Volgens de website ‘dreamordonate.com’, heeft een laatste oproep aan mensen die SAT een warm hart toedragen om een bedrag te doneren om de achterstallige huisvestingskosten te betalen slechts € 90,00 opgeleverd, terwijl er minimaal € 15.000,00 nodig was. Geen rust- en ankerpunt meer? Het SAT-gebouw is in de jaren zeventig in gebruik genomen. Dit was een tijdperk waarin de Antillianen en Arubanen in Tilburg een hechte gemeenschap met een hoge sociale cohesie vormden (historie SAT deel 1 en deel 2). Jarenlang was het ontmoetingscentrum van SAT een rust- en ankerpunt waar je het ‘ver van huis gevoel’ kon delen en waar er een woonkamergevoel heerste waar je weer even de Antilliaanse en Arubaanse vibe kon voelen. Technologische ontwikkelingen De laatste decennia is dat veranderd, onder andere vanwege zowel sociaal maatschappelijke als technologische (internet, Facebook, Skype, Whatsapp, etc.) ontwikkelingen. Mensen kunnen gemakkelijk contact hebben en houden met het thuisfront. Daarnaast is er kennelijk onvoldoende geanticipeerd en gereageerd op de sociaal maatschappelijke veranderingen bij de Antilliaanse/ Arubaanse gemeenschap in Nederland en Tilburg in het bijzonder. Ziel en zaligheid Uiteraard zijn er binnen de Antilliaanse gemeenschap mensen die het jammer vinden dat de ontmoetingsplek verdwijnt. Er zijn mensen die tot op het laatste moment met hun hele ziel en zaligheid geknokt hebben voor het behoud van SAT-gebouw. Daar tegenover staan er ook velen die aangeven totaal geen binding te hebben met SAT en het SAT-gebouw in de Goirkestraat. Geen binding meer Een korte ronde en navraag bij verschillende Antillianen en Arubanen in Tilburg laat een eenduidig beeld zien. Er zijn mensen, met name uit de begin jaren van TAK/SAT, die zeggen dat ze het erg jammer vinden, maar tegelijkertijd zeggen dat ze al jaren geen binding meer hebben met SAT als vereniging. Er is ook een grote groep die vindt dat SAT een negatief imago heeft gekregen en dat zij zich niet associëren met SAT. Weer anderen zeggen de behoefte en de meerwaarde van een eigen ontmoetingsplek in de huidige vorm niet in te zien. Een vereniging voor alle Antillianen in Tilburg De toekomst van de vereniging SAT, die vorig jaar november haar 50-jarig bestaan vierde, is ongewis. Het bestuur zegt bij monde van Roy Pieters dat zij met een plan bezig zijn voor de doorstart van SAT als vereniging. Daarvoor hebben zij aangeklopt bij de prominenten uit Curaçao voor financiële raad en daad. Deze prominenten hebben wel een voorwaarde. SAT moet weer worden zoals vroeger: een vereniging voor alle Antillianen in Tilburg met leden. En SAT moet weer een binding hebben met Curaçao op sociaal, maatschappelijk, cultureel en politiek gebied. De vraag is en blijft: wie gaat SAT echt missen en hoe moet de nieuwe SAT er uit gaan zien om wel een solide en relevante positie te verwerven in de Antilliaans en Arubaanse Tilburgse gemeenschap?
Door redactie op woensdag 17 september 2014
Aletta Beaujon (1933-2001) werd op Curaçao geboren. Ze groeide daar op en bracht haar vakanties door op de familieplantage Slagbaai op Bonaire. De beroemde schrijver, Cola Debrot was haar oom en bezat diverse plantages, zoals Slagbaai. Beaujon refereert regelmatig in haar gedichten naar deze plantage. Debuut op jonge leeftijd Aletta Beaujon debuteerde in 1957,als jonge vrouw van begin twintig, met de bundel ‘Gedichten aan de Baai en elders’. Haar tweede bundel, ‘Poems while in Delos’, verscheen in 1959. Het was een reeks van veertien gedichten in het Engels. Zij schaarde zich direct onder de belangrijkste Antilliaanse dichters. Niet eerder gepubliceerd Aletta werkte jarenlang als psychologe op Aruba, waar zij in 2001 overleed. In de Openbare Bibliotheek van Den Haag werd onlangs een kantooragenda aangetroffen uit het jaar 1957. Hierin staan achtenzeventig gedichten die zij schreef gedurende haar verblijf in Griekenland in de zomer van dat jaar. Meer dan driekwart van deze gedichten werd niet eerder gepubliceerd. De schoonheid van blauw In 2009, verschijnen alle gedichten van Aletta Beaujon onder de titel ‘ De schoonheid van blauw’. ‘De schoonheid van blauw / The Beauty of Blue’  laat voor het eerst Aletta Beaujon zien zoals ze werkelijk was, een kwetsbare dichter die zich liefst in de dromen van haar gedichten verschool. Haar verzamelde gedichten vormen een schatkamer aan gedichten in het Nederlands, Engels en Papiaments. Juist door de toevoeging van de gedichten uit de rode kantooragenda en de verspreide gedichten kunnen we ons eindelijk een voorstelling maken van de wereld die Aletta Beaujon droomde. Slagbaai We hebben toen 's middags de zon wat minder fel werd gezwommen in zout helder water over rode riffen en wit zand Pas toen het avond werd zijn we ons gaan wassen onder de pomp tussen de twee huizen in de reeds koele passaat Wij zijn buiten gaan zitten Ons haar is nog vochtig van het water en de avondbries is strelend koel ongelooflijk zoet na de zoute hitte van de dag Ik voel mij als Orpheus in een delirium van heerlijkheid verheven zelfs boven de sterren lichtjaren verwijderd De zee ruist voortdurend in ritmische rijmen Zij heeft in de late middag het strand verkracht met geweldige golven van schuim en zand Als je beweegt knarst de stoel op de witte steentjes om het huis Wij begrijpen dit oneindig ogenblik van één zijn door onmeetbare tijden van zijn en worden Aletta Beaujon (1933-2001) uit: De schoonheid van blauw / The Beauty of Blue (2009)
Door redactie op woensdag 3 september 2014
Maristella Martis schreef samen met haar moeder en man het boek ’Amor pa grandinan’. De moeder van Maristella is Mildred Straker. Ook zij schreef een boek: ‘Curaçao Antes’. Wat beweegt moeder en dochter om boeken te schrijven? Een portret van twee veelzijdige vrouwen. Vandaag deel 1: Mildred Straker. Volgende week het tweede deel: Maristella Martis. Mildred Straker is in 1940 op Curaçao geboren en opgegroeid op Groot Kwartier. “Een kind van de oorlog” zegt ze zelf. Ze komt uit een groot gezin, 11 kinderen. “Ik heb een leuke jeugd gehad. We speelden allerlei spelletjes op straat zoals telefon di bleki, kaatsenballen, bikkelen, hinkelen en touwtjes springen. Bij het touwtjes springen zongen we allerlei kinderversjes in het Nederlands. Zoals ‘Anna stond te wachten, te wachten op haar man’.” Nieuwsberichten lezen In 1958 ging Mildred werken bij Radio Hoyer. Ze heeft tot 1995 gewerkt. Zij moest eerst de telefoon bedienen, maar er was niet veel te doen. Dus ging Mildred nieuwsberichten die binnen kwamen lezen. “Ik las alles, want van school af hield ik van lezen.” Van 1995 tot 2005 werkte ze als omroepster bij een ander radiostation. Presenteren Kort daarna werd Mildred achter de microfoon gezet om het nieuws te presenteren. “Ik had helemaal geen ervaring. Maar ik deed het gewoon. En ik deed het goed. Ik kon het nieuws voorlezen in het Spaans, Engels, Nederlands en later in het Papiaments.” Mildred las niet alleen het nieuws maar ze deed ook de techniek. Typisch Mildred: dingen zelf doen. Tanchi Mildred In de jaren 70 presenteerde Mildred een kinderprogramma ‘Floresia Hubenil. Ze werd bekend als Tanchi Mildred. “Mensen spreken mij nog hier op aan”. Mildred had zin in een kinderprogramma en mocht zelf ook het programma helemaal inrichten. “Ik ging naar Horacio Hoyer, de oprichter van het radiostation, en zei tegen hem: Geef mij een kwartier van het pianoprogramma en dan maak ik een kinderprogramma.” En dat gebeurde. Het kwartiertje werd binnen korte tijd twee uur. Tijdschriften Mildred produceerde ook tijdschriften voor de jeugd en ook voor ouderen. Esaki ta mi tera In de jaren 80 kreeg Mildred een weer ander idee. Ze wilde iets cultureels gaan doen. Ze maakte het programma ‘Esaki ta mi tera.’ Het programma gaat over de geschiedenis van Curaçao van de 18e tot en met de 20ste eeuw en over verhalen van populaire schrijvers. Weer produceerde en presenteerde zij zelf het programma. Naar Nederland In 2005 kwam Mildred naar Nederland voor een vakantie van 3 maanden. Haar 3 kinderen woonden inmiddels al in Nederland. Mildred besloot te blijven. In het begin had ze wel heimwee maar daarna ging het prima. Want, zegt Mildred, “Ik kan doen waar ik zin in heb. In 2006 maakte ik via mijn zus kennis met Antaru 55+, een club voor senioren in Tilburg. Het is even gezellig als op Curaçao. Via Antaru55+ ben ik in aanraking gekomen met het Koor Kleurrijke Mama’s in Tilburg. En ik zing ook nog steeds af en toen mariachi liedjes.” Boek: Curaçao di antes Al het materiaal van het programma ‘Esaki ta mi tera’ heeft Mildred meegenomen naar Nederland. Omdat Mildred niet stil kan zitten heeft zij van dit materiaal een boek gemaakt: ‘Curaçao di antes’. ”Ik wilde een boek. Ik had niks te doen en ik had prachtig materiaal in mijn bezit. Ik heb het allemaal zelf geschreven en geproduceerd.” Het boek werd voornamelijk op Curaçao en onder Curaçaoënaars in Nederland verkocht. Het boek is in het Papiaments want anders “e saus ta kita.” Meer informatie Het boek is jammer genoeg niet meer verkrijgbaar.
Door Carmon op dinsdag 26 augustus 2014
In het Caribisch gebied kun je lekker eten. Maar wist u dat veel van die gerechten hun oorsprong vinden in de slaventijd? Die gerechten worden ‘food of slavery’ genoemd. Delilah Eugenio weet alles over deze bijzondere keuken. Ze vertelt erover in dit artikel. En nodigt u uit om zelf te komen proeven. De benaming ‘food of slavery’ is te danken aan het verleden, toen er voor de armen en slaven weinig middelen ter beschikking waren. Deze eetgewoontes hebben velen van onze voorouders de kracht gegeven om zware werkzaamheden te verrichten, vele kilometers af te leggen en tóch gezond te blijven. Door met de beschikbare middelen te experimenteren, creëerde men de meest merkwaardige en geweldige gerechten die tot op de dag van vandaag aangeduid worden als armengerechten (kuminda di hende pober), terwijl ze heel voedzaam waren. De kunst was om met weinig middelen toch een gezin van 10 tot 12 personen te voeden. Het ontstaan van tutu Men wist van producten zoals maïsmeel de lekkerste pap of funchi te maken (polenta, maismeelkoek). Van rijst werd papa di aros (rijstepap) gemaakt, en van bonen heerlijke bonensoepjes. Later verzon men allerlei nieuwe gerechten om wat meer variatie te krijgen. Zo ontstond onze ’tutu’, een mengsel gemaakt van kidneybonensoep (bonchi kora / bonchi wowo pretu) en funchi. En ook tutu di sebu (funchi gemengd met varkensbuikvet). Dit gerecht was zo voedzaam dat men een hele werkdag niks meer hoefde te eten. De veelzijdige funchi Funchi werd in combinatie met vele bijgerechten gegeten zoals giambo (okersoep), cadushi (cactussoep) en guarapa di tamarijn (tamarindesoep). Het lekkerste was natuurlijk wanneer de funchi daags daarna in schijven werd gesneden, lekker in olie gebakken en met zout werd bestrooid: funchi hasa (Tacos). Kinderen kregen vaak funchi hasa in plaats van boterhammen mee naar school. Zat men écht op zwart zaad (tempi berans), dan kreeg je funchi ku manteka (boter), suku (suiker), kalmeki (karnemelk), lechi (melk), sardienchi/piska/bokkel (sardientjes, vis, bokking), spam (lunchmeet) of cornedbeef voorgeschoteld. De reskoek Een ander gerecht dat met weinig middelen toch voedzaam was, was de reskoek (pannenkoeken), gemaakt van meel, een snufje zout /suiker, water of melk en indien mogelijk kaneel en rozijnen. Men maakte het beslag zo dik dat je een voldaan gevoel kreeg na het eten van 1 of 2 stuks. Bekende variaties zijn: reskoek di aros (pannenkoek met rijst), reskoek of repa di pampuna (pompoen pannenkoek), reskoek di bakoba (bananen pannenkoek) en reskoek ku keshi (kaas pannenkoek). Dranken Verfrissende limonadesiroop maakte men van de tamarinde of limoenvrucht, gekookt in water met bruine suiker. Kruidenthee werd getrokken van verschillende kruidenbladeren zoals oregano, limoengras (citroengras), sorsaka (zuurzak), tamarijn (Tamarinde). In mijn voorraadkast ontbreken nooit een zak funchi, blikjes lunchmeet, sardientjes, saucijsjes of cornedbeef. Want je weet nooit wanneer er een crisis uitbreekt! Wilt u de oorspronkelijke gerechten uit het Caribisch gebied zelf ook proeven? Mi Tayó (Mijn Bordje) nodigt u uit om op 29 augustus te komen genieten van de pure eenvoud van eten dat door de eeuwen heen de grootste rijkdom van het Caribisch gebied vormt. Dit wordt georganiseerd ter gelegenheid van de nationale ‘Dia di Tula’ op Curaçao op 17 augustus. Tula was aanvoerder van de grote Curaçaose slavenopstand van 1795. Datum: 29 augustus Tijd: 18:30 – 22:00 uur Prijs: € 10,- Locatie: Wijkcentrum De Poorten, Hasseltstraat 194, Tilburg Kaartverkoop:  06 – 24439579 Delilah Eugenio