Door redactie op woensdag 22 oktober 2014
In Oisterwijk, gemeente Brabant, is een straat vernoemd naar Boy Ecury. Boy Ecury was een Arubaanse verzetsstrijder in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij gaf zijn leven voor de vrijheid van Nederlanders. Segundo Jorge Adelberto (Boy) Ecury wordt op 23 april 1922 geboren op Aruba als zevende van dertien kinderen. Ecury komt uit een katholiek gezin van de welgestelde zakenman Dundun Ecury en heeft een gelukkige jeugd. Naar Nederland Na de middelbare schooltijd op Aruba wordt Boy in 1937 door zijn vader naar Nederland gestuurd voor verdere studie. Op de Brabantse kostschool krijgt Boy het als enige zwarte jongen zwaar te verduren. Hij groeit uit tot een eigenzinnige jongen met een sterk verlangen naar rechtvaardigheid. Hij haalt een handelsdiploma op het St. Louis Instituut in Oudenbosch. Verzetsactiviteiten in het Papiaments Dan breekt de oorlog uit. Boy's verzet tegen het onrecht om hem heen groeit. Aanvankelijk pest hij de Duitsers op vrij onschuldige wijze. Langzaam maar zeker wordt zijn verzet echter serieuzer. Hij stelt zich fel en provocerend op jegens de bezetter. Dit leidt ertoe dat hij vanaf het begin van de oorlog actief is in het verzet. Eerst samen met zijn beste vriend, Luis de Lannoy, een medestudent uit Curaçao. Later voegt ook Delfincio Navarro zich bij hen. Ze communiceren in het Papiaments via brieven. Samen plegen ze aanslagen op met brandbommen volgeladen Duitse vrachtauto's, en laten ze treinen ontsporen. Ook helpen ze onderduikers en brengen Geallieerde piloten in Tilburg in veiligheid. Onderduiken In 1942 moet Ecury weg uit Tilburg omdat het te gevaarlijk voor hem wordt. Hij duikt onder op verschillende adressen in Oisterwijk, Delft en Rotterdam. Ook sluit hij zich aan bij een verzetsgroep in Oisterwijk. Als zijn vriend De Lannoy na verraad op 10 februari wordt gearresteerd, doet Boy een poging om hem uit de gevangenis in Utrecht te bevrijden. Maar dat mislukt. Hierna begint Ecury met zijn donkere uiterlijk ook in Oisterwijk te veel op te vallen. Hij sluit zich eind 1944 aan bij de Knokploegen in Den Haag waar hij acties voorbereidt en pleegt, waaronder een liquidatie op een lid van de NSB. Arrestatie en executie Op zondag 5 november 1944, nadat hij de hoogmis in de H. Elisabethparochie bezocht, wordt Boy Ecury in Rotterdam gearresteerd. Hij is verraden door een bekende, Kees Bitter. Hij wordt overgebracht naar de gevangenis het Oranjehotel in Scheveningen. Ecury wordt op 6 november 1944 op de Waalsdorpervlakte gefusilleerd. Hij sterft met een glimlach op de lippen. In 1947 is zijn stoffelijk overschot met militaire eer op Aruba herbegraven. Film en boek Cineast Ted Schouten, een neef van Ecury, maakt begin jaren tachtig voor TeleAruba een televisiedocumentaire over zijn leven. Dankzij de film krijgt Ecury in 1984 postuum het Verzetsherdenkingskruis.  Daarna schrijft Schouten een boek dat in 1985 verschijnt en in 2000 door de Arubaanse regering is heruitgegeven: ‘Boy Ecury, een Antilliaanse jongen in het verzet’. In 2003 maakt cineast Frans Weisz met medewerking van Ted Schouten een film over het leven van Ecury. In het weekend van 25 en 26 oktober viert Oisterwijk 70 jaar bevrijding. Bij die 70 jaar vrijheid past het daarom stil te staan bij het leven van Boy Ecury.
Door redactie op woensdag 15 oktober 2014
Op Facebook is een groep die ‘You Know You've Lived in Curacao if...’ heet. Op deze pagina delen mensen die op Curaçao wonen of woonden hun herinneringen. De pagina heeft al meer dan 10.000 deelnemers. Zowel ‘yiu di korsou’ als makamba’s. Ik ben zo’n makamba uit Tilburg die graag de foto’s en berichtjes op deze Facebook-pagina bekijkt. Meestal gaat het over alledaagse dingetjes: Ken je de mensen die op deze foto staan? Waar kun je in Nederland pastèchi kopen? Wie is ook geboren of bevallen in de kraamkliniek op Rio Canario? Soms barsten er opeens politieke discussies los, waarbij het er fel aan toe kan gaan. Een vriend (wél yiu di korsou) vroeg me waarom ik me zo betrokken voel bij Curaçao. Ik kon hem niet goed antwoord geven. Ik bracht een groot deel van mijn jeugd op Curaçao door. Een heerlijke tijd. Als 15-jarige net terug in Nederland lachten ze me op de nieuwe school uit om mijn rare accent. Het koste het me jaren om te wennen aan Nederland. Maar toen ik eenmaal weer geaard was, verwaterde mijn band met Curaçao. Pas in 2010, ik was er 19 jaar niet meer geweest, ging ik er weer naartoe. Samen met een vriendin met wie ik op Curaçao op de middelbare school had gezeten. We logeerden bij een derde vriendin die er nog woont. Het was net de week van orkaan Thomas. Het stormde, stortregende en onweerde en de stroom viel uit. Toch voelde ik me weer helemaal thuis. En dat gevoel herhaalde zich in 2012 en begin dit jaar, toen ik weer naar Curaçao ging. Als ik vanuit het vliegtuig het eiland al zie liggen, ben ik zo blij. En ik pijnig mijn hersens: waarom is dat zo? Is het de zon die nergens zo voelt als daar? Zijn het de mensen die zo vertrouwd zijn? Is het de natuur van Banda Bou die ik zo prachtig vind? Of is het minder poëtisch en voelt ieder mens zich gewoon fijn op de plek waar hij of zij is opgegroeid? En had ik dezelfde gevoelens gehad voor de Veluwe of voor Maastricht als ik daar mijn jeugd had doorgebracht? Ik weet het niet. Ik weet wel dat in ieder geval 10.000 mensen in de Facebook-groep mijn positieve gevoelens voor Curaçao delen. En die mensen zijn ook allemaal realistisch: ze weten dat het niet altijd rozengeur en maneschijn is op Curaçao, en dat er veel problemen zijn. Maar zou het niet mooi zijn als we met z’n 10.000 met al die liefde iets voor Curaçao kunnen betekenen? Hoe? Tja… daar moet ik nog over nadenken. Wie het weet mag het zeggen! Marjan van Wijngaarden         
Door redactie op woensdag 8 oktober 2014
Dr. A.G. ( Mito) Croes is in Paleis Noordeinde in Den Haag ten overstaan van koning Willem Alexander ingezworen als lid van de Raad van State. Croes vervangt mr. Hubert Maduro die vanwege het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd per 1 april vertrok bij de raad. Mito Croes (68 jaar) is geboren en getogen op Aruba. Kabinet Eman II van Aruba droeg hem voor de functie voor vanwege zijn lange staat van dienst en rijke ervaring op het gebied van constitutionele aangelegenheden en wetgeving. Lange carrière Croes heeft een lange carrière achter de rug, onder meer op het gebied van wetgeving en staatsrecht. Hij is Statenlid geweest van de Nederlandse Antillen, minister van de Nederlandse Antillen, minister van Welzijnszaken van Aruba, Gevolmachtigd minister van Aruba in Nederland en wetenschappelijk hoofdmedewerker Staats- en Bestuursrecht aan de Universiteit van de Nederlandse Antillen. Ook was hij kandidaat voor het CDA bij de Europese Verkiezingen in 2009. Opleiding in Tilburg Croes studeerde rechten aan de Katholieke Hogeschool in Tilburg. In 2006 promoveerde hij aan de Universiteit van Tilburg op het proefschrift over de staatkundige verhouding tussen Nederland en de Antillen met de titel: “De herdefiniëring van het Koninkrijk “. Ook heeft hij een dertig wetenschappelijke publicaties op zijn naam staan. Voorzitter van SAT In zijn studententijd in Tilburg was Croes ook enkele jaren voorzitter en bestuurslid van de Tilburgse Antilliaanse Kring (TAK), de voorganger van de vereniging Sirkulo Antiyano Tilburg (SAT). Het is mooi om te zien hoe belangrijk TAK/SAT is geweest in de vorming van velen die later een sleutelpositie zijn gaan innemen in de maatschappij. Advies over wetgeving De Raad van State van het Koninkrijk vergadert eens per maand en geeft advies over wetgeving aan regering en parlement en spreekt recht in bestuursrechtelijke geschillen. Bijzonder trost en masha pabien De redactie van BAAT013.nl is trots op de benoeming van Mito Croes tot lid van de Raad van State van het Koninkrijk voor Aruba. Wij feliciteren hem met zijn aanstelling en wensen hem heel veel succes in zijn nieuwe rol en functie.
Door redactie op woensdag 17 september 2014
Aletta Beaujon (1933-2001) werd op Curaçao geboren. Ze groeide daar op en bracht haar vakanties door op de familieplantage Slagbaai op Bonaire. De beroemde schrijver, Cola Debrot was haar oom en bezat diverse plantages, zoals Slagbaai. Beaujon refereert regelmatig in haar gedichten naar deze plantage. Debuut op jonge leeftijd Aletta Beaujon debuteerde in 1957,als jonge vrouw van begin twintig, met de bundel ‘Gedichten aan de Baai en elders’. Haar tweede bundel, ‘Poems while in Delos’, verscheen in 1959. Het was een reeks van veertien gedichten in het Engels. Zij schaarde zich direct onder de belangrijkste Antilliaanse dichters. Niet eerder gepubliceerd Aletta werkte jarenlang als psychologe op Aruba, waar zij in 2001 overleed. In de Openbare Bibliotheek van Den Haag werd onlangs een kantooragenda aangetroffen uit het jaar 1957. Hierin staan achtenzeventig gedichten die zij schreef gedurende haar verblijf in Griekenland in de zomer van dat jaar. Meer dan driekwart van deze gedichten werd niet eerder gepubliceerd. De schoonheid van blauw In 2009, verschijnen alle gedichten van Aletta Beaujon onder de titel ‘ De schoonheid van blauw’. ‘De schoonheid van blauw / The Beauty of Blue’  laat voor het eerst Aletta Beaujon zien zoals ze werkelijk was, een kwetsbare dichter die zich liefst in de dromen van haar gedichten verschool. Haar verzamelde gedichten vormen een schatkamer aan gedichten in het Nederlands, Engels en Papiaments. Juist door de toevoeging van de gedichten uit de rode kantooragenda en de verspreide gedichten kunnen we ons eindelijk een voorstelling maken van de wereld die Aletta Beaujon droomde. Slagbaai We hebben toen 's middags de zon wat minder fel werd gezwommen in zout helder water over rode riffen en wit zand Pas toen het avond werd zijn we ons gaan wassen onder de pomp tussen de twee huizen in de reeds koele passaat Wij zijn buiten gaan zitten Ons haar is nog vochtig van het water en de avondbries is strelend koel ongelooflijk zoet na de zoute hitte van de dag Ik voel mij als Orpheus in een delirium van heerlijkheid verheven zelfs boven de sterren lichtjaren verwijderd De zee ruist voortdurend in ritmische rijmen Zij heeft in de late middag het strand verkracht met geweldige golven van schuim en zand Als je beweegt knarst de stoel op de witte steentjes om het huis Wij begrijpen dit oneindig ogenblik van één zijn door onmeetbare tijden van zijn en worden Aletta Beaujon (1933-2001) uit: De schoonheid van blauw / The Beauty of Blue (2009)
Door redactie op woensdag 3 september 2014
Maristella Martis schreef samen met haar moeder en man het boek ’Amor pa grandinan’. De moeder van Maristella is Mildred Straker. Ook zij schreef een boek: ‘Curaçao Antes’. Wat beweegt moeder en dochter om boeken te schrijven? Een portret van twee veelzijdige vrouwen. Vandaag deel 1: Mildred Straker. Volgende week het tweede deel: Maristella Martis. Mildred Straker is in 1940 op Curaçao geboren en opgegroeid op Groot Kwartier. “Een kind van de oorlog” zegt ze zelf. Ze komt uit een groot gezin, 11 kinderen. “Ik heb een leuke jeugd gehad. We speelden allerlei spelletjes op straat zoals telefon di bleki, kaatsenballen, bikkelen, hinkelen en touwtjes springen. Bij het touwtjes springen zongen we allerlei kinderversjes in het Nederlands. Zoals ‘Anna stond te wachten, te wachten op haar man’.” Nieuwsberichten lezen In 1958 ging Mildred werken bij Radio Hoyer. Ze heeft tot 1995 gewerkt. Zij moest eerst de telefoon bedienen, maar er was niet veel te doen. Dus ging Mildred nieuwsberichten die binnen kwamen lezen. “Ik las alles, want van school af hield ik van lezen.” Van 1995 tot 2005 werkte ze als omroepster bij een ander radiostation. Presenteren Kort daarna werd Mildred achter de microfoon gezet om het nieuws te presenteren. “Ik had helemaal geen ervaring. Maar ik deed het gewoon. En ik deed het goed. Ik kon het nieuws voorlezen in het Spaans, Engels, Nederlands en later in het Papiaments.” Mildred las niet alleen het nieuws maar ze deed ook de techniek. Typisch Mildred: dingen zelf doen. Tanchi Mildred In de jaren 70 presenteerde Mildred een kinderprogramma ‘Floresia Hubenil. Ze werd bekend als Tanchi Mildred. “Mensen spreken mij nog hier op aan”. Mildred had zin in een kinderprogramma en mocht zelf ook het programma helemaal inrichten. ���Ik ging naar Horacio Hoyer, de oprichter van het radiostation, en zei tegen hem: Geef mij een kwartier van het pianoprogramma en dan maak ik een kinderprogramma.” En dat gebeurde. Het kwartiertje werd binnen korte tijd twee uur. Tijdschriften Mildred produceerde ook tijdschriften voor de jeugd en ook voor ouderen. Esaki ta mi tera In de jaren 80 kreeg Mildred een weer ander idee. Ze wilde iets cultureels gaan doen. Ze maakte het programma ‘Esaki ta mi tera.’ Het programma gaat over de geschiedenis van Curaçao van de 18e tot en met de 20ste eeuw en over verhalen van populaire schrijvers. Weer produceerde en presenteerde zij zelf het programma. Naar Nederland In 2005 kwam Mildred naar Nederland voor een vakantie van 3 maanden. Haar 3 kinderen woonden inmiddels al in Nederland. Mildred besloot te blijven. In het begin had ze wel heimwee maar daarna ging het prima. Want, zegt Mildred, “Ik kan doen waar ik zin in heb. In 2006 maakte ik via mijn zus kennis met Antaru 55+, een club voor senioren in Tilburg. Het is even gezellig als op Curaçao. Via Antaru55+ ben ik in aanraking gekomen met het Koor Kleurrijke Mama’s in Tilburg. En ik zing ook nog steeds af en toen mariachi liedjes.” Boek: Curaçao di antes Al het materiaal van het programma ‘Esaki ta mi tera’ heeft Mildred meegenomen naar Nederland. Omdat Mildred niet stil kan zitten heeft zij van dit materiaal een boek gemaakt: ‘Curaçao di antes’. ”Ik wilde een boek. Ik had niks te doen en ik had prachtig materiaal in mijn bezit. Ik heb het allemaal zelf geschreven en geproduceerd.” Het boek werd voornamelijk op Curaçao en onder Curaçaoënaars in Nederland verkocht. Het boek is in het Papiaments want anders “e saus ta kita.” Meer informatie Het boek is jammer genoeg niet meer verkrijgbaar.
Door Carmon op dinsdag 26 augustus 2014
In het Caribisch gebied kun je lekker eten. Maar wist u dat veel van die gerechten hun oorsprong vinden in de slaventijd? Die gerechten worden ‘food of slavery’ genoemd. Delilah Eugenio weet alles over deze bijzondere keuken. Ze vertelt erover in dit artikel. En nodigt u uit om zelf te komen proeven. De benaming ‘food of slavery’ is te danken aan het verleden, toen er voor de armen en slaven weinig middelen ter beschikking waren. Deze eetgewoontes hebben velen van onze voorouders de kracht gegeven om zware werkzaamheden te verrichten, vele kilometers af te leggen en tóch gezond te blijven. Door met de beschikbare middelen te experimenteren, creëerde men de meest merkwaardige en geweldige gerechten die tot op de dag van vandaag aangeduid worden als armengerechten (kuminda di hende pober), terwijl ze heel voedzaam waren. De kunst was om met weinig middelen toch een gezin van 10 tot 12 personen te voeden. Het ontstaan van tutu Men wist van producten zoals maïsmeel de lekkerste pap of funchi te maken (polenta, maismeelkoek). Van rijst werd papa di aros (rijstepap) gemaakt, en van bonen heerlijke bonensoepjes. Later verzon men allerlei nieuwe gerechten om wat meer variatie te krijgen. Zo ontstond onze ’tutu’, een mengsel gemaakt van kidneybonensoep (bonchi kora / bonchi wowo pretu) en funchi. En ook tutu di sebu (funchi gemengd met varkensbuikvet). Dit gerecht was zo voedzaam dat men een hele werkdag niks meer hoefde te eten. De veelzijdige funchi Funchi werd in combinatie met vele bijgerechten gegeten zoals giambo (okersoep), cadushi (cactussoep) en guarapa di tamarijn (tamarindesoep). Het lekkerste was natuurlijk wanneer de funchi daags daarna in schijven werd gesneden, lekker in olie gebakken en met zout werd bestrooid: funchi hasa (Tacos). Kinderen kregen vaak funchi hasa in plaats van boterhammen mee naar school. Zat men écht op zwart zaad (tempi berans), dan kreeg je funchi ku manteka (boter), suku (suiker), kalmeki (karnemelk), lechi (melk), sardienchi/piska/bokkel (sardientjes, vis, bokking), spam (lunchmeet) of cornedbeef voorgeschoteld. De reskoek Een ander gerecht dat met weinig middelen toch voedzaam was, was de reskoek (pannenkoeken), gemaakt van meel, een snufje zout /suiker, water of melk en indien mogelijk kaneel en rozijnen. Men maakte het beslag zo dik dat je een voldaan gevoel kreeg na het eten van 1 of 2 stuks. Bekende variaties zijn: reskoek di aros (pannenkoek met rijst), reskoek of repa di pampuna (pompoen pannenkoek), reskoek di bakoba (bananen pannenkoek) en reskoek ku keshi (kaas pannenkoek). Dranken Verfrissende limonadesiroop maakte men van de tamarinde of limoenvrucht, gekookt in water met bruine suiker. Kruidenthee werd getrokken van verschillende kruidenbladeren zoals oregano, limoengras (citroengras), sorsaka (zuurzak), tamarijn (Tamarinde). In mijn voorraadkast ontbreken nooit een zak funchi, blikjes lunchmeet, sardientjes, saucijsjes of cornedbeef. Want je weet nooit wanneer er een crisis uitbreekt! Wilt u de oorspronkelijke gerechten uit het Caribisch gebied zelf ook proeven? Mi Tayó (Mijn Bordje) nodigt u uit om op 29 augustus te komen genieten van de pure eenvoud van eten dat door de eeuwen heen de grootste rijkdom van het Caribisch gebied vormt. Dit wordt georganiseerd ter gelegenheid van de nationale ‘Dia di Tula’ op Curaçao op 17 augustus. Tula was aanvoerder van de grote Curaçaose slavenopstand van 1795. Datum: 29 augustus Tijd: 18:30 – 22:00 uur Prijs: € 10,- Locatie: Wijkcentrum De Poorten, Hasseltstraat 194, Tilburg Kaartverkoop:  06 – 24439579 Delilah Eugenio
Door redactie op donderdag 10 juli 2014
De discussie die eind vorig jaar ontstond over het fenomeen Zwarte Piet gaat deze zomer verder. Op 3 juli oordeelde de bestuursrechter dat burgemeester Van der Laan van Amsterdam de verleende vergunning voor de Sinterklaasintocht 2013 moet herzien. Ook vindt een VN-werkgroep Zwarte Piet racistisch. Een overzicht van de discussie. In 2011 start Quinsy Gario het kunstproject ’Zwarte Piet Is Racisme’. Tijdens de Sinterklaasintocht in Dordrecht dat jaar draagt hij een T-shirt met de tekst ‘Zwarte Piet Is Racisme’. Hij wordt gearresteerd. Wereldwijd verschijnen de berichten over de arrestatie. Quinsy vindt dat Zwarte Piet racistisch is en respectloos naar mensen van Afrikaanse afkomst. Sinterklaasintocht gaat door Tegenstanders van Zwarte Piet probeerden vorig jaar te voorkomen dat bij de Amsterdamse intocht van 17 november Zwarte Pieten meeliepen en spanden een kort geding aan. Ze hoopten hiermee te bereiken dat de gemeente de vergunning voor een intocht van Sinterklaas met Zwarte Pieten zou intrekken. De voorzieningenrechter hield de vergunning in stand. In deze zaak diende daarna een bodemprocedure. Zwarte Piet is kwetsend De bestuursrechter heeft vrijdag geoordeeld dat de intocht van Sinterklaas niet discriminerend is, maar dat Zwarte Piet wel leidt tot een negatieve stereotypering van mensen met een donkere huidskleur. Volgens de rechtbank heeft Van der Laan onvoldoende rekening gehouden met de gevolgen van een negatieve stereotypering van de zwarte mens, veroorzaakt door de figuur van Zwarte Piet - 'dikke rode lippen, dom en knecht'. De burgemeester van Amsterdam heeft bij het verstrekken van de vergunning voor de intocht niet met alle belangen rekening gehouden. Van der Laan moet zich nu van de rechter opnieuw over de vergunning buigen. Aanpassingen uiterlijk Zwarte Piet De organisatie van de intocht in Amsterdam besloot de tegenstanders vorig jaar al iets tegemoet te komen na overleg met de burgemeester en enkele bezwaarmakers. De Zwarte Pieten droegen verschillende kleuren lippenstift, geen gouden oorringen en ze mochten variëren in haardracht. Ook blijft burgemeester Eberhard van der Laan met de tegenstanders van Zwarte Piet in gesprek over hoe de volgende intocht van Sinterklaas eruit moet gaan zien. De burgemeester ziet de invulling van de intocht niet als taak van de overheid. “Het is een volkstraditie en daar moet de samenleving, het volk, over praten. En dat ligt dus primair bij de Sinterklaas-comités.” Adviezen voor Zwarte Piet Op initiatief van het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed (VIE) wordt gesproken over de toekomst van het Sinterklaasfeest. Bij dat overleg zijn verschillende partijen betrokken, waaronder het comité ‘Zwarte Piet Is Racisme’ van Quinsy Gario, het Sinterklaasgenootschap en D66 Amsterdam. Na onderzoek kwam het VIE in juni met het advies om Zwarte Piet te moderniseren. De nieuwe Zwarte Piet heeft geen kroeshaar meer, is wel bruin, heeft geen rode lippen meer, geen gouden oorringen en een wat hipper pak. Ook zou hij minder dom moeten zijn en een gelijkwaardiger relatie met Sinterklaas moeten hebben. De Verenigde Naties hebben ook een mening over Zwarte Piet De tegenstanders kregen bijval uit een onverwachte hoek. De VN-werkgroep voor Mensen van Afrikaanse Afkomst concludeert na onderzoek dat de figuur van Zwarte Piet een uiting van racisme is die bestreden moet worden via het onderwijs. De traditie is achterhaald. Dit bleek vrijdag tijdens de presentatie van voorlopige bevindingen op een persconferentie in Den Haag. De conclusies van de VN zijn aanbevelingen die verwerkt worden in een rapport. Afschaffen van het feest vindt de werkgroep niet nodig. “Uiteindelijk is het aan het Nederlandse volk om over de affaire te discussiëren én te beslissen.” Sinterklaasfeest is van het volk Aanvankelijk hield het kabinet zich in de discussie nog zo stil mogelijk. Premier Mark Rutte stelde dat Zwarte Pieten geen zaak van de regering zijn, maar van de samenleving. “Zwarte Piet is zwart, daar kunnen we weinig aan veranderen.” Vicepremier Asscher benadrukt dat het Sinterklaasfeest aan het volk moet worden gelaten, maar dat hij wel iets zou zien in een langzame evolutie. Wat vindt jij van Zwarte Piet? En hoe zouden we dit probleem moeten oplossen? We zijn benieuwd naar je mening!
Door redactie op dinsdag 17 juni 2014
Verschillende Caribische Nederlanders zijn onderscheiden voor hun bijzondere bijdragen en prestaties in het afgelopen jaar. Negen mensen ontvingen op 14 juni in Rotterdam de Pearls of the Dutch Caribbean-award. Dit jaarlijks terugkerend evenement wordt georganiseerd door de jongerencommissie van het Overlegorgaan Caribische Nederlanders (OCAN). Positieve beeldvorming van de Caribische Nederlander Doel van de Pearls of the Dutch Caribbean Award is om de enorme potentie en talenten binnen de Caribische Nederlandse gemeenschap een kans te geven om tot volle bloei te komen. Door het selecteren en zichtbaar maken van succesvolle Caribisch-Nederlandse rolmodellen wordt de sociale identiteit en het geloof in eigen kunnen van de Caribische Nederlander versterkt. Het evenement draagt zo ook bij aan de positieve beeldvorming over de Caribische gemeenschap in Nederland. Ook wordt op termijn een duurzaam netwerkplatform gecreëerd waar inspiratie, kennisdeling en samenwerking gefaciliteerd worden. Netwerkbijeenkomst Voorafgaand aan de Pearls of the Dutch Caribbean Gala & Award Show was er een netwerkbijkomst. Deelnemers maakten kennis met de Gevolmachtigde ministers, Minister van Binnenlandse Zaken Plasterk, hoogwaardigheidsbekleders en de andere genomineerden voor de Pearl Awards. Muziek, dans en comedy Tijdens de Gala en Award Show werden de genomineerde talenten en professionals in de verschillende categorieën gepresenteerd aan de aanwezige gasten. Het publiek genoot van een show met verschillende artiesten op het gebied van muziek, dans en comedy. De winnaars De community pearl: Quinsy Gario De science pearl: Jerson Martina De art & literature pearl: Iri & Ayra Kip De sport pearl: Odillio Kurt Willems De music & entertainment pearl: Shirma Rouse De business pearl: Annemarie Nodelijk De student pearl: Nataly Linzey De most oustanding pearl: Jeffry Williams
Door redactie op woensdag 11 juni 2014
Waarom beperkt de Nederlandse man zich tijdens zijn huwelijksleven meestal tot één vrouw en de Curaçaose man, die toch ook voor het altaar stond en dezelfde juridische regels kent, blijkbaar niet? De algemene stereotype beeldvorming van de sociale werkelijkheid van de Curaçaose man is dat hij naast zijn vrouw of vriendin regelmatig een tweede of derde ‘bijslaap’ heeft. De Curaçaose man lijkt het begrip huwelijkstrouw voornamelijk op te vatten als: financieel voor je vrouw zorgen. Is dit nu echt de algemeen geaccepteerde norm geworden? Is een man op Curaçao nu eenmaal meer een levensgenieter en een jager? En is de Curaçaose vrouw heimelijk blij met zo'n partner, want toont hij zich daarmee niet juist écht een man? ’Het tweede bed’ In het boek ’Het tweede bed’ stellen de schrijvers aan Curaçaose mannen en vrouwen een aantal vragen om erachter te komen of er een kern van waarheid zit in de stelling dat op Curaçao mannen meer vrouwen zouden hebben. En zo ja, wat de achtergronden zijn van dit fenomeen. In het boek komen ook deskundigen aan het woord. Veel Curaçaose mannen hebben een ‘by side’ De meeste geïnterviewden onderschrijven de stelling dat de Curaçaose man naast zijn vrouw of vaste vriendin één of meer vriendinnen heeft. Een belangrijke oorzaak voor dit gedrag is te vinden in het slavernijverleden. Slaven hadden toen geen recht op een gezinsleven, omdat ze elk moment verkocht konden worden. Een andere oorzaak ligt in het feit dat jongens in hun opvoeding een rolmodel missen van een man die wel trouw is. Ook wordt dit machogedrag op Curaçao maatschappelijk gezien getolereerd. ’De man is nu eenmaal zo’ De schrijvers komen tot de conclusie dat het begrip ‘trouw’ in de Curaçaose context anders wordt gedefinieerd dan in Nederland. Trouw betekent op Curaçao dat de man goed voor zijn wettige echtgenote of vaste vriendin zorgt. De situatie wordt door de gemeenschap geaccepteerd en het is een nieuwe norm geworden. ´De man is nu eenmaal zo’ is de heersende mythe in de Curaçaose cultuur geworden. En de vrouw past zich hier uit zelfbehoud op aan door het wel te zien, maar tegelijkertijd te ontkennen. Productinformatie van het boek “Het tweede Bed” Auteur:    Valdemar Marcha, Paul Verweel Co-auteur:    Jacqueline Werman Overige betrokkenen:    Jeroen Hoogendoorn   Uitgever:     Caribpublishing BV ISBN:    9789088501937 ISBN10:    9088501939    Bestel dit boek voor € 14,90 | Het-Tweede-Bed‎ | www.bol.com
Door redactie op woensdag 4 juni 2014
Nederlanders afkomstig uit de voormalige Nederlandse Antillen waren ook vorig jaar oververtegenwoordigd in de negatieve statistieken van schoolverlaters, criminaliteit, werkloosheid en uitkeringen. Dat blijkt uit de laatste rapportage Antilliaanse-Nederlanders 2013, die minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken aan de Tweede Kamer stuurde. Het onderzoek wordt sinds 2010 jaarlijks uitgevoerd in de 22 Antillianengemeenten om inzicht te krijgen in de situatie van Nederlanders met een Caribische achtergrond en om de effectiviteit van beleid te meten. De bedoeling was vroegtijdige schooluitval te voorkomen, de werkloosheid in deze groepen te verlagen, hen minder afhankelijk van een uitkering te maken en de criminaliteit terug te dringen. Teleurstellend De 32 miljoen euro die het rijk tussen 2009 en 2012 heeft gestopt in het aanpakken van problemen van Antillianen en Marokkanen in de desbetreffende gemeenten heeft nauwelijks effect gehad. Deze groepen scoren nog altijd (veel) hoger in de cijfers over criminaliteit, werkloosheid en schooluitval dan autochtonen. Minister Asscher noemt het niet halen van de meeste doelstellingen 'teleurstellend'. Werkzoekend Het rapport toont aan dat relatief veel Antilliaanse Nederlanders werkzoekend zijn of een uitkering hebben, al is het aandeel van jongeren tussen de 18 en 24 jaar in deze categorieën enigszins afgenomen. Schoolverlaters Het aantal schoolverlaters zonder diploma blijft hoog. Criminaliteit Nederlanders van Antilliaanse afkomst komen ook veel vaker in aanraking met de politie. Het aandeel verdachte jongeren tussen de 18 en 24 jaar is afgenomen maar de oververtegenwoordiging blijft hoog omdat ook bij de andere bevolkingsgroepen een daling te zien was. Hoe nu verder? Het rijk en de gemeenten zijn in 2012 afgestapt van het doelgroepenbeleid. De regering blijft voorstander van een generieke aanpak, die niet gericht is op bepaalde bevolkingsgroepen, maar op algemene problemen als werkloosheid, schooluitval en criminaliteit. Asscher noemt onder meer een project van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, waarbij ouders bewuster worden gemaakt van hun verantwoordelijkheden. Rolmodellen In samenwerking met het ministerie van Veiligheid en Justitie worden rolmodellen ingezet om crimineel gedrag bij jongeren te voorkomen. Op het gebied van onderwijs is er extra aandacht voor beroepsoriëntatie. Asscher gaat ervan uit dat deze inzet bijdraagt aan het verder terugdringen van de problematiek. Download hier het rapport.