Door redactie op woensdag 13 juli 2016
Het is weer zover: de zomervakantie in Nederland komt er aan. Dat betekent dat veel mensen op vakantie gaan. Dat zijn er dit jaar naar schatting 10,4 miljoen. Een kwart, dus 2,6 miljoen mensen, viert het in eigen land, en 7,8 miljoen mensen gaan de grens over voor een paar weken vakantie in het buitenland. De favoriete landen zijn Frankrijk, Duitsland, Spanje, Italië, Oostenrijk en Portugal. Ook Curaçao, Aruba, Sint Maarten en Caribisch Nederland zijn in trek, maar er gaan lang niet zoveel Nederlanders naar toe. Ter vergelijking: vorig jaar gingen in een heel jaar 150.000 Nederlanders naar Curaçao met vakantie, 40.000 naar Aruba, 17.000 naar Sint Maarten en 45.000 naar Caribisch Nederland (Bonaire, St. Eustatius en Saba). Ook BAAT gaat met vakantie tot en met eind augustus. Wil je BAAT toch blijven volgen? Dat kan op onze Facebookpagina. Een hele fijne vakantie voor al onze lezers!
Door redactie op woensdag 29 juni 2016
Op zaterdag 2 juli gaat de 103de editie van de Tour de France van start in Le Mont-Saint-Michel. Op 24 juli eindigt de Ronde van Frankrijk op de Champs-Elysée in Parijs. Drie weken koersplezier in La Douce France vormen een blij vooruitzicht voor de wielerliefhebber. In het Caribisch Nederland zijn ongetwijfeld ook liefhebbers die de Tour volgen. Maar kent Caribisch Nederland ook wielrenners voor de toekomst? Er vertrekken 198 renners voor de Tour de France. Het totale veld is samengesteld uit achttien World Tour-ploegen en vier teams met een wildcard. Onder de 198 renners bevinden zich 15 Nederlanders en 33 renners die niet afkomstig zijn van Europa. Ze komen uit Australië (8), Nieuw Zeeland( 4), Japan( 2), Zuid Afrika (3), Eritrea (2), Ethiopië (1), Canada (1), Verenigde Staten (5), Colombia (5) en Argentinië (2). De Tour de France wordt steeds mondialer. Professionele Wielrenners uit Curaçao Er zijn (nog) geen deelnemers van Caribische Nederland in de Tour de France maar er zijn wel drie (professionele) wielrenners afkomstig van Curaçao. Zij werken op dit moment aan hun carrière. Dit zijn professional Quinten Winkel en twee beloften Hillard Cijntje en Bryan van Rutten. Fietsen op Curaçao populair Rond de eeuwwisseling maakte het fietsen op Curaçao een enorme groei door. Dit kwam mede door het initiatief van Leo van Vliet met de Amstel Bright Race (later gewijzigd in de Amstel Curaçao Race). Zowel het wielrennen als mountainbiken werden erg populair. Helaas viel het doek in 2014 voor de Amstel Curaçao Race na 13 jaar. Omdat steeds meer wielerkoersen buiten Europa werden gehouden, was het voor organisator Leo van Vliet steeds lastiger om buitenlandse toppers naar het eiland te halen. Quinten Winkel: Amerikaanse ploeg Quinten Winkel (1990) is geboren en opgegroeid op Curaçao. Hij staat sinds 2015 onder contract bij de Amerikaanse ploeg Team Foundation uit New York. Het team rijdt grote wedstrijden door heel Amerika. Winkel maakte op jonge leeftijd indruk omdat het ervaren wielerprofs niet lukte om tijdens een van de Amstel Curaçao Races van hem weg te rijden. Op zijn vijftiende deed hij als kampioen van de Nederlandse Antillen mee aan de Caribische kampioenschappen in Puerto Rico. Hij won er twee keer zilver: voor de tijdrit en voor de wegwedstrijd. In 2007 en 2008 werd hij Caribisch kampioen. In 2008 vertrok hij naar Nederland voor zijn studie. Na zijn studie sloot hij het contract met het Amerikaanse team. Hillard Cijntje Hillard Cijntje (1992) is ook op Curaçao geboren. Ook hij viel op tijdens de Amstel Curaçao Races. Hillard’s avontuur begon in augustus 2009 toen hij naar Nederland verhuisde. Hij rijdt voor de club WV Noord-Holland. In augustus 2010 won hij de Caribische kampioenschappen voor junioren in Aruba. In het 2011 werd Hillard een belofte, en is hij bezig zoveel mogelijk te leren over koersen in Nederland. Bryan van Rutten Bryan (1993) is de jongste en eveneens op Curaçao geboren. Hij is sinds kort een belofte en fietst bij de wielerclub Willebrord Wil Vooruit in Brabant. Bryan studeert nog in Nederland en is bezig om veel te leren over wielerkoersen in Nederland. Wereldkampioenschappen in het Limburgse Valkenburg De drie jonge wielrenners uit Curaçao hebben samen een mooi begin gemaakt met hun carrière. In 2012 waren de wereldkampioenschappen wielrennen in het Limburgse Valkenburg. Wielrenners uit heel de wereld waren uitgerukt om hun land te vertegenwoordigen. Voor Curaçao deden Hillard Cijntje, Bryan van Rutten en Quinten Winkel mee in de categorie ‘Beloften’, speciaal voor jonge wielrenners van 18 tot en met 23 jaar. Wie weet zien we ze één van de komende jaren ook in de Tour de France?
Door redactie op woensdag 22 juni 2016
Een recordaantal freemovers vertrekt deze zomer zelfstandig van Curaçao naar Nederland. Dat meldt de Curaçaose krant Èxtra. Freemovers zijn jongeren die op eigen kosten in Nederland gaan studeren. Ze maken geen gebruik van de faciliteiten van de Stichting Studiefinanciering Curaçao (SSC). In plaats daarvan doen ze een beroep op de Dienst Uitvoering Onderwijs (Duo) in Groningen. De groep freemovers is groter dan het aantal jongeren dat met begeleiding van SSC naar Nederland komt en groeit elk jaar. De freemovers vragen zelf een studiebeurs aan bij de DUO, schrijven zich in op een school en regelen huisvesting. Problemen Freemovers die het niet redden kunnen in erbarmelijke omstandigheden terechtkomen. Ze hebben geen beurs van de Curaçaose overheid, ze zijn niet geregistreerd en het is niet makkelijk om hulp voor ze te krijgen. Er zijn omstandigheden waarbij de student, niet voorbereid op de problemen, zelfs op straat terecht komt. De freemover, of zijn ouders, hebben vaak geen idee van hoe die situatie aan te pakken. Een gebrekkige beheersing van de Nederlandse taal speelt een grote rol maar ook het gebrek aan ondersteuning. Een deel heeft helemaal geen familie waar ze terecht kunnen. De freemovers kunnen bij de SSC terecht voor advies, maar de prioriteit van de SSC ligt wel bij de eigen studenten. Hogere schuld bij SSC Scholieren hebben het op Curaçao vaak moeilijk met het kiezen van een studiefinanciering als ze naar Nederland willen. Voor de jongeren en ouders is de keuze tussen SSC of DUO in de praktijk moeilijk. Ze laten de lokale stichting Studiefinanciering Curaçao (SSC) steeds vaker links liggen, omdat ze bang zijn voor een hoge studieschuld. In vergelijking met de studenten die kiezen voor SSC, houden de studenten die voor de Nederlandse studiefinanciering tekenen, een lagere schuld over. Op de extra toelages van SSC is de rente ook hoger. Cijfers ontbreken Over de begeleiding van bursalen, hun prestaties en studieschulden is weinig bekend. Bij de SSC zijn er geen informatie of cijfers voor publicatie beschikbaar. Geen behoefte aan begeleiding van de SSC Behalve hogere studieschuld is begeleiding ook een punt. Veel studenten hebben geen behoefte aan de intensieve begeleiding en workshops van SSC. Als ze informatie nodig hebben, willen ze dat zelf aangeven. Steunpunt van de Nederlandse overheid Toen bleek dat veel jongeren naar Nederland gingen zonder de nodige voorbereiding, begon de Nederlandse overheid in 2011 op Curaçao met 'Studiekeuze 123', een steunpunt waar jongeren terecht konden voor informatie en waar ze zich kunnen voorbereiden op hun verblijf in Nederland. In eerste instantie werd dit project gedeeltelijk door Nederland gefinancierd. Het was de bedoeling dat Curaçao het later over zou nemen. Maar de Curaçaose overheid zag helaas niet de noodzaak van het project en had er ook geen geld voor over. Steun op Curaçao Jealaine Alexander, studiekeuzebegeleider en directeur van ‘My Future Career’ nam het project zelf in handen in samenwerking met de Openbare Bibliotheek op Curaçao. Ze geeft nu vrijwillig voorlichting aan de studenten. Studenten die van plan zijn om in het buitenland te gaan studeren en zich daarop willen voorbereiden, kunnen elke zaterdag terecht in de Openbare Bibliotheek op Scharloo, bij ‘Studiekeuze 123’. Daar krijgen ze de aandacht die ze nodig hebben. Aantallen nemen toe Jealaine Alexander merkt dat veel jongeren het informatiepunt in de Openbare Bibliotheek bezoeken. Vorig jaar had ze nog 30 studenten, dit jaar zijn het er 104. Ze verwacht volgend jaar dan ook een nog grotere groep onder haar hoede te krijgen. Ook ondersteuning vanuit Curaçaohuis Het Curaçaohuis in Den Haag lanceerde in maart 2014 de website Curaçao Freemovers, een Facebook-pagina en een Twitter-account. Het project is bedoeld om ondersteuning te bieden aan de groep studenten die op eigen gelegenheid voor een studie naar Nederland komen. De freemovers worden nadrukkelijk gevraagd om zich te registreren via de website www.curacaofreemover. Nl. Zo kunnen ze al voor vertrek voorbereid worden op hun tijd in Nederland. Contact met de doelgroep maakt het bovendien makkelijker om hen na hun studie te stimuleren om weer terug naar Curaçao te gaan. Samenwerken is de enige manier Zowel Jealaine als het Curaçaohuis pleiten ervoor om de freemovers te registreren bij de SSC. Dus om de werkzaamheden van de SSC uit te breiden en deze organisatie ook toezicht te laten houden op de freemovers. Volgens Jealaine is samenwerken de enige manier om iets te bereiken. Ze hoopt dat de Curaçaose overheid zich ook wil inspannen om de studenten mee te helpen registreren, iets wat onze gemeenschap ten goede zou komen, aldus Alexander.
Door redactie op woensdag 15 juni 2016
Nydia Maria Enrica Ecury (1926-2012) werd op 2 februari 1926 op Aruba geboren uit een donkere vader en een blanke moeder. Op haar dertigste (1957) ging zij op Curaçao wonen, waar zij op 2 maart 2012 overleed. Aanvankelijk was zij actief in het onderwijs als leraar Engels en Papiaments en werkzaam bij het Departement van Onderwijs. Nydia Ecury maakte naam aan het toneel als mede-oprichtster van de toneelgroep Thalia, als actrice en regisseuse en vooral als cabaretière met haar ‘one woman show’ Luna di papel (papieren maan). Debuut als dichter Als dichter debuteerde zij tamelijk laat, in 1972. Zij publiceerde in het Papiaments. Alleen haar vierde bundel kwam tweetalig uit in het Papiaments en het Engels. In totaal bracht zij vijf dichtbundels uit: Tres rosea (drie ademtochten) uit 1972; Sekura (droogte) uit 1974 ; Bos di sanger (stem van het bloed) uit 1976; Na mi kurason mará (aan mijn hart verknocht) uit 1978 en Kantika pa mama tera (Lied voor moeder aarde) uit 1984. Veelzijdige afstamming In februari 1976 publiceerde zij de bundel Bos di sanger, met daarin het gedicht Bos di sanger. In dit dicht is de dichteres zich bewust geworden van haar veelzijdige afstamming. Bos di sanger Den mi soño spiritu di mi wela ta supla den mi orea: 'Bo sanger ta mas diki ku di tur...' i den anochi skur mi ta hañami ta karga fligí ku un soledat intenso e Tumba inmenso di tur mi antepasadonan Bos di Sanger, papia kla Ki tur e kosnan aki ta nifika? Boso tin pa mi un tarea un mishón wardá? T'ami ta Eslabon ku mesté sigui uni Generashon? T'ami tin di mantene un Tradishon k'a origina den selvanan di Afrika o nasí foi den mondongo di sabana na Bushiribana? Ta mi sanger Alemán ta yora morto di mi ruman o ta e indomitabel Israel den mi ta kanta melodía di Davíd? Bos di Sanger, papia kla Mi n' ta dotá ku profundidat pa interpretá parábola Sinembargo, den tur sinseridat mi ke kumpli ku bo enkargo Bos di Sanger, papia! Papia kla! Van: Nydia Ecury. Uit: Bos di sanger. Willemstad, Kòrsou, 1976. Stem van mijn bloed In mijn dromen fluistert mijn grootmoeders geest: 'Jouw bloed is dik' en in het aardedonker, belaagd door een intense eenzaamheid, merk ik dat ik de immense tombe van mijn voorouders draag. Spreek duidelijk, stem van mijn bloed. Wat betekent dit? Is er een taak, een missie voor me weggelegd? Ben ik de schakel die de generaties moet verbinden? Roep je mij uit tot drager van een traditie die wortelt in de oerwouden van Afrika of ontstond uit de ingewanden van de steppe in Bushiribana? Is het mijn Duitse bloed dat rouwt om mijn broer of de ontembare Israëliet in mij die Davids melodieën zingt? Spreek duidelijk, stem van mijn bloed. Parabelen begrijp ik niet. Eerlijk: ik wil me voegen naar je wensen. Stem van mijn bloed, spreek harder. Harder! Vertaling: Nydia Ecury en Esther Jansma.
Door Carmon op woensdag 8 juni 2016
BAAT 013 blijft aandacht besteden aan spreekwoorden en gezegden in het Papiaments. Deze spreekwoorden en gezegden zijn vanuit het leven gegrepen en steeds meer jongeren hebben er belangstelling voor. Hieronder volgen een paar grappige voorbeelden waarbij de Papiamentse uitdrukking vetgedrukt wordt weergeven met daaronder het Nederlandse equivalent of omschrijving. Hoewel het Papiaments maar in een klein taalgebied wordt gesproken is aan onderstaande spreekwoorden en gezegden te zien met hoeveel creativiteit, humor en liefde deze taal zich heeft weten te ontwikkelen en te handhaven. Loke ta hechu no por bira bèrdè mas   Gedane zaken nemen geen keer. E parse hende ku a drnmi fuma lanta burachi   Hij is volledig de kluts kwijt Si bo kuchara kibra, bo tin ku kome ku bo man Pa falta di un stul e ta sinta riba tres piedra Pa falta di kachó bo ta bai mondi ku pushi   Men moet roeien met de riemen die men heeft Chinchirinchi ta warda bientu supla pa e bula   Met alle winden mee waaien Djandja mi pa mi djandja bo   Voor wat, hoort wat. De ene dienst is de andere waard Kada porko tin su djasabra.   Boontje komt om zijn loontje. Alegria i doló semper ta kana pareu   Geluk en ongeluk wonen onder één dak Ora tin mal tempu, kua porta ku barku haňa abrí e ta drenta   Nood breekt wet(ten) Bo no por kome karne, nenga wesu   Wie de lusten wil, moet ook de lasten dragen Si balki di kas kai, kas ta pèrdè forsa   Als het hoofd van het gezin sterft, valt het gezin uit elkaar Si boyo tin manteka, su kaska ta lombra   Wie het breed heeft, laat het breed hangen Konènchi ta skonde su kabes, ma no su kurpa   Z’n kop in het zand steken Ora bo man ta den boka di kachó, bo meste hila fini Ora bo ta bou di palu, bo meste wanta kaka di para Ora bo ta riba buriku, bo meste want’e kokobiá   Als men van iemand afhankelijk is moet men veel van hem verdragen E ta manera plateis   Hij hangt aan je als klis Spanta mankarón pa balente kohe kurpa   De stoere bink uithangen Mas bal maňa ku forsa   Wie niet sterk is moet slim zijn E ta floho manera kaka di mardugá   Hij is aartslui Mas lana un kachó tin, mas pieu (pruga) e tin   Hoge bomen vangen veel wind Bo a kohe mi kachó, mi ta kohe bo pushi   Iemand met gelijke munt betalen Si sumpiňa hinkabo, bo mes a bai kaminda e ta   Dan moet je maar op je blaren gaan zitten   Eigen schuld, dikke bult Semper pone bo sombré kaminda bo man por koh’e   Men moet niet verder springen dan zijn (pols)stok lang is Ratón ta chikitu, ma tòg e por spanta un pushi   Men moet niemand onderschatten Si oloshi keda para, tempu si ta sigui kana   De wereld draait door Niun barí no por fangu tur awa di shelu   Je kunt in je eentje niet alle problemen van de wereld oplossen No gasta tempu i awa ku palu ku no ta duna fruta   Geen tijd en energie steken in zaken of personen waar je niet wijzer van wordt Tin strea ku no tin nòmber   Niet iedereen krijgt de waardering die hij/zij verdient Si warawara bai tras di tur kiw, su yiunan ta muri di hamber   Je moet niet alles wat je hoort geloven Si bo no ke blachi den kurá, no planta palu   Je moet problemen niet zelf opzoeken Zie ook: Uitdrukkingen en gezegden in het Papiaments deel 1 en deel 2
Door Carmine Palm op woensdag 1 juni 2016
Het Antilliaanse ‘kaha di orgel' of kortweg ‘ka’i orgel’ levert al heel lang een belangrijke bijdrage aan de muziek op Curaçao en Aruba. Dit instrument verdient in alle opzichten onze waardering. Het kaha di orgel is een instrument dat een ritmisch geluid maakt. In het orgel zit een cilinder met pinnetjes die op hamertjes slaan, net zoals bij een piano. Met behulp van een zwengel gaat de cilinder ronddraaien. Dit orgel wordt ook een straatpiano of cilinderpiano genoemd. Twee man Het ka’i orgel wordt begeleidt door de ’ wiri’. De wiri is een nikkelstalen pijp met een soort staafje dat er overheen gehaald wordt. Het lijkt op een ijzeren rasp. En zo bestaat het kaha di orgel-ensemble uit het orgel zelf, de persoon die de zwengel ronddraait, en de persoon die de wiri (metalen rasp) bespeelt. Zonder de wiri is de muziek van het ‘ka'i orgel’ niet af. Geschiedenis De oorsprong van dit orgel ligt vermoedelijk in Italië. Helaas is de geschiedenis nooit gedocumenteerd. Italiaanse migranten namen eind 18e, begin 19e eeuw een draagbare straatpiano naar Engeland. Waarschijnlijk leerde een pianomaker dit instrument kennen en ontwierp een eigen versie. Hoe dan ook, het is een feit dat de Engelsman Joseph Hicks, die in de jaren 1805 tot 1850 veel van deze cilinderpiano’s produceerde, genoemd wordt als de uitvinder van het ka’i orgel. Van Venezuela naar Curaçao De straatpiano belandde via Italiaanse migranten in Barquisimeto in Venezuela. Via Venezuela kwam het instrument naar Curaçao. Deze instrumenten speelden uiteraard Spaanse en Italiaanse melodieën. Het duurde echter niet lang voordat muzikanten uit Curaçao het geheim van het ka’i orgel ontdekten. Familie Sprock De pionier van het Antilliaanse ka’i orgel is Horatio Jules Sprock (1866-1949). Horatio ging als jongeman naar Venezuela en leerde van een Italiaan de kneepjes van het vak. Samen met zijn broer Jean Louis, die erg muzikaal was, leerde hij in Venezuela hoe de door hen gecomponeerde dansmuziek over te brengen op de rollen. Op Curaçao zette de familie Sprock een eigen werkplaats op. Jarenlang was het bouwen en componeren een familiegeheim, totdat Otto Sprock besloot om de kennis over te dragen aan de musicus Edgar Palm. Er is een straat in Brievengat (een wijk op Curaçao) met de naam: Kaya Horatio Sprock. Tingilingi box Tot ongeveer 1940 verzorgde Curaçao de ka’i orgels voor alle Antilliaanse eilanden. In die tijd begon Rufo Wever op Aruba zijn eigen ka’i orgel bedrijf. Dit bedrijf heeft hij tot aan zijn overlijden voortgezet. Vóór die tijd moest men uit Aruba voor nieuwe cilinders of andere onderdelen steeds met de boot naar Curaçao, met het gevolg dat er nogal wat kapot ging. Rufo Wever werd erg bedreven op het orgel gebied. Op Aruba is het ka’i orgel ook bekend als tingilingi box. Het duurde niet lang voordat Aruba’s eigen muziek op de cilinders werden opgenomen. Deftige feesten van welgestelden Het ka’i orgel klonk eind 19e eeuw, begin 20e eeuw eerst alleen op de deftige feesten in de salons van de welgestelden. Het welluidende kastje werd spoedig daarna als een kostbare vracht met een karretje naar het platteland vervoerd om dienst te doen bij feesten bij mensen thuis of bij de talrijke picknicks van die tijd. En zo kreeg het daarna ook de functie van straatinstrument. De klanken van het ka’i orgel zijn nog steeds onmisbaar bij doopfeesten, communiefeesten, verjaardagen, op straat en culturele activiteiten, zoals in de week van cultuur op Curaçao. Overdracht kennis Op Curaçao zijn veel initiatieven genomen om de kennis van het herstellen en vernieuwen van de cilinders te garanderen. Het levende culturele erfgoed op de eilanden heeft een toekomst. In de jaren tachtig verzorgde Edgar Palm cursussen en in de jaren negentig werden onder leiding van Serapio Pinedo op Landhuis Kenepa lessen gegeven. De laatste jaren organiseert Kas di Kultura cursussen door de Arubaan Alfonso 'Buchi’ Boekhoudt. Nog springlevend Het kaha di orgel speelt nog steeds een belangrijke rol in de muziek op de Antillen. En zoals het ka’i orgel qua melodie als ritme zo’n honderd jaar geleden klonk, zo klinkt zij nog steeds. Het is alsof de tijd is stil blijven staan. De bepaalde stijlen van de Antilliaanse muziek konden hierdoor voor lange tijd intact bewaard blijven. Daarom verdient dit instrument onze waardering.
Door Carmine Palm op woensdag 25 mei 2016
Op 31 mei staat Het Concertgebouw in Amsterdam in het teken van Jacobo ‘Coco’ Palm en zijn familie en Rudy Plaate. Tijdens “Classic & Popular Compositions from Curaçao – The works of composers of the Palm Family and Rudy Plaate” brengen diverse artiesten onder begeleiding van het Metropole Orkest onder leiding van Maurice Luttikhuis, een muzikaal eerbetoon aan deze Curaçaose componisten. Baat brengt in twee artikelen een kort portret van Rudy Plaate en Jacobo Palm. De veelzijdige musicus en componist Jacobo José Maria Palm werd op 28 november 1887 geboren op Curaçao. Jacobo Palm begon op achtjarige leeftijd met het nemen van fluitlessen bij zijn grootvader, de Curaçaose musicus en componist Jan Gerard Palm (1831-1906). Jacobo leerde vervolgens op dertienjarige leeftijd klarinet en op veertienjarige leeftijd piano spelen. Ook kreeg hij van Jan Gerard Palm onderricht in algemene muziekleer, harmonieleer en compositie en legde hij zich toe op vioolspel. Jacobo Palm was verbonden als muziekdocent aan het Colegio San Tomás in Willemstad en het Colegio del Sagrado Corazón (Welgelegen) te Habaai. Beide opleidingsinstituten hadden internationaal een bijzonder goede naam. Veel gegoede families uit Latijns- Amerika stuurden hun kinderen voor verdere opleiding naar één van beide instituten, waar muziekonderwijs een speciaal onderdeel uitmaakte van het onderwijsprogramma. Ook als privédocent heeft Palm een groot aantal leerlingen onderricht gegeven in muziek. Naast doceren, ondernam Jacobo Palm een scala aan activiteiten op muzikaal gebied. Zo was hij concertmeester van het Curaçaosch Philharmonisch orkest en speelde hij altviool in het derde Curaçaos strijkkwartet dat verder bestond uit Carl Fensohn (1ste viool), Charles Debrot (2de viool) en Rudolph Boskaljon (cello). Daarnaast was hij gedurende meer dan 50 jaar organist van de St.- Anna basiliek. Hij was bijzonder geliefd om de improvisaties die hij vóór en na de kerkdienst op het orgel speelde. Het dagblad de Amigoe di Curaçao typeerde in 1957 zijn improvisatietalent en orgelspel als ‘onevenaarbaar’. Palm stond verder bekend als een virtuoos pianist. Als solist heeft hij diverse pianoconcerten gegeven. Ook heeft hij aan de vleugel vele internationaal bekende solisten begeleid. Jacobo Palm maakte ook naam als componist. Door zijn dichterlijke schriftuur van de Curaçaose wals en de meesterlijke wijze waarop hij deze wist te vertolken stond hij in zijn tijd bekend als de Walsenkoning van Curaçao. Behalve talrijke walsen, danza’s, mazurka’s, pasillo’s, tango’s, polka’s, tumba’s en marsen, heeft hij ook kerkliederen en profane liederen gecomponeerd. Van diverse van zijn composities zijn opnamen gemaakt. De allereerste grammofoonopname vond plaats in 1929 in New York en werd uitgebracht onder het platenlabel Brunswick. Jacobo Palm was getrouwd met Elisa Palm-Snijders en overleed op 1 juli 1982. Voor zijn cultureel aandeel gedurende zijn muzikale leven, heeft hij verscheidene onderscheidingen ontvangen waaronder: 1933 de eremedaille “Pro Ecclesia et Pontifice”, in 1957 de ridderorde van de H. Silvester, in 1981 de Cola Debrotprijs en in 1982 werd hij benoemd tot Officier in de orde van Oranje-Nassau. In 1982 werd er ook een buste van hem onthuld. Deze buste is te zien in het Curaçaos museum. In 1989 kwam een postzegel met zijn beeltenis uit. Meer weten over de familie Palm? Kijk op http://www.palmstichting.nl Tekst: Johannes I.M. Halman, Tim de Wolf. Dit stuk is eerder verschenen in het muziekboekje bij de CD pianowerken van Jacobo Palm, uitgegeven door Stichting Palm Music Foundation (www.palmmusicfoundation.com)
Door Carmine Palm op woensdag 18 mei 2016
Op 31 mei staat Het Concertgebouw in Amsterdam in het teken van Jacobo ‘Coco’ Palm en zijn familie en Rudy Plaate. Tijdens “Classic & Popular Compositions from Curaçao – The works of composers of the Palm Family and Rudy Plaate” brengen diverse artiesten onder begeleiding van het Metropole Orkest onder leiding van Maurice Luttikhuis, een muzikaal eerbetoon aan deze Curaçaose componisten. Baat brengt in twee artikelen een kort portret van Rudy Plaate en de familie Palm. Rudy Plaate is op 5 februari 1937 geboren als Norman Rudy Plaate op Curaçao. In de jaren 60 en 70 verbouwde Rudy groenten op plantage Hato. Hij huurde de grond van de overheid. De groenten van Curaçao kwamen grotendeels van deze plantage. Toen Rudy bekend werd als zanger, werd hij ook ‘de zingende groenteboer’ genoemd. Zingen in de garage Op 16-jarige leeftijd begon hij zijn muzikale loopbaan in de garage van zijn vader, waar hij aan het zingen was en zichzelf begeleidde op zijn Spaanse gitaar. Een zekere meneer Hoedemaker zag meteen een toekomstige ster in Rudy en introduceerde hem bij Jacques Penso, destijds omroeper bij Radio Curom. Nuchtere naam Rudy Plaate was pas 17 jaar toen hij zijn eerste compositie schreef die de nuchtere naam ‘Respeta Polis’ droeg. En dit in een tijd dat de bolero’s, merengue’s, calypso’s en Curaçaose walsen hoogtij vierden op lokaal gemaakte grammofoonplaten met romantische namen als ‘Melodia de amor’, ‘Tus ojos’ en ‘Quien te besó’. Muzikale variaties Zanger en componist Rudy Plaate componeerde meer dan 400 nummers, variërend van de wals en tumba tot mazurka. Rudy is een artist die van variatie houdt. Daarom heeft hij gedurende zijn muzikale loopbaan met veel muziekensembles samengewerkt. Hij heeft gezongen met begeleiding van onder andere duo’s, trio’s, kwartetten, conjuntos, Venezolaanse orkestjes en beatbands. Gevoelens van de gewone man Het overgrote deel van zijn nummers gaan, in het Papiaments, over de diepe liefde en bewondering voor zijn muze, het eiland Curaçao. Maar ook actualiteiten, maatschappelijke en politieke onderwerpen op zijn geliefde eiland komen in zijn nummers aan bod. En zo leefde Rudy in zijn composities mee met alle gebeurtenissen om zich heen en karakteriseerde hij de gevoelens van de gewone man. Zo ontstond een van zijn bekendste nummers ‘Atardi’, na het volkslied misschien wel het populairste nummer van Curaçao. Het gaat over de typische sfeer op het eiland voordat de zon ondergaat. Hoogtepunten Rudy heeft ook de muziek voor de film ‘Oké Aki Antillas’ (1962) van Peter Creutzberg gecomponeerd. Peter Creutzberg was een Nederlands filmmaker en cameraman die vooral in Suriname en de Nederlandse Antillen actief was. Een hoogtepunt in Rudy’s carrière was het winnen van de eerste prijs van een door Radio Nederland Wereld Omroep uitgeschreven muziekconcours in 1958. In 1975 werd Rudy Plaate gehuldigd wegens zijn 20-jarig jubileum in Curaçaose muziekwereld. Deze huldiging vond plaats gedurende het eerste op Curaçao gehouden internationale festival ‘Gran Premio Popular 75’. Kinderkoor Las Perlitas Ook heeft Plaate een kinderkoor opgericht onder de naam ‘Las Perlitas’, waar hij mentor was van opkomend jong muzikaal talent. Izaline Calister is een zangeres van Antilliaanse afkomst, die haar zangcarrière als kind bij dit kinderkoor begon.
Door redactie op dinsdag 10 mei 2016
Op zondag 15 mei is de officiële opening van de expositie KLEI bij Galerie Atelier Stam in Amsterdam (Prinsengracht 356). Het is een expositie die vrijwel geheel gewijd is aan keramisch werk in al zijn verscheidenheid. De expositie is te bezichtigen tot en met zaterdag 16 juli. Één van de deelnemende exposanten is Rudy Henriquez. Een interview. Hoe kwam je in Amsterdam terecht? Het was puur toeval! Vrienden kwamen voor pasku en aña nobo (kerstvakantie) in 1978 naar Curaçao en stelden dat het eiland te klein voor me was. In Amsterdam zou ik onderdak kunnen krijgen. Al grappend zei ik ja, want geen haar op mijn hoofd dacht aan emigreren. De volgende dag heb ik toch na een akkefietje thuis een enkele reis geboekt met het idee om een jaar in Europa te gaan reizen met als standplaats Amsterdam. Dat is dus anders gelopen, ik ben nooit meer weggegaan. C’est la vie! Hoe werd keramische kunst maken, jouw beroep? Ik ben politicoloog en hang nu zo’n 25 jaar als autodidact de kunstenaar uit. Het is niet mijn beroep, ik ben huisman. Wat wil je overbrengen met je kunst? Dat is niet eenduidig maar het is wel vaak maatschappelijk geëngageerd. Zo zijn er bij de komende expositie onder meer objecten te zien met titels als ‘Refugee Mountain’, ‘Weeping Moslima’, ‘Protestrock’, ‘Parijs 13-11-2015’ en ‘200 jaar Koninkrijk’. Liefde voor dierlijke wezens komt ook regelmatig aan bod. Wat is jouw stijl? Voor zover ik daar zelf iets over kan zeggen is het veelzijdig, direct, emotioneel en vrij. Zowel abstract als figuratief. Hoe krijg je inspiratie? Maatschappelijke ontwikkelingen en politieke misstanden voeren de boventoon, maar het kan, zoals gezegd, erg wisselen. Het maken van maskers en dierlijke objecten is mij ook niet vreemd. Zo heb ik voor deze expositie ook een stierachtig beest dat ik de titel ‘Marry me’ heb gegeven. De inspiratie daarvoor lag in een cartoon van ons vroegere Curaçaose kinderuurtje op tv: “If you want to marry my daughter you must fight the bull!” Je komt uit Curaçao. Heeft dit invloed op je kunst? Uiteraard! Als je 20 jaar op een paradijselijk eiland hebt gewoond waar de wereld eindigt waar de zee begint, laat dat je niet los. Zo heeft mijn werk vaak krachtige kleuren. En er is bij deze expositie bijvoorbeeld ook een draakachtige kruising van een juana, blòblò en totèki te zien, ‘Natura Indigena’ geheten. Ook de dame ‘Ai Dios’ is te zien. (Zie foto) Moet je in vrede en rust leven om je kunst te maken? Of put je uit de chaos en tegenslag? Dat maakt voor mij niks uit. Hoe vaak heb je mee gedaan aan exposities? Is er één die eruit springt? Ik heb al heel vaak geëxposeerd en ben al ruim 10 jaar aan een galerie verbonden waar ik jaarlijks samen met andere kunstenaars exposeer. Een expositie die ik als zeer bijzonder heb ervaren was in het Tropenmuseum bij de presentatie van de CD ‘Zamanokitoki’ onder leiding van Eric Calmes. Daar hingen schilderijen die ik samen met anderen heb gemaakt. Heb je wel eens een tentoonstelling gehad op Curaçao of de rest van de eilanden? Ja, midden jaren 90 in Kas di Alma Blou met allerlei werk dat ik op Curaçao had gemaakt. Komen de keramische beelden ook terug in jouw eigen huis? Jazeker, het huis staat en hangt vol! Weet zo langzamerhand niet meer waar ik het laten moet: ook dozen vol! Het probleem met keramisch werk is dat het driedimensionaal is en in tegenstelling tot teken- en schilderwerk wel erg veel ruimte in beslag neemt; daarom werk ik ook relatief klein. Heb je buiten je kunst ook nog andere passies? Alles wat met koken en lekker eten en drinken te maken heeft ta’ mi joga. Urenlang tafelen is aan mij wel besteed en dat is mij ook wel aan te zien. Wil je zelf nog iets vertellen? De politieke en rechtstatelijke ontwikkelingen sinds het ontstaan van Pais Kòrsou baren mij grote zorgen. Zie ook: https://www.exto.nl/expositie/182219434_Klei.html
Door redactie op woensdag 13 april 2016
Wie wil, kan in Nederland gemakkelijk meedoen met het Curaçaose ‘Wega di Number Korsou’ (nummerloterij). Want ook hier worden deze loten verkocht. Dat schrijft het Caribisch Netwerk. Wat is ‘Wega di Number Korsou’ en waarom is het makkelijk om in Nederland mee te doen aan deze loterij? Bij verschillende Curaçaose winkeltjes en restaurants in Amsterdam, Rotterdam en Den Haag liggen bonnenboekjes met het logo van de loterij. En elke dag is er een trekking. Deze vindt plaats op Curaçao op de televisie. Drie getallen en vier cijfers Op Curaçao is er elke dag een trekking van de loterij ‘Wega di Number Korsou’. Er wordt een trekking verricht van drie getallen bestaande uit vier cijfers. Het eerste getal levert de eerste prijs, het tweede getal de tweede prijs en het derde getal de derde. Je kunt loten kopen van twee cijfers, van drie cijfers of vier cijfers. Bij een lot van twee cijfers tellen alleen de laatste twee cijfers van de getrokken getallen. Bij een lot van drie cijfers de laatste drie cijfers. Als men voor vier cijfers speelt en het eerste getrokken getal goed heeft, wordt 3000 keer de inzet uitgekeerd. Voor het tweede getrokken getal is dat 1500 keer en voor het derde 750 maal de inzet. Elke dag spelen Curaçaoënaars zetten dagelijks geld in op getallen van twee, drie of vier cijfers. Dat doen ze bij nummerkantoren met een vergunning en officieel geregistreerde en huis-aan-huis- verkopers. De bekendste nummerkantoren zijn Robby’s Lottery en Joe Black. 's Avonds om negen uur is er een trekking van ‘Wega di Number Korsou’ (letterlijk vertaald: spel van het getal Curaçao). Magische getallen Getallen hebben iets magisch voor de Curaçaoënaar. Zodra er iets gebeurt en er zijn getallen in het spel dan worden deze getallen gebruikt om te gokken. Het maakt niet uit wat de aanleiding of gebeurtenis is. Over een getal dromen of iemand helpen bij het omwisselen van zijn autoband. Maar ook je verjaardag, trouwdatum is goed, als er maar een getal van vier, drie of twee cijfers van te maken is. Ook een getal als 13 wordt vaak ingezet. Hoe is deze loterij ontstaan? De nummerloterij is sinds jaar en dag populair op Curaçao. Want je stelt zelf je getal of getallen vast. De getallen worden met de hand geschreven op een bonboekje, je betaalt en je kunt meedoen. Het is over komen waaien uit Latijns Amerika en bijna iedereen speelt mee. Toen het begon was het dus een illegale loterij. Het onwettig aanbieden en de verkoop van loten werden gedaan door straatverkopers, snèks en minimarkten. In 1986 werd de loterij gelegaliseerd en richtte de overheid de stichting ‘Fundashon Wega di Number Korsou’op. Hoe is de loterij wettig georganiseerd? Loterijen en kansspelen vallen op dus onder de ‘Fundashon Wega di Number Korsou’ (FWNK), een overheidsstichting. Voor ieder verkocht lot moeten de nummerkantoren en huis-aan-huisverkopers een percentage afdragen. Ook betalen ze omzetbelasting. Alle nummers hebben een stempel van de ‘Fundashon Wega di Number Korsou’ en zijn geregistreerd bij deze stichting. Dit zijn de legale nummers. Illegale nummers bleven Maar de illegaliteit bleef. Op straat worden ook nummers verkocht, Maar dan zonder de stempel van FWNK. Voor de klant is het voordeel dat deze straatverkopers geen omzetbelasting rekenen. De legale nummerkantoren hebben ook straatverkopers in dienst. Voor illegale verkoop dragen zij hiervoor geen geld af aan de stichting FWNK en betalen zij geen omzetbelasting. Illegaal circuit blijft groeien Volgens de minister van Economische Ontwikkeling bedroeg de omzet van FWNK in 2010 60 miljoen gulden. In 2014 liep deze terug tot 35 miljoen gulden per jaar. De conclusie van de minister was dat veel nummers in het illegale circuit worden verkocht. Een van de oorzaken van de toename van verkoop illegale loten is de invoer van de omzetbelasting. Bovendien beperken de illegale verkopen zich niet tot valse ‘wega di number’-loten, maar zijn er ook loterijen als pool, scratchloten, smartplay, daily number en Sto. Domingo. Oplossing? De vraag is of dit wel ooit helemaal zal lukken, want de onwettige lotenverkoop lijkt weliger dan ooit te bloeien en dus ook in Nederland. Want waar er Curaçaoënaars zijn met hun liefde voor getallen daar zal altijd een nummer loterij zijn. Legaal of illegaal.