Door redactie op woensdag 3 juni 2015
Op 1 juni 2012 is baat013.nl live gegaan. Drie jaar later heeft baat013.nl een solide positie verworven als informatiebron voor iedereen die op een andere manier met de Antillen of Aruba te maken heeft. De uitgangspunten van de site zijn de afgelopen jaren wel wat gewijzigd. Eerst was de rol en functie van Baat013 die van ‘beraad’. Later ging Baat013 door als communicatie- en mediaplatform. Ook de doelstelling werd aangescherpt: door een Antilliaanse bril mensen informeren over nieuws, cultuur en politiek. Over mensen De lezers van de website zagen in die drie jaar artikelen verschijnen over politiek, cultuur, nieuws, sport en verhalen van de eilanden. Maar in het laatste jaar verschijnen er meer artikelen over mensen. Wat doen zij en wat houdt hun bezig? Hieronder een overzicht van het laatste jaar: Delilah Eugenio weet alles over Food of Slavery Mildred Straker vertelt haar verhaal Maristella Martes portretteert ouderen Marjan van Wijngaarden houdt van Curacao Marvin Madera gaat terug naar Curaçao John Bernabela actief in het rolstoelbasketbal Elmus Da Costa Gomez en Tumbafestival 2015 Hermien Visscher en Marc Oldeman hebben een wijngaard op Curaçao Ireno Baranco en zijn gedachten Rose-Marie van Abeelen en Mariëta Emers krijgen een Koninklijke onderscheiding Gabi Ras en Chandni Dwarkasing doen aan slacklinen We horen graag jouw verhaal Heb jij ook je eigen verhaal of een onderwerp dat je met baat013.nl wilt delen? Neem contact met ons op!
Door Carmon op woensdag 20 mei 2015
In 2009 werd de Lionfish voor het eerst in de zee rond Curaçao gespot. Sindsdien is hij niet meer weg te denken. De vis heeft hier geen natuurlijke vijanden en eet de zee leeg. Hoe staat het nu mee en richt de vis nog steeds grote schade aan? De Lionfish is een prachtige vis om te zien. Het zijn gewilde aquariumvissen. Het verhaal gaat dat in 1992 tijdens een orkaan in Florida een aquarium werd verwoest en zes vissen in zee zijn beland. Deze zes zouden zich hebben voortgeplant tot de huidige plaag in de Caribische Zee. Want de Lionfish komt normaal helemaal niet voor in de Caribische wateren. Ze komen oorspronkelijk uit de South Pacific en de Indische Oceaan. Wat zijn de kenmerken van de Lionfish? het is één van de meest giftige vissen in de oceaan een steek bij een mens zorgt voor flink wat pijn, overgeven en moeite met ademen (over het algemeen niet dodelijk) ze planten zich voort als konijnen ze eten bijna alles dat in hun mond past (dus ook andere vissen) ze zijn nieuwkomers rondom Curaçao, dus andere vissen hebben geen idee dat de vis gevaarlijk is ze hebben geen echte natuurlijke vijanden Uitroeien gaat niet Echt uitroeien van de Lionfish lukt niet. Dus heeft men op Curaçao gekozen om op de vis te jagen. Duikers begonnen met het vangen van de Lionfish om het aantal te verminderen. Dagelijks gaan duikers van onder andere het Lionfish Elimination Team en Lionfish Scuba Dive Experience erop uit en vangen er soms wel meer dan 200 per dag. Per eind april zijn er 38.279 vissen gevangen. Vangen helpt Het vangen van de Lionfish werkt goed. Er zijn minder vissen rond Curaçao dan een paar jaar geleden. Op de plekken waar niet wordt gedoken zoals de Noordkust en op grotere diepte zit nog wel Lionfish, maar in ondiepe wateren zijn de meeste gevangen. Blijven vangen Toch kunnen de duikers niet stoppen met vangen. Door het vangen daalt de populatie maar verdwijnt de vis niet. Dus blijft het vangen noodzakelijk. Stoppen met vangen betekent dat de zee binnen enkele maanden weer vol zit. Een andere oplossing: opeten Een andere oplossing is dat we de vis opeten. De vis smaakt heerlijk en staat al bij veel restaurants op Curaçao op de menukaart. De vangst wordt niet weggegooid maar verkocht aan restaurants. Dus: hoe meer Lionfish we eten, hoe meer er wordt gevangen...
Door redactie op woensdag 13 mei 2015
In april presenteerde het Centraal Bureau voor de statistiek (CBS) nieuwe cijfers voor Caribisch Nederland. Met Caribisch Nederland worden Bonaire, Saba en Sint Eustatius bedoeld. Deze eilanden zijn sinds 10 oktober 2010 een deelgemeente van Nederland. De cijfers gaan onder meer over de leeftijd waarop moeders kinderen krijgen, het aantal tienergeboorten en de samenstelling van het huishouden. Leeftijd van de moeder bij geboorte Vrouwen in Caribisch Nederland worden met gemiddeld 25,2 jaar moeder. Vrouwen van Antilliaans/Arubaanse herkomst in Nederland worden met gemiddeld 25,9 jaar voor het eerst moeder. Vrouwen in Europees Nederland zijn gemiddeld 29,4 jaar wanneer ze voor het eerst moeder worden. Aantal tienergeboorten Het aantal tienergeboorten in Caribisch Nederland bedraagt 10 procent. Dat wijkt flink af van de rest van Nederland (1,3 procent). Vrouwen van Antilliaanse/Arubaanse herkomst in Nederland (6,8 procent ) zitten daar tussenin. Het aantal tienergeboorten onder vrouwen van Antilliaanse/Arubaanse herkomst in Nederland past zich geleidelijk aan, aan dat van alle vrouwen in Nederland. Eenoudergezin 38 procent van de kinderen die in 2012 in Caribisch Nederland werden geboren, kwam terecht in een eenoudergezinnen, vaak een alleenstaande moeder. Van de geboren kinderen in Nederland met een moeder van Antilliaanse/Arubaanse herkomst groeit 37 procent in een eenoudergezin op. Voor Nederland in totaal is dit aandeel veel lager namelijk 8 procent. Ongehuwd paar Verder valt op dat ongehuwd ouderschap voor vrouwen van Antilliaanse/Arubaanse herkomst (in Nederland) en voor alle vrouwen in Nederland nagenoeg overeenkomt, met ongeveer 30 procent. In Caribisch Nederland wordt slechts 15 procent van de kinderen geboren bij een ongehuwd stel. Gehuwd paar 38 procent van de kinderen in Caribisch Nederland groeit op bij een gehuwd paar. Van de baby’s in Nederland met een moeder van Antilliaanse/Arubaanse herkomst groeit 24 procent bij een gehuwd paar. Bij alle vrouwen in Nederland is het aandeel het hoogst: 56 procent. Overige huishouden Onder vrouwen in Caribisch Nederland komen andere vormen van huishoudens vaker voor dan onder vrouwen in Nederland totaal. Dat is ook zo onder vrouwen van Antilliaanse/Arubaanse herkomst. Het gaat dan vaak om een moeder en haar pasgeborene die inwonen bij de ouders (of de moeder) van de moeder.
Door Carmine Palm op woensdag 6 mei 2015
Prinses Beatrix heeft op Curaçao op 2 mei de tentoonstelling ‘Guera na Kòrsou’, oorlog op Curaçao, geopend. Met de expositie wil het eiland aandacht vragen voor haar rol tijdens de Tweede Wereldoorlog. Curaçao was vooral van belang door de levering van brandstof aan de geallieerden. De rol van Curaçao in de Tweede Wereldoorlog is niet bekend bij iedereen. Zelf weet ik van mijn moeder dat haar vader stuurman was op een olietanker. De tanker voer van Venezuela naar Curaçao. Mijn oma was altijd heel blij als opa weer thuis was want de tocht was heel gevaarlijk. En mijn vader vertelde dat ’s nachts de ramen geblindeerd werden zodat de Duitse onderzeeërs het eiland niet konden lokaliseren. Olie uit Venezuela Voor de olie, die uit het Venezolaanse meer van Maracaibo werd gewonnen, hadden de oliemaatschappijen havens en opslagplaatsen nodig. Venezuela en de oliemaatschappijen kozen voor Aruba en Curaçao vanwege de goede havens en politieke rust. En zo vestigde zich in 1918 De Koninklijke Olie Petroleum Maatschappij(KNPM)/Shell op Curaçao. Het kreeg de naam van de plek, het schiereiland Isla aan de haven van Willemstad. Olie en de geallieerde troepen Doordat Curaçao deze olieraffinaderij had, speelde het een speciale rol tijdens de oorlog. De raffinaderij voorzag in de olie- en kerosinebehoeften van de Engelse, de Franse en de Amerikaanse vliegtuigen. De raffinaderij leverde een groot aandeel in de brandstofvoorziening voor de legers van de geallieerden en was daarom strategisch van grote waarde. Gevaar op het water Er werd op Curaçao en op Aruba niet gevochten, maar de wateren rondom de eilanden waren zeer gevaarlijk. Duitse onderzeeërs loerden met hun torpedo's op olietankers op zee. Ze hielden de haven van Willemstad ook goed in de gaten. Stoppen olieproductie De Nederlandse regering was tijdens de oorlog in ballingschap. De overzeese eilanden moesten zich tot de bevrijding zelf redden. Daarom werd Curaçao eerst door de Engelsen en later door de Amerikanen bezet om het eiland te verdedigen tegen de Duitsers. De Amerikanen hadden in die tijd 1400 man op Curaçao gestationeerd om de raffinaderij en het eiland te bewaken. Niet onnodig want de Duitsers probeerden met van duikboten gelanceerde torpedo's de olieproductie te stoppen. Schutters Curaçao zelf had onder de eigen bevolking 3000 'schutters' gerekruteerd. Mannen die met veel animo en toewijding het eiland veilig hebben weten te houden. Curaçao is in de oorlogsjaren door zijn bewoners met succes verdedigd en de raffinaderij draaide op volle toeren, waardoor brandstof kon worden geleverd aan de geallieerden. Curaçao in het donker Ruim drie jaar lang moesten de inwoners van Curaçao tussen 18.00 uur en 06.00 uur hun lichten uit laten of hun huis lichtdicht blinderen. Na 21:00 uur mocht er geen lampje meer branden. Overal hingen zwarte kleden voor de ramen en zelfs voor de autolampen werden zwarte doeken geplakt. Je zag helemaal niets meer en hoorde vaak urenlang het geluid van de laagvliegende gevechtsvliegtuigen. Het is de Duitsers nooit gelukt om Curaçao, of buureiland Aruba waar ook een raffinaderij was, te benaderen of te beschadigen. Meer weten? In Het Curaçaos Museum in Willemstad is tot en met 12 juli de tentoonstelling te zien. Voor meer informatie klik hier. Carmine Palm
Door redactie op woensdag 22 april 2015
Terwijl carnaval in Nederland al even achter de rug is, viert St. Maarten deze weken dit spetterende feest. Van 16 april tot en met 5 mei is Caribbean Carnaval op het eiland, het kleurrijkste carnaval van de regio. Carnaval is het vrolijkste feest van het jaar op Sint-Maarten. De hele bevolking feest mee en geniet van de optredens, parades en muziekspektakels. Het carnaval op St. Maarten is uitgegroeid tot het meest spectaculaire en kleurrijke festival van het eiland en omstreken. Het wordt jaarlijks georganiseerd door ‘St. Maarten Carnival Development Foundation’ dat maandenlang intensief bezig is met de voorbereidingen. Tijdens deze dagen bruist het eiland van de spectaculaire shows, prachtige Jump-up parades en swingende feesten, harde drums, kostuums vol glitters en veren, cocktails en heel veel vrolijke mensen. Waarom carnaval in april? Het carnaval op St. Maarten is ontstaan als festiviteit rondom Koninginnedag. In 1969 stelde de regering van St. Maarten het Oranje comité op, met als doel Koninginnedag te organiseren. Twee leden van het Oranje comité kregen de opdracht informatie te verzamelen over het carnavalsfestival op het naburige eilandje St. Thomas . Met behulp van deze informatie en een bescheiden budget werd destijds rondom Koninginnedag het eerste carnaval op St. Maarten georganiseerd. Twee keer Carnaval Op het eiland dat door twee landen geregeerd wordt, wordt twee keer carnaval gevierd. In het Franse deel viert men het carnaval in februari en in het Nederlandse deel midden april-begin mei. En voor toeristen valt het carnaval tijdens het laag-seizoen en vindt men vaak betaalbare tickets naar St. Maarten. Carnival Village Elk jaar wordt speciaal voor het carnaval een ‘Carnival Village’ gebouwd bij de hoofdstad Philipsburg. Dit feestterrein ter grootte van een voetbalveld vormt het hart van de festiviteiten en themafeesten. Op het grote podium zie je de meest spectaculaire shows. Rondom het terrein kun je bij horecastandjes genieten van heerlijke Caribische gerechten en cocktails. Concerten en shows Gedurende het carnavalsseizoen wordt in de ‘Carnival Village’ genoten van grote shows en concerten. Concerten zoals ‘Flag Fest International Concert’, ‘Latin concert’ en ‘Zouk concert’. Tussendoor wordt op de andere dagen ook nog een ‘Junior Queen show’, ‘Miss Mature Pageant’ en ‘Youth Extravaganza’ gehouden. En uiteraard wordt op de ‘Senior Calypso Finals’ de nieuwe ‘roadmarch’ gekozen. Grote jump-up Na de ‘Senior Calypso Finales’ vertrekt een enorme mensenmassa vanuit de ‘Carnival Village’ met muziek door de straten van St. Maarten. Een aantal sound-trucks met de calypso-bands begeleiden dansende feestgangers tot het hoogtepunt van het feest dat tot lang na zonsopkomst duurt. Grote paradesAan het eind van de carnavalsperiode vinden de carnavalsparades en optochten plaats. Te beginnen met de ‘Junior Parade’ (Kindercarnaval) gevolgd door de ‘Grand Carnival Parade’ met praalwagens door de straten in en rondom Philipsburg Ook de calypso-muziek mag niet ontbreken. Om alles en iedereen in beweging te houden rijden sound-trucks met de ‘Grand Carnival Parade’ mee. Tussendoor wordt Koningsdag gevierd en het geheel wordt afgesloten met een ‘Closing Jump Up’ en het verbranden van de ‘King Momo’.
Door Carmon op woensdag 15 april 2015
Op 9 april is Ireno Baranco overleden. Hij is 98 jaar geworden. Ireno was de oudste Curaçaose inwoner van Tilburg. In 2012 verscheen een interview in het Papiaments met Baranco in het boek ‘Amor pa grandinan’. Het interview is geschreven door Mildred Straker. Hieronder een deel van het interview in het Papiaments. Wil je het hele interview lezen? Klik dan hier. Mi nòmber ta Ireno Juan Baranco. M’a nase 29 di òktober 1916. M’a bai St Jozefschool na Pietermaai tempu di fraternan di Tilburg. M’a kita dia m’a hasi 15 aña i m’a kuminsa traha; m’a bai siña pa mòntùr. Mi a kuminsá traha na aña ’45 na Garage Cordia pa Toyota, anto m’a keda traha ei te ku aña ’81. M’a traha 10 aña na Kòrsou pa mi mes, mòntùr, despues di ei na 1989 m’a bini Hulanda. Pregunta di Mildred: Awor Ireno a nase aña 1916, esei ta nifiká ku Ireno a pasa den e temporada di guera, segunda guera mundial. Ki Ireno por konta nos di e temporada ei? Kontesta: Temporada di guera mundial mi tabata biba na Pietermaai. E lugá ku nan ta yama Yoshi banda di botika Juliana bai aden. Anto segun mi ta tende tiru ku kosnan ei, m’a sali bai wak pafó, mi ta mira e bapor Van Kinsbergen supla bira bai aya banda, anto m’a mira laman a lanta haltu bai laria. Lugá ta un supmarino tabatin ei bou ku tabata tira riba e barkunan. Nan a tira riba un barku di zeta dal den su kustia, e barku a bai aden. Anto e di dos ku el a tira a subi riba Rif bai para. Pregunta di Mildred: Awor Ireno ta bibando na Hulanda, kon Ireno a yega na Hulanda? Kontesta: M’a yega Hulanda komo m’a stòp di traha. E muchanan tabat’ei, anto m’a bin Hulanda ku nan pa nan sigui studia. Pero mi kasá si a keda Kòrsou, anto na aña ’92 má manda busk’é. M’a pidi un kas promé, pero nan a bisami ku mi no por haña kas mesora ku mi tin ku warda. E ora ei m’a disidí di bai Kòrsou bèk. Ora m’a yega Kòrsou, mi yu a bisami ku m’a haña kas i e ora ei mi bini Hulanda bèk. Ora m’a yega mi a regla tur kos i denter dos siman m’a manda buska mi kasá. Nos a biba promé na Noord (Tilburg) despues nos a bin na West. M’a biba 11 aña na Tilburg. Pregunta di Mildred: Mi a komprondé ku Ireno a eksprensha algu ku ta manera un milager ku a pasa, dia ku Ireno a kai kap kabes? Kontesta: Sí, e ta manera un milager. Ta asina ku promé mi tabata sinti kurason. Ami ta un hende ku ta kere hopi den Kristu; Dios tei i mi ta kere hopi den Dios. Mi tabatin ku operá kurason, pasobra e hartklep no tabata bon. Dòkter di ku mi e edat ku mi tin ta poko difísil, pero ku ta ami mester sa. El a dunami remedi, píldora, pa mi bebe pa mi kurason. Anto nos tin un misa di misionero mundial di un pastora hende muhé. El a hasi orashon ku mi tur dia. Despues di seis luna m’a bai serka dòkter pa mi kontrolá pa mi tuma remedi. M’a warda, dòkter a bini habri porta, dòkter a drei wak mi. E di ku mi: “Bo n’ tin 36 aña no?” Mi di kuné: “Nò ainda no”. (ta hari) Awor el a sinta skibi su papelnan i e di: “Kon ta ku bo remedinan, bo tin mester di mas remedi?” El a kaba di skibi, e di ku mi: “Si, bo no mester di bini mas.” Mi di: “Kon mi n’tin mester di bini mas, mi tin ku hasi operashon.”E di: “Pasó nos no ta mira nada mas na bo kurason.” Bon, esei ta unu. Un dia m’a keda miso na kas. M’a subi trapi m’a bai ariba, ora mi ta serka di yega te ariba mi no sa di nada mas. M’a bin abou ku lomba dal mi kabes riba e kapstok. El a habri tur un buraku grandi, anto akinan (ta mustra unda na kabes) a keda asina grandi hinchá. Te ahinda e tin mal fatsun. M’a hañami di kremp doblá. M’a kue telefon pa mi yama mi kasá, at’ami ta yama number robes; tabata nét number di un amigu. E di ku mi: “Wardami, wardami.” El a sali ku outo, mesora e ku su kasá a kuri yega. E di: “Aki nò! Aki ta hòspital, dòkter, pasó bo kabes a habri.” El a hibami dòkter, dòkter a wak, e di: “Mi no por hecht e, pasó bo ta bai sufri hopi. Mihó mi peg’é, leim e.” Ora m’a yega kas, e yu muhé di mi a kore bini. E di ku mi: “Bin mi wak bo kabes.” Ora el a wak e di: “Nò hospital!” Ora m’a yega hòspital nan a bolbe plak e herida, pasò el a sigui basha sanger .Mi kara akinan a bira tur pretu. Ora nan a hinkami den scanner mi di ku nan: “Kiko a kibra di mi?” Nan di: “Nada no a kibra, bo ta bon bon.” Mi di: “Awèl, mi ta bai kas.” Nan di: “Nò, bo no por bai kas, pasò bo mester wordu verzorgd.” Mi di ku nan: “Nò, mi no ke wòrdu verzorgd. Nada no a kibra, mi ta bai drumi na mi kas.” Door ku mi a dal mi bekken, akinan a hincha, pia un tabata wanta kurpa, mi yu mesora a pidi Thebe un kama pa mi por drumi abou den sala. Despues nan a pidi e hendenan di Gemeente pa nan bin pone un left na kas. E left a subi, e ta baha. Despues m’a disidí mi no ta subi kuné, mi ta subi gewoon tene na trapleuning. Pasò mi ta subi dos bia bai ariba baha ku pia promé ku e left yega ariba, asina pokopoko e ta. Despues di un luna i mei m’a disidí di lanta, ma disidí di kuminsá kana. Pregunta di Mildred: Awor mi ke haña di Ireno un mensahe pa e hóbennan di awendia òf e generashon ku ta bini. Kontesta: E hóbenan, tur loke nan tin ku hasi ta, loke no ta kos di nan, laga pasa, loke no ta bemoei nan ku nan no tin nada di aber kuné, laga pasa. Kualke kos drei bira kabes un banda bai, legumai, pasó awendia mester dominá nan mes, libra nan di hustisia tambe, kuida kurpa. Ami nunka m’a huma, nunka mi bida m’a huma. Evitá e kos ei ta hopi bon pa nan mes tambe.
Door redactie op woensdag 8 april 2015
Domino is op de voormalige Nederlandse Antillen en Aruba de nationale volksport. Het is een spel dat al eeuwenlang gespeeld wordt. Over de hele wereld populair, maar vooral in de Caribische landen en in Latijns-Amerika. Daar nemen ze het spelen van Domino heel serieus. Er wordt zelfs gespeeld om geld. Op de Nederlandse Antillen en Aruba is Domino een belangrijk tijdverdrijf. Ter ontspanning, maar tegelijkertijd wordt het bloedserieus gespeeld. Het is vooral iets voor mannen. Twee aan twee nemen ze het tegen elkaar op. De stenen kletsen hard op het tafelblad. Strategisch inzicht en bluf zijn vereiste eigenschappen. In de roman ‘Dubbelspel’ van Frank Martinus Arion wordt het spel menens, het einde is desastreus. Domino is een oud chinees spel De oorsprong van de Domino ligt rond 1100 in China. Het spel is bedacht door generaal Hung Ming. Deze generaal ontwikkelde het spel om zijn soldaten te voorzien van vermaak terwijl zij de wacht moesten houden. Zeelieden brachten het spel naar Europa. Vanuit Europa werd het spel nog verder over de wereld verspreid. Via koloniale schepen ging het spel naar Latijns-Amerika en van daaruit verder naar het Caribisch gebied. Hier wordt het spel gezien als de nationale sport, en wordt het dagelijks gespeeld. En dus zo ook op de Nederlandse Antillen, waar jong en oud, binnen en buiten, achter de dominotafel zitten. Doorgronden welke stenen de ander heeft Het spel met de witte stenen is op de Antillen een serieuze aangelegenheid voor volwassen mannen, met heuse kampioenschappen. Met koppels van twee wordt de strijd gestreden. Wie het eerst tien rondjes wint of het eerst alle stenen kwijt is, is de beste. Vooral de oudere mannen nemen het spel héél serieus. Ze turen minutenlang naar hun stenen en vervolgens naar elkaar. Met starende blikken die bijna een gat in het hoofd van de tegenstander branden, proberen ze te doorgronden welke stenen de ander heeft. Dubbelspel Domino lijkt op het eerste gezicht een heel makkelijk spelletje: gewoon een drie tegen een drie aanleggen. Maar dat is schijn. Je moet veel en snel rekenen en beredeneren wat je tegenstander en je medespeler hebben. Het is de bedoeling dat de aangelegde steen voor de opponent een last is, maar voor je teamgenoot juist niet. En wanneer de winnaar zijn winnende steen op beide zijden van het spel kan aansluiten, dan wint hij met een dubbelspel. Luidruchtig Wie denkt dat het dominospel een ingetogen, rustige activiteit is, heeft het mis. Bij Antillianen gaat het er namelijk behoorlijk temperamentvol aan toe. Stenen worden luidruchtig gehusseld, er wordt hard geroepen en de stenen worden loeihard op tafel geslagen. Praten doen de spelers echter niet en naar elkaar seinen is strafbaar. Ook al zin gekregen in een spelletje Domino? Zoek je stenen bij elkaar en lees hier nog even de spelregels.
Door redactie op woensdag 1 april 2015
Meer weten over de geschiedenis van de joodse gemeenschap op Curaçao? Bezoek dan de tentoonstelling over de Joden in de Cariben in het Joods Historisch Museum in Amsterdam. Je krijgt er een mooi beeld van vierhonderd jaar Joods leven in Suriname en op Curaçao. De handel, de integratie, het religieuze- en verenigingsleven en de families komen aan bod. Vooral de familienamen en winkelnamen zijn een feest van herkenning. De allereerste joodse kolonisten die zich in 1651 vestigden op Curaçao mochten zich uitsluitend bezighouden met landbouw. In 1659 werd de eerste Joodse gemeente op Curaçao gesticht. Deze kolonie werd gevormd door een groep Joodse kolonisten uit Amsterdam die ontsnapt waren aan de inquisitie in Spanje en Portugal. Handel Aangezien landbouw door het droge klimaat weinig winstgevend was, hielden de meeste Portugese joden zich al snel voornamelijk bezig met de handel. Vanuit Curaçao ontstond een bloeiende handel met Spaans-Amerika. Via hun handelscontacten in steden als New York en Newport speelden zij een belangrijke rol in het handelsverkeer tussen Cariben en Noord-Amerika. Joodse Quartier, Punda en Otrabanda De Portugese joden vestigden zich in 1659 in het Joodse Quartier, een gebied ten noorden van het Schottegat. Later vestigden de joodse kooplieden en hun gezinnen zich in de stadswijk Punda, het handelscentrum. Zij woonden daar boven hun winkels die pakus (pakhuis) werden genoemd. Armere Portugese joden, die de hoge belastingen in Punda niet konden betalen, verhuisden naar Otrabanda. Chic Scharloo Vanaf de jaren 1850 nam de welvaart op Curaçao toe. De handel floreerde en de Portugese- joodse families pasten hun levensstandaard aan: zij lieten voorname huizen bouwen in Scharloo, dat een joodse stadswijk werd. Bekende bedrijven en namen van de Portugese joden Door de handel ontstonden veel bedrijven. In 1886 richtte Abraham Salas de Curaçaose Tramweg Maatschappij (CTM) op. Later opende hij ook Boekhandel Salas. Enkele Portugees-joods kooplieden waren reders en zij namen stoomschepen op in hun vloot. Een van de eersten was Jacob Abraham Jesurun. Rond 1875 bezat hij meer dan honderd schepen en voer hij op onder meer Amsterdam, New York en de Deense kolonie St. Thomas. In 1837 richtte Salomon Elias Levy Maduro het handel- en scheepsvaartbedrijf S.E.L Maduro & Sons op. Maduro en Curiel’s Bank In 1916 vestigde Shell een olieraffinaderij op Curaçao. Dit bracht het eiland enorme welvaart. Door de toegenomen koopkracht groeide ook het aantal winkels. De behoefte aan krediet en andere financiële diensten leidde tot de oprichting van banken. In 1916 richtte S.E.L Maduro & Sons samen met handelshuis Correa Hermanos de Maduro’s Bank op, de eerste commerciële bank van Curaçao. In 1917 werd de Curiel’s Bank opgericht. Deze twee banken fuseerden in 1932 tot de Maduro en Curiel’s Bank. Nieuwkomers uit Oost Europa Van oudsher was de joodse gemeenschap op Curaçao Sefardisch (Portugese joden). In 1926 arriveerden de eerste Asjkenazische joden uit Centraal en Oost Europa op de vlucht voor armoede en vervolging. Sommigen verkochten als marskramer goederen van Sefardische groothandelaren. Anderen vonden een baan bij olieraffinaderij Shell. De Asjkenazische joden klommen snel en openden ze hun eigen winkels, waarmee ze concurrenten werden van de Sefarden. Vanaf de jaren dertig openden zij zaken in Punda, waar ook de Portugese joden winkels hadden. De Heerenstraat In de twintigste eeuw nam het aantal winkels van Portugese joden in Punda toe. Al in 1930 bezaten zij zeventien van de drieëndertig winkels in de Heerenstraat, destijds de belangrijkste winkelstraat. Joodse immigranten uit Centraal en Oost Europa openden in die tijd ook winkels in het stadscentrum. Zo richtte onder andere Charles Fuhrmann samen met Spritzer juwelierszaak Spritzer en Fuhrmann op. Julius Penha had het luxe warenhuis Penha & Sons. De gebroeders Devalles hadden El Globo opgericht. Andere bekende winkelnamen in Punda waren La Aurora en La Confianza. Otrabanda Maar ook in Otrabanda had je bekende winkels. Daar is Abraham Ackerman begonnen met de stoffenzaak Ackerman en Herman en Leon Tauber hadden de Tauber building op het Brionplein. Vanaf de jaren zestig profiteerde Curaçao van het cruisetoerisme. Het eiland werd hét centrum om te winkelen in de Cariben. Cultureel Erfgoed De invloed van de joodse gemeenschap van is na vierhonderd jaar nog tastbaar op Curaçao. Meer weten over deze invloed? Je kunt de tentoonstelling tot en met 14 juni bezichtigen in het Joods Historisch Museum in Amsterdam.
Door redactie op woensdag 25 maart 2015
Maar liefst 38 pianocomposities uit het rijke muzikale erfgoed van Curaçao, Cuba en Venezuela. Die vind je op de cd ‘Danzas Caribeñas’, uitgegeven door de Palm Music Foundation. De cd staat deze maand op nummer 7 in de Libris top 10. De cd bevat een grote variatie aan klassieke salonmuziek uit de 19e eeuw en de eerste helft van de 20e eeuw. Het gaat om composities van maar liefst negen Curaçaose componisten, één Cubaanse componist (Ignacio Cervantes) en één Venezolaanse componiste (Maria Teresa Carreño). Alle composities worden gespeeld door Marcel Worms. De danza: tweekwartsmaat De Caribische danza is een dans in tweekwartsmaat die is opgebouwd uit twee, drie of vier delen. De danza dateert van 1804 en is afkomstig van Cuba. Vanuit Cuba waaierde de danza uit naar de salons van andere eilanden in de regio, waaronder Curaçao. Als dans beleefde de danza haar meest glorievolle periode van de tweede helft van de 19e eeuw tot aan het begin van de jaren 40 van de 20e eeuw. De cd bevat diverse danza’s van Curaçaose componisten zoals Jan Gerard Palm, Jules Blasini, Jacobo Palm en de dichter-musicus Joseph Sickman Corsen. Ook van de Cubaanse componist Ignacio Cervantes (1847-1905) speelt Marcel Worms een viertal danza’s uit zijn 41 wereldbekende Danzas Cubanas . Curacaose Wals: driekwartsmaat De Curaçaose wals staat in driekwartsmaat. Maar in tegenstelling tot het strakke driekwartsritme van de meeste Europese walsen, is de Curaçaose wals opvallend rijk aan syncopen, zowel in de melodie als de ritmische begeleiding. Dat betekent dat het accent in de muziek op een andere plek in de muziek valt dan je zou verwachten. De Curaçaose wals is doorgaans opgebouwd uit twee of drie delen van elk 16 maten. Een verliefde Palm Verschillende van de Curaçaose walsen zijn geschreven om een moment van verdriet of juist van geluk in muziek tot uitdrukking te brengen of om een persoon die de componist liefhad te eren. Zo inspireerde Amalia Elodia Perez, Jan Gerard Palm in 1886 tot het schrijven van de wals ‘El 18 de Febrero’ en de danza ‘La Trigueña’. In de periode na het overlijden van zijn echtgenote, brak Jan Gerard Palm ten gevolge van een ongeval bij het zwemmen op het Rif in Otrobanda zijn been. De familie liet uit Venezuela een verpleegster - Amalia Elodia Perez - overkomen om hem te verzorgen. Gevolg hiervan was een verliefde Palm. Wals op een tafelservet De bekende wals ‘Para que Amar’ (Het waarom van het liefhebben) schreef Albert Palm spontaan neer op een tafelservet tijdens een galadiner in de loge Igualdad. Dit als antwoord op een filosofische vraag van een tafelgenoot wat nu toch de zin van het liefhebben van het vrouwelijke geslacht was. Albert Palm meende dat je zo’n vraag alleen met muziek zou kunnen beantwoorden. Met het tafelservet in de hand liep hij vervolgens naar de vleugel en speelde zijn net gecomponeerde wals voor een enthousiast gehoor. Een wals en een huwelijksbootje Ook de wals ‘Primero de Octubre’ van Jacobo Palm ontstond spontaan. Dat gebeurde toen Archimedes Salas op straat Jacobo Palm ontmoette. Salas vroeg hem om mee te gaan naar het huis van zijn vriendin Chatica Capriles aan het Brionplein. Archimedes wilde haar namelijk ter gelegenheid van haar verjaardag een wals aanbieden. Spontaan componeerde Jacobo aan de vleugel de wals ‘Primero de Octubre’. Op het oorspronkelijke manuscript staat de aantekening ‘La compuse, viendo a Chatica Capriles’ (ik heb dit gecomponeerd terwijl ik keek naar Chatica Capriles). De wals bleef niet zonder het beoogde effect: Archimedes en Chatica stapten niet lang daarna in het huwelijksbootje. De pasillo: voor virtuoze pianisten De pasillo is een karakteristieke adaptatie in Latijns-Amerika van de Europese wals. De pasillo ontstond in de eerste helft van de 19e eeuw in Colombia waar ze pasillo de paso werd genoemd, een dans met kleine stappen. De populariteit van de pasillo verspreidde zich van Colombia naar Ecuador, Peru, Venezuela, Midden-Amerika, maar ook naar Curaçao. Kenmerkend voor de Curaçaose pasillo is de zangerige en melodieuze stem vertolkt door de rechterhand op de piano. De partij voor de linkerhand kenmerkt zich door strikte ritmen die worden afgewisseld met talrijke vrije passages als tegenmelodie van de rechterhand. Van de pianist vereist dit een grote mate van virtuositeit. Jacobo Palm, Rudolf Palm, Charles Maduro en José Maria Emirto de Lima zijn bekend geworden door de mooie pasillo’s die zij hebben geschreven. De cd bevat drie pasillo’s: van Rudolf Palm zijn ‘Como tú lo quieres’ en van Jacobo Palm zijn ‘Ecos del Alma’ en ‘La Inocencia’. Naast de verschillende danza’s, Curaçaose walsen en pasillo’s, bevat de cd ook een danzón van Rudolf Palm, een polka van Joseph Sickman Corsen, een tango van Jacobo Palm, een calypso van Wim Statius Muller en een mazurka van de Venezolaanse componiste Teresa Carreño. CD bestellen? Geïnteresseerden in Nederland kunnen de CD ‘Danzas Caribeñas’ bestellen door het overmaken van 18 euro (15 euro voor de CD en 3 euro aan verzendkosten) naar rekeningnummer NL58INGB0005384222 van de ING Bank ten name van de stichting Palm Music Foundation, onder vermelding van ‘Danzas Caribenas’. Vergeet niet om ook het adres te vermelden waar u de CD bezorgd wilt hebben.
Door redactie op woensdag 18 maart 2015
Woensdag 18 maart vindt de 49ste editie van Arubadag plaats. Op deze dag viert Aruba de ‘Dia di Himno i Bandera’ (Dag van het Volkslied en de Vlag). Om te herdenken dat Aruba in 1976 een eigen vlag en volkslied kreeg, wordt dit heugelijke feit elk jaar op 18 maart gevierd. Arubadag wordt over het hele eiland gevierd, maar de meeste festiviteiten vinden plaats in Oranjestad. Zo is er een grote folkloristische zang- en dansshow op het Plaza Betico Croes, een groot plein in Oranjestad. En alle Arubanen zingen weer uit volle borst het volkslied 'Aruba Dushi Tera' mee. Verder worden er op het eiland allerlei sociale-, culturele-, sport- en andere activiteiten en feestelijkheden georganiseerd en overal wappert de Arubaanse vlag trots in de wind. Arubadag wordt ook in Nederland gevierd Het is traditie om ook de in Nederland wonende, werkende of studerende Arubanen in de gelegenheid te stellen om deze nationale feestdag te vieren. Dit jaar wordt de Arubadag op zondag 22 maart in ’De Broodfabriek´ in Rijswijk gevierd. De Arubanen in Nederland verheugen zich op deze dag. Uit alle delen van Nederland komen mensen naar de Arubadag, om zo elkaar te ontmoeten, de sfeer van thuis te proeven en om van de Arubaanse dans, muziek, cultuur en gerechten en lekkernijen te genieten. En om het volkslied te zingen! Viering Arubadag in Nederland steeds meer multicultureel In eerste instantie werd dit evenement georganiseerd voor de Arubaanse gemeenschap in Nederland, maar in de loop van de tijd werd de viering steeds meer multicultureel. Ook komen er vaak mensen uit Aruba naar Nederland om de Arubadag te vieren en er familie, vrienden en kennissen te ontmoeten. Het volkslied van Aruba Het volkslied van Aruba is ‘Aruba Dushi Tera’ (Aruba zalig land). Het lied, een wals, is in de jaren 50 geschreven door Juan Chabaya (Padu) Lampe. De muziek is van Rufo Wever. Het lied werd onder de Arubaanse bevolking zo populair, dat het op 18 maart 1976 officieel geïntroduceerd werd als volkslied van Aruba. Wil je graag het volkslied horen en meezingen? Hieronder de tekst van het Arubaans volkslied met vertaling. Aruba patria aprecia nos cuna venera chikito y simpel bo por ta pero si respeta. Refrein: O, Aruba, dushi tera nos baranca tan stima nos amor p’abo t’asina grandi cu n’tin nada pa kibre cu n'tin nada pa kibre Bo playanan tan admira cu palma tur dorna bo escudo y bandera ta orguyo di nos tur! Refrein Grandeza di bo pueblo ta su gran cordialidad cu Dios por guia y conserva su amor pa libertad Aruba gewaardeerd vaderland onze geliefde geboortegrond ook al ben je klein en eenvoudig je wordt gerespecteerd. Refrein: O, Aruba, heerlijk land onze dierbare rots onze liefde voor jou is zo groot dat niets het kan breken dat niets het kan breken. Je stranden worden bewonderd en zijn met palmen versierd je wapen en je vlag zijn de trots van ons allemaal! Refrein De grootheid van jouw volk is haar enorme hartelijkheid moge God leiden en behouden haar liefde voor de vrijheid.