Door Carmon op dinsdag 30 juni 2015
Sleeves is een Curaçaose coverband met een breed repertoire, van rock tot dance, van soul tot jazz. Ze geven het publiek waar ze voor zijn gekomen: music, fun and entertainment. Sleeves heeft nu een cover gemaakt van de hitsingle van Kenny B. ‘Parijs’. De cover heet ‘Papia papiamentu ku mi’, en er hoort zelfs een videoclip bij. De redactie van Baat sprak met met Eric Jan van Leeuwen, de zanger van Sleeves. Vertel eens iets over jullie zelf? Een jaar of acht geleden kwamen drie man, Bik, Maarten en Mike samen om iets gezelligs te doen met muziek. Dat was het begin van Sleeves. Bik en Maarten zitten nog steeds in de band. Al gauw werd het aantal muzikanten groter en ook de muzikaliteit. Ik zelf kwam er een half jaartje later bij, naast de lead zangeres. Tussendoor hebben we aardig wat wisselingen gehad, maar de huidige bezetting is al een paar jaar hetzelfde. Sleeves bestaat uit 11 leden. Waarom zijn jullie met zoveel? Dat is puur voor de gezelligheid en omdat het onze hobby is. Commercieel is een grote band op een eiland niet handig. Het is te groot en dus te duur. Vandaar dat wij per persoon een lagere prijs hebben dan in kleinere bands. Zo is het toch nog enigszins aantrekkelijk om te spelen. Omdat we zo groot zijn, spelen we ook niet zo vaak op het eiland: vier tot zes keer per jaar. Dan blijft het ook leuk voor ons en voor het publiek. Het is echt altijd feest als we spelen. En het voordeel van zo’n grote bezetting is dat we kunnen we schakelen van Van Halen naar Cool and the Gang, van snoeiharde gitaren naar feestelijke blazers nummers. Onze 4 koppige blazerssectie maakt het wat mij betreft echt af. Waar komen jullie vandaan en wat is jullie muziekachtergrond? We zijn een enorm gemixte band, Yu di Korsou en Nederlanders die hier tussen de 5 en de 25 jaar wonen. We hebben in de band enorm veel kennis. , Zo hebben we het hele nummer ‘Papia papiamentu ku mi’ met eigen middelen gemaakt. De muzikale productie deden we in de studio van onze goede vriend Gino Cova die zijn eigen reclame bureau Icon heeft. De videoclip is geregisseerd door Maarten die veel ervaring heeft in regie, toneel en filmwerk. En Yuri, die een professioneel videoproductiebedrijf heeft (Caribbean Legacy), heeft de schitterende beelden gemaakt. Waar treden jullie op? Komen jullie ook nog een keer in Nederland? We zijn vanwege de grootte van Sleeves beperkt in waar we optreden. Meestal treden we op in de grotere uitgaansgelegenheden met een flink podium of op grotere evenementen. Ook zijn we te vinden op onze buureilanden, Bonaire, Aruba en in de toekomst ook op St Maarten. Nederland zit er voorlopig niet in. We houden toch echt van de Happy hours met mooi weer. Waarom een cover van het nummer ‘Parijs’ van Kenny B.? Het was puur een ingeving van onze Saxofoonspeler Edwin en opgepakt als geintje. Vanaf het moment dat we online gingen waren we de grip kwijt. Overal, ook in Nederland, kun je het downloaden of beluisteren. Daar komt nu een schitterende Caribische clip bij die mensen helemaal in de sfeer van Curaçao brengt. De clip is echt bedoeld is als een positieve kijk op ons eiland. Heeft Kenny B. het nummer gehoord en wat vindt hij ervan? Ik heb werkelijk geen idee, ik ben wel erg benieuwd! Praten jullie zelf Papiaments? Echt multicultureel, zoals Curaçao is, hebben we, Antilliaanse, Surinaamse, Indische, Nederlandse en zelfs Duitse roots en vrijwel iedereen kan zich verstaanbaar maken in Papiaments en Nederlands. Denken jullie dat ook dit nummer gaat scoren zoals ‘Parijs’? We hebben echt geen idee, maar de aandacht nu is hartstikke leuk. Het origineel is natuurlijk echt briljant, daar liften we misschien op mee. Al hebben we geen commerciële intenties. Onze gedachte is dat de clip en het nummer positieve reclame moet zijn voor Curaçao. Het wordt in ieder geval door veel mensen enorm gewaardeerd. Welk nummer zouden jullie graag nog eens willen coveren en waarom? Dit was gewoon een spontane actie en we zien verder wel. Go with the flow! Wil je verder nog iets aan ons kwijt? Volg ons vooral op onze Facebook-pagina. Verder veel kijk- en luisterplezier en… te despues!
Door redactie op woensdag 24 juni 2015
2 juli is een Nationale Feestdag op Curaçao. De ‘Dia di Himno i Bandera’. Een feestdag die in het teken staat van het volkslied en de vlag. Op 2 juli herdenkt Curaçao dat de Eilandsraad op 2 juli 1951 voor de eerste keer bijeen kwam. In 1984 is deze dag uitgeroepen tot nationale feestdag waarop Curaçao zijn autonomie viert en die in het teken staat van vlag, volkslied en wapen. Aruba en de andere eilanden van de Nederlandse Antillen hebben ook een soortgelijke feestdag, maar op een andere datum. Kleuren geel en blauw De dag staat in het teken van officiële plechtigheden in de ochtend op het Brionplein in Otrobanda en in Parke Himno i Bandera (Park van het Volkslied en de Vlag) in Barber op het westelijke deel van het eiland. Eerst wordt een gigantische vlag gehesen. Maar ook op andere plaatsen wordt de vlag van Curaçao uitgehangen. Verder zijn er verschillende activiteiten in Willemstad. De vlag van Curaçao en dus de kleuren geel en blauw bepalen deze dag het straatbeeld. Je komt hem overal tegen op auto’s en gebouwen. Veel mensen trekken zelfs iets geels met blauws aan. Het ontstaan van de vlag In 1981 riep het bestuurscollege van het Eilandgebied Curaçao een commissie in het leven om er voor te zorgen dat er een eigen vlag kwam voor Curaçao. De commissie schreef een prijsvraag uit en maar liefst 1.782 mensen namen de moeite om hun ontwerp in te sturen. De ontwerpwedstrijd werd gewonnen door Martin den Dulk. Kinderen kunnen ‘m tekenen Martin den Dulk koos voor een eenvoudig ontwerp. Hij vond dat kinderen de vlag moesten kunnen tekenen. Ook moesten waarden en symboliek waar Curaçaoënaars trots op zijn in de vlag terugkomen. Symboliek van blauw, geel en wit Het blauw symboliseert de trouw van het volk. Het bovenste blauwe vlak vertegenwoordigt de blauwe lucht en het onderste de zee. De gele band stelt de felle tropische zon voor en symboliseert de vrolijke aard van de bevolking. De grote ster vertegenwoordigt Curaçao, de kleine staat voor Klein Curaçao. Elke ster heeft vijf punten, symbool voor de vijf continenten waar de diverse bewoners van dit eiland hun oorsprong hebben. De kleur wit staat voor vrede en geluk omdat alle nationaliteiten in vrede met elkaar leven.
Door Carmon op vrijdag 19 juni 2015
Zondag is het weer vaderdag. Ook voor vaders die kinderen hebben bij verschillende vrouwen. De bekende volksdichter Ellis Juliana ( 1927-2013) heeft een gedicht geschreven waarin hij een Curaçaose ‘macho’ beschrijft die zelf bij diverse vrouwen kinderen heeft gewekt maar niet toestond dat mannen dit met zijn dochters deden. Porko Awel laga mi bisa bu bon kla pa bo ta na altura ta ku ken bo ta anda. Mi ta homber riba mi mes. Por tin un o dos kisas ku por bisti mi sapatu ma di mi mes mi ta sigur ku mi no tin keber ku nada. Mi tin dos yu ku Mosa, tres ku Bea, dos ku Rosa, kuater ku Mina, i un ku Sarafina. Na tur ta un dozein. Sèis homber, sèis muhé. Mi ta stima mi muhenan té bou'i mi plant'i pia i tur sa ku den asunt'i kasamentu si mi no ta. Ma si un desgrasiadu kere k'e por bin tofer ku mi yunan hisa bela bai sin kasa, awel, atami ta bisa bu i bo por marka mi palabra: Promé ku solo sali e t'un porko kapá. Elis Juliana Zwijn Laat me jou dit heel duidelijk maken, zodat jij precies weet wie hier voor je staat. Ik ben een volstrekt onafhankelijk man. Misschien kunnen een of twee mensen in mijn schoenen staan, maar dit weet ik zeker: niets kan me verdommen. Ik heb twee kinderen bij Mosa, drie bij Bea, twee bij Rosa, vier bij Mina en een bij Serafina. Al in al een dozijn. Zes mannelijk, zes vrouwelijk. Tot onder mijn voetzolen houd ik van mijn vrouwen en ze weten allemaal: trouwen is er niet bij. Maar als een van god verlatene mocht denken dat hij hier kon komen om met mijn dochters te klooien en hem smeren zonder ze te trouwen, dan zeg ik je, en let op mijn woorden: voordat de zon opkomt is dat zwijn gecastreerd. Vertaling: Nydia Ecury en Esther Jansma
Door redactie op zondag 14 juni 2015
De zomer en de zomervakantie komen er weer aan. Ook voor Reggie Curiël. Wat betekent de zomer voor Reggie? Hij blogt hierover op www.vertaalweb.com. Hieronder zijn verhaal. Reggie, eigenaar van vertaalweb is geboren op Curaçao en woont met zijn vrouw en twee dochters in Delft. Summertime oftewel de zomervakantie is in aantocht De zomervakantie is in aantocht. Ik weet dat het pas juni is, maar geloof me het gevoel begon al in de laatste week van mei, zo’n beetje. De lente doet dan pogingen om zich te laten gelden, voordat de zomer hetzelfde gaat proberen, maar dan met meer intensiteit . Na ruim 30 jaar Nederland heb ik geleerd dat de lente en haar grote broer zomer, hun best doen, maar soms ook roemloos en ook grandioos ten onder gaan. Dat valt voor mijn Caribische botten niet altijd mee want die snakken inmiddels naar een beetje zon. Zoals gisteren bijvoorbeeld. De kinderen vlogen naar school of kwamen te laat aan, afhankelijk van mee- of tegenwind. Nu is het weer hier thuis toch altijd al een onderwerp van gesprek. Als Antilliaanse man tussen drie vrouwen die allemaal hier geboren zijn valt het niet altijd mee. Zeker in de winter haak ik volledig af. Als ik twee pubers zie discussiëren of er een kans in zit dat ze kunnen schaatsen dan gaat bij mij het licht uit. De winter bekijk ik het liefst vanachter het raam met de verwarming aan. Wintersport is ook niks voor mij, ooit wel eens een Antilliaan op ski's gezien? Ze zullen er best zijn maar ik ken ze niet, in ieder geval niet zij die het vrijwillig doen, of ze moeten in Nederland geboren zijn. Zo tegen de tijd dat de lente zich gaat roeren kom ik thuis ook onder mijn steen vandaan, word ik weer wat gezelliger en heb ik weer hoop dat ik binnenkort mijn korte broek en slippers uit het vet kan halen, zeg maar het uniform van een Caribische man. Mijn dochters lachen zich iedere keer weer een breuk, dat zijn dus die momenten dat ik me realiseer dat ik echt van een andere planeet kom, in dit geval Curaçao. Maar goed zoals ik al zei in het begin, de zomer nadert. Mijn dochters bereiken een fase die een beetje te vergelijken is metaalmoeheid. Aan de buitenkant merk je er niet altijd wat van, maar het is wat er van binnen gebeurt, waar het gevaar schuilt. Geen zin en ben moe worden afgewisseld met het tellen van de weken dat het nog duurt voordat die grote zomervakantie eindelijk aanbreekt. En de gevaren voor mij, die zijn ook best wel aanwezig. Zie het maar als het lopen in een mijnenveld. Je hebt een beetje een idee waar die mijnen liggen en je springt van het ene veilige gedeelte naar het andere. Maar als je verkeerd gesprongen bent, dan ontploft het in alle hevigheid. En als een wat geagiteerde dochter zegt dat ik er weer eens niets van begrijp, dan besef ik inderdaad dat het tijd wordt dat de zomer aanbreekt. De kinderen zijn dus aan vakantie toe zijn. Maar voor dat het zover is moet de jongste, die in groep 7 zit, nog aan een werkstuk over het heelal opleveren, gelukkig een overzichtelijk onderwerp dus dat gaat vast soepel verlopen. Daarnaast heeft ze de gebruikelijke CITO- en andere toetsen voordat het echt vakantie is En voor de oudste is de aankomende toetsweek van het Gymnasium plus nog een van de laatste hordes die genomen moeten worden op weg naar de zomer. Met veel extra vakken waaronder Chinees lopen de stressniveaus snel op. Kortom er moet nog wat water door de Rijn (ik hoop niet letterlijk) voordat het echt zomer is en we op vakantie kunnen. Het is uiteraard niet alleen maar kommer en kwel. Integendeel zelfs, ze kijken alvast vooruit naar de vakantie. Eindelijk weer naar Curaçao, naar Opi en Oma Konta (mijn ouders) want het is alweer een tijdje geleden. Voor mijn jongste dochter is zwemmen van levensbelang in de zomer. Iedere ochtend is haar eerste vraag bij het ontwaken of ze die dag kan zwemmen. Dus komende vakantie is het ultieme genot, zwemmen in die helderblauwe Caribische zee. Eerlijk gezegd kan ik ook niet wachten. Mijn kinderen zijn hier geboren en duiken ook de Noordzee in. Dat bekijk ik in de regel met afgrijzen. Ik geloof dat ik ooit een teen in die bruine massa heb gestoken maar ik was bang dat ik mijn teen nooit meer zou terug zien, dus zwemmen in de Noordzee kan op weinig begrip van mijn kant rekenen. Ik verheug me dus op het moment dat ik de zee op Curaçao kan in rennen en mijn zwem DNA weer ontwaakt. Ik kan me nog een moment herinneren dat mijn vrouw voor het eerst op Curaçao was en met mij samen bij Boca Sami het water in liep. Ik was helemaal in extase tot ik haar stem achter mij hoorde met de vraag wat die zilveren dingen waren die om haar benen heen cirkelden. Dom genoeg antwoordde ik vissen. Ik heb de rest van de tijd naar haar gezwaaid op haar handdoek. Het water is ze daar niet meer in gegaan. We werken er nog aan. Onze oudste dochter verheugt zich op het eten, de loempia’s bij Rio Canario, de Truk’i pan bij Saliña, eten bij Plasa Bieu of bij Pop’s place aan Caracasbaai. Wij Antillianen hebben wat met eten, eten staat voor familie, voor samen en voor gezelligheid. Er is geen leven mogelijk zonder eten, nou ja misschien wel maar dan is het half niet zo gezellig. Mijn oudste dochter is in dat opzicht echt een yu di Korsou. Haar herinneringen zijn geordend aan de hand van de eet ervaringen die ze heeft en op Curaçao gaat dat over loempia’s, galiña, pan ku lomitu, arepa di pampuna, kortom alles wat mijn eiland te bieden heeft. Na het landen moeten we loempia’s halen want daar heeft ze zoooooo een zin in. Niet de weirde shit zoals ze zelf zegt. De laatste keer aten we bij mijn ouders tussen de middag en die hadden echt Antilliaans gekookt: Kolo Stoba ku Rabu i Funchi. Nu eten mijn dochters alles en proberen ook alles dus met enthousiasme werd opgeschept. De langwerpige stukken vlees werden wat vreemd bekeken en op een goed moment besloot een van de twee toch te vragen wat het was want het smaakte een beetje vreemd. Mijn vrouw had het al door gehad, die had vriendelijk bedankt en was bij een vegetarische maaltijd gebleven. Ze is inmiddels ervaringsdeskundige. Ik antwoordde Rabu. Rabu papa, wat is dat? vraagt mijn dochter nog. En dom dom dom, varkensstaart zei ik. Hun blik was priceless, maar dan niet in de Mastercard betekenis van het woord. Laat ik het zo zeggen, varkensstaart eten ze niet meer. Voor mij maakt het allemaal niet zo veel uit. Na drie jaar merk ik dat ik er echt aan toe ben om naar huis te gaan. Ik kan er zelfs emotioneel van worden, ik heb de afgelopen tijd hier een daar een traan weg gepinkt. Natuurlijk mis je je familie en deze vakantie is voor een groot deel familiebezoek. Maar het is meer. Het is zoals de zangeres Izaline Calister zingt in Mi Pais, het is mijn land. Het land waar mijn navelstreng begraven ligt en die na meer dan 30 jaar nog altijd aan mij trekt. Het doet wat met me als ik de luchthaven uitloop en door de warmte wordt begroet. Dit is geen Zuid Spanje, Griekenland of Italië, dit zijn de tropen en die warmte die ken je en hoe lang geleden ook, het voelt telkens weer als thuis aan. Maar we zijn nu pas in juni en zoals eerder gezegd we zijn er ook nog niet. We zijn wel onderweg. Ook mijn vrouw heeft een paar tentamens te halen voor die tijd. Er moet nog aan een werkstuk gewerkt worden. Toetsweek komt er ook aan en dat vereist de nodige voorbereiding. Dat is niet alles want er moeten ook muziek- en danslessen nog gevolgd worden. Beachvolleybal trainingen staan nog op het programma. En dan zelfs ook nog een wedstrijd. Oh ja, en naar de WK beachvolleybal finale gaan kijken. Vergeten we niets? Een paar weken school natuurlijk maar dat gaat prima lukken, dat weet ik gewoon. Het zijn allemaal doorzetters. Ze hebben de beste eigenschappen van hun moeder geërfd en gelukkig niet te veel slechte van hun vader. Wordt vervolgd.
Door redactie op woensdag 3 juni 2015
Op 1 juni 2012 is baat013.nl live gegaan. Drie jaar later heeft baat013.nl een solide positie verworven als informatiebron voor iedereen die op een andere manier met de Antillen of Aruba te maken heeft. De uitgangspunten van de site zijn de afgelopen jaren wel wat gewijzigd. Eerst was de rol en functie van Baat013 die van ‘beraad’. Later ging Baat013 door als communicatie- en mediaplatform. Ook de doelstelling werd aangescherpt: door een Antilliaanse bril mensen informeren over nieuws, cultuur en politiek. Over mensen De lezers van de website zagen in die drie jaar artikelen verschijnen over politiek, cultuur, nieuws, sport en verhalen van de eilanden. Maar in het laatste jaar verschijnen er meer artikelen over mensen. Wat doen zij en wat houdt hun bezig? Hieronder een overzicht van het laatste jaar: Delilah Eugenio weet alles over Food of Slavery Mildred Straker vertelt haar verhaal Maristella Martes portretteert ouderen Marjan van Wijngaarden houdt van Curacao Marvin Madera gaat terug naar Curaçao John Bernabela actief in het rolstoelbasketbal Elmus Da Costa Gomez en Tumbafestival 2015 Hermien Visscher en Marc Oldeman hebben een wijngaard op Curaçao Ireno Baranco en zijn gedachten Rose-Marie van Abeelen en Mariëta Emers krijgen een Koninklijke onderscheiding Gabi Ras en Chandni Dwarkasing doen aan slacklinen We horen graag jouw verhaal Heb jij ook je eigen verhaal of een onderwerp dat je met baat013.nl wilt delen? Neem contact met ons op!
Door Carmon op woensdag 20 mei 2015
In 2009 werd de Lionfish voor het eerst in de zee rond Curaçao gespot. Sindsdien is hij niet meer weg te denken. De vis heeft hier geen natuurlijke vijanden en eet de zee leeg. Hoe staat het nu mee en richt de vis nog steeds grote schade aan? De Lionfish is een prachtige vis om te zien. Het zijn gewilde aquariumvissen. Het verhaal gaat dat in 1992 tijdens een orkaan in Florida een aquarium werd verwoest en zes vissen in zee zijn beland. Deze zes zouden zich hebben voortgeplant tot de huidige plaag in de Caribische Zee. Want de Lionfish komt normaal helemaal niet voor in de Caribische wateren. Ze komen oorspronkelijk uit de South Pacific en de Indische Oceaan. Wat zijn de kenmerken van de Lionfish? het is één van de meest giftige vissen in de oceaan een steek bij een mens zorgt voor flink wat pijn, overgeven en moeite met ademen (over het algemeen niet dodelijk) ze planten zich voort als konijnen ze eten bijna alles dat in hun mond past (dus ook andere vissen) ze zijn nieuwkomers rondom Curaçao, dus andere vissen hebben geen idee dat de vis gevaarlijk is ze hebben geen echte natuurlijke vijanden Uitroeien gaat niet Echt uitroeien van de Lionfish lukt niet. Dus heeft men op Curaçao gekozen om op de vis te jagen. Duikers begonnen met het vangen van de Lionfish om het aantal te verminderen. Dagelijks gaan duikers van onder andere het Lionfish Elimination Team en Lionfish Scuba Dive Experience erop uit en vangen er soms wel meer dan 200 per dag. Per eind april zijn er 38.279 vissen gevangen. Vangen helpt Het vangen van de Lionfish werkt goed. Er zijn minder vissen rond Curaçao dan een paar jaar geleden. Op de plekken waar niet wordt gedoken zoals de Noordkust en op grotere diepte zit nog wel Lionfish, maar in ondiepe wateren zijn de meeste gevangen. Blijven vangen Toch kunnen de duikers niet stoppen met vangen. Door het vangen daalt de populatie maar verdwijnt de vis niet. Dus blijft het vangen noodzakelijk. Stoppen met vangen betekent dat de zee binnen enkele maanden weer vol zit. Een andere oplossing: opeten Een andere oplossing is dat we de vis opeten. De vis smaakt heerlijk en staat al bij veel restaurants op Curaçao op de menukaart. De vangst wordt niet weggegooid maar verkocht aan restaurants. Dus: hoe meer Lionfish we eten, hoe meer er wordt gevangen...
Door redactie op woensdag 13 mei 2015
In april presenteerde het Centraal Bureau voor de statistiek (CBS) nieuwe cijfers voor Caribisch Nederland. Met Caribisch Nederland worden Bonaire, Saba en Sint Eustatius bedoeld. Deze eilanden zijn sinds 10 oktober 2010 een deelgemeente van Nederland. De cijfers gaan onder meer over de leeftijd waarop moeders kinderen krijgen, het aantal tienergeboorten en de samenstelling van het huishouden. Leeftijd van de moeder bij geboorte Vrouwen in Caribisch Nederland worden met gemiddeld 25,2 jaar moeder. Vrouwen van Antilliaans/Arubaanse herkomst in Nederland worden met gemiddeld 25,9 jaar voor het eerst moeder. Vrouwen in Europees Nederland zijn gemiddeld 29,4 jaar wanneer ze voor het eerst moeder worden. Aantal tienergeboorten Het aantal tienergeboorten in Caribisch Nederland bedraagt 10 procent. Dat wijkt flink af van de rest van Nederland (1,3 procent). Vrouwen van Antilliaanse/Arubaanse herkomst in Nederland (6,8 procent ) zitten daar tussenin. Het aantal tienergeboorten onder vrouwen van Antilliaanse/Arubaanse herkomst in Nederland past zich geleidelijk aan, aan dat van alle vrouwen in Nederland. Eenoudergezin 38 procent van de kinderen die in 2012 in Caribisch Nederland werden geboren, kwam terecht in een eenoudergezinnen, vaak een alleenstaande moeder. Van de geboren kinderen in Nederland met een moeder van Antilliaanse/Arubaanse herkomst groeit 37 procent in een eenoudergezin op. Voor Nederland in totaal is dit aandeel veel lager namelijk 8 procent. Ongehuwd paar Verder valt op dat ongehuwd ouderschap voor vrouwen van Antilliaanse/Arubaanse herkomst (in Nederland) en voor alle vrouwen in Nederland nagenoeg overeenkomt, met ongeveer 30 procent. In Caribisch Nederland wordt slechts 15 procent van de kinderen geboren bij een ongehuwd stel. Gehuwd paar 38 procent van de kinderen in Caribisch Nederland groeit op bij een gehuwd paar. Van de baby’s in Nederland met een moeder van Antilliaanse/Arubaanse herkomst groeit 24 procent bij een gehuwd paar. Bij alle vrouwen in Nederland is het aandeel het hoogst: 56 procent. Overige huishouden Onder vrouwen in Caribisch Nederland komen andere vormen van huishoudens vaker voor dan onder vrouwen in Nederland totaal. Dat is ook zo onder vrouwen van Antilliaanse/Arubaanse herkomst. Het gaat dan vaak om een moeder en haar pasgeborene die inwonen bij de ouders (of de moeder) van de moeder.
Door Carmine Palm op woensdag 6 mei 2015
Prinses Beatrix heeft op Curaçao op 2 mei de tentoonstelling ‘Guera na Kòrsou’, oorlog op Curaçao, geopend. Met de expositie wil het eiland aandacht vragen voor haar rol tijdens de Tweede Wereldoorlog. Curaçao was vooral van belang door de levering van brandstof aan de geallieerden. De rol van Curaçao in de Tweede Wereldoorlog is niet bekend bij iedereen. Zelf weet ik van mijn moeder dat haar vader stuurman was op een olietanker. De tanker voer van Venezuela naar Curaçao. Mijn oma was altijd heel blij als opa weer thuis was want de tocht was heel gevaarlijk. En mijn vader vertelde dat ’s nachts de ramen geblindeerd werden zodat de Duitse onderzeeërs het eiland niet konden lokaliseren. Olie uit Venezuela Voor de olie, die uit het Venezolaanse meer van Maracaibo werd gewonnen, hadden de oliemaatschappijen havens en opslagplaatsen nodig. Venezuela en de oliemaatschappijen kozen voor Aruba en Curaçao vanwege de goede havens en politieke rust. En zo vestigde zich in 1918 De Koninklijke Olie Petroleum Maatschappij(KNPM)/Shell op Curaçao. Het kreeg de naam van de plek, het schiereiland Isla aan de haven van Willemstad. Olie en de geallieerde troepen Doordat Curaçao deze olieraffinaderij had, speelde het een speciale rol tijdens de oorlog. De raffinaderij voorzag in de olie- en kerosinebehoeften van de Engelse, de Franse en de Amerikaanse vliegtuigen. De raffinaderij leverde een groot aandeel in de brandstofvoorziening voor de legers van de geallieerden en was daarom strategisch van grote waarde. Gevaar op het water Er werd op Curaçao en op Aruba niet gevochten, maar de wateren rondom de eilanden waren zeer gevaarlijk. Duitse onderzeeërs loerden met hun torpedo's op olietankers op zee. Ze hielden de haven van Willemstad ook goed in de gaten. Stoppen olieproductie De Nederlandse regering was tijdens de oorlog in ballingschap. De overzeese eilanden moesten zich tot de bevrijding zelf redden. Daarom werd Curaçao eerst door de Engelsen en later door de Amerikanen bezet om het eiland te verdedigen tegen de Duitsers. De Amerikanen hadden in die tijd 1400 man op Curaçao gestationeerd om de raffinaderij en het eiland te bewaken. Niet onnodig want de Duitsers probeerden met van duikboten gelanceerde torpedo's de olieproductie te stoppen. Schutters Curaçao zelf had onder de eigen bevolking 3000 'schutters' gerekruteerd. Mannen die met veel animo en toewijding het eiland veilig hebben weten te houden. Curaçao is in de oorlogsjaren door zijn bewoners met succes verdedigd en de raffinaderij draaide op volle toeren, waardoor brandstof kon worden geleverd aan de geallieerden. Curaçao in het donker Ruim drie jaar lang moesten de inwoners van Curaçao tussen 18.00 uur en 06.00 uur hun lichten uit laten of hun huis lichtdicht blinderen. Na 21:00 uur mocht er geen lampje meer branden. Overal hingen zwarte kleden voor de ramen en zelfs voor de autolampen werden zwarte doeken geplakt. Je zag helemaal niets meer en hoorde vaak urenlang het geluid van de laagvliegende gevechtsvliegtuigen. Het is de Duitsers nooit gelukt om Curaçao, of buureiland Aruba waar ook een raffinaderij was, te benaderen of te beschadigen. Meer weten? In Het Curaçaos Museum in Willemstad is tot en met 12 juli de tentoonstelling te zien. Voor meer informatie klik hier. Carmine Palm
Door redactie op woensdag 22 april 2015
Terwijl carnaval in Nederland al even achter de rug is, viert St. Maarten deze weken dit spetterende feest. Van 16 april tot en met 5 mei is Caribbean Carnaval op het eiland, het kleurrijkste carnaval van de regio. Carnaval is het vrolijkste feest van het jaar op Sint-Maarten. De hele bevolking feest mee en geniet van de optredens, parades en muziekspektakels. Het carnaval op St. Maarten is uitgegroeid tot het meest spectaculaire en kleurrijke festival van het eiland en omstreken. Het wordt jaarlijks georganiseerd door ‘St. Maarten Carnival Development Foundation’ dat maandenlang intensief bezig is met de voorbereidingen. Tijdens deze dagen bruist het eiland van de spectaculaire shows, prachtige Jump-up parades en swingende feesten, harde drums, kostuums vol glitters en veren, cocktails en heel veel vrolijke mensen. Waarom carnaval in april? Het carnaval op St. Maarten is ontstaan als festiviteit rondom Koninginnedag. In 1969 stelde de regering van St. Maarten het Oranje comité op, met als doel Koninginnedag te organiseren. Twee leden van het Oranje comité kregen de opdracht informatie te verzamelen over het carnavalsfestival op het naburige eilandje St. Thomas . Met behulp van deze informatie en een bescheiden budget werd destijds rondom Koninginnedag het eerste carnaval op St. Maarten georganiseerd. Twee keer Carnaval Op het eiland dat door twee landen geregeerd wordt, wordt twee keer carnaval gevierd. In het Franse deel viert men het carnaval in februari en in het Nederlandse deel midden april-begin mei. En voor toeristen valt het carnaval tijdens het laag-seizoen en vindt men vaak betaalbare tickets naar St. Maarten. Carnival Village Elk jaar wordt speciaal voor het carnaval een ‘Carnival Village’ gebouwd bij de hoofdstad Philipsburg. Dit feestterrein ter grootte van een voetbalveld vormt het hart van de festiviteiten en themafeesten. Op het grote podium zie je de meest spectaculaire shows. Rondom het terrein kun je bij horecastandjes genieten van heerlijke Caribische gerechten en cocktails. Concerten en shows Gedurende het carnavalsseizoen wordt in de ‘Carnival Village’ genoten van grote shows en concerten. Concerten zoals ‘Flag Fest International Concert’, ‘Latin concert’ en ‘Zouk concert’. Tussendoor wordt op de andere dagen ook nog een ‘Junior Queen show’, ‘Miss Mature Pageant’ en ‘Youth Extravaganza’ gehouden. En uiteraard wordt op de ‘Senior Calypso Finals’ de nieuwe ‘roadmarch’ gekozen. Grote jump-up Na de ‘Senior Calypso Finales’ vertrekt een enorme mensenmassa vanuit de ‘Carnival Village’ met muziek door de straten van St. Maarten. Een aantal sound-trucks met de calypso-bands begeleiden dansende feestgangers tot het hoogtepunt van het feest dat tot lang na zonsopkomst duurt. Grote paradesAan het eind van de carnavalsperiode vinden de carnavalsparades en optochten plaats. Te beginnen met de ‘Junior Parade’ (Kindercarnaval) gevolgd door de ‘Grand Carnival Parade’ met praalwagens door de straten in en rondom Philipsburg Ook de calypso-muziek mag niet ontbreken. Om alles en iedereen in beweging te houden rijden sound-trucks met de ‘Grand Carnival Parade’ mee. Tussendoor wordt Koningsdag gevierd en het geheel wordt afgesloten met een ‘Closing Jump Up’ en het verbranden van de ‘King Momo’.
Door Carmon op woensdag 15 april 2015
Op 9 april is Ireno Baranco overleden. Hij is 98 jaar geworden. Ireno was de oudste Curaçaose inwoner van Tilburg. In 2012 verscheen een interview in het Papiaments met Baranco in het boek ‘Amor pa grandinan’. Het interview is geschreven door Mildred Straker. Hieronder een deel van het interview in het Papiaments. Wil je het hele interview lezen? Klik dan hier. Mi nòmber ta Ireno Juan Baranco. M’a nase 29 di òktober 1916. M’a bai St Jozefschool na Pietermaai tempu di fraternan di Tilburg. M’a kita dia m’a hasi 15 aña i m’a kuminsa traha; m’a bai siña pa mòntùr. Mi a kuminsá traha na aña ’45 na Garage Cordia pa Toyota, anto m’a keda traha ei te ku aña ’81. M’a traha 10 aña na Kòrsou pa mi mes, mòntùr, despues di ei na 1989 m’a bini Hulanda. Pregunta di Mildred: Awor Ireno a nase aña 1916, esei ta nifiká ku Ireno a pasa den e temporada di guera, segunda guera mundial. Ki Ireno por konta nos di e temporada ei? Kontesta: Temporada di guera mundial mi tabata biba na Pietermaai. E lugá ku nan ta yama Yoshi banda di botika Juliana bai aden. Anto segun mi ta tende tiru ku kosnan ei, m’a sali bai wak pafó, mi ta mira e bapor Van Kinsbergen supla bira bai aya banda, anto m’a mira laman a lanta haltu bai laria. Lugá ta un supmarino tabatin ei bou ku tabata tira riba e barkunan. Nan a tira riba un barku di zeta dal den su kustia, e barku a bai aden. Anto e di dos ku el a tira a subi riba Rif bai para. Pregunta di Mildred: Awor Ireno ta bibando na Hulanda, kon Ireno a yega na Hulanda? Kontesta: M’a yega Hulanda komo m’a stòp di traha. E muchanan tabat’ei, anto m’a bin Hulanda ku nan pa nan sigui studia. Pero mi kasá si a keda Kòrsou, anto na aña ’92 má manda busk’é. M’a pidi un kas promé, pero nan a bisami ku mi no por haña kas mesora ku mi tin ku warda. E ora ei m’a disidí di bai Kòrsou bèk. Ora m’a yega Kòrsou, mi yu a bisami ku m’a haña kas i e ora ei mi bini Hulanda bèk. Ora m’a yega mi a regla tur kos i denter dos siman m’a manda buska mi kasá. Nos a biba promé na Noord (Tilburg) despues nos a bin na West. M’a biba 11 aña na Tilburg. Pregunta di Mildred: Mi a komprondé ku Ireno a eksprensha algu ku ta manera un milager ku a pasa, dia ku Ireno a kai kap kabes? Kontesta: Sí, e ta manera un milager. Ta asina ku promé mi tabata sinti kurason. Ami ta un hende ku ta kere hopi den Kristu; Dios tei i mi ta kere hopi den Dios. Mi tabatin ku operá kurason, pasobra e hartklep no tabata bon. Dòkter di ku mi e edat ku mi tin ta poko difísil, pero ku ta ami mester sa. El a dunami remedi, píldora, pa mi bebe pa mi kurason. Anto nos tin un misa di misionero mundial di un pastora hende muhé. El a hasi orashon ku mi tur dia. Despues di seis luna m’a bai serka dòkter pa mi kontrolá pa mi tuma remedi. M’a warda, dòkter a bini habri porta, dòkter a drei wak mi. E di ku mi: “Bo n’ tin 36 aña no?” Mi di kuné: “Nò ainda no”. (ta hari) Awor el a sinta skibi su papelnan i e di: “Kon ta ku bo remedinan, bo tin mester di mas remedi?” El a kaba di skibi, e di ku mi: “Si, bo no mester di bini mas.” Mi di: “Kon mi n’tin mester di bini mas, mi tin ku hasi operashon.”E di: “Pasó nos no ta mira nada mas na bo kurason.” Bon, esei ta unu. Un dia m’a keda miso na kas. M’a subi trapi m’a bai ariba, ora mi ta serka di yega te ariba mi no sa di nada mas. M’a bin abou ku lomba dal mi kabes riba e kapstok. El a habri tur un buraku grandi, anto akinan (ta mustra unda na kabes) a keda asina grandi hinchá. Te ahinda e tin mal fatsun. M’a hañami di kremp doblá. M’a kue telefon pa mi yama mi kasá, at’ami ta yama number robes; tabata nét number di un amigu. E di ku mi: “Wardami, wardami.” El a sali ku outo, mesora e ku su kasá a kuri yega. E di: “Aki nò! Aki ta hòspital, dòkter, pasó bo kabes a habri.” El a hibami dòkter, dòkter a wak, e di: “Mi no por hecht e, pasó bo ta bai sufri hopi. Mihó mi peg’é, leim e.” Ora m’a yega kas, e yu muhé di mi a kore bini. E di ku mi: “Bin mi wak bo kabes.” Ora el a wak e di: “Nò hospital!” Ora m’a yega hòspital nan a bolbe plak e herida, pasò el a sigui basha sanger .Mi kara akinan a bira tur pretu. Ora nan a hinkami den scanner mi di ku nan: “Kiko a kibra di mi?” Nan di: “Nada no a kibra, bo ta bon bon.” Mi di: “Awèl, mi ta bai kas.” Nan di: “Nò, bo no por bai kas, pasò bo mester wordu verzorgd.” Mi di ku nan: “Nò, mi no ke wòrdu verzorgd. Nada no a kibra, mi ta bai drumi na mi kas.” Door ku mi a dal mi bekken, akinan a hincha, pia un tabata wanta kurpa, mi yu mesora a pidi Thebe un kama pa mi por drumi abou den sala. Despues nan a pidi e hendenan di Gemeente pa nan bin pone un left na kas. E left a subi, e ta baha. Despues m’a disidí mi no ta subi kuné, mi ta subi gewoon tene na trapleuning. Pasò mi ta subi dos bia bai ariba baha ku pia promé ku e left yega ariba, asina pokopoko e ta. Despues di un luna i mei m’a disidí di lanta, ma disidí di kuminsá kana. Pregunta di Mildred: Awor mi ke haña di Ireno un mensahe pa e hóbennan di awendia òf e generashon ku ta bini. Kontesta: E hóbenan, tur loke nan tin ku hasi ta, loke no ta kos di nan, laga pasa, loke no ta bemoei nan ku nan no tin nada di aber kuné, laga pasa. Kualke kos drei bira kabes un banda bai, legumai, pasó awendia mester dominá nan mes, libra nan di hustisia tambe, kuida kurpa. Ami nunka m’a huma, nunka mi bida m’a huma. Evitá e kos ei ta hopi bon pa nan mes tambe.