Door redactie op woensdag 14 oktober 2015
Alex Rosaria, partijleider van Pais wil het Curaçaose witstaarthert tot het nationaal symbool van Curaçao maken. Naar aanleiding van Dierendag heeft Rosaria een brief geschreven aan minister Dick van Onderwijs. In de brief vraagt hij welke dieren op Curaçao bij wet beschermd zijn. Ook vraagt hij om het hert tot een nationaal symbool te maken. Zo heeft Amerika een arend en Nederland een leeuw als nationaal symbool. Arthur Donker pleit in zijn ingezonden stuk voor de geit in plaats van het witstaart hert. Maar waarom kiezen we niet voor de leguaan? Zes redenen om van de leguaan een nationaal symbool te maken. 1. De leguaan is zie je overal De Antilliaanse Groene Leguaan (Iguana delicatissima) is een hagedis uit de familie leguanen (Iguanidae). De leguaan is een van de oorspronkelijke bewoners van het eiland en je ziet hem overal. De leguaan voelt zich thuis op Curaçao. Het Curaçaose witstaarthert is een solitair levend mini-hertje, waarvan er nog maar 100 exemplaren in het Christoffel Park leven. 2. De leguaan is bekend Iedereen op het eiland kent de leguaan en weet hoe het dier eruit ziet. Veel eilandbewoners hebben het hert nog nooit gezien. 3. De toerist kent de leguaan Toeristen kennen allemaal de leguaan. In Punda zie je veel toeristen op de foto gaan met leguanen. Als je op Facebook kijkt naar foto’s genomen op Curaçao dan zie je altijd een foto van een leguaan in de natuur, op het strand, en zelfs in hotels. Het lijkt alsof voor de toerist de leguaan al het symbool van Curaçao. Er zijn nauwelijks foto’s van het hert. 4. De leguaan heeft een makkelijke Latijnse naam De naam van de leguaan in het Latijn is makkelijk: Iguana. Iedereen kan dit onthouden. Het hert heet in het Latijn Odocoileus Vigirianus Curassavicus (zie het ingezonden stuk van Arthur Donker). Een dergelijke naam kun je amper uitspreken laat staan onthouden.   5. De leguaan kost geen geld Doordat de leguaan in binnen- en buitenland bekend is, kost het niet veel geld om het beest tot nationaal symbool te maken. Je hoeft geen informatiecampagne op te starten voor de leguaan. Ook zijn er genoeg volksverhalen over de leguaan onder de bewoners van Curaçao. Kies je voor het hert dan kost het veel geld aan op te richten werkgroepen, campagnes etc. En ook aanpassingen in het Christoffelpark nodig om het dier te kunnen zien. In deze financiële moeilijke tijden voor Curaçao kun je beter kiezen voor de leguaan. 6. De leguaan past beter op de vlag Wil je het nationaal symbool ook op de vlag plaatsen dan gaat het makkelijker met een leguaan. Een leguaan past midden op de vlag maar kan ook in de hoeken. Omdat een leguaan een schutkleur heeft kun je een kleur kiezen die bij de vlag past. Een hert kun je niet makkelijk op de vlag plaatsen. Tot slot Steeds mensen op het eiland houden een pleidooi voor de leguaan. De leguaan krijgt dus steeds meer steun dan het hert.
Door redactie op donderdag 8 oktober 2015
Op 10 oktober vieren Curaçao en Sint Maarten hun autonomie. Ook de staatskundige situatie voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba is vijf jaar geleden veranderd. Wat heeft 10-10-‘10 voor de eilanden, de bewoners en het Koninkrijk der Nederlanden nou echt gebracht? Een mooi moment om de voorlopige stand op te nemen. Is 10-10-‘10 tot nu toe een succes of een regelrechte ramp? De Nederlandse Antillen (zes eilanden in de Caribische zee) waren van 15 december 1954 tot 10 oktober 2010 een land binnen het Koninkrijk der Nederlanden. In 1986 ging Aruba als afzonderlijk land binnen het Koninkrijk verder. In 2010 volgden Curaçao en Sint Maarten, terwijl Saba, Sint Eustatius en Bonaire (ook bekend als de BES-eilanden) als 'bijzondere gemeenten' werden opgenomen in het moederland als Caribisch Nederland. Nos mes por (wij kunnen het zelf)? De aanloop naar 10-10-‘10 was ‘Nos mes por’, een gevleugelde uitspraak bij een grote groep op Curaçao. Op Bonaire vreesden ze een tsunami van ‘meteorologische vluchtelingen’ uit Nederland. Sint Maarten keek ernaar uit om op eigen benen te staan. Vijf jaar later en kijkend naar de berichten in de kranten lijkt het alsof de voormalige Nederlandse Antillen afstevenen op een ramp. Aanwijzingen, moorden en de maffia domineren de eilanden. Of zoals Ronald van Raak (tweede Kamerlid voor de SP) het formuleerde: een rekolonisatie, maar dan door de onderwereld. Curaçao bevindt zich in een onverzorgde staat. Bonaire is veel duurder geworden. De gemeenschappelijke Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten en de gemeenschappelijke Procureur Generaal functioneren slecht. Sint Maarten heeft al vijf regeringen versleten en er hangt een dikke zweem van corruptie en inmenging van onderwereld in de politiek. Negatief of onverschillig In de voorbereiding op dit artikel hebben we verschillende mensen gevraagd naar hun ervaringen met 10-10-‘10. De geluiden zijn ronduit negatief: het is alleen maar slechter geworden. De lokale mensen vinden dat de eilanden zelfs achteruit zijn gegaan. Criminaliteit neemt toe en de tweedeling (verschil tussen arm en rijk) in de maatschappij is enorm toegenomen. Veel bewoners gaan gebukt onder diepe armoede. De stroom valt om de haverklap uit. Kortom: er zijn meer problemen dan vóór 10-10-’10. Daarnaast is integriteit bij politici ver te zoeken. De moord op Helmin Wiels vat alle bovengenoemde zaken in zekere samen. Inmiddels reageren mensen in veel gevallen onverschillig. Of zoals de bekende Pater Römer het ooit zei: "er heerst een zekere 'inertia' onder de mensen. Un exito of fracaso (succes of mislukking)? De vraag die wij ons bij de redactie oprecht hebben gesteld is: is het echt zo dramatisch of horen we alleen de stem van de ontevredenen? Zijn er ook positieve zaken te melden? Is er een verschil in beleving tussen de mensen die op de Antillen wonen en de mensen die hier vanuit Nederland de ontwikkelingen daar volgen? Kortom, wat houdt de mensen bezig en wat denkt men over deze 5 jaar? Is 10-10-‘10 een exito of een fracaso? Wij horen graag jullie reacties Wij horen graag de reacties en verhalen van onze lezers. Over bijvoorbeeld: Wat is er volgens jou veranderd na 10-10-’10 op Curaçao, Sint Maarten en BES-eilanden? Wat betekent 10-10-’10 voor jou, of je nu op de Antillen woont of in Nederland? En uiteraard als je een ander verhaal met ons wil delen, horen wij dat ook graag. Je kunt reageren door op de knop ‘reactie’ te drukken. Je kunt ook reageren op onze facebookpagina
Door redactie op woensdag 30 september 2015
De beroemde Curaçaose schrijver, dichter en taalwetenschapper Frank Martinus Arion, pseudoniem van Frank Efraim Martinus, is zondagavond 27 september op 78-jarige leeftijd op Curaçao overleden. Arion was al enige tijd ziek. Hij was voor het laatst in het openbaar in 2014 bij de première van een documentaire over zijn leven. Frank Martinus Arion studeerde Nederlandse letterkunde in Leiden en Amsterdam. In 1971 promoveerde hij aan de Universiteit van Amsterdam over het ontstaan van zijn moedertaal Papiamentu. Zijn proefschrift heette ‘The Kiss of a Slave. Papiamentu’s West-African Connections’. Debuutroman Dubbelspel In 1973 debuteerde hij met de succesvolle roman ‘Dubbelspel’, waarmee hij meteen de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs won. Het boek werd juichend ontvangen en ontwikkelde zich sindsdien tot ‘everseller’. Na ‘Dubbelspel’ publiceerde hij de romans ‘Afscheid van de koningin’ (1975), ‘Nobele wilden’ (1978) en ‘De laatste vrijheid’ (1995). Samen werden deze drie romans in 2006 uitgegeven als de ‘Drie romans’. Alle drie worden ze gekenmerkt door een sociaal en politiek engagement, dat met de jaren actueel is gebleven. Dichter Frank Martinus Arion verwierf bekendheid als schrijver van romans en verhalen. Maar naast romans schreef hij poëzie en essays. Zijn laatste publicatie, zijn verzamelde gedichten, verscheen onder de titel ‘Heimwee en de ruïne’ in 2013. Hij schreef en dichtte in het Nederlands en het Papiamentu. Gedreven verteller Verder was Arion ook een gedreven en meeslepend verteller die de provocatie en de tegenstellingen niet schuwde. Ook sprak hij zich expliciet uit tegen zaken als racisme, onderdrukking en globalisering. Papiamentu Arion was een grote voorvechter van het Papiamentu. Hij was bijvoorbeeld betrokken bij de oprichting van de eerste Papiamentstalige middelbare school. In 2003 werd hij benoemd tot hoogleraar grammatica van het Papiamentu aan de universiteit van Willemstad. Als voorvechter van het Papiamentu zien we hem in felle discussies verwikkeld rondom het invoeren van deze taal op school. Zijn kritische opmerkingen en pleidooien voor erkenning van het Papiamentu deden hem als agressief overkomen. Maar achter dit masker school een vriendelijke persoonlijkheid met grote en welgemeende liefde voor zijn taal en zijn land. Koninklijke onderscheiding In 1992 werd Frank Martinus Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. In december 2008 maakte hij bekend zijn lintje terug te geven aan de Staat der Nederlanden uit protest tegen ‘het rekolonisatieproces’ van Nederland. Hij vond dat Nederland zich te veel met Curaçao bemoeide. M’a kai den sneeuw’ Hieronder een van de bekendste gedichten van Frank met de titel “Ma kai den sneeuw”. Het gedicht alsook de gebruikte Papiamentse tekst en spelling dateren uit de jaren zestig. Ik ben in de sneeuw gevallen Ik ben in de sneeuw gevallen Kun je me niet redden? Val dan neer naast mij En help me huilen. Als je Papiamentu kon spreken Noemde ik je DUSHI Vroeg ik je me met een zoen te redden Maar je kunt niet zwart worden. En ze hebben me gezegd. En ze hebben me bezworen Trouw je met een blanke vrouw Kom je je zwarte land niet meer in. Ik ben in de sneeuw gevallen Kun je me niet redden? Val dan neer naast mij En help me huilen. M’a kai den sneeuw M’a kai den sneeuw Bo n' por sakami? Kai bande mi anto judami jora. Si bo por a papia Papiamentu lo ma jama bo DUSHI pidi bo un sunchi pa sakami ma bo n' por bira pretu. I nan a bisami I nan a hurami: Si bo kasa ku un muhe blanku bo n' por drenta bo tera pretu mas. M’a kai den sneeuw Bo n' por sakami? Kai bande mi anto judami jora. 'M'a kai den sneeuw', in: Frank Martinus Arion, Ta amor so por. Willemstad, Curaçao: Libreria Salas, 1961. Vertaling: Nydia Ecury en Esther Jansma.
Door redactie op donderdag 24 september 2015
Het Papiaments, sinds 2007 een officiële taal op de Nederlandse Antillen, is rijk aan kleurrijke en grappige uitdrukkingen en zegswijzen waar je zowel vrolijk als verdrietig van kunt worden. Veel daarvan stammen nog van vroeger en worden tegenwoordig minder gebruikt. Maar gelukkig zijn er steeds meer jongeren die er belangstelling voor hebben en ze ook meer gebruiken in het dagelijks leven. Daarom besteedt BAAT013 geregeld aandacht aan deze vanuit het leven gegrepen spreekwoorden en gezegden. Hieronder een paar voorbeelden waarbij de Papiamentse uitdrukking vetgedrukt wordt weergeven met daaronder het Nederlandse equivalent of omschrijving. Hoewel het Papiaments maar in een klein taalgebied wordt gesproken is aan onderstaande spreekwoorden en gezegden te zien met hoeveel creativiteit, humor en liefde deze taal zich heeft weten te ontwikkelen en handhaven. Er bestaan twee hoofdvormen van het Papiaments, die vooral in spelling van elkaar verschillen. Het Papiamento dat wordt gesproken op Aruba heeft een etymologisch georiënteerde spelling, terwijl Papiamentu, dat gesproken wordt op Curaçao en Bonaire, fonetisch gespeld wordt. Chupòn no ta yena un yu su barika: Blijf iets dat hoe dan ook moet gebeuren niet steeds maar uitstellen. Mihó mitar glas yen ku henter un glas bashí: Beter een half ei dan een lege dop. Beter iets dan helemaal niets. No ta tur dia ta Pasku. Tur dia no ta lechi dushi: Het is niet altijd rozegeur en maneschijn. Bo no meste pone pushi kwida piská: Je moet de kat niet op het spek binden. Gladys ta bas di redu. Henter ora e ta kana bati bleki: Gladys is een eerste klas roddelaar. Zij doet als maar roddelen Gai ta kanta ora galinya kaba di pone webu: Met andermans kleren pronken. Doctor da Costa Gomez a yega di bisa: “Mi ta un yagdó ku konose mondi”: Doctor da Costa Gomez heeft ooit gezegd: “Ik ken mijn papenheimers wel”. Anzwé chikitu tambe ta kwe piská: Je moet niemand onderschatten. Wilfrido ta moneda di dos kara: Wilfrido is onbetrouwbaar. Hij schaakt op twee borden. Danki di mundu ta pishi di yewa: Dank voor stank krijgen. Riba mi dia di kasamentu mi tabata sintimi manera un puta den misa: Op mijn trouwdag was ik als een kind zo zenuwachtig. Kada kachó tin ku lembe su mes webu: Een ieder moet zijn eigen boontjes doppen. Ora buriku muri, warawara ta hasi fiesta: De een zijn dood is de ander zijn brood. Pa skapa di kachó, konènchi ta drenta den infrou: Een kat in nood maakt rare sprongen. Kargadó di saku largu no ta konfia su kambrada : Zo als de waard is vertrouwt hij zijn gasten. Muhé por pone diabel su boka keda baba: Je moet vrouwen niet onderschatten. Kada pakiko tin su pasobra: Geen oorzaak zonder gevolg. Na tera di galiña, kakalaka no tin palabra: Waar een meerdere komt, moet een mindere wijken. Sende un bela na Dios i un otro na diabel: Twee heren tegelijk dienen. Kachó tin kwater pia ma e no por kana den dos kaminda: Men kan geen twee dingen tegelijk doen. Ook wel: Men kan niet overal tegelijk zijn. Giambo bieuw a bolbe na weya: Een oude vlam is weer opgelaaid, E ta sintá ey pa res i mantek’ibela: Hij zit daar voor spek en bonen. Manchi ta bashí manera ratón di kèrki, E ta kana ku sanka na man: Manchi is zo arm als Job. Hij heeft helemaal niks te makken. Mi no ke ta un pruga den su karson: Ik zou niet graag in zijn schoenen willen staan. Kanaster sin kuminda no ta kue piská: Kosten gaan voor de baat. Blachi bèrdè tin ku seka p’e kai: Alles op z’n tijd. Loke nochi tapa, di dia ta saka: Een leugen komt op den duur altijd uit. Ter afsluiting Weet u wat het Nederlandse equivalent is van deze Papiamentse uitdrukkingen? Plaats dan uw reactie achteraan dit bericht! · Kaminda djente ranka, lenga ta pasa. · E no a rèkè ni mèkè. · Meste grawatá kaminda ta kishikí. Zie ook: Oude uitdrukkingen en gezegden in het Papiaments deel 1
Door redactie op donderdag 17 september 2015
De vakantieperiode is voorbij. Wie in deze periode naar de Antillen is gegaan, deed dit per vliegtuig. Het is een verre vliegtuigreis en je doorkruist een aantal tijdszones. ‘Heb jij last van een jetlag?’ is een vraag die je dan vaak hoort. Maar wanneer heb je er het meeste last van? Als je aankomt op Curaçao of als je aankomt in Nederland? Een jetlag is de verstoring van het natuurlijke slaap/waakritme die optreedt wanneer iemand in korte tijd, bijvoorbeeld per vliegtuig, naar een plaats op aarde gaat waar het volgens de plaatselijke tijd aanzienlijk vroeger of later is dan op de plaats van vertrek. Doordat je op korte tijd een groot aantal tijdszones doorkruist, raakt je biologische klok (of bioritme) soms ontregeld. En dit kan voor onaangename neveneffecten zorgen. Wat is een jetlag? Ons 24 uur ritme van slaap en activiteiten wordt beheerst en gereguleerd door onze biologische klok in de hersenen. Dat is geen zichtbare tikker maar een gevoelsklok. Deze biologische klok wordt elke dag op tijd gezet door het daglicht en is aangesloten op het eind van je oogzenuw. Daar komen de signalen van licht en donker binnen waardoor je hersenen weten of het al tijd is om te gaan slapen of dat je nog wel een filmpje kunt kijken. Biologische klok raakt in de war Zo’n klok kan het moeilijk krijgen wanneer je naar een verre tijdzone vliegt. Je biologische klok verwacht duisternis maar krijgt een portie extra licht of andersom. Hierdoor raakt die klok in de war en dat kan soms een paar dagen duren. Daarnaast moeten ook je organen zich aanpassen aan de nieuwe situatie en tijd. Je al bijna slapende nieren en lever moeten ineens langer doorwerken. Dat zou jij waarschijnlijk ook niet leuk vinden en daarom gaan ze klagen bij je hersenen met als gevolg hoofdpijn, klachten in de maagstreek of somberheid. Jetlag symptomen en signalen Een jetlag kan je herkennen aan verschillende symptomen na een vliegreis. Het belangrijkste symptoom is extreme vermoeidheid. Dit kan zelf zo erg zijn dat je er ziek van wordt. Daarnaast kan je last krijgen van verschillende lichamelijk en psychische klachten zoals vermoeidheid, hoofdpijn, maagklachten, slechte concentratie, pijnlijke gewrichten en zelfs geheugenverlies. Hoe meer tijdzones je passeert, hoe meer last je kunt krijgen van jetlag symptomen. Niet iedereen heeft evenveel last van een jetlag Ongeveer driekwart van de reizigers heeft last van een jetlag, maar niet iedereen is even gevoelig voor de effecten daarvan. De ene persoon heeft het er moeilijker mee dan de andere. Er zijn mensen die na een goede nachtrust snel zijn aangepast aan het nieuwe ritme. Anderen hebben na een lange vliegreis soms wel dagenlang last van een jetlag. Over het algemeen geldt: hoe ouder, hoe minder last. Vrouwen hebben doorgaans iets meer last van een jetlag dan mannen. Je vliegt naar Nederland Mensen die naar het noorden of zuiden reizen, krijgen geen jetlag omdat ze geen tijdzones doorkruisen. Als je naar het oosten (bijvoorbeeld van de Antillen naar Nederland) reist heb je het meest last van een jetlag, dit omdat je bij elke doorkruiste tijdzone een uur verliest. Je vliegt naar de Antillen Bij het reizen naar het westen (bijvoorbeeld van Nederland naar de Antillen) krijg je wel een jetlag, maar omdat je bij elke doorkruiste tijdzone een uur er bij krijgt wen je meestal makkelijker aan het tijdsverschil. Maar een jetlag wordt ook veroorzaakt door een andere omgeving, andere gebruiken en door de opwinding van vakantie. De vliegreis om op een bepaalde bestemming te komen is bovendien een aanslag op het menselijk lichaam. Een paar dingen die je tegen een jetlag kunt doen · Geef zo min mogelijk gehoor aan je biologische klok. Kruip dus niet bij aankomst direct onder de wol als het nog middag is, maar probeer zo lang mogelijk wakker te blijven. Is het op de plaats van bestemming al avond, maar ben je nog niet moe? Ga dan toch gewoon naar bed. Je lichaam past zich op deze manier het snelst aan. · Blijf overdag zoveel mogelijk in daglicht, liefst in de felle zon. Je lichaam krijgt zo meer signalen dat het dag is, en zal minder snel in de slaapstand schieten. · Zorg ’s avonds voor een hele donkere kamer. Gebrek aan licht stimuleert het slaapproces in je hersenen. · Kun je ’s avonds de slaap echt niet vatten, dan kun je melatonine slikken. Dit stofje wordt door de pijnappelklier aangemaakt in de hersenen en zorgt ervoor dat je slaperig wordt. Melatonine in een pilletje heeft datzelfde effect. Slik melatonine ongeveer een half uur voor het naar bed gaan.
Door redactie op woensdag 9 september 2015
Tilburg was bijzonder voor me omdat ik zoveel mensen kende, voornamelijk via het netwerk van mijn moeder en stiefvader. Mijn oude klasgenoten of andere leeftijdsgenoten heb ik er niet echt gezien. Behalve dan mijn beste vriendin Charlotte Cartigny natuurlijk, en mijn oude kennis Milangelo Martis. En ik was erg blij dat Junet Martina er was, een vriendin van me die in de loop van de jaren als familie is gaan voelen. Maar vooral de groep die mijn ouders meegenomen hadden, waaronder bijna mijn hele stief-familie, kennen mij niet echt op deze manier, als antiracisme-activist. Dus dat was heel leuk, om zo naar voren te mogen stappen en gehoord te worden. Witte privilege De reacties waren heel mooi. Het publiek was relatief erg wit, dus wat men zag en hoorde was best een beetje een ver-van-mijn-bed-show. Daarom vond ik het absoluut indrukwekkend hoe mensen me achteraf zeiden hoe de film ze geraakt hadden. Dat ze geen idee hadden dat racisme zo'n impact kan hebben op het alledaagse leven. Mensen waren verdrietig, aangeslagen, maar ook vol, bruisend, enthousiast. Ik merkte dat veel van deze kijkers, die toch wel behoren tot een (gepensioneerd) midden/bovenklasse publiek, hun eigen witte privilege gevoeld hadden, en accepteerden dat het er is en dat het werkt, in plaats van te doen alsof het niet bestaat. Dat vond ik heel bijzonder. Veel emotie En er zaten natuurlijk ook aardig wat Caribische mensen in de zaal, sommigen al heel lang woonachtig in Nederland. Ook daar zag ik veel emotie, veel heftigheid, enthousiasme, opluchting, om erover te praten, om elkaar te ontmoeten en wellicht ‘kindred spirits’ te vinden om mee samen te werken. Een mevrouw had haar broodje ingepakt en ging met tranen in haar ogen naar huis. Ze had er zo lang niet over nagedacht, ze had nu een ander leven, zei ze. Maar al die pijn van het verleden, van de discriminatie die ze in haar eigen familie had meegemaakt, en als jonge vrouw in Nederland kwam weer boven. Dat moest ze even een plek geven. Antilliaanse gemeenschap niet bereikt Wat ik wel jammer vind, is dat we de grote Antilliaanse gemeenschap die in Tilburg woont toch niet echt hebben bereikt. Misschien is deze locatie niet de beste plek, en zou de film beter bezocht worden wanneer hij tijdens een evenement of speciale avond in een buurthuis wordt gedraaid, of iets dergelijks. Op Curaçao zagen we dat ook: het publiek dat naar een filmhuis komt (Teatro Luna Blou in dat geval) is select. We bereiken veel mensen, maar nog veel meer mensen niet. Zulke locaties zijn relatief duur, verder weg vaak, en hebben een stigma van ‘wit’ en ’elite’. Daarom zijn we bezig met een bario tour, waarmee we naar 20 arme wijken gaan om de film te vertonen. Met beamer en scherm onder de arm. Dat wordt superleuk. Misschien is dat ook iets voor Tilburg. Het kost tijd Ik merk op Curaçao en ook in Nederland dat het even tijd nodig heeft. Misschien kan er eerst iets worden georganiseerd voor de kernpersonen in de community, mensen die veel bereik hebben. Die gaan erover praten, en dan, voor je het weet heb je volle zalen. En het moet ontstaan Je zou het ook moeten inkaderen denk ik, het thema echt presenteren als iets dat voor iedereen belangrijk is. Het maakt voor mij niet uit of ik de film één keer of honderd keer vertoon, I'm not in this for money or fame. Het is meer dat ik merk dat het mensen raakt, dat het iets positiefs brengt, een opluchting. Daarom zou ik het fijn vinden als de film verder doorsijpelt. Maar there is no rush, dat is het belangrijkste. Het moet ontstaan.
Door redactie op woensdag 2 september 2015
Deze dagen draait in Nederland de documentaire ‘Sombra di Koló’ van Angela Roe. Ik mocht een interview met haar doen en heb de documentaire twee keer gezien. De film gaat over de betekenis van huidskleur en ras vandaag de dag en de relatie tussen kleur en sociale klasse. In de film stelt Angela de vraag ‘vertel me iets over kleur’. Ik werd geraakt door deze vraag en vroeg me af of mijn kleur ook een rol speelt in mijn leven. Nee, mijn kleur speelde geen rol bij mijn studie, bij het vinden van een baan en in mijn sociale leven. Ik heb er geen hinder van ondervonden. Maar omdat ik anders uitzie heb ik wel gevallen meegemaakt waarbij mijn kleur er aan te pas kwam. Naar Parijs Ik ben geboren op Curaçao en in 1978 in Nederland komen studeren. Ik kwam in Tilburg terecht om bedrijfseconomie te studeren aan de Katholieke Hogeschool Tilburg, tegenwoordig Tilburg University. Ik woonde op de studentenflat en we gingen met een groep naar Parijs. We liepen daar op straat en je zag heleboel zwarte mensen. Op een gegeven moment zei één van de medestudenten tegen mij: “je bent eigenlijk helemaal niet zwart”. Voor mij was dit de eerste keer dat over mijn kleur werd gesproken. Schoonmaakploeg Na mijn studie ging ik werken bij de Belastingdienst. Als je het gebouw binnenkwam moest je langs een portier. Een hele vriendelijke man. Een van de eerste keren dat ik binnenkwam zei hij tegen mij dat mijn collega’s net weg waren. Als ik hard rende kon ik ze nog inhalen. Met mijn collega’s bedoelde hij de schoonmaakploeg. Hoogste verdieping Een ander keer vroeg hij mij wat ik te zoeken had op de vierde verdieping. Het was een oud gebouw met vier verdiepingen. Hoe hoger je functie hoe hoger de verdieping. Ik werkte als Rijksaccountant en die zaten op de vierde verdieping. Ik moest in het begin mijn identiteitspapieren laten zien om de lift te kunnen pakken. Nadruk op het anders zijn. In die tijd dat ik bij de Rijksoverheid werkte hadden ze een beleid om allochtonen in dienst te nemen. En ze hadden allerlei faciliteiten voor de allochtoon. Als in mijn rapportages een woord of zin verkeerd was, werd ik meteen naar een cursus Nederlands gestuurd. Mijn leidinggevende moest ook naar een cursus ‘hoe om te gaan met allochtonen’ en mijn team kreeg ook een workshop want er was een allochtoon in hun midden. We kregen uitleg van een duo, een zwarte en een witte meneer. Ze noemden zich Sjors en Sjimmie. Ik vond ze heel eng. Ik had totaal geen moeite met mijn leidinggevende en teamleden. Maar door het constant de nadruk te leggen dat ik anders was werd je ook anders behandeld. Uitblinker Na de Belastingdienst kwam ik bij Interpolis terecht, een verzekeringsmaatschappij. Wat een opluchting was dat. Ik werd niet onder een vergrootglas gelegd. Ik was een collega. Maakte ik een taalfout, dan werd deze gewoon verbeterd want iedereen maakt fouten. Bij Interpolis was ik een specialist op het gebied van levensverzekeringen. En zo werd ik ook behandeld. Natuurlijk werden er grappen gemaakt over mijn accent. Vooral de vette ‘W’ was erg populair. Maar omdat ik ervoor zorgde om uit te blinken in mijn vak werden dit soort grappen niet meer gemaakt. Mijn kleur? Als ik op vakantie ben op Curaçao ga ik veel naar het strand en krijg dan een hele bruine kleur. In het begin bij mijn terugkeer in Nederland kreeg ik steevast verbaasde opmerkingen hierover. “Goh ik wist niet dat je bruiner kon worden.” Laatst kwam ik de eerste dag dat ik op Curaçao was een vriendin van mijn moeder tegen. Ik vertelde haar wie ik was. Ze keek me aan en zei: ”Hoe kom jij zo wit, je was toch vroeger bruin”? Carmine Palm
Door Carmon op dinsdag 30 juni 2015
Sleeves is een Curaçaose coverband met een breed repertoire, van rock tot dance, van soul tot jazz. Ze geven het publiek waar ze voor zijn gekomen: music, fun and entertainment. Sleeves heeft nu een cover gemaakt van de hitsingle van Kenny B. ‘Parijs’. De cover heet ‘Papia papiamentu ku mi’, en er hoort zelfs een videoclip bij. De redactie van Baat sprak met met Eric Jan van Leeuwen, de zanger van Sleeves. Vertel eens iets over jullie zelf? Een jaar of acht geleden kwamen drie man, Bik, Maarten en Mike samen om iets gezelligs te doen met muziek. Dat was het begin van Sleeves. Bik en Maarten zitten nog steeds in de band. Al gauw werd het aantal muzikanten groter en ook de muzikaliteit. Ik zelf kwam er een half jaartje later bij, naast de lead zangeres. Tussendoor hebben we aardig wat wisselingen gehad, maar de huidige bezetting is al een paar jaar hetzelfde. Sleeves bestaat uit 11 leden. Waarom zijn jullie met zoveel? Dat is puur voor de gezelligheid en omdat het onze hobby is. Commercieel is een grote band op een eiland niet handig. Het is te groot en dus te duur. Vandaar dat wij per persoon een lagere prijs hebben dan in kleinere bands. Zo is het toch nog enigszins aantrekkelijk om te spelen. Omdat we zo groot zijn, spelen we ook niet zo vaak op het eiland: vier tot zes keer per jaar. Dan blijft het ook leuk voor ons en voor het publiek. Het is echt altijd feest als we spelen. En het voordeel van zo’n grote bezetting is dat we kunnen we schakelen van Van Halen naar Cool and the Gang, van snoeiharde gitaren naar feestelijke blazers nummers. Onze 4 koppige blazerssectie maakt het wat mij betreft echt af. Waar komen jullie vandaan en wat is jullie muziekachtergrond? We zijn een enorm gemixte band, Yu di Korsou en Nederlanders die hier tussen de 5 en de 25 jaar wonen. We hebben in de band enorm veel kennis. , Zo hebben we het hele nummer ‘Papia papiamentu ku mi’ met eigen middelen gemaakt. De muzikale productie deden we in de studio van onze goede vriend Gino Cova die zijn eigen reclame bureau Icon heeft. De videoclip is geregisseerd door Maarten die veel ervaring heeft in regie, toneel en filmwerk. En Yuri, die een professioneel videoproductiebedrijf heeft (Caribbean Legacy), heeft de schitterende beelden gemaakt. Waar treden jullie op? Komen jullie ook nog een keer in Nederland? We zijn vanwege de grootte van Sleeves beperkt in waar we optreden. Meestal treden we op in de grotere uitgaansgelegenheden met een flink podium of op grotere evenementen. Ook zijn we te vinden op onze buureilanden, Bonaire, Aruba en in de toekomst ook op St Maarten. Nederland zit er voorlopig niet in. We houden toch echt van de Happy hours met mooi weer. Waarom een cover van het nummer ‘Parijs’ van Kenny B.? Het was puur een ingeving van onze Saxofoonspeler Edwin en opgepakt als geintje. Vanaf het moment dat we online gingen waren we de grip kwijt. Overal, ook in Nederland, kun je het downloaden of beluisteren. Daar komt nu een schitterende Caribische clip bij die mensen helemaal in de sfeer van Curaçao brengt. De clip is echt bedoeld is als een positieve kijk op ons eiland. Heeft Kenny B. het nummer gehoord en wat vindt hij ervan? Ik heb werkelijk geen idee, ik ben wel erg benieuwd! Praten jullie zelf Papiaments? Echt multicultureel, zoals Curaçao is, hebben we, Antilliaanse, Surinaamse, Indische, Nederlandse en zelfs Duitse roots en vrijwel iedereen kan zich verstaanbaar maken in Papiaments en Nederlands. Denken jullie dat ook dit nummer gaat scoren zoals ‘Parijs’? We hebben echt geen idee, maar de aandacht nu is hartstikke leuk. Het origineel is natuurlijk echt briljant, daar liften we misschien op mee. Al hebben we geen commerciële intenties. Onze gedachte is dat de clip en het nummer positieve reclame moet zijn voor Curaçao. Het wordt in ieder geval door veel mensen enorm gewaardeerd. Welk nummer zouden jullie graag nog eens willen coveren en waarom? Dit was gewoon een spontane actie en we zien verder wel. Go with the flow! Wil je verder nog iets aan ons kwijt? Volg ons vooral op onze Facebook-pagina. Verder veel kijk- en luisterplezier en… te despues!
Door redactie op woensdag 24 juni 2015
2 juli is een Nationale Feestdag op Curaçao. De ‘Dia di Himno i Bandera’. Een feestdag die in het teken staat van het volkslied en de vlag. Op 2 juli herdenkt Curaçao dat de Eilandsraad op 2 juli 1951 voor de eerste keer bijeen kwam. In 1984 is deze dag uitgeroepen tot nationale feestdag waarop Curaçao zijn autonomie viert en die in het teken staat van vlag, volkslied en wapen. Aruba en de andere eilanden van de Nederlandse Antillen hebben ook een soortgelijke feestdag, maar op een andere datum. Kleuren geel en blauw De dag staat in het teken van officiële plechtigheden in de ochtend op het Brionplein in Otrobanda en in Parke Himno i Bandera (Park van het Volkslied en de Vlag) in Barber op het westelijke deel van het eiland. Eerst wordt een gigantische vlag gehesen. Maar ook op andere plaatsen wordt de vlag van Curaçao uitgehangen. Verder zijn er verschillende activiteiten in Willemstad. De vlag van Curaçao en dus de kleuren geel en blauw bepalen deze dag het straatbeeld. Je komt hem overal tegen op auto’s en gebouwen. Veel mensen trekken zelfs iets geels met blauws aan. Het ontstaan van de vlag In 1981 riep het bestuurscollege van het Eilandgebied Curaçao een commissie in het leven om er voor te zorgen dat er een eigen vlag kwam voor Curaçao. De commissie schreef een prijsvraag uit en maar liefst 1.782 mensen namen de moeite om hun ontwerp in te sturen. De ontwerpwedstrijd werd gewonnen door Martin den Dulk. Kinderen kunnen ‘m tekenen Martin den Dulk koos voor een eenvoudig ontwerp. Hij vond dat kinderen de vlag moesten kunnen tekenen. Ook moesten waarden en symboliek waar Curaçaoënaars trots op zijn in de vlag terugkomen. Symboliek van blauw, geel en wit Het blauw symboliseert de trouw van het volk. Het bovenste blauwe vlak vertegenwoordigt de blauwe lucht en het onderste de zee. De gele band stelt de felle tropische zon voor en symboliseert de vrolijke aard van de bevolking. De grote ster vertegenwoordigt Curaçao, de kleine staat voor Klein Curaçao. Elke ster heeft vijf punten, symbool voor de vijf continenten waar de diverse bewoners van dit eiland hun oorsprong hebben. De kleur wit staat voor vrede en geluk omdat alle nationaliteiten in vrede met elkaar leven.
Door Carmon op vrijdag 19 juni 2015
Zondag is het weer vaderdag. Ook voor vaders die kinderen hebben bij verschillende vrouwen. De bekende volksdichter Ellis Juliana ( 1927-2013) heeft een gedicht geschreven waarin hij een Curaçaose ‘macho’ beschrijft die zelf bij diverse vrouwen kinderen heeft gewekt maar niet toestond dat mannen dit met zijn dochters deden. Porko Awel laga mi bisa bu bon kla pa bo ta na altura ta ku ken bo ta anda. Mi ta homber riba mi mes. Por tin un o dos kisas ku por bisti mi sapatu ma di mi mes mi ta sigur ku mi no tin keber ku nada. Mi tin dos yu ku Mosa, tres ku Bea, dos ku Rosa, kuater ku Mina, i un ku Sarafina. Na tur ta un dozein. Sèis homber, sèis muhé. Mi ta stima mi muhenan té bou'i mi plant'i pia i tur sa ku den asunt'i kasamentu si mi no ta. Ma si un desgrasiadu kere k'e por bin tofer ku mi yunan hisa bela bai sin kasa, awel, atami ta bisa bu i bo por marka mi palabra: Promé ku solo sali e t'un porko kapá. Elis Juliana Zwijn Laat me jou dit heel duidelijk maken, zodat jij precies weet wie hier voor je staat. Ik ben een volstrekt onafhankelijk man. Misschien kunnen een of twee mensen in mijn schoenen staan, maar dit weet ik zeker: niets kan me verdommen. Ik heb twee kinderen bij Mosa, drie bij Bea, twee bij Rosa, vier bij Mina en een bij Serafina. Al in al een dozijn. Zes mannelijk, zes vrouwelijk. Tot onder mijn voetzolen houd ik van mijn vrouwen en ze weten allemaal: trouwen is er niet bij. Maar als een van god verlatene mocht denken dat hij hier kon komen om met mijn dochters te klooien en hem smeren zonder ze te trouwen, dan zeg ik je, en let op mijn woorden: voordat de zon opkomt is dat zwijn gecastreerd. Vertaling: Nydia Ecury en Esther Jansma