Door redactie op woensdag 25 juni 2014
Oude muntnamen en muntstukken, wie kent ze nog? Daarom een overzicht van oude, (bijna) niet meer courante muntsoorten die op Curaçao zijn gebruikt als betaalmiddel of rekenmunt. Soms waren het officiële namen, maar vaak ook vondsten die in het dagelijks gebruik ontstonden. Bijvoorbeeld het oude en nog steeds gebruikte dòlò (verbastering van dollar). Serka Shon Nènè un bleki di ‘black marón’ tabata kosta doria dos plaka i un bleki sardinchi marka Brunswyck tabata kosta un giotín. Un kakiña tabata kosta dos plaka i un paki di pinda herebé tabata kosta dies plaka serka Tomasa. Na barku di fruta na Punda bo por a kumpra un brasa di bakoba kaska hel pa un chilín. Bubu = 100 centen (gulden) Sèn chikito = ½ cent Sèn grandi = 1 cent Chilín = 62 ½ cent Depchi = 10 centen Dies plaka = 25 centen Diesun plaka = 27 ½ cent Doria = 30 centen Doria un plaka = 32 ½ cent Doria dos plaka = 35 cent Doria tres plaka = 37 ½ cent Doria kwater plaka = 40 centen Doria sinku plaka = 42 ½ cent Dos sèn grandi = 2 centen Dos plaka = 5 centen Fuèrtè = 2,50 (rijksdaalder) Gurdein / Gardein = 50 cent (halve gulden) Heldu = 100 centen (gulden) Giotín = 50 cent (halve gulden) Kuater plaka = 10 centen Kuater ria = 60 centen Locha = 5 centen Mei fuèrtè = 1,25 Ria = 15 centen Nuebe ria = 1,35 Nuebe plaka = 100 centen (gulden) Ocho plaka = 20 centen Ocho ria = 1,2 Ocho ria kuater plaka = 1,3 6 sèn grandi = 6 centen
Door redactie op dinsdag 17 juni 2014
Verschillende Caribische Nederlanders zijn onderscheiden voor hun bijzondere bijdragen en prestaties in het afgelopen jaar. Negen mensen ontvingen op 14 juni in Rotterdam de Pearls of the Dutch Caribbean-award. Dit jaarlijks terugkerend evenement wordt georganiseerd door de jongerencommissie van het Overlegorgaan Caribische Nederlanders (OCAN). Positieve beeldvorming van de Caribische Nederlander Doel van de Pearls of the Dutch Caribbean Award is om de enorme potentie en talenten binnen de Caribische Nederlandse gemeenschap een kans te geven om tot volle bloei te komen. Door het selecteren en zichtbaar maken van succesvolle Caribisch-Nederlandse rolmodellen wordt de sociale identiteit en het geloof in eigen kunnen van de Caribische Nederlander versterkt. Het evenement draagt zo ook bij aan de positieve beeldvorming over de Caribische gemeenschap in Nederland. Ook wordt op termijn een duurzaam netwerkplatform gecreëerd waar inspiratie, kennisdeling en samenwerking gefaciliteerd worden. Netwerkbijeenkomst Voorafgaand aan de Pearls of the Dutch Caribbean Gala & Award Show was er een netwerkbijkomst. Deelnemers maakten kennis met de Gevolmachtigde ministers, Minister van Binnenlandse Zaken Plasterk, hoogwaardigheidsbekleders en de andere genomineerden voor de Pearl Awards. Muziek, dans en comedy Tijdens de Gala en Award Show werden de genomineerde talenten en professionals in de verschillende categorieën gepresenteerd aan de aanwezige gasten. Het publiek genoot van een show met verschillende artiesten op het gebied van muziek, dans en comedy. De winnaars De community pearl: Quinsy Gario De science pearl: Jerson Martina De art & literature pearl: Iri & Ayra Kip De sport pearl: Odillio Kurt Willems De music & entertainment pearl: Shirma Rouse De business pearl: Annemarie Nodelijk De student pearl: Nataly Linzey De most oustanding pearl: Jeffry Williams
Door redactie op woensdag 11 juni 2014
Waarom beperkt de Nederlandse man zich tijdens zijn huwelijksleven meestal tot één vrouw en de Curaçaose man, die toch ook voor het altaar stond en dezelfde juridische regels kent, blijkbaar niet? De algemene stereotype beeldvorming van de sociale werkelijkheid van de Curaçaose man is dat hij naast zijn vrouw of vriendin regelmatig een tweede of derde ‘bijslaap’ heeft. De Curaçaose man lijkt het begrip huwelijkstrouw voornamelijk op te vatten als: financieel voor je vrouw zorgen. Is dit nu echt de algemeen geaccepteerde norm geworden? Is een man op Curaçao nu eenmaal meer een levensgenieter en een jager? En is de Curaçaose vrouw heimelijk blij met zo'n partner, want toont hij zich daarmee niet juist écht een man? ’Het tweede bed’ In het boek ’Het tweede bed’ stellen de schrijvers aan Curaçaose mannen en vrouwen een aantal vragen om erachter te komen of er een kern van waarheid zit in de stelling dat op Curaçao mannen meer vrouwen zouden hebben. En zo ja, wat de achtergronden zijn van dit fenomeen. In het boek komen ook deskundigen aan het woord. Veel Curaçaose mannen hebben een ‘by side’ De meeste geïnterviewden onderschrijven de stelling dat de Curaçaose man naast zijn vrouw of vaste vriendin één of meer vriendinnen heeft. Een belangrijke oorzaak voor dit gedrag is te vinden in het slavernijverleden. Slaven hadden toen geen recht op een gezinsleven, omdat ze elk moment verkocht konden worden. Een andere oorzaak ligt in het feit dat jongens in hun opvoeding een rolmodel missen van een man die wel trouw is. Ook wordt dit machogedrag op Curaçao maatschappelijk gezien getolereerd. ’De man is nu eenmaal zo’ De schrijvers komen tot de conclusie dat het begrip ‘trouw’ in de Curaçaose context anders wordt gedefinieerd dan in Nederland. Trouw betekent op Curaçao dat de man goed voor zijn wettige echtgenote of vaste vriendin zorgt. De situatie wordt door de gemeenschap geaccepteerd en het is een nieuwe norm geworden. ´De man is nu eenmaal zo’ is de heersende mythe in de Curaçaose cultuur geworden. En de vrouw past zich hier uit zelfbehoud op aan door het wel te zien, maar tegelijkertijd te ontkennen. Productinformatie van het boek “Het tweede Bed” Auteur:    Valdemar Marcha, Paul Verweel Co-auteur:    Jacqueline Werman Overige betrokkenen:    Jeroen Hoogendoorn   Uitgever:     Caribpublishing BV ISBN:    9789088501937 ISBN10:    9088501939    Bestel dit boek voor € 14,90 | Het-Tweede-Bed‎ | www.bol.com
Door redactie op woensdag 4 juni 2014
Nederlanders afkomstig uit de voormalige Nederlandse Antillen waren ook vorig jaar oververtegenwoordigd in de negatieve statistieken van schoolverlaters, criminaliteit, werkloosheid en uitkeringen. Dat blijkt uit de laatste rapportage Antilliaanse-Nederlanders 2013, die minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken aan de Tweede Kamer stuurde. Het onderzoek wordt sinds 2010 jaarlijks uitgevoerd in de 22 Antillianengemeenten om inzicht te krijgen in de situatie van Nederlanders met een Caribische achtergrond en om de effectiviteit van beleid te meten. De bedoeling was vroegtijdige schooluitval te voorkomen, de werkloosheid in deze groepen te verlagen, hen minder afhankelijk van een uitkering te maken en de criminaliteit terug te dringen. Teleurstellend De 32 miljoen euro die het rijk tussen 2009 en 2012 heeft gestopt in het aanpakken van problemen van Antillianen en Marokkanen in de desbetreffende gemeenten heeft nauwelijks effect gehad. Deze groepen scoren nog altijd (veel) hoger in de cijfers over criminaliteit, werkloosheid en schooluitval dan autochtonen. Minister Asscher noemt het niet halen van de meeste doelstellingen 'teleurstellend'. Werkzoekend Het rapport toont aan dat relatief veel Antilliaanse Nederlanders werkzoekend zijn of een uitkering hebben, al is het aandeel van jongeren tussen de 18 en 24 jaar in deze categorieën enigszins afgenomen. Schoolverlaters Het aantal schoolverlaters zonder diploma blijft hoog. Criminaliteit Nederlanders van Antilliaanse afkomst komen ook veel vaker in aanraking met de politie. Het aandeel verdachte jongeren tussen de 18 en 24 jaar is afgenomen maar de oververtegenwoordiging blijft hoog omdat ook bij de andere bevolkingsgroepen een daling te zien was. Hoe nu verder? Het rijk en de gemeenten zijn in 2012 afgestapt van het doelgroepenbeleid. De regering blijft voorstander van een generieke aanpak, die niet gericht is op bepaalde bevolkingsgroepen, maar op algemene problemen als werkloosheid, schooluitval en criminaliteit. Asscher noemt onder meer een project van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, waarbij ouders bewuster worden gemaakt van hun verantwoordelijkheden. Rolmodellen In samenwerking met het ministerie van Veiligheid en Justitie worden rolmodellen ingezet om crimineel gedrag bij jongeren te voorkomen. Op het gebied van onderwijs is er extra aandacht voor beroepsoriëntatie. Asscher gaat ervan uit dat deze inzet bijdraagt aan het verder terugdringen van de problematiek. Download hier het rapport.
Door redactie op woensdag 21 mei 2014
Sírkulo Antiyano Tilburg (S.A.T.) bestaat vijftig jaar en is de oudste Antilliaanse vereniging in Nederland. S.A.T maakt een moeilijke periode mee maar wil graag een doorstart maken. Daarom vraagt de vereniging om financiële steun. S.A.T. was altijd de ontmoetingsplaats van inwoners van Tilburg afkomstig uit de voormalige Nederlandse Antillen en Aruba. S.A.T werd in 1963 opgericht door Antilliaanse studenten en heeft in de loop der jaren veel prominente burgers gevormd. Geen subsidie meer Door de landelijke bezuinigingen op integratie en inburgering zijn de subsidies voor alle zogenaamde zelforganisaties inmiddels beëindigd. De Gemeente Tilburg geeft S.A.T. geen subsidie meer. Daarmee stond S.A.T. voor een fundamentele keuze: stoppen of op eigen kracht verder. Doorgaan Stoppen is geen optie. De Werkgroep S.A.T heeft ervoor gekozen om op eigen kracht door te gaan. Maar volgens Roy Pieters (oud voorzitter en huidig bestuurslid van S.A.T) verloopt dat moeilijker dan verwacht. Daarom kiest het huidige bestuur van S.A.T voor donaties. Actieplan Het huidige bestuur heeft een nieuw plan gemaakt om; 1. de huidige situatie te saneren 2. een doorstart te maken met nieuwe ideeën en activiteiten Bekende personen denken mee Samen met een aantal bekenden zowel in Nederland (professor dr. Leon de Windt, drs. Sherman Zimmerman, Filomena Cratsz) als op Curacao (drs. Frederick Curiel, dr. Steven Martina, Rudy Eleonora en Percy Pinedo) gaat het bestuur met het nieuwe plan aan de slag.
Door redactie op woensdag 14 mei 2014
Op 22 mei kiezen de burgers van de Europese Unie een nieuw Europees Parlement. De Europese Unie is voor Curaçao, Aruba en Sint Maarten heel belangrijk op het gebied van de rechtspositie, welvaart en de gelijke kansen. Sinds 2009 mogen de inwoners van Aruba en de voormalige Nedelrlandse Antillen ook stemmen voor het Europees Parlement. Het Europees Hof van Justitie bepaalde dat Arubanen en ‘Antillianen’ als EU-burgers niet door Nederland mochten worden uitgesloten van het stemrecht. Bescherming tegen economische kwetsbaarheid Aruba, Curaçao en Sint Maarten hebben sinds 1964 de status van ‘Landen en Gebieden Overzee (LGO)’. Dit betekent dat: de Europese Unie de Caribische landen handelsvoordelen biedt. zij gebruik maken van de middelen uit het Europees Ontwikkelingsfonds. zij toelatingsregels kunnen stellen voor overige Nederlanders, bedoeld om bescherming te bieden tegen de economische kwetsbaarheid van de eilanden. Recht om in een EU-land te verblijven Inwoners van Aruba, Curaçao, en Sint Maarten hebben niet alleen de Nederlandse nationaliteit, maar zijn als EU-burger in het bezit van een paspoort van de Europese Unie. Dit geeft ze het recht om te verblijven in een EU-land. Ze zijn gevrijwaard om uitgezet te worden. De ‘EU rassenrichtlijn’ beschermt ze als EU-burger tegen de willekeur van politici. Denk aan de Bosmanwet De inwoners kunnen bij het Europees Hof van Justitie van de EU bezwaar maken tegen wetten. Denk bijvoorbeeld aan een Rijkswet personenverkeer die de toelating van Arubanen, Curaçaoënaars en Sint Maartenaren tot het Europees-Nederlands grondgebied beperkt. Als de EU in zijn geheel toetreedt tot het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) van de Raad van Europa, kunnen de inwoners nog beter hun rechten kunt opeisen via het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Caribische Nederlandse kandidaten Caribische-Nederlandse kandidaten bij de verkiezingen voor het Europese Parlement zijn: Maruschka Gijsbertha, Marc Frans, Rudy Lampe (Aruba) en Peter van de Mosselaar (Bonaire), de laatste twee van de partij Ik Kies voor Eerlijk. De namen van alle Nederlandse kandidaten zijn te zien op http://europedecides.eu/candidates/election-lists/nl. Wil je weten welke partij het beste bij je past? Test je politieke voorkeur met de stemwijzer.
Door redactie op woensdag 7 mei 2014
Pierre Lauffer(1920-1981) was een bekende Curaçaose dichter en schrijver. In 1968 verscheen een de bundel, ‘Seis Anja kaska bèrde’ (Zes jaar groene schil), met verhalen over de tijd dat hij politieagent was. Hieronder een kort verhaal uit deze bundel. Pierre Lauffer schreef in het papiaments. Er is geen vertaling van dit verhaal. De gebruikte Papiamentse tekst en spelling dateren uit de jaren zestig. Kas Chiki Dos o tres be m’a hasi wárda na Kas Chiki. Nada di kanta makamba. Un wárda laf, ketu. Den e kas riba e pidasitu seru mi tabata sinta lombra wowo, guli stof di kaja. Poko mas pabow tabatin dos o tres kas, kaminda e polisnan tabata biba. E tempu ei ja Kabaret di Pargata a pasa pa historia. E nomber “Onze vlag”tabata resona ahinda, pero ja e tabata un káska, un kadaver, ku un pasado rebultiá. Un bon resultado so e wárdanan na Kas Chiki a dunami. Ei m’a sera konosi ku ju muhe di un polis. Un pichon koló di mespu. Un kara djispow. I un kurpa manera kurason di kwalke chabalitu por desea. Patras den wárda nos tabatin nos prome enkwentro. Ami no a perde tempu, pero start sali di golpi ku namoramentu . Sunchimentu ku chupamentu di lenga a marka mi entrada. Galinja a gusta ku mi. Di moda kun os a palabra pa sigui e freiashi na su kas. Dia ku mi a bai su kas ni su tata ni su mama no tabata tei. E puitu a blo riba mi, bistí na su larson so. Dos pechu tamanjo di pera a buta mi wowonan span. Sin preliminario e mucha a kombidami bai den kamber . I riba kama di su mama nos a frei, ku matras tabata pidi pordon. Pero ku esei e galinja no tabata satisfecho. E la bistis su panja di banjo, invitami ban landa den un baki di un hófi djis banda di su kas. Den hófo amor a bai gol. Poko tempu despues, na Penstraat 24, mi a konta mi dos amigunan di kwarto, kon bon mi a pasa ku e galinja, ku tabatin kabei rondo di su bikinan di tete. Tur dos mi amigunan a grita hari parew i puntrami: “Bo ke men Nettie? Anto e tin un fret den su pechu?”. Mi ilushon a dirti mes momentu. Tres mosketero pa un puitu tabata di mas. Nunka mas mi a mira Nettie. Kas Chiki uit: P.A. Lauffer, Seis anja káska berde. Curaçao: Van Dorp 1968
Door Carmon op woensdag 30 april 2014
Op Bonaire wordt op 30 april al vijfentwintig jaar ‘Dia di Rincon’ gevierd. Het wordt daarom de Koninginnedag van Bonaire genoemd. In voorgaande jaren was 30 april al een officiële vrije dag omdat het Koninginnedag was. Maar sinds dit jaar is er op 27 april Koningsdag. Wat gebeurt er met ‘Dia di Rincon’? Op deze dag laten de bewoners van Rincon hun cultuur, hun tradities en hun geschiedenis zien. Duizenden mensen bezoeken het dorpje. Ze komen niet alleen van Bonaire maar ook uit andere Antilliaanse eilanden en zelfs uit Nederland. Wat ooit klein begon, is uitgegroeid tot een waar volksfeest. Bonairianen zijn bezorgd Sinds het besluit om met ingang van dit jaar Koningsdag op 27 april te vieren, maken Bonairianen zich zorgen over de viering van hun ‘Dia di Rincon’. Het feest is een succes omdat veel bezoekers uit Aruba, Curaçao, Sint Maarten en Nederland naar Rincon komen. Als 30 april geen vrije dag meer is, komen ze niet meer omdat ze dan een vrije dag moeten opnemen. Vaak combineerden ze hun bezoek met de vrije dag op 1 mei: de Dag van de Arbeid. Argumenten voor 30 april ‘Dia di Rincon’ zorgt niet alleen voor de overdracht van het cultureel erfgoed, dat van levensbelang is voor het behoud van de Bonairiaanse identiteit. Het is ook het grootste volksfeest op het eiland. Het trekt jaarlijks een groot aantal bezoekers naar het eiland en is daarmee belangrijk voor de economie. 30 april is niet alleen voor Bonaire belangrijk. Het levert in combinatie met 1 mei extra vrije dagen op. Ook voor de inwoners van Curaçao, Aruba en St. Maarten, die daarvan gebruik maken om hun verblijf op Bonaire te verlengen. Stappen om te komen tot een vrije dag De Eilandsraad van Bonaire vindt dat 30 april in de toekomst een officiële vrije dag moet worden. Het Bestuurscollege van Bonaire heeft ook Curaçao en Aruba gevraagd om gezamenlijk te kijken of 30 april tot een officiële vrije dag kan worden uitgeroepen. Kort geleden heeft het Openbaar Lichaam Bonaire een verzoek ingediend bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelatie (BZK) om van 30 april een officiële feestdag te maken. Dit verzoek is in behandeling in Den Haag. Nog steeds geen vrije dag Nederland heeft nog geen toestemming gegeven om 30 april als officiële vrije dag aan te merken. Het Openbaar Lichaam Bonaire geeft haar ambtenaren vrij, maar de Rijksambtenaren krijgen geen vrij. Ook in de private sector moeten werknemers die dag gewoon werken. Op Aruba is op 27 april Koningsdag gevierd. Curaçao viert dit jaar Koningsdag op 30 april. Plasterk: officiële feestdag in 2015 Minister Plasterk stelt voor de aankomende 30 april een praktische oplossing te zoeken door afspraken te maken tussen werkgevers en werknemers. “Ik streef ernaar om in overleg tijdig de regelgeving aan te passen zodat 30 april 2015 een officiële feestdag kan zijn voor Bonaire.” Plasterk zegt dat hij de diensthoofden van de Rijksambtenaren op het eiland oproept om ruimte te creëren. Zodat iedereen op een passende manier de dag kan beleven.
Door redactie op woensdag 23 april 2014
Jaarlijks komen 1000 studenten uit Curaçao, Aruba, Sint Maarten en Caribisch deel in Nederland studeren. De meeste kiezen voor economie of rechten. Maar Gabi Ras uit Curaçao niet. Zij studeert Knowledge Engineering aan de Universiteit van Maastricht. Een studie die haar helemaal naar Iran bracht. “Daar is het net zo rommelig als op Curaçao.” Als kind al had Gabi een passie voor science fiction, robots en kunstmatige intelligentie. Haar kennis deed ze op via televisie en internet. “Ik kijk graag naar science fiction films en ik lees er graag over. Een van de mooiste boeken die ik heb gelezen is Space Odyssey, een reeks van vier boeken van Arthur C. Clarke. Het verhaal gaat over een computer die doorgeslagen is en mensen doodt. Kunstmatige intelligentie tegen de mens, dat is wat mij boeit.” Wisselen van studie Gabi kwam in 2010 naar Nederland om te studeren. Eerst deed zij Industrial Design aan de Technische Universiteit Eindhoven. Maar haar passie voor kunstmatige intelligentie bleef. Na het halen van haar eerste jaar wilde ze toch iets anders doen. Het werd Knowledge Engineering. Daar vond ze haar passie. Robots spelen voetbal Tijdens haar studie kreeg Gabi de kans om met robots te werken. Ze kwam terecht in het Dutch NAO Team. NAO is het type robot waarmee ze werkt. “Een robot kan in principe alles,” vertelt ze. “Maar deze robots spelen voetbal. Ik leer mijn robot alles over voetbal.” Team doet mee aan competities Het Dutch NAO Team bestaat uit Bachelor en Master-studenten, die door een senior medewerker worden ondersteund. Het team is een samenwerkingsverband tussen de Universiteit Maastricht, Technische Universiteit Delft en Universiteit van Amsterdam. Het Dutch NAO Team doet mee aan verschillende competities van de Robocup. Robots spelen in 2050 tegen de mens Doel van Robocup is om in 2050 robots voetbal te laten spelen tegen de mens. Robocup organiseert jaarlijks wereldcupwedstrijden. Een keer per jaar organiseert een grote wedstrijd en daarnaast andere wedstrijden. Begin april was er eentje in Iran. Gabi deed ook mee. Ze vond het prachtig om naar Iran te gaan. “Wat ik van Iran vond? Even rommelig als Curaçao,” grapt Gabi. Robots kunnen niet denken Robots programmeren vindt Gabi fantastisch. “Als je een computer in een robot doet, wordt het tastbaar. Het gaat bewegen en de robot doet ook wat jij wilt.” Maar, zegt Gabi: “Jij programmeert steeds een robot. Ze kunnen niet zelf denken. Ze kunnen veel. Op het gebied van schaken bijvoorbeeld kunnen ze de mens al verslaan. Maar in 2050 met voetballen de mens verslaan? Daar is het nog te vroeg voor. “ Gabi is nu bezig met de voorbereiding voor de wereldcup voetbal in Brazilië in juli. Met de robots uiteraard. Voor meer informatie: http://www.dutchnaoteam.nl http://www.robocup.nl
Door redactie op woensdag 16 april 2014
Afgelopen zondag was er een bijzondere diplomauitreiking bij IMC Weekendschool. In bijzijn van hun ouders en familieleden kregen 38 leerlingen hun diploma omdat ze de driejarige opleiding hadden afgerond. Eén van hen is Dinaira (13) uit Goirle. Met plezier denkt zij terug aan de afgelopen drie jaar. “Ik heb op de IMC Weekendschool verschillende vakken geleerd. Zoals recht, geneeskunde, journalistiek, film, wiskunde, ondernemen en beeldende kunst. Het leukste vond ik de uitstapjes naar het ziekenhuis voor het vak Geneeskunde. Ik heb veel gezien en van alles meegemaakt”. ‘Meer moeite doen dan je denkt’ Dinaira is in Nederland geboren maar haar grootouders komen uit Curaçao. Dinaira zit nu op De Rooi Pannen. Dankzij IMC Weekendschool heeft Dinaira haar keuze voor deze opleiding kunnen maken. Een ding heeft ze geleerd op de weekendschool: “Je moet meer moeite doen dan je denkt om iets te bereiken”. Aanvullend onderwijsprogramma IMC Weekendschool biedt een aanvullend onderwijsprogramma aan jongeren tussen de tien en veertien jaar. Drie jaar lang maken de leerlingen kennis met diverse beroepen die ze van huis uit niet kennen. Het doel van het weekendschoolonderwijs is dat leerlingen goed geïnformeerd in het leven komen te staan, een breed beeld krijgen van wat de maatschappij te bieden heeft en welke mogelijkheden er voor hen zijn. Diverse wijken in Tilburg IMC Weekendschool bestaat uit tien vestigingen in Nederlanden en telt meer dan 1300 (oud)leerlingen. In Tilburg krijgen kinderen uit de wijken Stokhasselt, Quirijnstok, De Heikant en De Stokhasselt uit Tilburg-Noord en uit de Kruidenbuurt en 't Zand in Tilburg-West aanvullend onderwijs op zondag. Leerlingen houden van doen Veel leerlingen houden van ‘doen’ en dat is ook precies wat de weekendschool beoogt: leren door ervaren. Daarom wordt er veel aandacht besteed aan leren in praktijksituaties. Gastdocenten met verschillende beroepen laten de jongeren actief ervaren wat hun beroep inhoudt. Vakexperts laten zien dat je plezier kunt beleven aan je werk – iets wat de leerlingen in eigen omgeving niet altijd meemaken. De leerlingen krijgen les van bijvoorbeeld journalisten, dokters, kunstenaars of advocaten en gaan op excursie naar allerlei spannende en interessante plekken. Hierdoor gaan de leerlingen bewuster denken over welke richting zij aan hun eigen leven willen geven. Kinderen uit achterstandswijken Leerlingen starten met de weekendschool als ze tien jaar zijn, de leeftijd waarop kinderen van nature nieuwsgierig zijn en gemotiveerd om de wereld te ontdekken. Het programma op de weekendschool is voor elk kind zinvol, maar IMC Weekendschool richt zich in eerste instantie op de groep die dit het hardst nodig heeft: kinderen uit sociaaleconomische achterstandswijken. Trotse moeder Dina, de moeder van Dinaira, is in ieder geval trots op haar dochter. “Je zag haar losser worden” vertelt ze. Volgens haar moeder doet Dinaiara altijd haar best op school. Maar over IMC Weekenschool was ze enthousiast. “In drie jaar heeft ze zoveel geleerd van vakken die ze in het reguliere onderwijs niet kreeg. En als ze thuiskwam had ze heleboel verhalen van wat ze geleerd had”. Dina zou haar andere kinderen zo laten meedoen met de IMC weekendschool. “Maar” zegt ze, “de kinderen moeten het zelf willen”.