Door redactie op woensdag 2 december 2015
Nederland heeft sinds kort een bond voor Urban Dance, de Urban Bond Nederland (UBN). De bond is gevestigd in Tilburg. Drijvende kracht achter de Bond is Gilbert Vanblarcum. Gilbert is 46 jaar en vader van twee tieners. Een interview. Urban is meer dan alleen dansen. De Urban Bond Nederland staat voor alle straatsport en straatkunst. Wat is Urban eigenlijk? Urban Jongeren in de grote steden hebben op straat hun eigen cultuur ontwikkeld. Deze cultuur gaat over alles wat jongeren bezig houdt. Vroeger werd Urban cultuur vooral geassocieerd met hiphop. Maar het is meer. Denk maar aan straatvoetbal, breakdance, freerunning, skaten en graffiti. “Urban is alles wat op straat wordt beoefend of gemaakt, dus is Urban alles. Iedereen doet aan Urban”, vertelt Gilbert. Inspiratie De UBN is gevestigd in een ateliers-pand in het Centrum van Tilburg. Voor Gilbert een mooie omgeving vol inspiratie en creativiteit. “Want Urban is ook kunst, lifestyle en entertainment. En dat moet je laten zien midden in de samenleving.” Naar Nederland Gilbert, geboren op Curaçao, kwam toen hij elf was met zijn ouders naar Nederland en ging in Kaatsheuvel wonen. Hij kon op jonge leeftijd al heel goed dansen. “Ik kon Salsa, Merengue en Cumbia.” Van Curaçao heeft hij hiphop invloeden meegenomen en in Nederland ging hij ermee verder met hiphoppen en breakdancen. Waarom hiphop en breakdance? De keuze voor hiphop en breakdance is niet vreemd. “Hiphop is mede ontstaan door Latijnse invloeden. Hip hop is ontstaan in de arme wijken van New York die bewoond werden door vooral Afro-Amerikanen en Latino’s uit Puerto Rico en Cuba,” legt Gilbert uit. Efteling als speeltuin Gilbert ging samen met andere jongeren dansen in de Efteling. De Efteling zag deze jongeren graag komen. “Ik heb vroeg geleerd dat entertainment beloond wordt. De Efteling was mijn eerste sponsor.” Het was een succes en dansen werd een hobby. Blijven dansen Eerst was dansen een hobby. Battelen met verschillende groepen uit andere steden. “Intussen maakte ik de grafische MTS af. De opgedane kennis heb ik gekoppeld aan mijn hobby. Hoe kan ik mezelf etaleren? Ook een baantje in een drukkerij heeft mij geholpen om verder te kunnen, want daarna begon ik een eigen printshop en was daarnaast ook DJ.” Ondernemer “Ik heb veel shows gegeven in binnen- buitenland. Zoals in Miami, Japan en Spanje.” Een urban danser is vaak op zichzelf aangewezen. Hij moet zelf bewegingen zien te vinden om zich te bewijzen. “Je bent een ondernemer. Je werkt voor jezelf. Ik had mijn eigen bedrijf, Urban Dance Academy daaruit ontwikkeld.” Urban Dance Academy “Na jaren dansen stelde ik mezelf op de achtergrond en ging ik me meer richten op mijn bedrijf. In 2005 heb ik in Eindhoven de eerste Dance Academy opgericht en in 2006 in Rotterdam. Daarna volgden er meer in het zuiden van Nederland. In 2010 had ik 27 locaties in Nederland.” Succesvol “De scholen zijn succesvol omdat het concept goed in elkaar zit. Ik bedenk dat concept en dan begeleid ik de scholen. Daarna laat ik ze los. Ik richt me altijd op de kleintjes. Wat de scholen bindt is respect, waardering en erkenning. Elke school heeft drie lagen: dansers, danschoreograaf en dansschoolhouder. Ik help met locaties zoeken en aanmelden van dansers. Ik ben inmiddels 46 jaar, heb mijn eigen bedrijven en eindelijk begrijp ik zelf hoe de marketing in elkaar zit.” Straatdansers gaan naar deze scholen en niet naar een dansacademie. De scholen doen nu 3 jaar mee aan het Nederlands Urban Dance kampioenschap. Wat wil de bond “Ik ben initiatiefnemer en mede oprichter van de bond. En inmiddels bezig met m’n vierde jaar als voorzitter. De bond is deels opgericht uit eigenbelang. De leden willen professionaliseren, ze willen uit de sterk gedomineerde hobbysfeer. Neem urban dance, deze beroepsgroep danst vaak op hoog niveau maar wordt niet als zodanig gewaardeerd. De bond is ontstaan uit de wens tot professionalisering. We willen kunnen leven van onze passie, net als andere sporters.” Het doel van de bond is om de belangen van de leden te behartigen. De bond heeft als dezelfde kernwaardes als de scholen: erkenning, waardering en respect. Trots op Curaçao Gilbert is trots dat hij op Curaçao geboren is. “Curaçao is een volk dat als een geheel voor elkaar opkomt en het Papiamentu is multi-linguaal. Dat is wat Curaçao onderscheidend maakt. Helaas is de berichtgeving over Curaçao heel eenzijdig.” Gilbert wil graag een positief beeld van Curaçao laten zien voor iedereen die geïnteresseerd is in zijn eiland. “Curaçao heeft een rijke cultuur en die wordt niet geëtaleerd. Cultuur op het gebied van kunst, cultuur, sport en spel en de helden van Curaçao.” Daarom werkt hij mee aan het evenement Curaçao Experience, een idee van Marlon Helmijr uit Tilburg die waarschijnlijk volgend jaar te zien is.
Door redactie op donderdag 26 november 2015
Tijdens de intocht van Sinterklaas op Curaçao dit jaar is geprotesteerd tegen Zwarte Piet. In verschillende media stond dat dit voor het eerst was. Maar klopt dat wel? De actie werd georganiseerd door Fundashon Museo Tula. Ze hadden als leus ‘Piet bai flit’ oftewel ‘Piet donder op’. Fundashon Museo Tula wil niet alleen Zwarte Piet, maar het hele Sinterklaasfeest op Curaçao afschaffen. Daarom werd er bij de intocht geprotesteerd. Populair feest Ook op Curaçao wordt dit kinderfeest gevierd met de intocht van Sinterklaas. Het feest is heel populair. De intocht was zaterdag 21 november. Op een sleepboot kwamen de goedheiligman en de pietermannen de haven binnenvaren. Na een warm onthaal vertrok de stoet naar het Brionplein te Otrobanda voor een groot feest. Meer discussie In 2011 was het eerste protest in Nederland. De Curaçaose Kunstenaar Quincy Gario en zijn groep droegen bij de intocht een T-shirt met ‘Zwarte Piet is Racisme’. Sindsdien staat Nederland op zijn kop vanwege de Zwarte Pieten-discussie. Door de actie van Gario in Nederland werd er op Curaçao meer gediscussieerd over Zwarte Piet. Maar er waren geen protesten of demonstraties. Wel stil protest In 2011 was er wel een openlijk protest tegen de Goedheiligman en zijn zwarte Pieten. Onbekenden hingen een spandoek bij de vestingmuren van het Plaza Hotel. Daarop stond in het Papiaments dat het Sinterklaasfeest racistisch is. Subsidie intrekken Ook dreigde de regering Schotte de subsidie voor het 'Nederlandse feestje' in te trekken, nadat Quincy Gario was opgepakt bij protesten tijdens de Sinterklaasintocht in Dordrecht. Politiek De emoties rond het kleurrijke kinderfeest bestonden op Curaçao, maar speelden nauwelijks een rol. Onder aanvoering van Helmin Wiels leek in eerste instantie ook Zwarte Piet op Curaçao een kort leven beschoren. De sentimenten waren daarbij niet zozeer gericht tegen een mogelijk racistisch element, maar meer tegen het Nederlands karakter van het kinderfeest. Na de dood van Wiels verstomde de discussie. Andere politieke partijen op Curaçao hadden in het verleden vaker aangegeven tegen de koloniale verklaring van Zwarte Piet te zijn. Maar de intocht ging altijd door met subsidie van de regering. Regenboogpieten De discussie die voorzichtig ontstond werd in de kiem gesmoord door de Pakjesboot door een regenboog te laten varen en ook gekleurde Pieten in te voeren. Sinterklaas had behalve Zwarte Pieten ook gekleurde Pieten meegenomen naar het Caribische deel van het Koninkrijk. In het gevolg van de Sint waren onder meer roze, blauwe, groene en gele Pieten te zien. Blanke school In 2014 klonken opnieuw wat tegengeluiden. Opvallend genoeg vanuit een overwegend blanke, Nederlandse school. De vier jaar geleden vanuit Nederland naar Curaçao verhuisde Eveline Wouters startte toen een petitie om "de racistische Zwarte Piet" van haar school te weren en blies daarmee de discussie op het eiland nieuw leven in. Verbreding protest En nu lijkt het protest te verbreden. De eerste demonstratie tegen Zwarte Piet is een feit. En een ander detail; het Sinterklaasfeest moet het nu doen zonder financiële steun van de overheid. De commercie heeft dit jaar extra geld gestoken in de Sinterklaas-business.
Door redactie op woensdag 4 november 2015
Officieel is het al een tijdje herfst en dat is duidelijk te merken. De dagen worden korter en langzaamaan ook kouder. Tijd voor vallende bladeren, seizoen groenten en… winterkost! De vier seizoenen in Nederland bepalen grotendeels wat we door het jaar heen eten. In de herfst eten we typische seizoengroente, zoals pompoen en verschillende soorten paddenstoelen. In de winter staan er veel verschillende stamppotten en erwtensoep op het menu. Groenten De seizoengroenten die prima groeien bij lage temperaturen en volop verkrijgbaar zijn, zijn pastinaak, knolselderij en groene kool. En ook spruitjes, boerenkool, winterpostelein, koolraap, zuurkool, winterwortel en rode biet zijn groenten die bij dit seizoen horen. Wintergroenten zijn rond deze periode vaak goedkoper dan groente van ver. Winterkost recepten Typische gerechten die nu op tafel komen zijn erwtensoep boordevol vlees, rookspek, rookworsten en natuurlijk knolselderij. En ook allerlei stamppotten aangevuld met een stuk vlees zoals andijviestamppot, zuurkoolschotel, boerenkool, spruitjesstamppot en hutspot (met wortelen en ui). Antillianen Eten Antillianen deze typische Hollandse gerechten als snert en stamppot? Nee, helaas. Slechts 14 procent eet ‘wel eens’ gestampte andijvie, zuurkool of boerenkool. Dit blijkt uit een onderzoek van het bureau MCA Communicatie uit 2008. Onder autochtone Nederlanders is stamppot wel in trek. Maar liefst 78 procent eet het ‘wel eens’. Erwtensoep bevalt de Antilliaan al iets beter. 23 procent van de ondervraagden eet ‘wel eens’ erwtensoep. Ook Nederlanders moeten overigens relatief weinig hebben van snert. Van de ondervraagden zegt 66 procent de soep wel eens te eten. Uitdaging Kloppen deze cijfers nog? De redactie van Baat wil graag weten hoeveel Antilliaanse Nederlanders nu erwtensoep of stamppot eten. En anders wat dan? Wat is jouw favoriete winterkost? Geef hieronder je antwoord!
Door redactie op woensdag 14 oktober 2015
Alex Rosaria, partijleider van Pais wil het Curaçaose witstaarthert tot het nationaal symbool van Curaçao maken. Naar aanleiding van Dierendag heeft Rosaria een brief geschreven aan minister Dick van Onderwijs. In de brief vraagt hij welke dieren op Curaçao bij wet beschermd zijn. Ook vraagt hij om het hert tot een nationaal symbool te maken. Zo heeft Amerika een arend en Nederland een leeuw als nationaal symbool. Arthur Donker pleit in zijn ingezonden stuk voor de geit in plaats van het witstaart hert. Maar waarom kiezen we niet voor de leguaan? Zes redenen om van de leguaan een nationaal symbool te maken. 1. De leguaan is zie je overal De Antilliaanse Groene Leguaan (Iguana delicatissima) is een hagedis uit de familie leguanen (Iguanidae). De leguaan is een van de oorspronkelijke bewoners van het eiland en je ziet hem overal. De leguaan voelt zich thuis op Curaçao. Het Curaçaose witstaarthert is een solitair levend mini-hertje, waarvan er nog maar 100 exemplaren in het Christoffel Park leven. 2. De leguaan is bekend Iedereen op het eiland kent de leguaan en weet hoe het dier eruit ziet. Veel eilandbewoners hebben het hert nog nooit gezien. 3. De toerist kent de leguaan Toeristen kennen allemaal de leguaan. In Punda zie je veel toeristen op de foto gaan met leguanen. Als je op Facebook kijkt naar foto’s genomen op Curaçao dan zie je altijd een foto van een leguaan in de natuur, op het strand, en zelfs in hotels. Het lijkt alsof voor de toerist de leguaan al het symbool van Curaçao. Er zijn nauwelijks foto’s van het hert. 4. De leguaan heeft een makkelijke Latijnse naam De naam van de leguaan in het Latijn is makkelijk: Iguana. Iedereen kan dit onthouden. Het hert heet in het Latijn Odocoileus Vigirianus Curassavicus (zie het ingezonden stuk van Arthur Donker). Een dergelijke naam kun je amper uitspreken laat staan onthouden.   5. De leguaan kost geen geld Doordat de leguaan in binnen- en buitenland bekend is, kost het niet veel geld om het beest tot nationaal symbool te maken. Je hoeft geen informatiecampagne op te starten voor de leguaan. Ook zijn er genoeg volksverhalen over de leguaan onder de bewoners van Curaçao. Kies je voor het hert dan kost het veel geld aan op te richten werkgroepen, campagnes etc. En ook aanpassingen in het Christoffelpark nodig om het dier te kunnen zien. In deze financiële moeilijke tijden voor Curaçao kun je beter kiezen voor de leguaan. 6. De leguaan past beter op de vlag Wil je het nationaal symbool ook op de vlag plaatsen dan gaat het makkelijker met een leguaan. Een leguaan past midden op de vlag maar kan ook in de hoeken. Omdat een leguaan een schutkleur heeft kun je een kleur kiezen die bij de vlag past. Een hert kun je niet makkelijk op de vlag plaatsen. Tot slot Steeds mensen op het eiland houden een pleidooi voor de leguaan. De leguaan krijgt dus steeds meer steun dan het hert.
Door redactie op donderdag 8 oktober 2015
Op 10 oktober vieren Curaçao en Sint Maarten hun autonomie. Ook de staatskundige situatie voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba is vijf jaar geleden veranderd. Wat heeft 10-10-‘10 voor de eilanden, de bewoners en het Koninkrijk der Nederlanden nou echt gebracht? Een mooi moment om de voorlopige stand op te nemen. Is 10-10-‘10 tot nu toe een succes of een regelrechte ramp? De Nederlandse Antillen (zes eilanden in de Caribische zee) waren van 15 december 1954 tot 10 oktober 2010 een land binnen het Koninkrijk der Nederlanden. In 1986 ging Aruba als afzonderlijk land binnen het Koninkrijk verder. In 2010 volgden Curaçao en Sint Maarten, terwijl Saba, Sint Eustatius en Bonaire (ook bekend als de BES-eilanden) als 'bijzondere gemeenten' werden opgenomen in het moederland als Caribisch Nederland. Nos mes por (wij kunnen het zelf)? De aanloop naar 10-10-‘10 was ‘Nos mes por’, een gevleugelde uitspraak bij een grote groep op Curaçao. Op Bonaire vreesden ze een tsunami van ‘meteorologische vluchtelingen’ uit Nederland. Sint Maarten keek ernaar uit om op eigen benen te staan. Vijf jaar later en kijkend naar de berichten in de kranten lijkt het alsof de voormalige Nederlandse Antillen afstevenen op een ramp. Aanwijzingen, moorden en de maffia domineren de eilanden. Of zoals Ronald van Raak (tweede Kamerlid voor de SP) het formuleerde: een rekolonisatie, maar dan door de onderwereld. Curaçao bevindt zich in een onverzorgde staat. Bonaire is veel duurder geworden. De gemeenschappelijke Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten en de gemeenschappelijke Procureur Generaal functioneren slecht. Sint Maarten heeft al vijf regeringen versleten en er hangt een dikke zweem van corruptie en inmenging van onderwereld in de politiek. Negatief of onverschillig In de voorbereiding op dit artikel hebben we verschillende mensen gevraagd naar hun ervaringen met 10-10-‘10. De geluiden zijn ronduit negatief: het is alleen maar slechter geworden. De lokale mensen vinden dat de eilanden zelfs achteruit zijn gegaan. Criminaliteit neemt toe en de tweedeling (verschil tussen arm en rijk) in de maatschappij is enorm toegenomen. Veel bewoners gaan gebukt onder diepe armoede. De stroom valt om de haverklap uit. Kortom: er zijn meer problemen dan vóór 10-10-’10. Daarnaast is integriteit bij politici ver te zoeken. De moord op Helmin Wiels vat alle bovengenoemde zaken in zekere samen. Inmiddels reageren mensen in veel gevallen onverschillig. Of zoals de bekende Pater Römer het ooit zei: "er heerst een zekere 'inertia' onder de mensen. Un exito of fracaso (succes of mislukking)? De vraag die wij ons bij de redactie oprecht hebben gesteld is: is het echt zo dramatisch of horen we alleen de stem van de ontevredenen? Zijn er ook positieve zaken te melden? Is er een verschil in beleving tussen de mensen die op de Antillen wonen en de mensen die hier vanuit Nederland de ontwikkelingen daar volgen? Kortom, wat houdt de mensen bezig en wat denkt men over deze 5 jaar? Is 10-10-‘10 een exito of een fracaso? Wij horen graag jullie reacties Wij horen graag de reacties en verhalen van onze lezers. Over bijvoorbeeld: Wat is er volgens jou veranderd na 10-10-’10 op Curaçao, Sint Maarten en BES-eilanden? Wat betekent 10-10-’10 voor jou, of je nu op de Antillen woont of in Nederland? En uiteraard als je een ander verhaal met ons wil delen, horen wij dat ook graag. Je kunt reageren door op de knop ‘reactie’ te drukken. Je kunt ook reageren op onze facebookpagina
Door redactie op woensdag 30 september 2015
De beroemde Curaçaose schrijver, dichter en taalwetenschapper Frank Martinus Arion, pseudoniem van Frank Efraim Martinus, is zondagavond 27 september op 78-jarige leeftijd op Curaçao overleden. Arion was al enige tijd ziek. Hij was voor het laatst in het openbaar in 2014 bij de première van een documentaire over zijn leven. Frank Martinus Arion studeerde Nederlandse letterkunde in Leiden en Amsterdam. In 1971 promoveerde hij aan de Universiteit van Amsterdam over het ontstaan van zijn moedertaal Papiamentu. Zijn proefschrift heette ‘The Kiss of a Slave. Papiamentu’s West-African Connections’. Debuutroman Dubbelspel In 1973 debuteerde hij met de succesvolle roman ‘Dubbelspel’, waarmee hij meteen de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs won. Het boek werd juichend ontvangen en ontwikkelde zich sindsdien tot ‘everseller’. Na ‘Dubbelspel’ publiceerde hij de romans ‘Afscheid van de koningin’ (1975), ‘Nobele wilden’ (1978) en ‘De laatste vrijheid’ (1995). Samen werden deze drie romans in 2006 uitgegeven als de ‘Drie romans’. Alle drie worden ze gekenmerkt door een sociaal en politiek engagement, dat met de jaren actueel is gebleven. Dichter Frank Martinus Arion verwierf bekendheid als schrijver van romans en verhalen. Maar naast romans schreef hij poëzie en essays. Zijn laatste publicatie, zijn verzamelde gedichten, verscheen onder de titel ‘Heimwee en de ruïne’ in 2013. Hij schreef en dichtte in het Nederlands en het Papiamentu. Gedreven verteller Verder was Arion ook een gedreven en meeslepend verteller die de provocatie en de tegenstellingen niet schuwde. Ook sprak hij zich expliciet uit tegen zaken als racisme, onderdrukking en globalisering. Papiamentu Arion was een grote voorvechter van het Papiamentu. Hij was bijvoorbeeld betrokken bij de oprichting van de eerste Papiamentstalige middelbare school. In 2003 werd hij benoemd tot hoogleraar grammatica van het Papiamentu aan de universiteit van Willemstad. Als voorvechter van het Papiamentu zien we hem in felle discussies verwikkeld rondom het invoeren van deze taal op school. Zijn kritische opmerkingen en pleidooien voor erkenning van het Papiamentu deden hem als agressief overkomen. Maar achter dit masker school een vriendelijke persoonlijkheid met grote en welgemeende liefde voor zijn taal en zijn land. Koninklijke onderscheiding In 1992 werd Frank Martinus Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. In december 2008 maakte hij bekend zijn lintje terug te geven aan de Staat der Nederlanden uit protest tegen ‘het rekolonisatieproces’ van Nederland. Hij vond dat Nederland zich te veel met Curaçao bemoeide. M’a kai den sneeuw’ Hieronder een van de bekendste gedichten van Frank met de titel “Ma kai den sneeuw”. Het gedicht alsook de gebruikte Papiamentse tekst en spelling dateren uit de jaren zestig. Ik ben in de sneeuw gevallen Ik ben in de sneeuw gevallen Kun je me niet redden? Val dan neer naast mij En help me huilen. Als je Papiamentu kon spreken Noemde ik je DUSHI Vroeg ik je me met een zoen te redden Maar je kunt niet zwart worden. En ze hebben me gezegd. En ze hebben me bezworen Trouw je met een blanke vrouw Kom je je zwarte land niet meer in. Ik ben in de sneeuw gevallen Kun je me niet redden? Val dan neer naast mij En help me huilen. M’a kai den sneeuw M’a kai den sneeuw Bo n' por sakami? Kai bande mi anto judami jora. Si bo por a papia Papiamentu lo ma jama bo DUSHI pidi bo un sunchi pa sakami ma bo n' por bira pretu. I nan a bisami I nan a hurami: Si bo kasa ku un muhe blanku bo n' por drenta bo tera pretu mas. M’a kai den sneeuw Bo n' por sakami? Kai bande mi anto judami jora. 'M'a kai den sneeuw', in: Frank Martinus Arion, Ta amor so por. Willemstad, Curaçao: Libreria Salas, 1961. Vertaling: Nydia Ecury en Esther Jansma.
Door redactie op donderdag 24 september 2015
Het Papiaments, sinds 2007 een officiële taal op de Nederlandse Antillen, is rijk aan kleurrijke en grappige uitdrukkingen en zegswijzen waar je zowel vrolijk als verdrietig van kunt worden. Veel daarvan stammen nog van vroeger en worden tegenwoordig minder gebruikt. Maar gelukkig zijn er steeds meer jongeren die er belangstelling voor hebben en ze ook meer gebruiken in het dagelijks leven. Daarom besteedt BAAT013 geregeld aandacht aan deze vanuit het leven gegrepen spreekwoorden en gezegden. Hieronder een paar voorbeelden waarbij de Papiamentse uitdrukking vetgedrukt wordt weergeven met daaronder het Nederlandse equivalent of omschrijving. Hoewel het Papiaments maar in een klein taalgebied wordt gesproken is aan onderstaande spreekwoorden en gezegden te zien met hoeveel creativiteit, humor en liefde deze taal zich heeft weten te ontwikkelen en handhaven. Er bestaan twee hoofdvormen van het Papiaments, die vooral in spelling van elkaar verschillen. Het Papiamento dat wordt gesproken op Aruba heeft een etymologisch georiënteerde spelling, terwijl Papiamentu, dat gesproken wordt op Curaçao en Bonaire, fonetisch gespeld wordt. Chupòn no ta yena un yu su barika: Blijf iets dat hoe dan ook moet gebeuren niet steeds maar uitstellen. Mihó mitar glas yen ku henter un glas bashí: Beter een half ei dan een lege dop. Beter iets dan helemaal niets. No ta tur dia ta Pasku. Tur dia no ta lechi dushi: Het is niet altijd rozegeur en maneschijn. Bo no meste pone pushi kwida piská: Je moet de kat niet op het spek binden. Gladys ta bas di redu. Henter ora e ta kana bati bleki: Gladys is een eerste klas roddelaar. Zij doet als maar roddelen Gai ta kanta ora galinya kaba di pone webu: Met andermans kleren pronken. Doctor da Costa Gomez a yega di bisa: “Mi ta un yagdó ku konose mondi”: Doctor da Costa Gomez heeft ooit gezegd: “Ik ken mijn papenheimers wel”. Anzwé chikitu tambe ta kwe piská: Je moet niemand onderschatten. Wilfrido ta moneda di dos kara: Wilfrido is onbetrouwbaar. Hij schaakt op twee borden. Danki di mundu ta pishi di yewa: Dank voor stank krijgen. Riba mi dia di kasamentu mi tabata sintimi manera un puta den misa: Op mijn trouwdag was ik als een kind zo zenuwachtig. Kada kachó tin ku lembe su mes webu: Een ieder moet zijn eigen boontjes doppen. Ora buriku muri, warawara ta hasi fiesta: De een zijn dood is de ander zijn brood. Pa skapa di kachó, konènchi ta drenta den infrou: Een kat in nood maakt rare sprongen. Kargadó di saku largu no ta konfia su kambrada : Zo als de waard is vertrouwt hij zijn gasten. Muhé por pone diabel su boka keda baba: Je moet vrouwen niet onderschatten. Kada pakiko tin su pasobra: Geen oorzaak zonder gevolg. Na tera di galiña, kakalaka no tin palabra: Waar een meerdere komt, moet een mindere wijken. Sende un bela na Dios i un otro na diabel: Twee heren tegelijk dienen. Kachó tin kwater pia ma e no por kana den dos kaminda: Men kan geen twee dingen tegelijk doen. Ook wel: Men kan niet overal tegelijk zijn. Giambo bieuw a bolbe na weya: Een oude vlam is weer opgelaaid, E ta sintá ey pa res i mantek’ibela: Hij zit daar voor spek en bonen. Manchi ta bashí manera ratón di kèrki, E ta kana ku sanka na man: Manchi is zo arm als Job. Hij heeft helemaal niks te makken. Mi no ke ta un pruga den su karson: Ik zou niet graag in zijn schoenen willen staan. Kanaster sin kuminda no ta kue piská: Kosten gaan voor de baat. Blachi bèrdè tin ku seka p’e kai: Alles op z’n tijd. Loke nochi tapa, di dia ta saka: Een leugen komt op den duur altijd uit. Ter afsluiting Weet u wat het Nederlandse equivalent is van deze Papiamentse uitdrukkingen? Plaats dan uw reactie achteraan dit bericht! · Kaminda djente ranka, lenga ta pasa. · E no a rèkè ni mèkè. · Meste grawatá kaminda ta kishikí. Zie ook: Oude uitdrukkingen en gezegden in het Papiaments deel 1
Door redactie op donderdag 17 september 2015
De vakantieperiode is voorbij. Wie in deze periode naar de Antillen is gegaan, deed dit per vliegtuig. Het is een verre vliegtuigreis en je doorkruist een aantal tijdszones. ‘Heb jij last van een jetlag?’ is een vraag die je dan vaak hoort. Maar wanneer heb je er het meeste last van? Als je aankomt op Curaçao of als je aankomt in Nederland? Een jetlag is de verstoring van het natuurlijke slaap/waakritme die optreedt wanneer iemand in korte tijd, bijvoorbeeld per vliegtuig, naar een plaats op aarde gaat waar het volgens de plaatselijke tijd aanzienlijk vroeger of later is dan op de plaats van vertrek. Doordat je op korte tijd een groot aantal tijdszones doorkruist, raakt je biologische klok (of bioritme) soms ontregeld. En dit kan voor onaangename neveneffecten zorgen. Wat is een jetlag? Ons 24 uur ritme van slaap en activiteiten wordt beheerst en gereguleerd door onze biologische klok in de hersenen. Dat is geen zichtbare tikker maar een gevoelsklok. Deze biologische klok wordt elke dag op tijd gezet door het daglicht en is aangesloten op het eind van je oogzenuw. Daar komen de signalen van licht en donker binnen waardoor je hersenen weten of het al tijd is om te gaan slapen of dat je nog wel een filmpje kunt kijken. Biologische klok raakt in de war Zo’n klok kan het moeilijk krijgen wanneer je naar een verre tijdzone vliegt. Je biologische klok verwacht duisternis maar krijgt een portie extra licht of andersom. Hierdoor raakt die klok in de war en dat kan soms een paar dagen duren. Daarnaast moeten ook je organen zich aanpassen aan de nieuwe situatie en tijd. Je al bijna slapende nieren en lever moeten ineens langer doorwerken. Dat zou jij waarschijnlijk ook niet leuk vinden en daarom gaan ze klagen bij je hersenen met als gevolg hoofdpijn, klachten in de maagstreek of somberheid. Jetlag symptomen en signalen Een jetlag kan je herkennen aan verschillende symptomen na een vliegreis. Het belangrijkste symptoom is extreme vermoeidheid. Dit kan zelf zo erg zijn dat je er ziek van wordt. Daarnaast kan je last krijgen van verschillende lichamelijk en psychische klachten zoals vermoeidheid, hoofdpijn, maagklachten, slechte concentratie, pijnlijke gewrichten en zelfs geheugenverlies. Hoe meer tijdzones je passeert, hoe meer last je kunt krijgen van jetlag symptomen. Niet iedereen heeft evenveel last van een jetlag Ongeveer driekwart van de reizigers heeft last van een jetlag, maar niet iedereen is even gevoelig voor de effecten daarvan. De ene persoon heeft het er moeilijker mee dan de andere. Er zijn mensen die na een goede nachtrust snel zijn aangepast aan het nieuwe ritme. Anderen hebben na een lange vliegreis soms wel dagenlang last van een jetlag. Over het algemeen geldt: hoe ouder, hoe minder last. Vrouwen hebben doorgaans iets meer last van een jetlag dan mannen. Je vliegt naar Nederland Mensen die naar het noorden of zuiden reizen, krijgen geen jetlag omdat ze geen tijdzones doorkruisen. Als je naar het oosten (bijvoorbeeld van de Antillen naar Nederland) reist heb je het meest last van een jetlag, dit omdat je bij elke doorkruiste tijdzone een uur verliest. Je vliegt naar de Antillen Bij het reizen naar het westen (bijvoorbeeld van Nederland naar de Antillen) krijg je wel een jetlag, maar omdat je bij elke doorkruiste tijdzone een uur er bij krijgt wen je meestal makkelijker aan het tijdsverschil. Maar een jetlag wordt ook veroorzaakt door een andere omgeving, andere gebruiken en door de opwinding van vakantie. De vliegreis om op een bepaalde bestemming te komen is bovendien een aanslag op het menselijk lichaam. Een paar dingen die je tegen een jetlag kunt doen · Geef zo min mogelijk gehoor aan je biologische klok. Kruip dus niet bij aankomst direct onder de wol als het nog middag is, maar probeer zo lang mogelijk wakker te blijven. Is het op de plaats van bestemming al avond, maar ben je nog niet moe? Ga dan toch gewoon naar bed. Je lichaam past zich op deze manier het snelst aan. · Blijf overdag zoveel mogelijk in daglicht, liefst in de felle zon. Je lichaam krijgt zo meer signalen dat het dag is, en zal minder snel in de slaapstand schieten. · Zorg ’s avonds voor een hele donkere kamer. Gebrek aan licht stimuleert het slaapproces in je hersenen. · Kun je ’s avonds de slaap echt niet vatten, dan kun je melatonine slikken. Dit stofje wordt door de pijnappelklier aangemaakt in de hersenen en zorgt ervoor dat je slaperig wordt. Melatonine in een pilletje heeft datzelfde effect. Slik melatonine ongeveer een half uur voor het naar bed gaan.
Door redactie op woensdag 9 september 2015
Tilburg was bijzonder voor me omdat ik zoveel mensen kende, voornamelijk via het netwerk van mijn moeder en stiefvader. Mijn oude klasgenoten of andere leeftijdsgenoten heb ik er niet echt gezien. Behalve dan mijn beste vriendin Charlotte Cartigny natuurlijk, en mijn oude kennis Milangelo Martis. En ik was erg blij dat Junet Martina er was, een vriendin van me die in de loop van de jaren als familie is gaan voelen. Maar vooral de groep die mijn ouders meegenomen hadden, waaronder bijna mijn hele stief-familie, kennen mij niet echt op deze manier, als antiracisme-activist. Dus dat was heel leuk, om zo naar voren te mogen stappen en gehoord te worden. Witte privilege De reacties waren heel mooi. Het publiek was relatief erg wit, dus wat men zag en hoorde was best een beetje een ver-van-mijn-bed-show. Daarom vond ik het absoluut indrukwekkend hoe mensen me achteraf zeiden hoe de film ze geraakt hadden. Dat ze geen idee hadden dat racisme zo'n impact kan hebben op het alledaagse leven. Mensen waren verdrietig, aangeslagen, maar ook vol, bruisend, enthousiast. Ik merkte dat veel van deze kijkers, die toch wel behoren tot een (gepensioneerd) midden/bovenklasse publiek, hun eigen witte privilege gevoeld hadden, en accepteerden dat het er is en dat het werkt, in plaats van te doen alsof het niet bestaat. Dat vond ik heel bijzonder. Veel emotie En er zaten natuurlijk ook aardig wat Caribische mensen in de zaal, sommigen al heel lang woonachtig in Nederland. Ook daar zag ik veel emotie, veel heftigheid, enthousiasme, opluchting, om erover te praten, om elkaar te ontmoeten en wellicht ‘kindred spirits’ te vinden om mee samen te werken. Een mevrouw had haar broodje ingepakt en ging met tranen in haar ogen naar huis. Ze had er zo lang niet over nagedacht, ze had nu een ander leven, zei ze. Maar al die pijn van het verleden, van de discriminatie die ze in haar eigen familie had meegemaakt, en als jonge vrouw in Nederland kwam weer boven. Dat moest ze even een plek geven. Antilliaanse gemeenschap niet bereikt Wat ik wel jammer vind, is dat we de grote Antilliaanse gemeenschap die in Tilburg woont toch niet echt hebben bereikt. Misschien is deze locatie niet de beste plek, en zou de film beter bezocht worden wanneer hij tijdens een evenement of speciale avond in een buurthuis wordt gedraaid, of iets dergelijks. Op Curaçao zagen we dat ook: het publiek dat naar een filmhuis komt (Teatro Luna Blou in dat geval) is select. We bereiken veel mensen, maar nog veel meer mensen niet. Zulke locaties zijn relatief duur, verder weg vaak, en hebben een stigma van ‘wit’ en ’elite’. Daarom zijn we bezig met een bario tour, waarmee we naar 20 arme wijken gaan om de film te vertonen. Met beamer en scherm onder de arm. Dat wordt superleuk. Misschien is dat ook iets voor Tilburg. Het kost tijd Ik merk op Curaçao en ook in Nederland dat het even tijd nodig heeft. Misschien kan er eerst iets worden georganiseerd voor de kernpersonen in de community, mensen die veel bereik hebben. Die gaan erover praten, en dan, voor je het weet heb je volle zalen. En het moet ontstaan Je zou het ook moeten inkaderen denk ik, het thema echt presenteren als iets dat voor iedereen belangrijk is. Het maakt voor mij niet uit of ik de film één keer of honderd keer vertoon, I'm not in this for money or fame. Het is meer dat ik merk dat het mensen raakt, dat het iets positiefs brengt, een opluchting. Daarom zou ik het fijn vinden als de film verder doorsijpelt. Maar there is no rush, dat is het belangrijkste. Het moet ontstaan.
Door redactie op woensdag 2 september 2015
Deze dagen draait in Nederland de documentaire ‘Sombra di Koló’ van Angela Roe. Ik mocht een interview met haar doen en heb de documentaire twee keer gezien. De film gaat over de betekenis van huidskleur en ras vandaag de dag en de relatie tussen kleur en sociale klasse. In de film stelt Angela de vraag ‘vertel me iets over kleur’. Ik werd geraakt door deze vraag en vroeg me af of mijn kleur ook een rol speelt in mijn leven. Nee, mijn kleur speelde geen rol bij mijn studie, bij het vinden van een baan en in mijn sociale leven. Ik heb er geen hinder van ondervonden. Maar omdat ik anders uitzie heb ik wel gevallen meegemaakt waarbij mijn kleur er aan te pas kwam. Naar Parijs Ik ben geboren op Curaçao en in 1978 in Nederland komen studeren. Ik kwam in Tilburg terecht om bedrijfseconomie te studeren aan de Katholieke Hogeschool Tilburg, tegenwoordig Tilburg University. Ik woonde op de studentenflat en we gingen met een groep naar Parijs. We liepen daar op straat en je zag heleboel zwarte mensen. Op een gegeven moment zei één van de medestudenten tegen mij: “je bent eigenlijk helemaal niet zwart”. Voor mij was dit de eerste keer dat over mijn kleur werd gesproken. Schoonmaakploeg Na mijn studie ging ik werken bij de Belastingdienst. Als je het gebouw binnenkwam moest je langs een portier. Een hele vriendelijke man. Een van de eerste keren dat ik binnenkwam zei hij tegen mij dat mijn collega’s net weg waren. Als ik hard rende kon ik ze nog inhalen. Met mijn collega’s bedoelde hij de schoonmaakploeg. Hoogste verdieping Een ander keer vroeg hij mij wat ik te zoeken had op de vierde verdieping. Het was een oud gebouw met vier verdiepingen. Hoe hoger je functie hoe hoger de verdieping. Ik werkte als Rijksaccountant en die zaten op de vierde verdieping. Ik moest in het begin mijn identiteitspapieren laten zien om de lift te kunnen pakken. Nadruk op het anders zijn. In die tijd dat ik bij de Rijksoverheid werkte hadden ze een beleid om allochtonen in dienst te nemen. En ze hadden allerlei faciliteiten voor de allochtoon. Als in mijn rapportages een woord of zin verkeerd was, werd ik meteen naar een cursus Nederlands gestuurd. Mijn leidinggevende moest ook naar een cursus ‘hoe om te gaan met allochtonen’ en mijn team kreeg ook een workshop want er was een allochtoon in hun midden. We kregen uitleg van een duo, een zwarte en een witte meneer. Ze noemden zich Sjors en Sjimmie. Ik vond ze heel eng. Ik had totaal geen moeite met mijn leidinggevende en teamleden. Maar door het constant de nadruk te leggen dat ik anders was werd je ook anders behandeld. Uitblinker Na de Belastingdienst kwam ik bij Interpolis terecht, een verzekeringsmaatschappij. Wat een opluchting was dat. Ik werd niet onder een vergrootglas gelegd. Ik was een collega. Maakte ik een taalfout, dan werd deze gewoon verbeterd want iedereen maakt fouten. Bij Interpolis was ik een specialist op het gebied van levensverzekeringen. En zo werd ik ook behandeld. Natuurlijk werden er grappen gemaakt over mijn accent. Vooral de vette ‘W’ was erg populair. Maar omdat ik ervoor zorgde om uit te blinken in mijn vak werden dit soort grappen niet meer gemaakt. Mijn kleur? Als ik op vakantie ben op Curaçao ga ik veel naar het strand en krijg dan een hele bruine kleur. In het begin bij mijn terugkeer in Nederland kreeg ik steevast verbaasde opmerkingen hierover. “Goh ik wist niet dat je bruiner kon worden.” Laatst kwam ik de eerste dag dat ik op Curaçao was een vriendin van mijn moeder tegen. Ik vertelde haar wie ik was. Ze keek me aan en zei: ”Hoe kom jij zo wit, je was toch vroeger bruin”? Carmine Palm