Door redactie op woensdag 15 juni 2016
Nydia Maria Enrica Ecury (1926-2012) werd op 2 februari 1926 op Aruba geboren uit een donkere vader en een blanke moeder. Op haar dertigste (1957) ging zij op Curaçao wonen, waar zij op 2 maart 2012 overleed. Aanvankelijk was zij actief in het onderwijs als leraar Engels en Papiaments en werkzaam bij het Departement van Onderwijs. Nydia Ecury maakte naam aan het toneel als mede-oprichtster van de toneelgroep Thalia, als actrice en regisseuse en vooral als cabaretière met haar ‘one woman show’ Luna di papel (papieren maan). Debuut als dichter Als dichter debuteerde zij tamelijk laat, in 1972. Zij publiceerde in het Papiaments. Alleen haar vierde bundel kwam tweetalig uit in het Papiaments en het Engels. In totaal bracht zij vijf dichtbundels uit: Tres rosea (drie ademtochten) uit 1972; Sekura (droogte) uit 1974 ; Bos di sanger (stem van het bloed) uit 1976; Na mi kurason mará (aan mijn hart verknocht) uit 1978 en Kantika pa mama tera (Lied voor moeder aarde) uit 1984. Veelzijdige afstamming In februari 1976 publiceerde zij de bundel Bos di sanger, met daarin het gedicht Bos di sanger. In dit dicht is de dichteres zich bewust geworden van haar veelzijdige afstamming. Bos di sanger Den mi soño spiritu di mi wela ta supla den mi orea: 'Bo sanger ta mas diki ku di tur...' i den anochi skur mi ta hañami ta karga fligí ku un soledat intenso e Tumba inmenso di tur mi antepasadonan Bos di Sanger, papia kla Ki tur e kosnan aki ta nifika? Boso tin pa mi un tarea un mishón wardá? T'ami ta Eslabon ku mesté sigui uni Generashon? T'ami tin di mantene un Tradishon k'a origina den selvanan di Afrika o nasí foi den mondongo di sabana na Bushiribana? Ta mi sanger Alemán ta yora morto di mi ruman o ta e indomitabel Israel den mi ta kanta melodía di Davíd? Bos di Sanger, papia kla Mi n' ta dotá ku profundidat pa interpretá parábola Sinembargo, den tur sinseridat mi ke kumpli ku bo enkargo Bos di Sanger, papia! Papia kla! Van: Nydia Ecury. Uit: Bos di sanger. Willemstad, Kòrsou, 1976. Stem van mijn bloed In mijn dromen fluistert mijn grootmoeders geest: 'Jouw bloed is dik' en in het aardedonker, belaagd door een intense eenzaamheid, merk ik dat ik de immense tombe van mijn voorouders draag. Spreek duidelijk, stem van mijn bloed. Wat betekent dit? Is er een taak, een missie voor me weggelegd? Ben ik de schakel die de generaties moet verbinden? Roep je mij uit tot drager van een traditie die wortelt in de oerwouden van Afrika of ontstond uit de ingewanden van de steppe in Bushiribana? Is het mijn Duitse bloed dat rouwt om mijn broer of de ontembare Israëliet in mij die Davids melodieën zingt? Spreek duidelijk, stem van mijn bloed. Parabelen begrijp ik niet. Eerlijk: ik wil me voegen naar je wensen. Stem van mijn bloed, spreek harder. Harder! Vertaling: Nydia Ecury en Esther Jansma.
Door Carmon op woensdag 8 juni 2016
BAAT 013 blijft aandacht besteden aan spreekwoorden en gezegden in het Papiaments. Deze spreekwoorden en gezegden zijn vanuit het leven gegrepen en steeds meer jongeren hebben er belangstelling voor. Hieronder volgen een paar grappige voorbeelden waarbij de Papiamentse uitdrukking vetgedrukt wordt weergeven met daaronder het Nederlandse equivalent of omschrijving. Hoewel het Papiaments maar in een klein taalgebied wordt gesproken is aan onderstaande spreekwoorden en gezegden te zien met hoeveel creativiteit, humor en liefde deze taal zich heeft weten te ontwikkelen en te handhaven. Loke ta hechu no por bira bèrdè mas   Gedane zaken nemen geen keer. E parse hende ku a drnmi fuma lanta burachi   Hij is volledig de kluts kwijt Si bo kuchara kibra, bo tin ku kome ku bo man Pa falta di un stul e ta sinta riba tres piedra Pa falta di kachó bo ta bai mondi ku pushi   Men moet roeien met de riemen die men heeft Chinchirinchi ta warda bientu supla pa e bula   Met alle winden mee waaien Djandja mi pa mi djandja bo   Voor wat, hoort wat. De ene dienst is de andere waard Kada porko tin su djasabra.   Boontje komt om zijn loontje. Alegria i doló semper ta kana pareu   Geluk en ongeluk wonen onder één dak Ora tin mal tempu, kua porta ku barku haňa abrí e ta drenta   Nood breekt wet(ten) Bo no por kome karne, nenga wesu   Wie de lusten wil, moet ook de lasten dragen Si balki di kas kai, kas ta pèrdè forsa   Als het hoofd van het gezin sterft, valt het gezin uit elkaar Si boyo tin manteka, su kaska ta lombra   Wie het breed heeft, laat het breed hangen Konènchi ta skonde su kabes, ma no su kurpa   Z’n kop in het zand steken Ora bo man ta den boka di kachó, bo meste hila fini Ora bo ta bou di palu, bo meste wanta kaka di para Ora bo ta riba buriku, bo meste want’e kokobiá   Als men van iemand afhankelijk is moet men veel van hem verdragen E ta manera plateis   Hij hangt aan je als klis Spanta mankarón pa balente kohe kurpa   De stoere bink uithangen Mas bal maňa ku forsa   Wie niet sterk is moet slim zijn E ta floho manera kaka di mardugá   Hij is aartslui Mas lana un kachó tin, mas pieu (pruga) e tin   Hoge bomen vangen veel wind Bo a kohe mi kachó, mi ta kohe bo pushi   Iemand met gelijke munt betalen Si sumpiňa hinkabo, bo mes a bai kaminda e ta   Dan moet je maar op je blaren gaan zitten   Eigen schuld, dikke bult Semper pone bo sombré kaminda bo man por koh’e   Men moet niet verder springen dan zijn (pols)stok lang is Ratón ta chikitu, ma tòg e por spanta un pushi   Men moet niemand onderschatten Si oloshi keda para, tempu si ta sigui kana   De wereld draait door Niun barí no por fangu tur awa di shelu   Je kunt in je eentje niet alle problemen van de wereld oplossen No gasta tempu i awa ku palu ku no ta duna fruta   Geen tijd en energie steken in zaken of personen waar je niet wijzer van wordt Tin strea ku no tin nòmber   Niet iedereen krijgt de waardering die hij/zij verdient Si warawara bai tras di tur kiw, su yiunan ta muri di hamber   Je moet niet alles wat je hoort geloven Si bo no ke blachi den kurá, no planta palu   Je moet problemen niet zelf opzoeken Zie ook: Uitdrukkingen en gezegden in het Papiaments deel 1 en deel 2
Door Carmine Palm op woensdag 1 juni 2016
Het Antilliaanse ‘kaha di orgel' of kortweg ‘ka’i orgel’ levert al heel lang een belangrijke bijdrage aan de muziek op Curaçao en Aruba. Dit instrument verdient in alle opzichten onze waardering. Het kaha di orgel is een instrument dat een ritmisch geluid maakt. In het orgel zit een cilinder met pinnetjes die op hamertjes slaan, net zoals bij een piano. Met behulp van een zwengel gaat de cilinder ronddraaien. Dit orgel wordt ook een straatpiano of cilinderpiano genoemd. Twee man Het ka’i orgel wordt begeleidt door de ’ wiri’. De wiri is een nikkelstalen pijp met een soort staafje dat er overheen gehaald wordt. Het lijkt op een ijzeren rasp. En zo bestaat het kaha di orgel-ensemble uit het orgel zelf, de persoon die de zwengel ronddraait, en de persoon die de wiri (metalen rasp) bespeelt. Zonder de wiri is de muziek van het ‘ka'i orgel’ niet af. Geschiedenis De oorsprong van dit orgel ligt vermoedelijk in Italië. Helaas is de geschiedenis nooit gedocumenteerd. Italiaanse migranten namen eind 18e, begin 19e eeuw een draagbare straatpiano naar Engeland. Waarschijnlijk leerde een pianomaker dit instrument kennen en ontwierp een eigen versie. Hoe dan ook, het is een feit dat de Engelsman Joseph Hicks, die in de jaren 1805 tot 1850 veel van deze cilinderpiano’s produceerde, genoemd wordt als de uitvinder van het ka’i orgel. Van Venezuela naar Curaçao De straatpiano belandde via Italiaanse migranten in Barquisimeto in Venezuela. Via Venezuela kwam het instrument naar Curaçao. Deze instrumenten speelden uiteraard Spaanse en Italiaanse melodieën. Het duurde echter niet lang voordat muzikanten uit Curaçao het geheim van het ka’i orgel ontdekten. Familie Sprock De pionier van het Antilliaanse ka’i orgel is Horatio Jules Sprock (1866-1949). Horatio ging als jongeman naar Venezuela en leerde van een Italiaan de kneepjes van het vak. Samen met zijn broer Jean Louis, die erg muzikaal was, leerde hij in Venezuela hoe de door hen gecomponeerde dansmuziek over te brengen op de rollen. Op Curaçao zette de familie Sprock een eigen werkplaats op. Jarenlang was het bouwen en componeren een familiegeheim, totdat Otto Sprock besloot om de kennis over te dragen aan de musicus Edgar Palm. Er is een straat in Brievengat (een wijk op Curaçao) met de naam: Kaya Horatio Sprock. Tingilingi box Tot ongeveer 1940 verzorgde Curaçao de ka’i orgels voor alle Antilliaanse eilanden. In die tijd begon Rufo Wever op Aruba zijn eigen ka’i orgel bedrijf. Dit bedrijf heeft hij tot aan zijn overlijden voortgezet. Vóór die tijd moest men uit Aruba voor nieuwe cilinders of andere onderdelen steeds met de boot naar Curaçao, met het gevolg dat er nogal wat kapot ging. Rufo Wever werd erg bedreven op het orgel gebied. Op Aruba is het ka’i orgel ook bekend als tingilingi box. Het duurde niet lang voordat Aruba’s eigen muziek op de cilinders werden opgenomen. Deftige feesten van welgestelden Het ka’i orgel klonk eind 19e eeuw, begin 20e eeuw eerst alleen op de deftige feesten in de salons van de welgestelden. Het welluidende kastje werd spoedig daarna als een kostbare vracht met een karretje naar het platteland vervoerd om dienst te doen bij feesten bij mensen thuis of bij de talrijke picknicks van die tijd. En zo kreeg het daarna ook de functie van straatinstrument. De klanken van het ka’i orgel zijn nog steeds onmisbaar bij doopfeesten, communiefeesten, verjaardagen, op straat en culturele activiteiten, zoals in de week van cultuur op Curaçao. Overdracht kennis Op Curaçao zijn veel initiatieven genomen om de kennis van het herstellen en vernieuwen van de cilinders te garanderen. Het levende culturele erfgoed op de eilanden heeft een toekomst. In de jaren tachtig verzorgde Edgar Palm cursussen en in de jaren negentig werden onder leiding van Serapio Pinedo op Landhuis Kenepa lessen gegeven. De laatste jaren organiseert Kas di Kultura cursussen door de Arubaan Alfonso 'Buchi’ Boekhoudt. Nog springlevend Het kaha di orgel speelt nog steeds een belangrijke rol in de muziek op de Antillen. En zoals het ka’i orgel qua melodie als ritme zo’n honderd jaar geleden klonk, zo klinkt zij nog steeds. Het is alsof de tijd is stil blijven staan. De bepaalde stijlen van de Antilliaanse muziek konden hierdoor voor lange tijd intact bewaard blijven. Daarom verdient dit instrument onze waardering.
Door Carmine Palm op woensdag 25 mei 2016
Op 31 mei staat Het Concertgebouw in Amsterdam in het teken van Jacobo ‘Coco’ Palm en zijn familie en Rudy Plaate. Tijdens “Classic & Popular Compositions from Curaçao – The works of composers of the Palm Family and Rudy Plaate” brengen diverse artiesten onder begeleiding van het Metropole Orkest onder leiding van Maurice Luttikhuis, een muzikaal eerbetoon aan deze Curaçaose componisten. Baat brengt in twee artikelen een kort portret van Rudy Plaate en Jacobo Palm. De veelzijdige musicus en componist Jacobo José Maria Palm werd op 28 november 1887 geboren op Curaçao. Jacobo Palm begon op achtjarige leeftijd met het nemen van fluitlessen bij zijn grootvader, de Curaçaose musicus en componist Jan Gerard Palm (1831-1906). Jacobo leerde vervolgens op dertienjarige leeftijd klarinet en op veertienjarige leeftijd piano spelen. Ook kreeg hij van Jan Gerard Palm onderricht in algemene muziekleer, harmonieleer en compositie en legde hij zich toe op vioolspel. Jacobo Palm was verbonden als muziekdocent aan het Colegio San Tomás in Willemstad en het Colegio del Sagrado Corazón (Welgelegen) te Habaai. Beide opleidingsinstituten hadden internationaal een bijzonder goede naam. Veel gegoede families uit Latijns- Amerika stuurden hun kinderen voor verdere opleiding naar één van beide instituten, waar muziekonderwijs een speciaal onderdeel uitmaakte van het onderwijsprogramma. Ook als privédocent heeft Palm een groot aantal leerlingen onderricht gegeven in muziek. Naast doceren, ondernam Jacobo Palm een scala aan activiteiten op muzikaal gebied. Zo was hij concertmeester van het Curaçaosch Philharmonisch orkest en speelde hij altviool in het derde Curaçaos strijkkwartet dat verder bestond uit Carl Fensohn (1ste viool), Charles Debrot (2de viool) en Rudolph Boskaljon (cello). Daarnaast was hij gedurende meer dan 50 jaar organist van de St.- Anna basiliek. Hij was bijzonder geliefd om de improvisaties die hij vóór en na de kerkdienst op het orgel speelde. Het dagblad de Amigoe di Curaçao typeerde in 1957 zijn improvisatietalent en orgelspel als ‘onevenaarbaar’. Palm stond verder bekend als een virtuoos pianist. Als solist heeft hij diverse pianoconcerten gegeven. Ook heeft hij aan de vleugel vele internationaal bekende solisten begeleid. Jacobo Palm maakte ook naam als componist. Door zijn dichterlijke schriftuur van de Curaçaose wals en de meesterlijke wijze waarop hij deze wist te vertolken stond hij in zijn tijd bekend als de Walsenkoning van Curaçao. Behalve talrijke walsen, danza’s, mazurka’s, pasillo’s, tango’s, polka’s, tumba’s en marsen, heeft hij ook kerkliederen en profane liederen gecomponeerd. Van diverse van zijn composities zijn opnamen gemaakt. De allereerste grammofoonopname vond plaats in 1929 in New York en werd uitgebracht onder het platenlabel Brunswick. Jacobo Palm was getrouwd met Elisa Palm-Snijders en overleed op 1 juli 1982. Voor zijn cultureel aandeel gedurende zijn muzikale leven, heeft hij verscheidene onderscheidingen ontvangen waaronder: 1933 de eremedaille “Pro Ecclesia et Pontifice”, in 1957 de ridderorde van de H. Silvester, in 1981 de Cola Debrotprijs en in 1982 werd hij benoemd tot Officier in de orde van Oranje-Nassau. In 1982 werd er ook een buste van hem onthuld. Deze buste is te zien in het Curaçaos museum. In 1989 kwam een postzegel met zijn beeltenis uit. Meer weten over de familie Palm? Kijk op http://www.palmstichting.nl Tekst: Johannes I.M. Halman, Tim de Wolf. Dit stuk is eerder verschenen in het muziekboekje bij de CD pianowerken van Jacobo Palm, uitgegeven door Stichting Palm Music Foundation (www.palmmusicfoundation.com)
Door Carmine Palm op woensdag 18 mei 2016
Op 31 mei staat Het Concertgebouw in Amsterdam in het teken van Jacobo ‘Coco’ Palm en zijn familie en Rudy Plaate. Tijdens “Classic & Popular Compositions from Curaçao – The works of composers of the Palm Family and Rudy Plaate” brengen diverse artiesten onder begeleiding van het Metropole Orkest onder leiding van Maurice Luttikhuis, een muzikaal eerbetoon aan deze Curaçaose componisten. Baat brengt in twee artikelen een kort portret van Rudy Plaate en de familie Palm. Rudy Plaate is op 5 februari 1937 geboren als Norman Rudy Plaate op Curaçao. In de jaren 60 en 70 verbouwde Rudy groenten op plantage Hato. Hij huurde de grond van de overheid. De groenten van Curaçao kwamen grotendeels van deze plantage. Toen Rudy bekend werd als zanger, werd hij ook ‘de zingende groenteboer’ genoemd. Zingen in de garage Op 16-jarige leeftijd begon hij zijn muzikale loopbaan in de garage van zijn vader, waar hij aan het zingen was en zichzelf begeleidde op zijn Spaanse gitaar. Een zekere meneer Hoedemaker zag meteen een toekomstige ster in Rudy en introduceerde hem bij Jacques Penso, destijds omroeper bij Radio Curom. Nuchtere naam Rudy Plaate was pas 17 jaar toen hij zijn eerste compositie schreef die de nuchtere naam ‘Respeta Polis’ droeg. En dit in een tijd dat de bolero’s, merengue’s, calypso’s en Curaçaose walsen hoogtij vierden op lokaal gemaakte grammofoonplaten met romantische namen als ‘Melodia de amor’, ‘Tus ojos’ en ‘Quien te besó’. Muzikale variaties Zanger en componist Rudy Plaate componeerde meer dan 400 nummers, variërend van de wals en tumba tot mazurka. Rudy is een artist die van variatie houdt. Daarom heeft hij gedurende zijn muzikale loopbaan met veel muziekensembles samengewerkt. Hij heeft gezongen met begeleiding van onder andere duo’s, trio’s, kwartetten, conjuntos, Venezolaanse orkestjes en beatbands. Gevoelens van de gewone man Het overgrote deel van zijn nummers gaan, in het Papiaments, over de diepe liefde en bewondering voor zijn muze, het eiland Curaçao. Maar ook actualiteiten, maatschappelijke en politieke onderwerpen op zijn geliefde eiland komen in zijn nummers aan bod. En zo leefde Rudy in zijn composities mee met alle gebeurtenissen om zich heen en karakteriseerde hij de gevoelens van de gewone man. Zo ontstond een van zijn bekendste nummers ‘Atardi’, na het volkslied misschien wel het populairste nummer van Curaçao. Het gaat over de typische sfeer op het eiland voordat de zon ondergaat. Hoogtepunten Rudy heeft ook de muziek voor de film ‘Oké Aki Antillas’ (1962) van Peter Creutzberg gecomponeerd. Peter Creutzberg was een Nederlands filmmaker en cameraman die vooral in Suriname en de Nederlandse Antillen actief was. Een hoogtepunt in Rudy’s carrière was het winnen van de eerste prijs van een door Radio Nederland Wereld Omroep uitgeschreven muziekconcours in 1958. In 1975 werd Rudy Plaate gehuldigd wegens zijn 20-jarig jubileum in Curaçaose muziekwereld. Deze huldiging vond plaats gedurende het eerste op Curaçao gehouden internationale festival ‘Gran Premio Popular 75’. Kinderkoor Las Perlitas Ook heeft Plaate een kinderkoor opgericht onder de naam ‘Las Perlitas’, waar hij mentor was van opkomend jong muzikaal talent. Izaline Calister is een zangeres van Antilliaanse afkomst, die haar zangcarrière als kind bij dit kinderkoor begon.
Door redactie op dinsdag 10 mei 2016
Op zondag 15 mei is de officiële opening van de expositie KLEI bij Galerie Atelier Stam in Amsterdam (Prinsengracht 356). Het is een expositie die vrijwel geheel gewijd is aan keramisch werk in al zijn verscheidenheid. De expositie is te bezichtigen tot en met zaterdag 16 juli. Één van de deelnemende exposanten is Rudy Henriquez. Een interview. Hoe kwam je in Amsterdam terecht? Het was puur toeval! Vrienden kwamen voor pasku en aña nobo (kerstvakantie) in 1978 naar Curaçao en stelden dat het eiland te klein voor me was. In Amsterdam zou ik onderdak kunnen krijgen. Al grappend zei ik ja, want geen haar op mijn hoofd dacht aan emigreren. De volgende dag heb ik toch na een akkefietje thuis een enkele reis geboekt met het idee om een jaar in Europa te gaan reizen met als standplaats Amsterdam. Dat is dus anders gelopen, ik ben nooit meer weggegaan. C’est la vie! Hoe werd keramische kunst maken, jouw beroep? Ik ben politicoloog en hang nu zo’n 25 jaar als autodidact de kunstenaar uit. Het is niet mijn beroep, ik ben huisman. Wat wil je overbrengen met je kunst? Dat is niet eenduidig maar het is wel vaak maatschappelijk geëngageerd. Zo zijn er bij de komende expositie onder meer objecten te zien met titels als ‘Refugee Mountain’, ‘Weeping Moslima’, ‘Protestrock’, ‘Parijs 13-11-2015’ en ‘200 jaar Koninkrijk’. Liefde voor dierlijke wezens komt ook regelmatig aan bod. Wat is jouw stijl? Voor zover ik daar zelf iets over kan zeggen is het veelzijdig, direct, emotioneel en vrij. Zowel abstract als figuratief. Hoe krijg je inspiratie? Maatschappelijke ontwikkelingen en politieke misstanden voeren de boventoon, maar het kan, zoals gezegd, erg wisselen. Het maken van maskers en dierlijke objecten is mij ook niet vreemd. Zo heb ik voor deze expositie ook een stierachtig beest dat ik de titel ‘Marry me’ heb gegeven. De inspiratie daarvoor lag in een cartoon van ons vroegere Curaçaose kinderuurtje op tv: “If you want to marry my daughter you must fight the bull!” Je komt uit Curaçao. Heeft dit invloed op je kunst? Uiteraard! Als je 20 jaar op een paradijselijk eiland hebt gewoond waar de wereld eindigt waar de zee begint, laat dat je niet los. Zo heeft mijn werk vaak krachtige kleuren. En er is bij deze expositie bijvoorbeeld ook een draakachtige kruising van een juana, blòblò en totèki te zien, ‘Natura Indigena’ geheten. Ook de dame ‘Ai Dios’ is te zien. (Zie foto) Moet je in vrede en rust leven om je kunst te maken? Of put je uit de chaos en tegenslag? Dat maakt voor mij niks uit. Hoe vaak heb je mee gedaan aan exposities? Is er één die eruit springt? Ik heb al heel vaak geëxposeerd en ben al ruim 10 jaar aan een galerie verbonden waar ik jaarlijks samen met andere kunstenaars exposeer. Een expositie die ik als zeer bijzonder heb ervaren was in het Tropenmuseum bij de presentatie van de CD ‘Zamanokitoki’ onder leiding van Eric Calmes. Daar hingen schilderijen die ik samen met anderen heb gemaakt. Heb je wel eens een tentoonstelling gehad op Curaçao of de rest van de eilanden? Ja, midden jaren 90 in Kas di Alma Blou met allerlei werk dat ik op Curaçao had gemaakt. Komen de keramische beelden ook terug in jouw eigen huis? Jazeker, het huis staat en hangt vol! Weet zo langzamerhand niet meer waar ik het laten moet: ook dozen vol! Het probleem met keramisch werk is dat het driedimensionaal is en in tegenstelling tot teken- en schilderwerk wel erg veel ruimte in beslag neemt; daarom werk ik ook relatief klein. Heb je buiten je kunst ook nog andere passies? Alles wat met koken en lekker eten en drinken te maken heeft ta’ mi joga. Urenlang tafelen is aan mij wel besteed en dat is mij ook wel aan te zien. Wil je zelf nog iets vertellen? De politieke en rechtstatelijke ontwikkelingen sinds het ontstaan van Pais Kòrsou baren mij grote zorgen. Zie ook: https://www.exto.nl/expositie/182219434_Klei.html
Door redactie op woensdag 13 april 2016
Wie wil, kan in Nederland gemakkelijk meedoen met het Curaçaose ‘Wega di Number Korsou’ (nummerloterij). Want ook hier worden deze loten verkocht. Dat schrijft het Caribisch Netwerk. Wat is ‘Wega di Number Korsou’ en waarom is het makkelijk om in Nederland mee te doen aan deze loterij? Bij verschillende Curaçaose winkeltjes en restaurants in Amsterdam, Rotterdam en Den Haag liggen bonnenboekjes met het logo van de loterij. En elke dag is er een trekking. Deze vindt plaats op Curaçao op de televisie. Drie getallen en vier cijfers Op Curaçao is er elke dag een trekking van de loterij ‘Wega di Number Korsou’. Er wordt een trekking verricht van drie getallen bestaande uit vier cijfers. Het eerste getal levert de eerste prijs, het tweede getal de tweede prijs en het derde getal de derde. Je kunt loten kopen van twee cijfers, van drie cijfers of vier cijfers. Bij een lot van twee cijfers tellen alleen de laatste twee cijfers van de getrokken getallen. Bij een lot van drie cijfers de laatste drie cijfers. Als men voor vier cijfers speelt en het eerste getrokken getal goed heeft, wordt 3000 keer de inzet uitgekeerd. Voor het tweede getrokken getal is dat 1500 keer en voor het derde 750 maal de inzet. Elke dag spelen Curaçaoënaars zetten dagelijks geld in op getallen van twee, drie of vier cijfers. Dat doen ze bij nummerkantoren met een vergunning en officieel geregistreerde en huis-aan-huis- verkopers. De bekendste nummerkantoren zijn Robby’s Lottery en Joe Black. 's Avonds om negen uur is er een trekking van ‘Wega di Number Korsou’ (letterlijk vertaald: spel van het getal Curaçao). Magische getallen Getallen hebben iets magisch voor de Curaçaoënaar. Zodra er iets gebeurt en er zijn getallen in het spel dan worden deze getallen gebruikt om te gokken. Het maakt niet uit wat de aanleiding of gebeurtenis is. Over een getal dromen of iemand helpen bij het omwisselen van zijn autoband. Maar ook je verjaardag, trouwdatum is goed, als er maar een getal van vier, drie of twee cijfers van te maken is. Ook een getal als 13 wordt vaak ingezet. Hoe is deze loterij ontstaan? De nummerloterij is sinds jaar en dag populair op Curaçao. Want je stelt zelf je getal of getallen vast. De getallen worden met de hand geschreven op een bonboekje, je betaalt en je kunt meedoen. Het is over komen waaien uit Latijns Amerika en bijna iedereen speelt mee. Toen het begon was het dus een illegale loterij. Het onwettig aanbieden en de verkoop van loten werden gedaan door straatverkopers, snèks en minimarkten. In 1986 werd de loterij gelegaliseerd en richtte de overheid de stichting ‘Fundashon Wega di Number Korsou’op. Hoe is de loterij wettig georganiseerd? Loterijen en kansspelen vallen op dus onder de ‘Fundashon Wega di Number Korsou’ (FWNK), een overheidsstichting. Voor ieder verkocht lot moeten de nummerkantoren en huis-aan-huisverkopers een percentage afdragen. Ook betalen ze omzetbelasting. Alle nummers hebben een stempel van de ‘Fundashon Wega di Number Korsou’ en zijn geregistreerd bij deze stichting. Dit zijn de legale nummers. Illegale nummers bleven Maar de illegaliteit bleef. Op straat worden ook nummers verkocht, Maar dan zonder de stempel van FWNK. Voor de klant is het voordeel dat deze straatverkopers geen omzetbelasting rekenen. De legale nummerkantoren hebben ook straatverkopers in dienst. Voor illegale verkoop dragen zij hiervoor geen geld af aan de stichting FWNK en betalen zij geen omzetbelasting. Illegaal circuit blijft groeien Volgens de minister van Economische Ontwikkeling bedroeg de omzet van FWNK in 2010 60 miljoen gulden. In 2014 liep deze terug tot 35 miljoen gulden per jaar. De conclusie van de minister was dat veel nummers in het illegale circuit worden verkocht. Een van de oorzaken van de toename van verkoop illegale loten is de invoer van de omzetbelasting. Bovendien beperken de illegale verkopen zich niet tot valse ‘wega di number’-loten, maar zijn er ook loterijen als pool, scratchloten, smartplay, daily number en Sto. Domingo. Oplossing? De vraag is of dit wel ooit helemaal zal lukken, want de onwettige lotenverkoop lijkt weliger dan ooit te bloeien en dus ook in Nederland. Want waar er Curaçaoënaars zijn met hun liefde voor getallen daar zal altijd een nummer loterij zijn. Legaal of illegaal.
Door redactie op vrijdag 8 april 2016
Aruba Ariba, Cadushi Bonaire, Gauvaberry Likeur en Rom Berde. Wie kent ze niet? De diverse alcoholische drankjes en cocktails in de meest fantastische kleuren en smaken die gedronken worden op de Nederlandse Antillen. Helaas alleen te krijgen op de Antillen. Natuurlijk heb je verschillende gedestilleerde dranken die je behalve op de Antillen ook in andere landen kunt nuttigen. Denk bijvoorbeeld aan de Ponche crema waarvan je ook in Venezuela kunt genieten. Ponche crema is gemaakt van rum, vanille, poedermelk, suiker, eierdooiers en specerijen. Ook de mojito is populair, maar die krijg je zelfs in Nederland. Toch zijn er een paar alcoholische dranken die je alleen op de Nederlandse Antillen tegenkomt. We zetten ze op een rijtje. Aruba: Koekoei Koekoei likeur is alleen verkrijgbaar op Aruba. Het is een likeur op basis van agave, rum en rietsuiker. De likeur is helderrood van kleur. De rode kleur is afkomstig van de agaveplanten, die op Aruba veel voorkomen. Koekoei likeur is één van de erfenissen van de oorspronkelijke Indiaanse bewoners van het eiland. Het werd al eeuwenlang door de indianen op Aruba gemaakt. Aruba: Aruba Ariba Koekoei kun je als likeur drinken maar is ook de basis in de cocktail die elke toerist op Aruba wordt aanbevolen: de Aruba Ariba. Deze echte Arubaanse cocktail is een vloeibare metafoor voor het eiland; tropisch, vrolijk en zoet. De Aruba Ariba bestaat uit wodka, witte rum, crème de banana, jus d’orange, cranberry sap, ananassap en uiteraard koekoei. Kortom: een tropisch paradijs in een glas. Bonaire: Kadushi, mmm... dushi Bonaire staat bol van verschillende cactussoorten. De Cadushi-cactus is qua aantal de absolute koploper. En deze Cadushi-cactus wordt gebruikt voor het Bonairiaanse likeurtje. Het oogsten van een Cadushi-cactus is overigens geen sinecure. Het vereist een speciale ambachtelijke techniek om ‘m te ontdoen van zijn venijnige stekeljasje. Daarna worden de schillen verzameld en worden ze geweekt in grote potten met 95% alcohol die alle smaak en kleur opzuigt. Om uiteindelijk als smaakmaker te fungeren voor een groengekleurde appetijtelijke likeur: Cadushy of Bonaire Likeur. De smaak is even bijzonder als de groene kleur en de geheimzinnige ondoorzichtigheid van deze likeur. Volgens het etiket op de fles ‘the sunny taste of Bonaire’. De likeur wordt gestookt in Rincón, het enige dorp in het noorden en het oudste van Bonaire. Sint Maarten: Guavaberry likeur Guavaberry is de likeur van St. Maarten, en werd hier eeuwen geleden voor het eerst gemaakt in particuliere woningen. Guavaberry likeur wordt gemaakt van rum en het sap van de guavaberry bessen. De Guavaberry is een vruchtboom die groeit in het Caribisch gebied en dus ook op Sint Maarten. De boom heeft roodbruine takken en kleine roze en witte bloemen. De vrucht heeft een zoete smaak. De likeur zelf heeft een bosrijke, fruitig, kruidig, bitterzoete smaak. De likeur wordt ook gebruikt in de Guavaberry colada, een typische cocktail van Sint Maarten bestaande uit guavaberry likeur, kokos crème en ananassap. Curaçao: Rom Berde Curaçao heeft de rom berde (groene rum). De rum heeft een vrij pittige smaak terwijl de afdronk ook iets zachts heeft. De rom berde wordt gemaakt in de Netto bar op Curaçao. Ernesto Koster (geboren te Curaçao op 23 januari 1915 ) is de bedenker van de originele en authentieke rom berde. Ernesto werd in de volksmond Netto genoemd en toen hij in 1954 zijn eigen bar opende werd de naam uiteraard Netto Bar. Koster heeft een recept ontwikkeld waardoor de groene rum heel speciaal van smaak is. Rom berde wordt over het algemeen gemaakt met de ingrediënten: Anijs en limoenen. Je kunt deze rum puur drinken, als ingrediënt in een cocktail of mixen met kokosnoot water. Curaçao: Blue Curaçao Blue Curaçao is één van de beroemdste likeuren ter wereld. De likeur wordt sinds 1896 gemaakt in Landhuis Chobolobo op het eiland Curaçao. Een belangrijk ingrediënt van de likeur is de laraha, een zure sinaasappel uit Curaçao. Toen de Spanjaarden Curaçao ontdekten namen zij Valencia sinaasappelen mee voor de landbouw. Door het klimaat en de samenstelling van de grond groeide er geen mooie sappige sinaasappel, maar een bittere niet eetbare variant. Het project werd vergeten, maar ondertussen groeide de ‘mislukte’ Valencia sinaasappel in het wild gewoon door. Ongestoord want ze waren zo vies dat zelfs de geiten de vruchten links lieten liggen. Decennia later werd ontdekt dat de gedroogde schillen van deze sinaasappel etherische oliën bevatten die erg lekker ruiken. De familie Senior is een recept ter ore gekomen en na verder experimenteren hebben zij in 1896 een unieke likeur ontwikkeld die zij naar het eiland hebben genoemd: Curaçao Liqueur. De likeur is verkrijgbaar in de kleuren rood, groen, geel, blauw, oranje en kleurloos. De bekendste variëteit is blue curaçao. De likeur is van oorsprong kleurloos, de getinte likeuren danken hun kleur aan kleurstoffen. En het goede nieuws: Blue Curaçao is ook verkrijgbaar in Nederland!
Door Carmine Palm op donderdag 31 maart 2016
Het weer lente! Nederland kent vier seizoenen. De lente, zomer, herfst en winter. Als Antilliaanse mis ik heel erg de zon. Je zou denken dat de zomer mijn favoriet seizoen is. Maar nee, dat is de lente. Ieder seizoen heeft voor mij iets aparts. In de herfst verkleuren de bomen, in de winter blijf je hopen op een witte kerst en de Elfstedentocht. En in een goede zomer met veel zon waan je in je eigen achtertuin op vakantie. Naam Het woord lente is een oude afleiding van lang en heeft betrekking op het lengen van de dagen. Het is verwant aan het Duitse’ Lenz’ en het Engelse ‘lent’, de veertig dagen durende vastentijd voor Pasen. Wanneer begint de lente? De lente volgt op de winter en wordt gevolgd door de zomer. De lente of het voorjaar is een grillig seizoen: het weer kan nog alle kanten op. De lente begint in Nederland op 20 maart en eindigt rond 21 juni. Of begint de lente op 1 maart en eindigt op 1 juni? Astronomische lente Astronomisch gezien begint de lente als de dag en de nacht even lang zijn. De zon staat dan precies boven de evenaar. Tijdens de lente worden de dagen steeds langer. Deze lentenachtevening treedt op rond 20 maart op het noordelijk halfrond. De zon gaat dan door het lentepunt en de dag en de nacht zijn ongeveer even lang. De lente eindigt met de zomerzonnewende (rond 21 juni). Dat is het moment dat de zon het hoogste aan de hemel staat. Meteorologische lente Om praktische, maar ook klimatologische redenen begint de meteorologische lente op een vaste datum: op 1 maart. Deze duurt dan tot 1 juni. De meteorologische seizoenen zijn vastgelegd op basis van een internationale overeenkomst. Deze seizoenen beginnen op volgende vaste data: 1 maart – lente, 1 juni – zomer , 1 september – herfst en 1 december – winter. Waarom hou ik van de lente? In de lente wordt het geleidelijk warmer en wordt de kans op vorst kleiner. Het meest bekende effect van de lente is natuurlijk het feit dat de dagen langer worden ten opzichte van de voorafgaande winter. Het zonlicht wordt sterker en dit heeft invloed op mens en natuur. In de lente worden nieuwe dieren geboren, vogels beginnen te fluiten. Bomen gaan groeien en veel planten gaan bloeien. Alles is groen en schoon. Het lijkt alsof de natuur een grote voorjaarsschoonmaak heeft gehouden. Ik vind het prachtig. Het is elk jaar weer een nieuw begin. En in navolging van de natuur en omdat het een traditie is in Nederland maak ik in de lente mijn hele huis grondig schoon. En terwijl ik dat doe, maak ik het in mijn hoofd ook schoon en leeg. Een nieuw begin. Carmine Palm
Door redactie op woensdag 23 maart 2016
Quito Nicolaas (1955) is een Arubaanse dichter, schrijver en essayist. Nicolaas heeft een uitgebreide bibliografie, met tientallen boeken, bloemlezingen, essays en gedichten. Hij schrijft in het Nederlands én in het Papiaments, en is ook columnist en gastspreker. Nicolaas is ook de bedenker van het ‘duo- gedicht’. Dat is een samensmelting van twee gedichten van verschillende auteurs, geschreven op verschillende tijdstippen en om verschillende redenen. Deze worden dan op het podium samengebracht. Bruid Aruba Quito Nicolaas (San Nicolas, Aruba, 1955) vertrekt in 1972 naar Nederland om er Cultureel werk, Politicologie en Internationaal recht te gaan studeren. Hij debuteert als dichter in 1980 met het gedicht ‘E Dia di Mañan’ in Kontakto Antiyano. Na zijn studie (1981) werkte hij voor de Arubaanse overheid als ambtenaar. Drie jaar later besloot hij terug te keren naar Nederland. Hij verliet zijn ‘bruid’ Aruba met bloedend hart, maar moest het doen omdat het eiland hem cultureel te weinig te bieden had. In zijn poëzie klinkt zijn interesse voor politiek en de sociale ontwikkelingen in zijn geboorteland door. Geen politiek dichter Toch is hij geen politiek dichter maar veel van wat de dichter schrijft vraagt wel kennis van Aruba of de Antillen. De gedichten van Quito Nicolaas kenmerken zich door de hun toon. De dichter legt niets uit en verwacht dat de lezer begrijpt wat hij tussen de regels door vertelt. Gedicht Golven Een gedicht als ‘Golven’ wordt echt door golven gedragen. De tekst komt in beweging door de gedachten die Nicolaas er aan toevoegt. Als water dat golft, omslaat en terugstroomt. Quito Nicolaas refereert in dit gedicht naar zijn jeugd op Aruba, de aankomst in Nederland en de Caribische gewoonte om de navelstreng na de geboorte van een kind te begraven. Het een heel persoonlijk gedicht dat menig Antilliaan zal aanspreken. Golven Golven van klein tot groot die mijn herinneringen dragen, mij terugvoeren naar tijden van overvloed. Als kind van emigranten heb ik mijn geluk onwetend ingeleverd in ruil voor een schrale morgen, zonder achterom te kunnen kijken. Woest golven die mij nooit meer naar de wieg hebben gevoerd waar de eerste woorden klonken, met de begraven navelstreng roepend om mijn terugkeer naar de grond die de herinneringen aan mijn jeugd trillend naar binnen schrokte en mijn gedachtegolven tegenkwam. Quito Nicolaas Uit: Als de aloë sluimert/Cucuisa cabisha (2015)   Lezing Op zaterdag 26 maart geeft Quito Nicolaas een lezing over Papiaments in Wijkcentrum Dukenburg. Dit gebeurt op uitnodiging van de werkgroep Caribische en Aziatische Cultuur. Datum: Zaterdag 26 maart 2016 Tijd: 12.50 uur - 16.00 uur Plaats: Wijkcentrum Dukenburg, Meijhorst 70-39 Nijmegen