Door redactie op donderdag 19 april 2018
Het zat er al een tijdje aan te komen en nu is het zover. Per 1 oktober sluit Sírkulo Antiyano Tilburg (SAT) haar contact- en ontmoetingscentrum aan de Goirkestraat in Tilburg. Afgelopen zaterdag was er een ‘Ayo Goodbye Party’. Roy Pieters, een van de bestuursleden van SAT, benadrukt dat het gebouw aan de Goirkestraat dicht gaat, maar dat SAT als vereniging niet opgeheven wordt. Twee jaar geleden trok de gemeente Tilburg haar huisvestingssubsidie in. Deze subsidie maakte het SAT mogelijk om er een eigen verenigingslocatie op na te houden. Met het intrekken van de subsidie kwam het voortbestaan van de ontmoetingsplek op losse schroeven te staan. Door de vasthoudendheid van een paar actieve en betrokken Antilliaanse en Arubaanse vrijwilligers kon het SAT-gebouw na intrekking van de subsidie toch open blijven. Maar nu valt het doek dan definitief. De reden: de benodigde financiële middelen om de exploitatie van een eigen ontmoetingscentrum te betalen, kunnen toch niet opgebracht worden. Dream or Donate mislukt Een initiatief van het bestuur om kopstukken uit de Antilliaanse gemeenschap in Tilburg en ‘Captains of Industries’ op de Antillen die ooit in Tilburg gestudeerd hebben om een donatie te vragen, had niet het beoogde effect. Volgens de website ‘dreamordonate.com’, heeft een laatste oproep aan mensen die SAT een warm hart toedragen om een bedrag te doneren om de achterstallige huisvestingskosten te betalen slechts € 90,00 opgeleverd, terwijl er minimaal € 15.000,00 nodig was. Geen rust- en ankerpunt meer? Het SAT-gebouw is in de jaren zeventig in gebruik genomen. Dit was een tijdperk waarin de Antillianen en Arubanen in Tilburg een hechte gemeenschap met een hoge sociale cohesie vormden (historie SAT deel 1 en deel 2). Jarenlang was het ontmoetingscentrum van SAT een rust- en ankerpunt waar je het ‘ver van huis gevoel’ kon delen en waar er een woonkamergevoel heerste waar je weer even de Antilliaanse en Arubaanse vibe kon voelen. Technologische ontwikkelingen De laatste decennia is dat veranderd, onder andere vanwege zowel sociaal maatschappelijke als technologische (internet, Facebook, Skype, Whatsapp, etc.) ontwikkelingen. Mensen kunnen gemakkelijk contact hebben en houden met het thuisfront. Daarnaast is er kennelijk onvoldoende geanticipeerd en gereageerd op de sociaal maatschappelijke veranderingen bij de Antilliaanse/ Arubaanse gemeenschap in Nederland en Tilburg in het bijzonder. Ziel en zaligheid Uiteraard zijn er binnen de Antilliaanse gemeenschap mensen die het jammer vinden dat de ontmoetingsplek verdwijnt. Er zijn mensen die tot op het laatste moment met hun hele ziel en zaligheid geknokt hebben voor het behoud van SAT-gebouw. Daar tegenover staan er ook velen die aangeven totaal geen binding te hebben met SAT en het SAT-gebouw in de Goirkestraat. Geen binding meer Een korte ronde en navraag bij verschillende Antillianen en Arubanen in Tilburg laat een eenduidig beeld zien. Er zijn mensen, met name uit de begin jaren van TAK/SAT, die zeggen dat ze het erg jammer vinden, maar tegelijkertijd zeggen dat ze al jaren geen binding meer hebben met SAT als vereniging. Er is ook een grote groep die vindt dat SAT een negatief imago heeft gekregen en dat zij zich niet associëren met SAT. Weer anderen zeggen de behoefte en de meerwaarde van een eigen ontmoetingsplek in de huidige vorm niet in te zien. Een vereniging voor alle Antillianen in Tilburg De toekomst van de vereniging SAT, die vorig jaar november haar 50-jarig bestaan vierde, is ongewis. Het bestuur zegt bij monde van Roy Pieters dat zij met een plan bezig zijn voor de doorstart van SAT als vereniging. Daarvoor hebben zij aangeklopt bij de prominenten uit Curaçao voor financiële raad en daad. Deze prominenten hebben wel een voorwaarde. SAT moet weer worden zoals vroeger: een vereniging voor alle Antillianen in Tilburg met leden. En SAT moet weer een binding hebben met Curaçao op sociaal, maatschappelijk, cultureel en politiek gebied. De vraag is en blijft: wie gaat SAT echt missen en hoe moet de nieuwe SAT er uit gaan zien om wel een solide en relevante positie te verwerven in de Antilliaans en Arubaanse Tilburgse gemeenschap?   Website BAAT013 stopt ermee. Dat heb je hier kunnen lezen. We sluiten af door nog een aantal weken succesvolle artikelen uit het verleden opnieuw te plaatsen. Bovenstaand artikel verscheen dus al eerder op deze site.
Door redactie op woensdag 11 april 2018
Oude muntnamen en muntstukken, wie kent ze nog? Daarom een overzicht van oude, (bijna) niet meer courante muntsoorten die op Curaçao zijn gebruikt als betaalmiddel of rekenmunt. Soms waren het officiële namen, maar vaak ook vondsten die in het dagelijks gebruik ontstonden. Bijvoorbeeld het oude en nog steeds gebruikte dòlò (verbastering van dollar). Serka Shon Nènè un bleki di ‘black marón’ tabata kosta doria dos plaka i un bleki sardinchi marka Brunswyck tabata kosta un giotín. Un kakiña tabata kosta dos plaka i un paki di pinda herebé tabata kosta dies plaka serka Tomasa. Na barku di fruta na Punda bo por a kumpra un brasa di bakoba kaska hel pa un chilín. Bubu = 100 centen (gulden) Sèn chikito = ½ cent Sèn grandi = 1 cent Chilín = 62 ½ cent Depchi = 10 centen Dies plaka = 25 centen Diesun plaka = 27 ½ cent Doria = 30 centen Doria un plaka = 32 ½ cent Doria dos plaka = 35 cent Doria tres plaka = 37 ½ cent Doria kwater plaka = 40 centen Doria sinku plaka = 42 ½ cent Dos sèn grandi = 2 centen Dos plaka = 5 centen Fuèrtè = 2,50 (rijksdaalder) Gurdein / Gardein = 50 cent (halve gulden) Heldu = 100 centen (gulden) Giotín = 50 cent (halve gulden) Kuater plaka = 10 centen Kuater ria = 60 centen Locha = 5 centen Mei fuèrtè = 1,25 Ria = 15 centen Nuebe ria = 1,35 Nuebe plaka = 100 centen (gulden) Ocho plaka = 20 centen Ocho ria = 1,2 Ocho ria kuater plaka = 1,3 6 sèn grandi = 6 centen   Website BAAT013 stopt ermee. Dat heb je hier kunnen lezen. We sluiten af door nog een aantal weken succesvolle artikelen uit het verleden opnieuw te plaatsen. Bovenstaand artikel verscheen dus al eerder op deze site.
Door redactie op woensdag 4 april 2018
Papiaments is rijk aan grappige uitdrukkingen en zegswijzen. Veel daarvan stammen nog van vroeger en worden tegenwoordig helaas minder gebruikt. Vaak weet men tegenwoordig niet eens de betekenis van deze (oude) uitdrukkingen en gezegden. Hieronder een paar voorbeelden waarbij de Papiamentse uitdrukking vetgedrukt wordt weergeven. De letterlijke vertaling in het Nederlands volgt eronder en staat tussen ronde haakjes. Daaronder wordt in cursieve letters het Nederlandse equivalent gegeven. No sende lus na kas di otro i laga di bo sukú (Doe geen licht aan in het huis van een ander, terwijl je je eigen huis donker laat) Verbeter de wereld maar begin bij jezelf. Esun ku drumi banda di kachó, ta lanta ku pruga (Wie naast een hond slaapt, staat op met vlooien) Wie met pek om gaat wordt ermee besmet. Awa no ta muha makaku dos bes (Een aap laat zich niet twee keer wassen met het zelfde water) Een ezel stoot zich geen twee keer aan dezelfde steen. Yuana ku kome leu for di kas ta muri mal morto (Een leguaan die ver van huis zijn voedsel zoekt, sterft een verschrikkelijke dood) Wie het gevaar opzoekt, zal erin sterven. Pushi chikitu tambe sa nister (Kleine/jonge poesjes kunnen ook niezen) Kleine potjes hebben ook oren. Djaka ku trampa a hera no ta kome mas. (Een rat die uit een val wist te ontkomen, vang je nooit meer) Door scha en schande wordt men wijs. Manera e tambú ta bai, asina e sanka tambe mester bai (De kont moet zich bewegen volgens het ritme van de trom) Je moet je aanpassen en met de tijd meegaan. Mas skuma ku chukulati (Meer schuim dan chocolade/cacao) Veel geschreeuw maar weinig wol. Gai bieu ta traha sòpi stèrki (Van oude hanen kan men sterke soep trekken) Ervaring komt met de jaren. No duna e yiu nòmber promé ku e nase Geef het kind geen naam, voordat het geboren is) Verdeel de huid niet, voordat de beer geschoten is. Sali for di panchi kai den kandela (Vanuit de pan in het vuur vallen) Van de regen in de drop komen. E parse hende ku a kome webu di palomba (Het lijkt wel of hij duiveneieren gegeten heeft) Hij heeft geen rust in zijn kont. Bo pakus ta abrí (Je winkel is open) Je gulp is open. Komedo di webu, no sa kon doló sank’i galinya ta hasi (lemand die een ei op eet weet niet wat de kont van de kip heeft doorstaan) Weet u wat het Nederlandse equivalent is van deze deze Papiamentse uitdrukking? Plaat dan uw reactie achteraan dit bericht! Als sluitstuk van deze posting een waar gebeurd verhaal met een bijzondere uitdrukking. Een lid van de Staten verweet de toenmalige premier, Doktoor Da Costa Gomez, in een Satenvergadering dat nogal wat ministers uit zijn Kabinet aan vriendjespolitiek deden. ‘Dat weet ik’, antwoordde de premier, ‘Pero den kas di puta no tin lugá pa señorita’ (in een bordeel zijn er geen plaatsen voor maagden). Daarmee wilde hij zeggen dat iedere minister op Curaçao aan vriendjespolitiek doet.
Door redactie op woensdag 28 maart 2018
Het aantal mensen dat na hun 65e geen volledige AOW ontvangt neemt tot 2024 enorm toe. Van 231.000 nu naar 590.000 in 2024. Valt u daar ook onder? Iedereen die legaal in Nederland woont of werkt, is automatisch verzekerd voor een ouderdomsuitkering (AOW). De nationaliteit en het inkomen spelen daarbij geen rol. Maar wel het aantal jaren dat men in Nederland heeft gewoond. Gedeeltelijk AOW-pensioen (AOW-gat) Om voor een volledige AOW in aanmerking te komen, moet u vanaf uw 15e tot uw 65e jaar ononderbroken in Nederland hebben gewoond. Als u in die periode een paar jaar niet in Nederland heeft gewoond, heeft u over die jaren geen AOW opgebouwd. U krijgt dan een een gedeeltelijk AOW-pensioen. Het pensioen wordt gekort met 2 procent voor elk niet verzekerd jaar. U heeft dan een AOW-gat. Voorbeeld Ricardo is vanuit Aruba in Nederland komen wonen toen hij 31 jaar was. Hij bouwt dus AOW op vanaf zijn 31e tot zijn 65e jaar. Als hij 65 jaar wordt heeft hij 34 jaar lang AOW opgebouwd. Hij krijgt een AOW-uitkering ter grootte van 34 jaren x 2% = 68%. Dat komt overeen met een korting 34%. Dat kan er dus stevig inhakken. Gekorte AOW-er onder de minimumloongrens Als een gekorte AOW-er voldoende ander inkomen heeft, hoeft de korting in financiële zin geen probleem te zijn. Maar het kan ook zijn dat hij naast het gekorte AOW-pensioen geen andere of weinig inkomsten heeft, waardoor hij onder de minimumloon grens uitkomt. In dat geval komt hij in aanmerking voor aanvullende inkomensondersteuning (AIO). Dat is een speciale regeling voor 65-plussers, gebaseerd op de Wet werk en bijstand. Gat dichten Gelukkig kunt u het AOW-gat dichten of voorkomen dat u een AOW-gat krijgt. Dat kan op de volgende manieren: U verzekert zicht op vrijwillige basis voor de AOW voor de tijd dat u tussen uw 15e en 65e jaar niet in Nederland woont. U gaat weer in Nederland wonen en koopt de jaren die u gemist heeft in. U legt zelf een spaarpot aan om de inkomensachteruitgang te compenseren. Bijvoorbeeld door te sparen of te beleggen of door een lijfrentepolis af te sluiten. Voor meer informatie: www.svb.nl
Door redactie op woensdag 14 maart 2018
Na kort beraad hebben de initiatiefnemers en de dagelijkse redactie van baat013.nl besloten om te stoppen met de website baat013.nl. Een besluit dat iedereen die erbij betrokken is zeer spijtig vindt. Wij kunnen onze lezers echter geen frequente en informatieve stukken meer aanbieden. Dit door veranderende werkzaamheden van onze redactie. En als er één ding is dat wij als beraad destijds maar ook als baat013.nl hebben beloofd, is dat wij iets goed doen en zeker niet ergens mee doormodderen. Trots Op 1 juni 2012, net na middernacht, ging baat013.nl live. Met deze live-gang gaven alle betrokkenen gelijk aan waar ze voor stonden. De deadline van 1 juni werd gehaald met een uitstekende samenwerking tussen alle vrijwilligers. Deze betrokkenheid, verantwoordelijkheid en gedrevenheid zijn in de loop der jaren uitgegroeid in een website waar iedereen met recht trots op was, gewaardeerd werd door de lezers, een zeer hoge notering had op Google (zonder betaling!) maar bovenal mooie vriendschappen! Het Team Drijvende kracht achter baat013.nl was Carmine Palm. Met haar kleine team bestaande uit Carmon Rienhart (webmaster) en Marjan van Wijngaarden (editor) zorgde zij ervoor dat er wekelijks gepubliceerd werd op de site. De meeste artikelen kwamen ook uit haar koker. Naast de vaste waarden hebben ook anderen bijgedragen met mooie en interessante stukken. Bijvoorbeeld, Joseph “Jopi” Hart, Jeroen Baldwin, Eardly van der Geld, Reggie Curiel, Ramiro Rienhart, Roald Tromp en Mick Homoet. Hoogtepunten In de loop der jaren heeft baat013.nl een stevige online positie verworven. Bij belangrijke gebeurtenissen werd baat013.nl steevast benaderd voor commentaar en/of inzichten. Baat013.nl werd ook benaderd door politieke partijen/ politici die bij de Antilliaanse en Arubaanse doelgroep onder aandacht wilde komen. Ook andere belangengroepen kwamen regelmatig langs om van de werkwijze en successen van baat013.nl te leren. Al met al heeft baat013.nl in haar bijna zesjarig bestaan de nodige hoogtepunten beleefd. Met als belangrijkste hoogtepunten, de typisch Antilliaanse en gezellige redactiebijeenkomsten. Niet helemaal op zwart De website baat013.nl mag op zwart gaan, maar baat013 blijft nog zeker actief op Facebook. Via Facebook zullen we regelmatig informatie delen met onze facebookvrienden. Dank Wij willen onze lezers en iedereen die direct en/of indirect een bijdrage heeft geleverd hartelijk bedanken. Wij vinden het oprecht jammer dat wij baat013.nl niet voort kunnen zetten maar hopen graag met jullie in contact te blijven via Facebook Beraad Antillianen Arubanen Tilburg Afscheid met een terugblik Voordat de website baat013.nl op 1 juni op zwart gaat, blikken wij wekelijks terug en grabbelen uit de ‘oude baat013.nl doos’ om in een vogelvlucht 6 jaar baat013.nl de revue te laten passeren. Nogmaals hartelijk dank, Redactie baat013.nl
Door redactie op donderdag 14 december 2017
Nos idioma Papiamentu ta un idioma riku ku un bunita pasado, E idioma a sobrebibí diferente kontratiempo den pasado i hopi atake di menospresio a wòrdu hasí riba nos lenga Papiamentu. Por ehèmpel tabata wòrdu bisá: Papiamentu is maar een “brabbeltaaltje”; Papiamentu is “koeterwaals”; Papiamentu is geen volwaardige taal; Papiamentu no ta sirbi pa duna enseñasa den dje. Pero durante tempu Papiamentu a proba ku e ta un bunita idioma,riku i variá. I nos grandinan a sa di mantené i transmití sabiduría i konosementu atravers di su ekspreshon- i dichonan masha grasioso. Aki ta sigi algun ehèmpel. Sea kontentu i konforme ku loke bo tin i por hasi Mòfi no mester kere ku e por kanta manera trupial Hopi biaha problema finansiero ta kousa desunion den un kas Ora probresa bin paden, amor ta bula bentana Tata a bisa su yu: Mi ta dominá mi mes, pero ta yega un momentu ku mi pasenshi ta kaba Bela ta sende te kaminda su mecha kaba Ora bo ta den bon i ta disfrutá di loke ta bon, bo no ke pèrdè loke bo tin Yangadó sintá riba felpa, no ke tende (nada) di bank’i palu Ora un hòmber di edat kuminsá un relashon ku un mucha muhé mas yòn kune Kunuku nobo ta pidi un bon chapi òf kunuku nobo ta pidi un chapi skèrpi Bo no por exigi loke ta imposibel di ún hende Bo no por saka seis lomitu for di ún baka Shon Toni ta kana masha steif i règt riba su kurpa Shon Toni parse hende ku a guli palu di basora Ora ku papai no t’ey mas nos lo realisá su balor ku e tabatin pa nos No warda te ora koriente bai pa bo sa balor di bela Swinda tin tres yu ku tres diferente tata Swinda ta manera djaka ku rabu kòrtiko Ku palabra (fuerte) bo por hasi un hende masha doló Palabra ta kòrta kaminda nabaha ta para bira stòmpi Un (hende) hòmber no tin nodi di ta bunita Hende hòmber meste ta djis un tiki menos mahós ku diabel Mamay a bisa su yu Sandra: “Kuidou ku Orlando, e ta hòmber kasá” Orlando ta papél kimá Awor ku Donny ta (birando) bieu e ta bló ta hasi kos di mucha Donny a haña sarampi na grandi (òf na behes) Si bo ta muchu kuidadoso i tímido bo no ta logra nada Pushi ku handschoen no por kohe ratón Según palu kuébu den bida, bo ta haña eksperensia Si kolebra a mordebu, bo mira lagadishi bo ta spanta Si kandela a kimabu, bo ta haña miedu di shinishi Gachi ta masha masha floho mes Gachi ta floho manera kaka di mardugá Pastor a bisa den su predikashi pa keda positivo ya ku no ta kos malu so tin den bida Den mondi di infrou no ta laga di tin maske ta ún palu di shimaruku Ora un hende ta burachi no ta e momentu adekuá pa diskuti serio kune Den botekín ta beter ta papia
Door redactie op zaterdag 26 augustus 2017
Met grote verslagenheid hebben wij kennis genomen van het plotseling overlijden van onze zeer gewaardeerde landgenoot en vriend Elmus (Emmy) Da Costa Gomez. Hij is afgelopen woensdag 23 augustus op 55-jarige leeftijd aan een hartstilstand overleden. Emmy uit Curaçao wordt ook wel de Curaçaose Tilburger genoemd omdat hij 30 jaar in Tilburg/Nederland woonde. Hij was volledig ‘geïntegreerd’ om dat woord maar te gebruiken. In die zin dat hij hier gelukkig woonde met zijn gezin, hier zijn werk, zijn hobby’s en vele vrienden had. Toch ging hij ieder jaar voor minimaal 4 weken tijdens de carnavalsdagen met vakantie naar zijn geliefde eiland Curaçao om carnaval te vieren en bij te tanken zoals hij dat zo passend zei. Honkballer Emmy was een begenadigde werper/pitcher en heeft zowel op Curaçao als in Nederland op redelijk niveau gehonkbald. Met het honkbalteam van HSC Tilburg speelde hij samen met onder andere Ben Thijssen, de huidige coach van het grote Koninkrijk honkbalteam, twee jaar in de Nederlandse overgangsklasse en promoveerde met dat team naar de hoofdklasse. Nieuwe hobby De laatste jaren had Elmus een andere hobby. Hij componeerde muziek en schreef teksten. Niet zomaar muziek, maar muziek en teksten voor het bekende Festival di Tumba. Dit is het grootste muzikale evenement op Curaçao waar wordt gestreden om de Carnavals-hit van het jaar, de Tumba. Emmy heeft zes keer vanuit Tilburg tekst en muziek voor het Tumba Festival aangeleverd. Actief binnen de Antilliaanse gemeenschap van Tilburg Hij trad nooit op de voorgrond maar wist altijd van achter de schermen zijn steentje bij te dragen aan de gemeenschap. Door zijn open en toegankelijk karakter had hij veel vrienden binnen de Antilliaanse kring. Afscheid Op maandag 28 augustus 2017 wordt het leven van Elmus Da Costa Gomez gevierd. Van 13.45 tot 14.15 uur is er in het crematorium van Tilburg een formeel afscheid, met woorden en met muziek. Na het afscheid in Nederland gaat Elmus voorgoed terug naar Curaçao, waar hij in afwezigheid van zijn familie en vrienden wordt gecremeerd. Emmy is er helaas niet meer! Dat hij in vrede moge rusten. Sosega na pas amigu Emmy. Onze gedachten en medeleven gaan uit naar zijn vrouw, gezin en naaste familieleden.
Door Carmine Palm op woensdag 23 augustus 2017
Het is een belangrijk jaar voor DJ en producer Menasa. Op Curaçao is hij al een begrip. Nu wil hij om te beginnen Nederland en Europa veroveren en daarna de wereld met zijn Urban Music. Na verschillende optredens in maart stond Menasa in juli op Tomorrowland en in augustus op Solar, twee grote muziekfestivals in Europa. De muzikale carrière van Menasa startte in zijn tienerjaren. Hij stond al jong achter de draaitafel op houseparty’s. Hij werkte samen met bekende namen als Iski, The Party Squad en Brainpower en was het brein achter de Curaçaose rapformatie Immorales en later de groep Tony Montana Music. BAAT’s Carmine Palm sprak met de man achter Menasa, Bryan Palm. Hoe kom je aan de naam Menasa? “Mijn favoriete films in die tijd waren ‘Menace 2 Society’ en ‘Don’t Be a Menace’. Zo kwam ik aan de naam DJ Menace. Maar tijdens optredens sprak het publiek de naam uit als Menasa en dat is altijd zo gebleven.” (Later werd Bryan manager van de groep Tony Montana Music. Tony Montana Music was de hoofdpersonage uit de film ‘Scarface’ uit 1983. Red.) Je bent opgegroeid in de muzikale familie Palm (Bryan is de achterkleinzoon van Albert Palm), waar het een traditie was dat de kinderen een instrument leerden spelen. Maar je koos voor de draaitafel. Waarom? “Op jonge leeftijd keek en luisterde ik naar hip-hop videoclips en muziek. De basis van hip-hop (tegenwoordig Urban music) is DJ-ing, MC-ing en Break dancing. Toen ik 15 jaar was besloten een paar vrienden en ik een DJ groep te beginnen met de naam Spike Sound. We draaiden toen op (privé)feesten en het was heel erg gezellig om mensen te laten dansen. Ook begonnen we te experimenteren met music software en gingen populaire liedjes remixen. Dit alles gebeurde bij mij thuis en zo werd ik behalve DJ ook producer.” Waarom de liefde voor muziek? “Dat is een moeilijke vraag, maar muziek maakt me gewoon blij en ik vergeet alles wanneer ik naar muziek luister. Als kind wilde ik dokter worden maar toen ik eenmaal DJ-ing en het maken van beats ontdekte wilde ik niks anders.” De familie Palm kent veel componisten maar je bent een music producer. Je produceert beats. Zijn er overeenkomsten? “Jazeker. Een componist en een producer is eigenlijk hetzelfde. Als componist schrijf je muziek en als producer maak je muziek. Tegenwoordig wordt muziek digitaal geschreven met computerprogramma’s.” Je muziek bestaat uit een mix van verschillende stijlen zoals bubbling, reggae, reggaeton, zouk merenque etc. Heeft het te maken met je achtergrond dat je zoveel stijlen mixt? “Dat heeft inderdaad te maken met mijn afkomst. Op Curaçao kennen we diverse muzieksoorten. Op een feest wordt van alles gedraaid, vanaf merengue, bachata en salsa tot dancehall, bubbling, hip hop en reggeaton. Muziek voor mij is heel erg breed en wanneer ik muziek produceer is het hetzelfde: heel erg breed.” Gebruik je ook typische Curaçaose muziek? “Ik gebruik altijd Curaçaose muziek in mijn sets. Ik maak mijn eigen remixes en bootlegs van Curaçaose hits om in het buitenland te draaien.” Je hebt gewerkt met grote namen als Basic One, Brainpower, The Party Squad, Brian Dekkers, Enmeris, Mosta Man, Da Ridlaz and Area 51. Wat maakt jouw beat zo speciaal? “Ik doe wat ik voel om te doen. Veel producers maken muziek gericht op een bepaald genre. Ik heb altijd muziek gemaakt op mijn eigen gevoel en ik word geïnspireerd door diverse genres. Wat mijn beat zo speciaal maakt is dat ik altijd probeer een nieuwe sound te creëren en daarnaast laat mijn beat iedereen bewegen, dansen en los gaan.” Je hebt veel producties gemaakt waaronder: “Muñeca”, “El Caballo” and “Nochi Pa Club” met Immorales, “Balor” met Brian Dekkers, “Kliko” met Ivan Soliana, “Heavy” met Uncle Gadz, “Fin Di Siman”, “No Worry” en “Bala” met Tony Montana Music. Waarom werd Bala internationale sensatie? “Ik weet niet precies waarom, maar ik denk dat het te maken heeft met de moderne sounds die ik gebruik heb en doordat het heel erg ‘catchy’ was.” Zoals gezegd ben je als DJ begonnen en maakte je beats. Hoe heb je dat geleerd en ging het je makkelijk af? “Ik heb destijds de software gekregen van een vriend en ging er toen zelf mee aan de slag. Het ging heel snel de juiste kant op. De eerste beat die ik maakte, heb ik gedraaid op een feest. Het was meteen een succes. Iedereen op dat feest begon te dansen en ging er op los.” Je was de oprichter en producer van twee groepen op Curaçao. Immorales en de Tony Montana Music. Daarnaast heb je samengewerkt met verschillende (lokale) artiesten. Nu ga je solo als DJ. Waarom? “Ik heb vanaf het begin als achtergrondproducer gewerkt. Ik vond het niet interessant om als artiest op te treden, maar was tevreden dat mijn beats en producties gedraaid werden op de radio en dat mensen erop los gingen. Op een gegeven moment merkte ik dat het een trend is geworden dat een DJ/producer ook zelf artiest wordt en dan ook zelf als artiest optreedt tijdens het draaien. Dit is een vorm van onafhankelijkheid. Je bent als DJ/producer niet afhankelijk van andere artiesten om een track uit te brengen.” Dus produceren en DJ gaan hand in hand? “Ik blijf beats maken en ik richt me op draaien. Je kan het in de music business NIET maken als je geen producties hebt. Ik heb de kans gekregen om op de grote festivals te draaien omdat ik producties heb. Omdat mijn muziek gedraaid wordt door DJ’s wereldwijd.” Wat onderscheid je als DJ van andere DJ’s? “Wat me uniek maakt is dat ik veel muziek soorten ken en veel muziek soorten kan mixen.” Je hebt je baan als accountmanager bij een verzekeringsbedrijf opgezegd om je volledig te richten op je passie, muziek. Onlangs stond je op Tomorrowland dat wordt gezien als het beste dance festival ter wereld. Wat betekent dat voor je? “Dit betekent meer grote gigs voor me in de toekomst. Het is voor elke DJ een droom om op Tomorrowland te draaien. Ik heb Tomorrowland op mijn DJ CV. Dit is een paspoort om overal te kunnen draaien.” Behalve Tomorrowland heb je ook gedraaid op het Solar festival, ook een outdoor festival. Wat vond je van deze twee festivals? “Het was een uitdaging voor mij, omdat ik nooit op een festival heb gedraaid. Het was een leuke ervaring en ik heb zeker genoten en veel geleerd. Draaien op festivals is heel anders dan draaien in een discotheek of club. De mensen op een festival zijn super hype en willen gewoon vanaf begin tot einde knallen.” Je zegt dat je nooit op een festival heb gespeeld. Hoe heb je je voorbereid? “Ik heb veel Youtube-videos gekeken en aantekningen gemaakt. Ik heb daarnaast ook veel DJ’s gevraagd hoe ze draaien op festivals en wat de aandachtspunten zijn. Alles wat ik heb meegekregen heb ik gebruikt om een goeie set/show in elkaar te zetten en ik ben ervoor gegaan. Het ging super en het kan alleen maar leuker worden in de komende festivals/ optredens.” Hoe ziet de toekomst eruit: Heb je nog meer projecten gepland? “Ik heb dit jaar twee EP’s (mini albums van 4-5 tracks) gemaakt. De EP ‘Black Magic’ is een solo EP. Dus die heb ik alleen gemaakt. De andere EP ‘Otrobanda EP’ heb ik samen met Cesqeaux (een bekende DJ/ Producer uit Groningen) gemaakt en uitgebracht onder het Barong Family label, een door Yellow Claw opgericht platenmaatschappij. Ik werk nu samen met Barong Family. Ik heb elk weekend optredens in Nederland (Eindhoven, Vlissingen, Den Haag, Heerlen, Amsterdam en Stadskanaal). In september ga ik terug naar Curaçao voor verschillende optredens waaronder op het Santa Barbara Vibes Beach festival en het Amnesia festival Curaçao. In oktober ben ik weer in Nederland voor optredens in Nederland en Duitsland en in november in Gran Canaria en Tenerife.” Wil je Menasa volgen? Kijk dan op zijn Facebook pagina en Instagram. Menasa is ook te horen op iTunes en Spotify.
Door Carmine Palm op woensdag 2 augustus 2017
Elk jaar vliegen honderden Curaçaose jongeren de oceaan over om in Nederland te studeren. Dit nieuws staat elk jaar in de kranten. Maar hoeveel jongeren gaan werkelijk studeren, hetzij in Nederland of op Curaçao en in de regio? Daarover lees je niets. Hoeveel jongeren naar Nederland vertrekken om te studeren is niet bekend. Wel is bekend hoeveel jongeren met begeleiding van de Stichting Studiefinanciering Curaçao (SSC) in Nederland gaan studeren. SSC Stichting Studiefinanciering Curaçao (SSC) is een financieringsinstelling die studiefinanciering verstrekt voor het volgen van een MBO, HBO of WO-opleiding op Curaçao, Nederland of in de regio. Ook verstrekt SSC een tegemoetkoming voor het volgen van voortgezet onderwijs. Daarnaast geeft de SSC voorlichting, begeleiden zij studenten en bemiddelen ze bij huisvesting. Het algemene beleid van de SSC is om geen studiefinanciering te geven voor opleidingen in het buitenland die ook op Curaçao gevolgd kunnen worden. Freemovers Er zijn ook jongeren die op eigen kosten in Nederland gaan studeren: de freemovers. Ze maken geen gebruik van de faciliteiten van de SSC. In plaats daarvan doen ze een beroep op de Dienst Uitvoering Onderwijs (Duo) in Groningen. Hoeveel freemovers er zijn is niet bekend. Daling studenten Het aantal studenten dat via SSC in Nederland komt studeren daalt gestaag. Een verklaring voor deze daling is niet eenvoudig. De volgende oorzaken worden genoemd: Het aantal freemovers stijgt; Steeds meer studenten kiezen niet voor Studiefinanciering Curaçao (SSC) omdat ze daar een hogere studieschuld overhouden dan bij Duo. Steeds meer studenten studeren op Curaçao zelf of in de regio. Aantal studenten via de SSC naar Nederland Jaar Aantal Jaar Aantal 2008 350 2013 263 2009 380 2014 248 2010 262 2015 210 2011 273 2016 213 2012 297 2017 218 Een beeld uit 2015 In 2015 kregen 1.066 studenten een beurs van de Stichting Studiefinanciering Curaçao (SSC). 210 studenten vertrokken naar Nederland en 161 gingen in de regio of de Verenigde Staten en Canada studeren. Een kleine 700 studenten bleven op Curaçao. De grootste groep ging naar de University of Curaçao. Dat schreef het Antilliaans Dagblad van 22 juli 2015. De grootste groep die door SSC financieel ondersteund wordt, bestaat dus uit studenten die op Curaçao hun studie voortzetten. Beter beeld is nodig Het is jammer dat er een beeld heerst dat de meeste studenten in Nederland gaan studeren en dat er steeds minder leerlingen na hun middelbare school niet verder studeren. Terwijl op Curaçao zelf veel leerlingen opleidingen volgen op scholen voor middelbaar en hoger onderwijs en op de University of Curaçao. Het Ministerie van Onderwijs, Wetenschap, Cultuur en Sport zou deze cijfers ook eens moeten publiceren. We krijgen dan een beter beeld van de studerende Curaçaose jeugd.
Door Carmine Palm op dinsdag 18 juli 2017
Miep Diekmann, schrijfster van jeugdboeken, is op 9 juli overleden. Maria Hendrika Jozina (Miep) Diekmann is geboren in Assen op 26 januari 1925. Van 1934 tot eind 1938 woonde ze in Willemstad op Curaçao. Haar vader was daar commandant van de militaire politie was. Diekmann schreef zo’n zeventig kinder- en jeugdboeken, waarvoor ze vaak teruggreep op haar eigen jeugdjaren op de Antillen. Ze werd diverse keren bekroond. Voor ‘De boten van Brakkeput’ (1956) kreeg ze de Kinderboekenprijs (de latere Gouden Griffel). En voor ‘Dan ben je nergens’ (1975) meer kreeg Diekmann de Nienke van Hichtum-prijs . Ze schreef de historische roman ‘Marijn bij de lorredraaiers’ (1965) en ‘De dagen van Olim’ (1971) voor de wat oudere jeugd waarin taboeonderwerpen (seks, slavernij) voorkwamen. Maar ze schreef ook veel boeken voor jongere kinderen. In een interview met Erna Staal in het tijdschrift Jaarboek Letterkundig Museum 6 uit 1997 vertelt Miep Diekmann waarom veel van haar boeken over Curaçao gaan: Geen enkel boek over zwarte kinderen “Ik wist al heel vroeg dat ik kinderboeken zou gaan schrijven. Ik zat op Curaçao op een nonnenschool en daar werd ik voor het eerst geconfronteerd met donkere kinderen, want die hadden wij toen helemaal niet in Nederland, in 1934. Ik was ongelofelijk nieuwsgierig en ik las veel, maar er was geen enkel boek over zwarte kinderen te vinden. En je ging aan zo'n kind ook niet vragen, “Zeg, is je grootvader nog slaaf geweest?” Want dat had ik wel eens bij de dienstmeisjes geprobeerd, maar die wilden daar niet over praten. Die wilden zelfs hun eigen taal niet spreken. Ze waren allemaal naar school geweest en het was een soort statussymbool om Nederlands te spreken. Mijn ouders hoefde ik niks te vragen, want die wisten ook niets van zwarte mensen af. Het idee kwam als een soort bliksemflits. Als er geen boeken over zwarte kinderen zijn, ga ík ze wel schrijven, bedacht ik. En van dat idee ben ik feitelijk nooit afgeweken. Maar noem het géén roeping! Het is gewoon ontstaan uit verontwaardiging.” “Eind 1938 gingen we terug naar Nederland. Mijn ouders gingen uit elkaar, scheiden kon niet vanwege het geloof. Ik bleef bij mijn vader. Nadat hij in de oorlog in krijgsgevangenschap was geraakt, woonde ik bij een toeziend voogd.” “Het tweede boek dat verscheen, Panadero pan (1947), is mijn eerste West-Indische boek. Geheel geschreven op mijn herinnering als dertienjarige. Eigenlijk voelde ik toen al dat ik mijn thema had gevonden. Ik zat natuurlijk steeds met een hoop vragen, maar bij wie kon ik te rade? Er was absoluut geen voorbeeld voor mij. Dat heeft in feite nog jaren geduurd.” De boten van Brakkeput “Halverwege de jaren vijftig schreef de Arbeiderspers een wedstrijd uit voor een kinderboek. Daar heb ik De boten van Brakkeput voor geschreven. Ik zag eindelijk een kans om eens iets heel anders te doen en misschien bij een andere uitgeverij terecht te komen. Maar ik kreeg het manuscript terug, met een briefje van Reinold Kuipers dat het helemaal geen kinderboek was en dat het slecht was. Daar zat ik. Ik liet het briefje lezen aan een goede vriend van mij, de letterontwerper Helmut Salden. Die heeft mij vervolgens geïntroduceerd bij Leopold. Daar wilden ze het graag uitgeven, maar ze zeiden wel dat ik met een dergelijk boek nooit geld zou verdienen of naam zou maken. Daar ging het me helemaal niet om. Ik wilde het gewoon publiceren.” “Eigenlijk zou over 1956 een boek van Annie Schmidt bekroond worden als beste kinderboek van het jaar. De eerste winnaar was An Rutgers, de tweede Cor Bruijn, en dus moest de derde wel Annie worden. Zo gaat dat met prijzen, niet? Maar in de jury dat jaar zat Hannie Wolf, hoofd uitleen jeugdboeken in Den Haag en die kwam met mijn boek. Ze zei tegen de jury: “De boten van Brakkeput moeten jullie lezen, dat is echt nieuw!” Toen zijn vier van de vijf juryleden omgegaan. En daarmee had ik die prijs. De boten van Brakkeput werd “beste kinderboek van het jaar 1956”. Padu is gek “Ik had natuurlijk een thema waarbij ik geen concurrentie had. Er was niemand die op mijn manier over zwarte kinderen schreef. Ondertussen was Padu is gek (1957) verschenen. Op het moment dat Leopold nog niet de definitieve beslissing had genomen over Brakkeput, belde mijn oude baas uit Assen op dat hij wel een boek van mij wilde uitgeven. Ik ben bij mijn moeder in Assen in huis gaan zitten en ik heb het verhaal in één keer opgeschreven, in acht dagen en nachten. Van 's ochtends tot 's ochtends vroeg. Met een fles brandewijn op tafel. Mijn moeder zei: “Ik vind het niet erg dat je drinkt, maar wil je het wel uit een glas doen?” Padu verscheen uiteindelijk ook bij Leopold.” “Vervolgens kreeg ik een opdracht van de Koopvaardij. Er moest een boek komen dat meer jongens naar de zeevaart zou trekken. Eerst wilden ze mij een Europese kustreis laten maken, maar ik wilde naar de Antillen om research te doen. Na wat heen en weer gepraat regelde ik dat ik daarheen kon. De Stichting voor Culturele Samenwerking tussen Nederland, Indonesië, Suriname en de Nederlandse Antillen (Sticusa) in Amsterdam regelde mijn daggeld, als tegenprestatie hield ik lezingen. En voor de Koopvaardij schreef ik Driemaal is scheepsrecht (1960). Maar eíndelijk kon ik onderzoek plegen, kon ik kijken of het allemaal wel klopte wat ik had opgeschreven. Ik was ondertussen drieëndertig, dus er zat al twintig jaar tussen mijn herinnering en het schrijven van die Antilliaanse boeken.” Gewoon een straatje “Op de Antillen heb ik een opzet gemaakt voor Gewoon een straatje (1959), de personages zijn allemaal geïnspireerd door bestaande kinderen. Tijdens de terugreis aan boord heb ik de verzamelde gegevens uitgewerkt. Als je die drie boeken in chronologische volgorde leest, Brakkeput, Padu en Een straatje, zie je dat ieder boek steeds een beetje Antilliaanser is geworden.”